In Nederland werd in de jaren zeventig, vooral een ad hoc beleid gevoerd ten aanzien van de preventie van ziekenhuisinfecties. Vooral het SENIC project (Study on the Efficacy of Nosocomial Infection Control) heeft bijgedragen aan het besef dat surveillance een van de belangrijkste middelen is in de strijd tegen ziekenhuisinfecties.

Het PREZIESPREventie van ZIEkenhuisinfecties door Surveillance-netwerk bestaat momenteel uit drie verschillende surveillancemodules, een module voor prevalentieonderzoek en twee modules voor incidentieonderzoek.  

In mei 1989 werd door de Werkgroep Infectiepreventie (WIPWerkgroep Infectiepreventie) voor het eerst een richtlijn inzake de surveillance van ziekenhuisinfecties gepubliceerd. In 1991 werd in Nederland een begin gemaakt met het in netwerkverband surveilleren van ziekenhuisinfecties in de SWIFTSurveillance van Postoperatieve Wondinfecties I en II projecten. In SWIFT werkten het Kwaliteitsinstituut CBOKwaliteitsinstituut gezondheidszorg, het Medisch Centrum Alkmaar (MCAMedisch Centrum Alkmaar) en 49 deelnemende ziekenhuizen samen. In dit jaar startte ook de Werkgroep Implementatie Registratie Ziekenhuisinfecties (WIRZIWerkgroep Implementatie Registratie Ziekenhuisinfecties), een initiatief van het Kwaliteitsinstituut CBO en de WIP, haar werkzaamheden.

1996: het jaar van PREZIES

In 1996 is de “Handleiding Registratie Ziekenhuisinfecties” verschenen. Dit theoretisch kader vormde de basis voor het project PREventie van ZIEkenhuisinfecties door Surveillance.

Surveillance als prestatie-indicator

In 2004 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) de basisset prestatie-indicatoren ingevoerd. De surveillance van ziekenhuisinfecties is als structuurindicator in de basisset opgenomen.

Lees meer over dit onderwerp.