- Publicatiedatum
- 16-03-2026
Onderzoek naar de oorzaak van PFAS in particuliere eieren
Onderzoek naar de oorzaak van PFAS in particuliere eieren
Samenvatting
Begin 2025 concludeerde het RIVM dat er in heel Nederland veel PFAS (Per- en polyfluoralkylstoffen) in particuliere eieren kunnen zitten, meer dan in commerciële eieren. Particuliere eieren komen van kippen die als hobby worden gehouden. Bijvoorbeeld in tuinen, moestuinen, op dierenweitjes en op zorg- en kinderboerderijen. Het RIVM heeft nu onderzocht waardoor de PFAS in deze eieren komen.
Het blijkt dat kippen vooral via wormen in de bodem veel PFAS binnenkrijgen. Kippen pikken de wormen er van nature uit. Het RIVM concludeert dit omdat de meeste PFAS is gemeten in particuliere eieren van kippen die buiten lopen. Er zat veel minder PFAS in eieren van kippen die binnen zitten. Ook vond het RIVM relatief veel PFAS in wormen. De stoffen komen vanuit de bodem in de diertjes. Verder blijken in de wormen dezelfde soorten PFAS te zitten als in de particuliere eieren.
Het RIVM kan nog niet met zekerheid zeggen in welke mate andere kleine bodemdieren, zoals spinnen, kevertjes en slakken, voor de PFAS in eieren zorgen. Daarvoor zijn er meer metingen in deze dieren nodig.
PFAS kunnen ook nog via andere bronnen in de omgeving van de kippen in particuliere eieren terechtkomen. Het RIVM vond de stoffen soms in water, grond en bodembedekkingen als stro en zaagsel, en in ander materiaal, zoals het hout van het kippenhok en meubels. Deze hoeveelheden zijn wel veel lager dan in wormen en kunnen daarom niet de grote hoeveelheden PFAS in particuliere eieren verklaren.
Verder onderzocht het RIVM of de hoeveelheid PFAS in eieren door het jaar heen verschilde. Dat blijkt zo te zijn, maar heeft niet met de seizoenen te maken. Veel kippen leggen in de winter geen of minder eieren. De verwachting was dat PFAS hierdoor meer zouden ophopen in de eerste eieren die ze daarna leggen, dat effect was niet te zien. Meer onderzoek naar de oorzaak van de variatie is nodig.
Abstract
In early 2025, RIVM concluded that high levels of PFAS, higher than in commercial eggs, could be present in home-produced eggs from all parts of the Netherlands. Home-produced eggs are eggs laid by hens that people keep as a hobby, for example in their own back garden or allotment or in a field, therapeutic farm or petting zoo. RIVM has now investigated how PFAS end up in these eggs.
It transpires that the main source of many of the PFAS found in homeproduced eggs is earthworms, which chickens consume as part of their natural behaviour. RIVM reached this conclusion because it measured the highest levels of PFAS in home-produced eggs laid by hens that spend time outdoors. The eggs laid by hens kept indoors contained much lower PFAS levels. In addition, RIVM found relatively high levels of PFAS in earthworms. These substances end up in earthworms through the soil. Lastly, the PFAS types found in earthworms matched those found in home-produced eggs.
RIVM is not yet able to state with certainty to what degree other soil fauna (such as spiders, beetles and snails) form a source of PFAS in eggs. This will require further measurements in these animals.
PFAS may also end up in home-produced eggs through other sources in the hens' living environment. RIVM occasionally encountered these substances in water, soil and soil cover such as straw and sawdust, and in other materials, like the wood used to construct the chicken coop and furniture. However, the quantities found were much lower than those found in earthworms and therefore offered no adequate explanation for the high PFAS levels in home-produced eggs.
RIVM has also investigated whether PFAS levels in eggs vary throughout the year. This turns out to be the case, but it is not related to the seasons. Many hens lay fewer or no eggs in winter. Consequently, the expectation was that higher levels of PFAS would be present in the first eggs laid in the subsequent period, but no such effect was found. The causes of the variety in PFAS levels require further study.
Uitgever
- Instituut
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Resterend
- Grootte
- 5601 kb