Wat en waarom?

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu coördineert de infectiebestrijding in Nederland. Deze is in beginsel decentraal geregeld bij 25 GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst ’en. Dat geldt niet bij de aanpak van bovenregionale uitbraken van een voedselinfectie of van bepaalde zeldzame ziektes. In die gevallen coördineert het RIVM de bestrijding.

Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCILandelijke coördinatie infectieziektebestrijding) van het RIVM ontwikkelt richtlijnen en-draaiboeken waarin staat beschreven hoe bijvoorbeeld een polio- of mazelenepidemie moet worden aangepakt, of een uitbraak van een voedselinfectie. Voor professionals is het RIVM 24 uur bereikbaar.

Ook bij een uitbraak van een zeldzame ziekte in het buitenland, waarvan het gevaar bestaat dat mensen hem naar Nederland overbrengen, coördineert het CibCentrum Infectieziektebestrijding de infectiebestrijding. Het doel is dan Nederland er zo goed mogelijk op voor te bereiden dat bijvoorbeeld een ebola-patiënt wordt herkend, opgevangen en behandeld zodra hij het land binnenkomt.

Hoe en met wie?

De daadwerkelijke coördinatie van de infectieziektebestrijding vindt plaats in diverse overleggen, waarin de GGD en het LCI zijn vertegenwoordigd. Bepaalde infectieziekten en uitbraken moeten door behandelend artsen aan de GGD worden gemeld, die dit doorgeeft aan het RIVM (conform de Wet publieke gezondheid). In een overleg met het responsteam wordt de ernst bepaald van de uitbraak. Ook wordt bekeken of onderzoek naar een uitbraak nodig is en welke maatregelen nodig zijn.

Afhankelijk van de aard van de infectie kunnen externe experts worden geraadpleegd. Bijvoorbeeld mensen van het nationaal referentielaboratorium voor virale koorts of griep (gevestigd in het Erasmus Medisch Centrum) of van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Microbiologie (NVMMNederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie). De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) is ook vaak betrokken als het om een voedselinfectie gaat.

Wanneer bestaande richtlijnen of draaiboeken te weinig houvast bieden, roept de directeur van het Cib een zogeheten Outbreak Managementteam (OMTOutbreak Management Team) bij elkaar. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de Mexicaanse griep in 2009 (H1N1). Hierin zitten specialisten die veel van de desbetreffende ziekte afweten. Een OMT kan binnen korte tijd bijeenkomen, werkt volgens vastgelegde draaiboeken en stelt een bestrijdingsadvies op. Om snelle besluitvorming mogelijk te maken nemen de leden op persoonlijke titel deel. Het overleg is vertrouwelijk.

Op basis van het OMT-advies bepaalt de minister hoe de infectieziekte wordt bestreden. Dit gebeurt in een bestuurlijk afstemmingsoverleg dat functioneert onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ). Als het gaat om een ziekte die via dieren wordt overgedragen op mensen (zoönose) is ook het ministerie van Economische Zaken en Klimaat hierin vertegenwoordigd. Voorbeelden hiervan zijn geweest de Q-koortsepidemie, de ebola-uitbraak in West-Afrika of de toename van ziekte door meningokokken W.

COVID-19 OMT

Sinds januari 2020 heeft het RIVM meerdere keren een OMT bijeen geroepen om te adviseren over de COVID-19-uitbraak. De vaste OMT-leden zijn experts van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHGNederlands Huisartsen Genootschap), het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvBNederlands Centrum voor Beroepsziekten), de Nederlandse Vereniging voor Internist-Infectiologen (NVII), de Vereniging voor Infectieziekten (VIZVereniging voor Infectieziekten), de Nederlandse Vereniging van Medische Microbiologie (NVMM) en het Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding (LOILandelijk Overleg Infectieziekten). Daarnaast zijn experts van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVICNationaal Vergiftigingen Informatie Centrum ), de Vereniging van de Specialisten Ouderengeneeskunde (VerensoVereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde en Sociaal Geriaters) en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVKNederlandse vereniging voor Kindergeneeskunde) uitgenodigd, evenals een regionaal arts-consulent, een vertegenwoordiger van het referentielaboratorium, diverse vertegenwoordiger van centra van het RIVM en andere specialisten (internist-infectioloog, viroloog, artsen-microbioloog, epidemioloog). Lees hier meer over het COVID-19 OMT.