Houtrook is ongezond. Bij ongunstige weersomstandigheden of een slechte luchtkwaliteit blijft rook langer hangen. Met een stookalert roept het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu mensen op om dan geen hout te stoken. Dit kan gezondheidsklachten bij mensen in de omgeving voorkomen. Op deze pagina staan de actuele stookalerts. 

Actuele stookalerts in Nederland

Over het stookalert

Over het stookalert

Bij weinig wind blijft de rook langer hangen. En als de luchtkwaliteit al slecht is, bijvoorbeeld bij smog door fijn stof, verergert rook de situatie.

Gezondheidsklachten en (geur)hinder

Bij de verbranding van hout komen schadelijke stoffen vrij, zoals fijn stof, PAK’s, benzeen en koolmonoxide. De rook is voor iedereen ongezond, maar vooral voor mensen met luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten, ouderen en kinderen. Zij kunnen meer en eerder klachten ontwikkelen door houtrook.

Hoe werkt het stookalert?

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft dagelijks contact met het KNMIKoninklijk Meteorologisch Instituut over de weersverwachting. En als het gaat om de luchtkwaliteit beschikt het RIVM over gegevens van www.luchtmeetnet.nl. Als de weersverwachting ongunstig is of de luchtkwaliteit slecht, verstuurt het RIVM een stookalert. Bij een stookalert krijgen abonnees rond 12.00 uur een bericht via e-mail.   

Proberen en verbeteren

RIVM en KNMI proberen dit stookseizoen uit hoe het stookalert in deze vorm werkt. Dat betekent dat we onze berichtgeving via verschillende kanalen verspreiden. Daarbij kijken we ook naar de meer technische aspecten van het stookalert. Op basis van de opgedane ervaringen en tips die we krijgen, kijken we hoe we het stookalert kunnen verbeteren. Zo kijken we bijvoorbeeld naar de samenhang met andere tools zoals de stookwijzer en het stookalert van de stichting Nederlandse Haarden en Kachelbranche.  

Aanmelden

Iedereen kan zich aanmelden voor het stookalert. Medewerkers van gemeenten, provincies, omgevingsdiensten en GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en kunnen de informatie uit het stookalert meenemen in publiekscommunicatie in hun regio.