Het norovirus is een virus dat een ontsteking van de darmen kan veroorzaken. Een infectie door norovirus is een besmettelijke ziekte.

Een infectie door norovirus wordt ook wel ‘buikgriep’ genoemd. Buikgriep komt in Nederland veel voor, vooral in de winter.

Niet iedereen die besmet is met het norovirus heeft wordt ziek.

De klachten kunnen zijn:

  • braken, dit is vaak heel heftig en kan heel plotseling beginnen,
  • diarree,
  • misselijk,
  • koorts,
  • hoofdpijn,
  • buikpijn of buikkramp.
     

De tijd tussen besmet raken en ziek worden is meestal 12 tot 48 uur.

Norovirus is erg besmettelijk. Het virus zit in ontlasting en braaksel van iemand die het virus bij zich draagt.

Iemand met een infectie door norovirus kan anderen besmetten via de handen. Na bezoek aan het toilet kan het virus op bijvoorbeeld de wc-bril, de spoelknop, de kraan of de deurklink zitten. Hierdoor kan het virus via de handen in de mond terechtkomen. Via de handen kan het virus ook op speelgoed, bestek, servies en eten terechtkomen.

Iemand die braakt kan anderen mensen in dezelfde ruimte besmetten. Door braken komen kleine druppeltjes in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en besmet raken. Als het virus in de lucht komt kan het ook op spullen terechtkomen. Via speelgoed, bestek, servies en eten kan het dan op de handen en in de mond komen en kan iemand besmet raken.

Iedereen kan een infectie door norovirus krijgen.

Sommige mensen hebben meer kans om ziek te worden. Vooral mensen die in groepen bij elkaar zijn. Bijvoorbeeld mensen in een verpleeghuis, de kinderopvang of als ze een groot feest bezoeken.

Sommige mensen worden erger ziek door het norovirus. Dit zijn vooral jonge kinderen, ouderen en mensen die al een ziekte hebben.

Was de handen met water en zeep:

  • voor het klaarmaken van eten of flesvoeding,
  • voor het eten,
  • nadat je naar het toilet bent geweest,
  • na het verwisselen van een luier of iemand op het toilet helpen,
  • na het schoonmaken, dus ook nadat je een vaatdoekje hebt gebruikt,
  • na aaien of knuffelen van dieren,
  • na hoesten, niezen of neus snuiten.

Handen wassen doe je zo:

  • Maak de handen goed nat onder stromend water.
  • Neem wat vloeibaar zeep uit een pompje.
  • Wrijf de handen over elkaar. Zorg dat er zeep op de binnenkant en buitenkant van de handen zit.
  • Wrijf goed alle vingertoppen in. Vergeet de duimen niet. Wrijf ook tussen de vingers.
  • Spoel de zeep goed af, onder stromend water.
  • Droog de handen goed af aan een schone handdoek of aan een papieren handdoek (keukenrol).

Zie ook de film 'Handen wassen - Doe het goed en vaak' van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Zorg voor een schoon toilet:

  • Laat iemand die ziek is een eigen toilet gebruiken. Kan dat niet? Maak dan het toilet direct schoon als de zieke naar het toilet is geweest. Vervang dan ook iedere keer de handdoek.
  • Verschoon elke dag de handdoek in het toilet of gebruik een keukenrol om de handen te drogen.
  • Spoel het toilet door met de deksel dicht.
  • Maak zeker 1 keer per dag het toilet schoon. Dit kan met een doekje en gewoon zeepsop, bijvoorbeeld met allesreiniger.
  • Let op de volgorde van schoonmaken: van schoon naar minder schoon. Begin met de deurklink, kraan, spoelknop. Doe daarna de toiletbril en de toiletpot.
  • Gebruik het doekje daarna niet om iets anders schoon te maken. Het is nog beter om doekjes te gebruiken die je weg kunt gooien.

Werk schoon en precies in de keuken:

  • Was de handen met water en zeep voor het klaar maken van eten.
  • Was de handen met water en zeep na het aanraken van rauw vlees.
  • Gebruik voor rauw vlees en rauwe groente aparte snijplanken.
  • Was messen tussendoor af of gebruik verschillende messen.
  • Was rauwkost en fruit altijd goed.
  • Verhit het eten heel goed.
  • Kook groente zeker 2 minuten.
  • Zorg dat vlees goed gaar is.
  • Maak geen gerechten met rauwe eieren.
  • Boodschappen gedaan? Zet ze zo snel mogelijk in de koelkast.
  • Laat eten niet langer dan 2 uur buiten de koelkast staan.

En verder:

  • Houd de nagels kort.
  • Laat iemand die ziek is een eigen tandenborstel, washandje en handdoek gebruiken.
  • Laat iemand die ziek is geen eten klaarmaken voor anderen.
  • Maak geen eten klaar zolang je diarree heeft.
  • Kleding of beddengoed waar ontlasting of braaksel in zit, kan in de wasmachine. Doe de wasmachine niet te vol. Was minimaal op 40 graden op het volledige wasprogramma. Droog dan de was in de droger of strijk de was zo heet mogelijk.
  • Heeft iemand gebraakt? Zet dan de deuren en ramen van de kamer waar gebraakt is 15 minuten open.
  • Zorg dat er de hele dag verse lucht binnen komt. Laat bijvoorbeeld een raam op een kier staan of zet het rooster in het raam open.
  • Maak speelgoed dat kinderen in de mond nemen elke dag schoon. Dit kan met gewone schoonmaakmiddelen.

Er is geen inenting om een infectie door norovirus te voorkomen.

De ziekte gaat meestal na 1 tot 4 dagen vanzelf over.

Zorg dat iemand die ziek is genoeg drinkt en zout en suiker binnen krijgt. Zo voorkom je dat iemand uitdroogt. Geef thee, water, bouillon en oplossing met suiker en zout (ORSoral rehydration salts). ORS kun je kopen bij de drogist of apotheek. Als je lang klachten houdt, bel dan de huisarts.

Is de diarree en het braken over en voelt een kind zich weer goed? Dan kan het gewoon naar de kinderopvang of naar school.

Heeft jouw kind een infectie door norovirus? Vertel het dan aan de pedagogisch medewerker of de leerkracht. Zij kunnen in overleg met de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op de klachten van een infectie door norovirus bij hun kind. Soms zijn extra maatregelen op de kinderopvang of op school nodig.

Een volwassene die zich goed voelt, kan gewoon werken. Werk je in de zorg of met kleine kinderen? Of in de voedselbereiding, bijvoorbeeld in een restaurant of een slagerij? Dan moet je eerst overleggen met je werkgever, de bedrijfsarts of de GGD voor je weer gaat werken.

Heb je meer vragen over norovirus?

Vraag het de GGD-afdeling Infectieziekten of de huisarts.

Is buikgriep hetzelfde als griep?

Nee, buikgriep en griep zijn totaal verschillende ziektes. De 'gewone' griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Buikgriep wordt veroorzaakt door norovirussen. De griepprik geeft bescherming tegen influenzavirus, niet tegen norovirus en dus ook niet tegen buikgriep.

Kan buikgriep door norovirus gevaarlijk zijn?

Dat is zeldzaam. Verreweg de meeste mensen zijn na 1 of 2 dagen ziekte weer op de been. In uitzonderlijke gevallen kunnen mensen uitdrogen, en als dat niet wordt onderkend zelfs overlijden. De gevallen die bekend zijn waren allemaal ouderen, die vaak al diverse andere gezondheidsklachten hadden. Bij mensen met een verzwakt afweersysteem kunnen in zeldzame gevallen langdurige klachten optreden.

Wat moet ik doen als ik buikgriep heb?

Er is geen geneesmiddel tegen deze vorm van buikgriep. Het belangrijkste is dat u voldoende vocht binnen krijgt. Bij twijfel kunt u het beste de huisarts raadplegen. Verder is het belangrijk dat iemand met buikgriep beseft dat hij of zij deze ziekte gemakkelijk kan overbrengen op anderen in de dagelijkse omgang of bij het klaarmaken van bijvoorbeeld een belegde boterham. Heel goed handen wassen dus! In huishoudens met zieken is het belangrijk om regelmatig het toilet schoon te maken en daarbij chloor te gebruiken. Vergeet ook de spoelknop en de deurknop niet!

Is het norovirus erg besmettelijk?

Ja, norovirus is erg besmettelijk, het wordt overgedragen via de fecaal-orale route: dat wil zeggen dat de diarree en het braaksel de besmettelijke virusdeeltjes bevatten. Het norovirus wordt dan ook onder meer overgebracht via handen die na toiletbezoek niet of niet goed zijn gewassen. Als de besmette persoon een voedsel klaarmaakt kan het virus ook in het eten terecht komen en zo weer nieuwe personen infecteren. Daarnaast komen veel virussen in het riool terecht. Aangezien het virus behoorlijk stabiel is kunnen bijvoorbeeld oesters en mosselen die in verontreinigd water zijn gekweekt ook norovirus bevatten.

Wanneer komen norovirusinfecties in het nieuws?

Norovirusinfecties komen vooral in het nieuws als ze bij groepen mensen voorkomen. Vooral in verzorgingshuizen, verpleeghuizen en kinderdagverblijven komen geregeld epidemieën voor waarbij het geen uitzondering is dat de helft van de ouderen of kinderen en de helft van het personeel tegelijkertijd ziek is. Ook op cruiseschepen wordt de reis nogal eens verstoord door norovirussen.

Wat doet het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu?

Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIbCentrum Infectieziektebestrijding) van het RIVM doet samen met andere instituten in de wereld onderzoek naar norovirussen (http://www.noronet.nl/). Wij proberen te achterhalen hoe norovirussen zich verspreiden, en waardoor er zulke grote verschillen zijn van jaar tot jaar.

Verder doet het CIb in samenwerking met enkele ziekenhuizen en de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en onderzoek naar verspreiding van norovirus binnen ziekenhuizen en vinden er studies plaats naar mogelijkheden om het virus onschadelijk te maken. Binnen Europa en samen met de NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt gekeken hoe vaak ons voedsel is betrokken bij norovirusinfecties en hoe dat is te voorkomen.

Naar folder: ‘Wat te doen bij diarree.’