Beweeggedrag hangt af van allerlei factoren 

We bewegen in huis, buitenshuis, op school of op het werk. We bewegen om ergens te komen en we bewegen in onze vrije tijd. Maar wat bepaalt nu of iemand veel of weinig beweegt? Dit hangt samen met veel factoren. Jongere mensen bewegen bijvoorbeeld meer dan oudere. Jongens en mannen bewegen ook meer dan vrouwen en meisjes. Voldoende fietspaden, winkels in de buurt, parken en sportmogelijkheden helpen om te bewegen. Door tijdgebrek bewegen mensen minder. In de factsheet Bewegen heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu deze factoren in kaart gebracht. 

Bewegen helpt chronische ziekten voorkomen

Volgens de Beweegrichtlijnen moeten volwassenen per week minimaal twee en een half uur matig intensief bewegen om gezond te blijven. Voor kinderen is dit minimaal een uur per dag. Je beweegt matig intensief als je wandelt, fietst, rustig zwemt. Ook de wat zwaardere huishoudelijke klussen, zoals ramen wassen of werken in de tuin vallen hieronder. Wie te weinig beweegt, loopt een grotere kans om chronische ziekten te krijgen. Ouderen hebben hierdoor ook een grotere kans op botbreuken.