Het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gevraagd om frequent representatieve gedragsindicatoren op te leveren om te kunnen presenteren op het Coronadashboard, zowel landelijk als naar veiligheidsregio. Het Coronadashboard geeft informatie over de ontwikkeling van het nieuwe coronavirus in Nederland. Door het dashboard aan te vullen met gedragsindicatoren krijgen we een beeld of het publiek de maatregelen steunt en de mate waarin mensen zeggen zich aan de maatregelen te houden. De uitkomsten geven beleidsmakers aanknopingspunten om maatregelen of campagnes te ontwerpen, om naleving te bevorderen en te faciliteren.

Om deze informatie te kunnen bieden is het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in het najaar van 2020 een aanvullend onderzoek gestart. Op basis van dit onderzoek wordt het Coronadashboard vanaf 10 december 2020 aangevuld met indicatoren voor de naleving van, en het draagvlak voor de gedragsregels. Bijvoorbeeld de mate waarin men in staat is drukte te vermijden, de mate waarin men zich aan de 1,5 meter regel houdt of de bereidheid om zich te laten testen. Deze gedragsindicatoren worden iedere drie weken geactualiseerd. 

Het onderzoek wordt gecoördineerd en geanalyseerd door de Corona Gedragsunit van het RIVM.

Naleving van en draagvlak voor de basis gedragsregels

Met de gegevens uit dit trendonderzoek is een beknopte analyse gemaakt van de resultaten over de periode 1  tot en met 7 juni 2021 naar de verschillen in naleving en draagvlak tussen de diverse gedragsregels. Ook is gekeken naar variatie daarvan tussen de veiligheidsregio’s. Elke drie weken wordt een nieuwe meting uitgevoerd. De analyses zullen dan ook geactualiseerd worden. 

Het onderzoek wordt gecoördineerd en geanalyseerd door de Corona Gedragsunit van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuDe dataverzameling vindt plaats via het internet met behulp van een geprogrammeerde vragenlijst.

Er is gekozen voor een disproportioneel gestratificeerde steekproef. Dat betekent dat er naar gestreefd wordt dat elke Veiligheidsregio voldoende vertegenwoordigd is in de steekproef (200 respondenten per Veiligheidsregio, per meting) ongeacht de bevolkingsomvang van de afzonderlijke Veiligheidsregio’s. Hierdoor kan landelijke spreiding van deelnemers worden gegarandeerd en kunnen regionale verschillen in kaart worden gebracht. Deelnemers aan het onderzoek worden geselecteerd uit het Kantar Consumentenpanel (NIPObase). De steekproef bestaat uit respondenten van 16 jaar en ouder. 

De vragenlijst is door het RIVM opgesteld en is gebaseerd op de basismaatregelen die door het kabinet worden geadviseerd. De vragenlijst wordt zo constant mogelijk gehouden voor valide vergelijkingen over de tijd en wordt driewekelijks afgenomen. Op 29 september 2020 is de eerste ronde gestart. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de data van de metingen en de bijbehorende respons.

  Datum Respons
Ronde 1                    29 sept - 5 okt                           5.026
Ronde 2 20 - 26 okt  5.262
Ronde 3 10 - 16 nov  4.890
Ronde 4 1  - 7 dec 4.976
Ronde 5 15 - 21 dec 5.294
Ronde 6  5-11 jan 2021 4.971
Ronde 7 26 jan - 1 feb 4.965
Ronde 8 16 - 22 feb 4.976
Ronde 9  9 - 15 mrt 5.076
Ronde 10 30 mrt - 5 apr 5.026
Ronde 11 20 - 26 apr 4.943
Ronde 12 11 - 17 mei 5.255
Ronde 13 1 - 7 juni 4.970

Elke ronde wordt de vragenlijst door in totaal ongeveer 5.000 personen ingevuld. De resultaten worden gewogen naar leeftijd, geslacht en opleidingsniveau op basis van CBSCentraal Bureau voor de Statistiek-populatiecijfers. Weging zorgt ervoor dat eventuele ondervertegenwoordiging van een bevolkingsgroep in de steekproef wordt gecompenseerd.

Het driewekelijks trendonderzoek verschilt qua onderzoeksdesign- en doel van het grootschalig onderzoek naar gedrag en welbevinden in coronatijd dat het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu elke zes weken houdt. Het trendonderzoek bekijkt in iedere regio van Nederland een representatieve groep en maakt daarmee vergelijking tussen regio’s mogelijk. 

Het grootschalig onderzoek volgt deelnemers over de tijd, kijkt naar veranderingen vanaf het begin van de coronacrisis, en leent zich door het meten van een veel breder scala aan factoren voor het verklaren van gedrag en gedragsveranderingen. 

Grootschalig onderzoek naar gedrag en welbevinden in coronatijd

Het grootschalig onderzoek heeft een longitudinaal design. Veranderingen over de tijd in onder meer gedrag, welbevinden en factoren die dit kunnen verklaren, worden gerapporteerd over mensen die aan meerdere meetrondes hebben deelgenomen. De deelnemers vormen een dynamisch cohort waarin in- en uitstroom op verschillende momenten plaatsvindt. 

Het grootschalig onderzoek heeft een groot aantal deelnemers (tussen 45.000 en 65.000 per ronde). Deze zijn op demografische kenmerken niet geheel representatief voor de Nederlandse bevolking. De data – ook gezien de grote aantallen - geven wel een goede indicatie van hoe het met Nederland gaat en van de veranderingen in gedrag, welzijn en draagvlak over tijd. Door de grote aantallen en de bredere inhoudelijke opzet (o.a. vragen over welzijn, communicatie, vertrouwen in de overheid) zijn verdiepingsslagen goed mogelijk. Het longitudinale design stelt ons in staat zowel naar relaties te kijken tussen deelnemers als binnen deelnemers over tijd. 

Trendonderzoek basismaatregelen

De onderzoeksopzet van het trendonderzoek is een cross-sectioneel design met verschillende deelnemers op verschillende meetmomenten. Het bevat veel minder onderwerpen dan het grootschalig onderzoek en stelt ons dus ook niet in staat om binnen deelnemers over tijd naar veranderingen te kijken.

De kracht van dit trendonderzoek is representativiteit van het sample en een korte vragenlijst zodat metingen elkaar sneller op kunnen volgen (elke 3 weken). Om representatieve cijfers op te leveren (voor bijvoorbeeld de Nederlandse bevolking of de bevolking van een Veiligheidsregio) zou het qua design het meest wenselijk zijn elke ronde een steekproef te trekken uit de Basisregistratie Personen. Omdat dat in de praktijk niet haalbaar is, is ervoor gekozen om de steekproef te trekken uit het panel van Kantar (n=95.000). 

De Kantar-panelleden zijn actief geworven uit NIPObase. Doordat respondenten alleen op uitnodiging panellid kunnen worden, is de selectiebias gering en kan er worden gestuurd op een goede spreiding naar achtergrondkenmerken.

De vragenlijst van het trendonderzoek is gebaseerd op de basismaatregelen die door het kabinet worden geadviseerd. Hierbij wordt zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van de items die sinds april de kern vormen van het vragenlijstonderzoek gedragsregels en welbevinden in coronatijd.

De respondenten is gevraagd of ze de volgende 10 gedragsregels hebben nageleefd en of ze achter deze maatregelen staan (draagvlak): 

  1. Houd 1,5 meter afstand: Is het in de afgelopen week gelukt om in situaties waarin je 1,5 meter afstand moet houden (bijvoorbeeld op het werk, op school, bij het boodschappen doen, bij bezoek ontvangen of op bezoek gaan, naar buiten gaan) ook daadwerkelijk die 1,5 meter afstand te houden?
  2. Is het druk? Ga dan weg: Is het gelukt om in de afgelopen week plekken te vermijden waar het eigenlijk te druk was om 1,5 meter afstand te houden. En indien de respondent minimaal 1 keer heeft aangegeven dat dit niet gelukt is, zijn ze toen omgekeerd of ergens anders naar toe gegaan omdat het te druk was. 
  3. Werk thuis, tenzij het niet anders kan: Werkt de respondent minimaal evenveel uren thuis als zijn of haar totaal aantal werkuren per week. Indien iemand geen werk heeft of niet thuis kan werken wordt dit niet meegenomen.
  4. Ontvang het maximaal aantal personen thuis: Is het gelukt om in de afgelopen week zich te houden aan het voorgeschreven maximaal aantal bezoekers van 13 jaar of ouder te ontvangen? (Tijdens de uitvraag van ronde 1 waren dat zes bezoekers, tijdens ronde 2: drie bezoekers, tijdens ronde 3: twee bezoekers, tijdens ronde 4: drie bezoekers, tijdens ronde 5 en 6: twee bezoekers, tijdens ronde 7 t/m 11: één bezoeker en tijdens ronde 12: twee bezoekers en ten tijde van ronde 13 werd dit versoepeld naar 4 bezoekers).
  5. Was vaak je handen: Hebben deelnemers meer dan 10 keer per dag hun handen gewassen in situaties dat dit moet? 

    In het grootschalige cohortonderzoek van de Gedragsunit wordt uitgebreider gekeken naar handen wassen en op basis daarvan kunnen we iets zeggen over hoe vaak het gemiddeld genomen lukt om handen te wassen in situaties waarbij dat zou moeten (bijvoorbeeld voor het eten, na toiletbezoek, bij het weggaan, bij thuiskomst etc.). Deze methode is, omwille van de lengte van de vragenlijst voor het Trendonderzoek niet gebruikt. In plaats daarvan is Handen wassen gebaseerd op een afkappunt van meer dan 10 keer en daarmee een vereenvoudigde maat waarbij enige nuance op zijn plek is. Aan de hoogte van het percentage is dus lastig vast te stellen of het voldoende is geweest of niet. Voor het trendonderzoek is ervan uitgegaan dat de regionale verschillen en de trend over tijd van deze maat wel constant is. Ruimtelijke en temporele variatie kan daarmee goed gemonitord worden.
  6. Hoest en nies in je elleboog: Hoe vaak is het gemiddeld genomen gelukt om in de elleboog te hoesten of niezen indien dit van toepassing was.
  7. Draag een mondkapje in publieke binnenruimtes: Is het de respondent in de afgelopen week altijd gelukt om in een publieke binnenruimte (supermarkt, andere winkels, gemeentehuis of bibliotheek) een mondkapje te dragen.
  8. Draag een mondkapje in het OVopenbaar vervoer: Indien respondent in afgelopen 3 weken met openbaar vervoer heeft gereid is het tijdens de laatste rit gelukt om de hele rit een mondkapjes te dragen (met uitzondering van iets eten of drinken). 
  9. Bij klachten, blijf thuis: Als respondent (mogelijk) corona gerelateerde klachten heeft, blijven ze dan binnen? Bij deze uitkomstmaat wordt sinds ronde 11 rekening gehouden met situaties waarbij deelnemers met klachten met een geldige reden wel naar buiten mogen. Dit betreft: na een negatieve testuitslag, om naar de teststraat te gaan, bij dringende (medische) hulp of om in hun eigen tuin/balkon te zitten. 
  10. Bij klachten, laat je testen: Als respondent (mogelijk) corona gerelateerde klachten heeft,  laten ze zich dan testen?

Om een aantal redenen is er niet voor gekozen om cijfers uit het grootschalig onderzoek te presenteren op het Coronadashboard. Ten eerste is de frequentie tussen de metingen lager (namelijk zes wekelijks). Ten tweede is de vragenlijst lang en onderhevig aan wijzigingen. Ten derde is het gekozen design, een dynamisch cohortonderzoek, met mogelijk selectieve uitval minder geschikt voor presentatie op het dashboard. Ten vierde, niet alle veiligheidsregio’s hebben representatieve cijfers voorhanden wegens het ontbreken van een eigen regio panel.

Kortom, het doel van het grootschalig vragenlijst onderzoek is anders, namelijk longitudinaal en verklarend, waar voor het dashboard monitoring onder representatieve samples (op het niveau van Veiligheidsregio’s) het doel is.

Verschil in resultaten tussen de twee onderzoeken zijn mogelijk te verklaren door:

  • Verschil in onderzoeksdesign zoals hierboven aangegeven.
  • Verschil in verwoording van de vragen. Het trendonderzoek houdt de basismaatregelen aan zoals op dit moment verwoord in officiële communicatie. Dit kan enigszins verschillen van het grootschalig onderzoek waar de verwoording sinds april alleen in noodzakelijke gevallen is aangepast om continuïteit in dataverzameling te borgen.
  • Verschil in meetmoment, waarbij op verschillende meetmomenten verschillende regels kunnen gelden.

Grote verschillen in resultaten tussen de meetrondes zijn mogelijk te verklaren door:

  • Een relatief lage respons (vergeleken met het grootschalig onderzoek), wat een grotere kans geeft op een variatie in uitkomsten. Met name in de vragen over naleving van 3 van de 11 gedragsregels (bij klachten: blijf thuis, bij klachten: laat je testen en draag een mondkapje in het OVopenbaar vervoer openbaar vervoer) is een relatief klein deel van de respondenten in de drie voorafgaande weken aan de enquête in een dergelijke situatie geweest. Dat betekent dat de respons voor deze vragen beduidend lager is dan voor de andere vragen, wat kan zorgen voor een grotere variatie in uitkomsten.
  • Aanpassingen in het beleid, aangekondigd in persconferenties.
  • Verschil in verwoording vragenlijst over de meetronden. Daar waar dit aan de orde is, wordt dit altijd aangegeven. 
    • Ronde 1 is lastiger te vergelijken met de volgende rondes. Na ronde 1 is de vragenlijst namelijk in lijn gebracht met de geldende basismaatregelen zoals ze door de Rijksoverheid worden gecommuniceerd. Daarbij zijn de basisregels als leidraad genomen. Daarvoor is een gewijzigde vraagstelling doorgevoerd.
    • In ronde 4 is er een aanpassing geweest in de mondkapjes in ov vraag, vanwege mogelijke misinterpretatie van de vraag. Deze wijziging kan een mogelijk verschil opleveren in resultaat.
    • De vaccinatiebereidheid wordt vanaf ronde 7 alleen uitgevraagd bij deelnemers die nog geen uitnodiging hebben ontvangen. 
    • Vanaf ronde 12 wordt niet meer het percentage vaccinatiebereidheid gerapporteerd, maar het percentage mensen dat al minimaal één vaccinatie heeft gehad of bereid is zich te laten vaccineren. Tot en met ronde 5 waren er nog geen mensen die een vaccinatie hebben gehad. Vanaf ronde 6 neemt dit vaccinatiepercentage elke ronde toe.
    • Resultaten over naleving van en draagvlak voor de maatregel van maximaal aantal bezoekers ontvangen kan variëren doordat er in verschillende meetrondes verschillende maximale aantallen zijn uitgevraagd:
    • Tijdens ronde Maximum aantal toegestane bezoekers
          1      6
          2      3
          3      2
          4      3
          5      2
          6      2
          7      1
          8      1
          9      1
         10      1
         11      1
         12      2

         13

           4

Open data

De data die ten grondslag liggen aan de gedragsindicatoren op het Coronadashboard worden integraal online gepubliceerd op data.rivm.nl