Belangrijk bij het lezen van de resultaten

Belangrijk bij het lezen van de resultaten:

  • Vanaf ronde 31 (oktober 2022) wordt het trendonderzoek uitgevoerd met een ander onderzoeksbureau en dus een ander panel dan daarvoor. Dit zorgt voor een mogelijke trendbreuk waardoor veranderingen ten opzichte van de meetrondes voor oktober mogelijk niet eenduidig zijn. 
  • Door de gebruikte methoden zoveel mogelijk gelijk te houden, trachten we de vergelijkbaarheid met eerdere meetrondes wel zo hoog mogelijk te houden. Na validatie van het verloop van de verschillende indicatoren naast andere variabelen uit dit onderzoek en naast externe databronnen (zie achtergrondinformatie), is er geen duidelijk bewijs dat er sprake is van trendbreuk. 

Ten tijde van de Covid-19 pandemie werd voor het landelijke Coronadashboard driewekelijks een onderzoek uitgevoerd. Sinds 23 maart 2022 zijn vrijwel alle maatregelen afgeschaft. Daarna zijn de metingen vierwekelijks uitgevoerd, met uitzondering van het interval tussen ronde 30 (21-27 juni jl.) en ronde 31 (11-17 okt), dat bijna 4 maanden was. Voor het onderzoek wordt een steekproef getrokken uit een panel dat op demografische kenmerken zo representatief mogelijk is voor de Nederlandse bevolking. Tussen 8 en 14 november jl. heeft hiervoor de 32e meting plaatsgevonden. Deelnemers krijgen vragen over het volgen van en draagvlak voor de basis gedragsadviezen die nog gelden in Nederland. Deze rapportage is een beknopt verslag van de huidige meting.  

Geen maatregelen maar adviezen

Op het moment van deze meting golden enkel de basisadviezen om de verspreiding van het virus te beperken. Een aantal van de afgeschafte adviezen (zoals thuiswerken) wordt nog gemonitord. Hiervan vinden echter geen draagvlakmetingen meer plaats. Basisadviezen die blijven gelden zijn hygiënemaatregelen zoals hoesten en niezen in de elleboog, regelmatig handen wassen, testen en thuisblijven bij klachten, zorgen voor voldoende frisse lucht en in isolatie gaan na een positieve (zelf)test.

Het volgen van gedragsadviezen

Figuur 1 geeft een beeld van het naleven van de gedragsadviezen over de tijd. Net als vorig najaar is er de laatste twee rondes een forse afname in het aantal deelnemers dat hun woning ventileert. Mogelijk hangt dit samen met de lagere buitentemperatuur in combinatie met de hoge gasprijzen. Daarentegen zien we ten opzichte van de vorige meetronde een lichte stijging in het aantal deelnemers dat zich laat testen bij klachten. De naleving van de andere adviezen is relatief stabiel gebleven ten opzichte van de vorige meetronde in oktober.

Figuur 1 trend in naleving ronde 32

Figuur 1: Ontwikkeling van naleving voor de basis gedragsadviezen

Draagvlak voor de gedragsadviezen

Een ruime meerderheid staat achter de gedragsadviezen (figuur 2). Het laagste draagvlak zien we voor het advies om thuis te blijven bij klachten: zeven op de tien deelnemers staan daar achter. Dat is een verdere lichte daling ten opzichte van de vorige meting, in een al langer dalende trend. Vorig najaar stonden nog negen op de tien deelnemers achter dit advies. Deelnemers rapporteren het in vergelijking met eerder in de pandemie nu moeilijker te vinden om dit advies na te leven en zien ook anderen dit minder doen (cijfers niet in figuur). Ook voor het ventileren van de woning zien we een afname in draagvlak; toch staat nog bijna negen op de tien deelnemers achter dit advies. Acht op de tien deelnemers staan achter de adviezen om te testen bij klachten, regelmatig handen te wassen en te hoesten/niezen in de elleboog. Negen op de tien staan achter het advies om thuis te blijven na een positieve test. Het draagvlak voor deze laatste vier gedragsadviezen is relatief stabiel ten opzichte van de laatste meting in oktober. 

Figuur 2 trend in draagvlak ronde 32

Figuur 2: Ontwikkeling van draagvlak voor de basis gedragsadviezen

Naleving testen en thuisblijven bij klachten

Vier op de tien deelnemers rapporteert minimaal één coronagerelateerde klacht te hebben gehad in de vier weken voorafgaand aan het onderzoek (figuur 3). Dat is ongeveer gelijk aan de laatste meting. De huidige meting wijkt meer af van resultaten uit Infectieziektenradar dan vorige metingen. Infectieradar is gebaseerd op een rapportage van klachten in de afgelopen week; in het trendonderzoek vragen we naar klachten in de afgelopen vier weken. Dat zou kunnen verklaren waarom een daling in klachten in Infectieradar vertraagd wordt gezien in het trendonderzoek Opvallend is dat coronagerelateerde klachten vaker worden gerapporteerd naarmate deelnemers jonger zijn: onder 16-24-jarigen was dit zes op de tien, terwijl van de deelnemers die 70 jaar of ouder zijn slechts drie op de tien coronagerelateerde klachten rapporteert; de tussenliggende leeftijdsgroepen zitten hier tussenin (cijfers niet in figuur). Omdat het om zelfrapportage gaat, is het niet duidelijk of werkelijk minder oudere deelnemers klachten hebben, of dat oudere deelnemers klachten minder goed herkennen of vaker toeschrijven aan andere aandoeningen. Van de deelnemers die minimaal één klacht hadden, bleef iets meer dan de helft thuis terwijl ze klachten hadden (figuur 4). Bijna zeven op de tien deelnemers met klacht(en) deed een coronatest, vrouwen (72%) vaker dan mannen (62%). De meerderheid gebruikte een zelftest (zie figuur 5).

Figuur 3 klacht+infectieradar ronde 32

Figuur 3:  Percentage deelnemers met minimaal één coronagerelateerde klacht

Figuur 4 Naleving testen thuisblijven ronde 32

Figuur 4:  Naleving van (zelf)testen en thuisblijven bij klachten

Figuur 5 testen bij klachten ronde 32

Figuur 5: Testen bij klachten

Trend van (sociale) activiteiten en mobiliteit 

Figuur 6a toont het percentage deelnemers dat heeft aangegeven in de week voorafgaand aan de meting naar buiten te zijn geweest voor een activiteit. De sociale activiteit van deelnemers ligt in de afgelopen twee rondes voor de meeste activiteiten iets hoger dan bij voorgaande rondes. We kunnen niet uitsluiten dat dat (deels) wordt verklaard door de trendbreuk als gevolg van het nieuwe onderzoekspanel. Negen op de tien deelnemers zijn naar buiten geweest voor boodschappen, acht op de tien gingen een frisse neus halen en/of op bezoek bij vrienden of familie en zeven op de tien deelnemers gingen naar het werk. Een op de tien deelnemers geeft aan dat 1,5 meter afstand wordt gehouden op het werk, bij het boodschappen doen, of bij familie en vrienden (figuur 6b). Buiten bij het halen van een frisse neus zegt bijna zes op de tien deelnemers afstand te kunnen houden van anderen. Er wordt buiten, op het werk en tijdens bezoek aan vrienden of familie minder afstand gehouden dan vorig najaar. 

Figuur 6A Naar buiten voor werk ronde 32

Figuur 6a: Percentage deelnemers dat in afgelopen week minimaal 1 keer naar buiten is geweest om te werken, om boodschappen te doen, familie of vrienden te bezoek en/of om een frisse neus te halen

Figuur 6B 1,5m afstand werk ronde 32

Figuur 6b: Percentage deelnemers dat rapporteert dat mensen (zelden of nooit) dichterbij kwamen dan 1,5 meter tijdens de laatste keer dat ze naar buiten gaan om te werken, boodschappen te doen, familie of vrienden te bezoeken of een frisse neus te halen

Als we verder inzoomen op de sociale activiteit zien we dat de helft van de deelnemers naar buiten is gegaan om naar de horeca te gaan, drie op de tien deelnemers ging naar een feestje en twee op de tien naar een culturele instelling (figuur 7a). Deze aantallen zijn gelijk aan de vorige ronde. We zien dat het afstand houden bij deze activiteiten gestabiliseerd is: slechts bij een op de tien komen andere mensen tijdens deze activiteiten zelden of nooit dichterbij dan 1,5 meter (figuur 7b). 

Figuur 7A Naar buiten voor horeca ronde 32

Figuur 7a: Percentage deelnemers dat in afgelopen week minimaal 1 keer naar buiten is geweest om naar een horecagelegenheid (café, restaurant) te gaan, naar een culturele instelling (bioscoop, theather, museum) te gaan en/of om naar een feestje te gaan (verjaardag, bruiloft)

Figuur 7B 1,5m afstand in horeca ronde 32

Figuur 7b: Percentage deelnemers dat rapporteert dat mensen (zelden of nooit) dichterbij kwamen dan 1,5 meter tijdens de laatste keer dat ze naar buiten gaan om een horecagelegenheid (café, restaurant) te gaan, naar een culturele instelling (bioscoop, theather, museum) te gaan en/of om naar een feestje te gaan (verjaardag, bruiloft). De cijfers bij culturele instelling en horeca zijn gedurende de sluiting weggelaten

Zorgen om het coronavirus

Een op de tien deelnemers zegt zich zorgen te maken om het coronavirus (figuur 8). Dat aandeel is gedaald ten opzichte van de vorige meting en zit nu op het laagste punt sinds dit wordt gemeten. In oktober 2020 maakte ruim zes op de tien zich nog zorgen. In het jaar 2021 is dat gedaald tot vier op de tien (begin oktober 2021). Daarna steeg het percentage deelnemers dat zich zorgen maakte weer naar zes op de tien, op dat moment speelde de opmars van de nog onbekende omikronvariant. In 2022 zien we een hele rij metingen waar een daling te zien is en het aantal mensen dat zich zorgen maakte een minderheid werd. Oudere deelnemers maken zich meer zorgen dan jongere deelnemers, maar het verschil tussen leeftijdsgroepen neemt af: in de huidige meting zeggen twee op de tien deelnemers van 70 jaar of ouder zich zorgen te maken tegenover een op de tien deelnemers die jonger zijn dan 70 (cijfers niet in figuur).

Figuur 8 Zorgen over corona ronde 32

Figuur 8: Percentage deelnemers dat zich zorgen maakt over het coronavirus

Risicomijding

Vier op de tien deelnemers zegt (erg) zijn best te doen om te voorkomen dat ze besmet raken met het virus. Dat is een verdere daling ten opzichte van de vorige meting (figuur 9). In het eerder gebruikte onderzoekspanel was te zien dat dit percentage vorig jaar (2021) vanaf begin oktober tot half december een stijgende lijn had. Tot begin mei zagen we een dalende trend, waarna het tot ronde 30 ongeveer gelijk bleef. In de huidige ronde is een duidelijk verband met leeftijd te zien: van de 55-69-jarigen en 70+-ers zeggen zes op de tien deelnemers (erg) hun best te doen om te voorkomen dat ze besmet raken; bij 40-54-jarigen is dat vier op de tien, bij deelnemers tussen 25 en 39 jaar drie op de tien, en bij 16-24-jarigen twee op de tien; vrouwen zeggen ook meer hun best te doen om niet besmet te raken dan mannen (vijf vs. vier op de tien) (cijfers niet in figuur).

Figuur 9 Best doen om corona te voorkomen ronde 32

Figuur 9: Percentage deelnemers dat zijn/haar best doet om te voorkomen dat ze besmet raken met het coronavirus

Vertrouwen in coronabeleid van de overheid en proportionaliteit van de maatregelen

Deelnemers zijn verdeeld in hun mening over het coronabeleid van de overheid: bijna vier op de tien (38%) zegt redelijk veel tot heel veel vertrouwen te hebben in het coronabeleid van de overheid, drie op de tien (34%) hebben een beetje vertrouwen en nog eens drie op de tien (28%) hebben weinig tot helemaal geen vertrouwen in het coronabeleid. Een meerderheid van 8 op de 10 deelnemers vindt dat de overheid op dit moment voldoende maatregelen neemt (figuur 10). 1 op de 10 vindt dat er (veel) te weinig maatregelen worden genomen, en 1 op de 10 vindt dat er (veel) te veel maatregelen zijn. 

Figuur 10 proportionaliteit ronde 32

Figuur 10: Propotionaliteit coronamaatregelen

Vaccinaties

In deze meetronde gaf 91,6% van de deelnemers aan ten minste één vaccinatie te hebben gehad, 87% heeft de volledige basisserie gehad en 79% heeft een booster gehad. Van de deelnemers die de basisserie hebben gehad, heeft 42% dit najaar een herhaalprik gehaald.

Aan deelnemers die nog geen herhaalprik hebben gehaald maar wel de basis coronavaccinaties hebben gehad, is gevraagd of zij nog van plan zijn om dit najaar de herhaalprik te gaan halen. 33% zegt de herhaalprik te willen gaan halen; 36% wil geen herhaalprik, en 31% weet het nog niet. De vaccinatiebereidheid is hoger onder oudere dan onder jongere deelnemers (zie figuur 11): van de 70+-ers zegt 9 op de 10 de vaccinatie te willen gaan halen of al te hebben gehaald, en dat geldt ook voor bijna 8 op de 10 deelnemers tussen 55 en 69 jaar. In de leeftijdsgroepen daaronder daalt het percentage deelnemers dat een vaccinatie wil halen: 56% van 40-54-jarigen, 47% van 25-39-jarigen, en 31% van de 16-24-jarigen.

Figuur 11 Van plan herhaalprik ronde 32

Figuur 11: Vaccinatiebereidheid voor de herhaalprik, uitgesplitst naar leeftijd

Informatie over de herhaalprik

Aan deelnemers die wel de basisserie maar nog geen herhaalvaccinatie hebben gehaald, is gevraagd of zij wisten dat ze daarvoor in aanmerking kwamen. Acht op de tien zegt daarvan op de hoogte te zijn, en daarnaast geeft een klein deel aan dat dit op hen niet van toepassing is omdat ze niet in aanmerking komen door een recente besmetting of vaccinatie. Het aantal deelnemers dat op de hoogte is, is relatief lager onder deelnemers tussen 16 en 24 jaar, 24% van hen gaf aan niet te weten dat ze in aanmerking kwamen voor een herhaalprik. 

Driekwart van de totale groep deelnemers zegt een of meerdere spotjes of advertenties te hebben gezien over de herhaalprik; voor de meesten was dat op televisie (59% van de deelnemers) of de radio (24%; deelnemers konden meerdere antwoorden selecteren). Van de deelnemers die een spotje of advertentie over de coronavaccinatie hebben gezien en zich die ook nog konden herinneren (59% van degenen die een spotje hadden gezien), geven bijna negen op de tien aan dat dit geen invloed had op hun beslissing om wel of niet de vaccinatie te gaan halen. 

Een kwart van de deelnemers vindt dat de overheid te weinig of veel te weinig informatie heeft gegeven over de herhaalprik. Dit geldt vooral voor jongere deelnemers (figuur 12) en voor hoger opgeleide deelnemers (34% van de hoger opgeleide deelnemers vindt dat de overheid te weinig informatie heeft gegeven, tegenover respectievelijk 24% en 16% van de deelnemers met midden en laag opleidingsniveau).

Figuur 12 Informatie herhaalprik ronde 32

Figuur 12: Perceptie van hoeveelheid informatie die de overheid heeft gegeven over de herhaalprik, uitgesplitst naar leeftijd.

Welbevinden

Vanwege het beëindigen van het cohort vragenlijstonderzoek, werden vanaf de vorige meetronde vragen over psychische gezondheid en ervaren eenzaamheid opgenomen in het trendonderzoek. Psychische gezondheid (zie figuur 15) neemt toe met leeftijd: 70% van de 16-24-jarige deelnemers lijkt psychisch gezond, tegenover 92% van de 55 - 69 jarige deelnemers en 94% van de 70+-jarige deelnemers. Ervaren eenzaamheid (zie figuur 16) neemt af met leeftijd. Waar onder 16-24-jarigen 52% zich enigszins tot sterk eenzaam voelt, rapporteert slechts 39% van de deelnemers van 70 jaar of ouder zich enigszins tot sterk eenzaam te voelen. Uit het cohort vragenlijstonderzoek bleek dat de verschillen tussen leeftijdsgroepen toenamen ten tijde van stevigere maatregelen.

Figuur 13 Psychische gezondheid ronde 32

Figuur 13: Psychische gezondheid, uitgesplitst naar leeftijd

Figuur 14 Eenzaamheid ronde 32

Figuur 14: Eenzaamheid, uitgesplitst naar leeftijd

Over de deelnemers

Aan de 32e ronde deden 5.026 deelnemers mee. De man-vrouw, leeftijds- en opleidingsverdelingen staan gepresenteerd in tabel 1.

De door ons gepresenteerde cijfers worden gewogen naar leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en provincie zodat ze een zo representatief mogelijk beeld geven van de Nederlandse bevolking. 

    N = 5.026
Geslacht    
  man 47,8%
  vrouw 51,9%
Leeftijd    
  16-24 jaar 5,5%
  25-39 jaar 18,8%
  40-54 jaar 19,8%
  55-69 jaar 39,0%
  70+ 16,9%
Opleidingsniveau    
  laag 22,2%
  midden 36,7%
  hoog 41,1%

Tabel 1: Achtergrondkenmerken van de deelnemers