Naast het grootschalig vragenlijstonderzoek wordt er voor het Coronadashboard driewekelijks een steekproef getrokken die representatief is voor de Nederlandse bevolking en waarvan de resultaten uit te splitsen zijn naar Veiligheidsregio’s. Tussen 13 juli en 19 juli jl. heeft hiervoor de vijftiende meting plaatsgevonden. Aan deelnemers is gevraagd naar naleving van en draagvlak voor de basis gedragsregels die gelden in Nederland vanwege de corona-pandemie. Deze rapportage is een beknopt verslag van de belangrijkste veranderingen ten opzichte van de vorige meting. De vorige meting had als uitzondering een cyclus van 4 weken zodat het afschaffen van enkele maatregelen buiten de meetperiode vielen. Deze ronde heeft daarom een cyclus van 2 weken om het geplande publicatieschema aan te houden. Sinds ronde 14 zijn drie regels niet meer van toepassing (‘draag een mondkapje in publieke binnenruimtes’, ‘ontvang een maximum aan bezoekers thuis’ en ‘werk thuis tenzij het niet anders kan’). Echter, thuiswerken tenzij het niet anders kan is weer opnieuw ingevoerd als basisregel, maar omdat dit midden in de meetperiode viel, presenteren we dat deze ronde niet.

Naleving van de gedragsregels

Figuur 1(a en b) geeft een beeld van de naleving van, en het draagvlak voor de basis gedragsregels. De groene en rode lijnen betreffen een statistisch significante verandering ten opzichte van de meting drie weken eerder. In deze ronde is geen enkele maatregel statistisch significant afgenomen (er zijn dus geen rode lijnen). Bij de gele lijnen is er geen sprake van een statisch significante verandering omdat de verandering ten opzichte van de ronde ervoor minimaal was. 

De bovenste grafiek in figuur 1 toont dat in de laatste meetronde (13 juli – 19 juli) de naleving van de gedragsregels varieert van 34,6% voor ‘was vaak je handen’ tot 96,1% voor het ‘dragen van een mondkapje in het openbaar vervoer’. 

Vaak handen wassen is de gedragsregel waarvan de minste deelnemers aangeven dat ze deze de afgelopen week hebben nageleefd. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat het gerapporteerde percentage is gebaseerd op minimaal 10 keer handen wassen per dag, wat een arbitrair afkappunt is. Uit het grootschalig cohort onderzoek van de Corona Gedragsunit blijkt dat wanneer men in een situatie belandt waarin je je handen behoort te wassen (bijvoorbeeld bij thuiskomst, op bezoek gaan, na toiletbezoek, etc), dit in gemiddeld 75% van de gevallen lukt. Dit is dus een andere maat.

Deze grafiek geeft ook de ontwikkeling van de naleving tussen de laatste (13 juli – 19 juli) en de voorlaatste meting (29 juni – 5 juli) weer. Hieruit blijkt dat van drie van de zeven gedragsregels de naleving is gestegen. ‘Laat je testen bij klachten’ kende met 11 procentpunt de grootste stijging, gevolgd door ‘thuisblijven bij klachten’ (+7 procentpunt) en ‘was vaker dan 10 keer je handen’ (+3 procentpunt). Naleving van de andere vier gedragsregels is stabiel. 

Figuur 1a De ontwikkeling van naleving van de gedragsregels in ronde15
Figuur 1b De ontwikkeling van draagvlak voor de gedragsregels in ronde15

Figuur 1(a en b): Ontwikkeling van naleving en draagvlak voor de basis gedragsregels (groen: statistisch significante toename; geel: geen statistisch significante toe- of afname)

 

Draagvlak voor de gedragsregels

In het onderste deel van figuur 1 is te zien dat het draagvlak in de laatste meetronde varieert van 79,8% voor ‘was vaak je handen’ tot 88,9% voor ‘thuisblijven bij klachten’.

Deze figuur toont dat van de 7 gedragsregels er 3 statistisch significant toegenomen zijn. Dit gaat om kleine toenames van 2 à 3 procentpunt. De overige gedragsregels zijn gelijk gebleven.
 

Trends over tijd

Figuur 2 toont per gedragsregel de trend sinds het begin van de metingen begin oktober 2020. Vanaf die tijd was er elke drie weken een meting naar naleving van en draagvlak voor de gedragsregels onder de bevolking. De vorige en de huidige meting hadden als uitzondering een cyclus van respectievelijk 4 en 2 weken zodat het afschaffen van enkele maatregelen buiten de meetperiode viel. Tevens is er informatie verzameld over de eigen effectiviteit. Dit houdt in dat aan deelnemers is gevraagd hoe moeilijk of makkelijk ze een maatregel vinden. In figuur 2 is het percentage deelnemers weergegeven dat een maatregel (heel) makkelijk vindt.

Wat opvalt is dat draagvlak en naleving voor sommige maatregelen ver uit elkaar liggen. Voor één gedragsregel ligt het draagvlak lager dan de naleving. Voor de andere regels ligt het draagvlak juist hoger dan de naleving. 

Voor de indicator ‘Blijf thuis bij klachten’ moet opgemerkt worden dat er sprake is van een trendbreuk vanaf ronde 11 wegens een verbeteringsslag die is gemaakt in de berekening. Door het stellen van een extra vraag aan de respondenten houden we nu rekening met geldige redenen om naar buiten te gaan ondanks dat je klachten hebt. Een voorbeeld is om een dringende medische reden of om je te laten testen. Zie ook het verantwoordingsdocument

Als we kijken naar de eigen effectiviteit, dan zien we dat het percentage deelnemers dat een gedragsregel (heel) makkelijk vindt vaak dezelfde trend volgt als het draagvlak voor diezelfde gedragsregel. De eigen effectiviteit ligt over het algemeen alleen wat lager, waarbij het verschil tussen draagvlak en het percentage deelnemers dat dit (heel) makkelijk vindt het grootst is bij ‘afstand houden’ en ‘vermijd drukke plekken’ .  

Trend in het gedrag van naleving, draagvlak en eigen effectiviteit van gedragsregels.

Figuur 2: Trends in naleving, draagvlak en effectiviteit van de gedragsregels.

 

Verschillen per regio

Er zijn drie gedragsregels waarvan de steekproefgrootte niet toereikend is voor regionale uitsplitsing wegens te weinig waarnemingen voor een betrouwbaar kaartbeeld. Het betreft: 1) thuisblijven bij klachten, 2) laten testen bij klachten en 3) het dragen van een mondkapje in het openbaar vervoer. Slechts een beperkt aantal respondenten is namelijk in zo’n situatie geweest (dat wil zeggen weinig respondenten hadden coronagerelateerde klachten of hebben aangegeven dat ze in de afgelopen drie weken met het openbaar vervoer hadden gereisd). 

Van de overige zeven gedragsregels zijn regionale kaarten over zowel de naleving als draagvlak beschikbaar. De variatie tussen de regionale cijfers verschilt per gedragsregel. De cijfers van de regio met de laagste waarde en de regio met de hoogste waarde (en het verschil) zijn weergegeven in onderstaande tabel (zie ook figuur 3 en 4).

Tabel 1: Regionale variatie (min, max, verschil) in naleving en draagvlak van gedragsregels. 

Naleving Min(%) Max(%) Verschil(%)
Hoest en niest in de elleboog 55,3 68,8 13,5
Houdt 1,5 meter afstand 59,9 66,1   6,2
Vermijdt drukke plekken 53,9 76,1 22,2
Wast vaak de handen (>10 keer per dag) 26,7 42,7 16
Draagvlak Min(%) Max(%) Verschil(%)
Hoest en nies in de elleboog 81,2 91   9,8
Houd 1,5 meter afstand 79,6 88,6   9
Vermijd drukke plekken 84,2 91,7   7,5
Was vaak de handen (>10 keer per dag) 72,4 88,1 15,7

De regionale variatie bij de naleving van de gedragsregels ligt tussen de 6,2% en 22,2% en voor het draagvlak tussen de 9,0% en 15,7%. Bij het naleven van ‘vermijd drukke plekken’ zien we de grootste variatie (22,2%) tussen de veiligheidsregio’s. Bij draagvlak zien we de grootste regionale variatie (15,7%) bij ‘was vaak de handen’.

De kleinste regionale variatie bij naleving zien we bij de gedragsregel ’afstand houden’ (6,2%). Bij draagvlak betreft het ‘vemijd drukke plekken’ (7,5%). 

Van de gedragsregels zijn er vier als kaart met een regionale uitsplitsing beschikbaar op het Coronadashboard van de Rijksoverheid. 

Kaart van naleving van de gedragsregel 1,5 meter afstand houden (ronde15)
Landelijk overzicht naleving gedragsregel: vermijd drukke plekken (ronde15)

 

Gevaccineerd of bereid tot vaccinatie

Het percentage deelnemers dat gevaccineerd is of bereid is zich te laten vaccineren is sinds begin januari licht gestegen. Tot en met meetronde 5 bestaat dit cijfer alleen uit deelnemers die zeggen bereid te zijn zich te laten vaccineren. Vanaf meetronde 6 (afgenomen in januari 2021) wordt ook het percentage deelnemers dat al minimaal één vaccinatie heeft ontvangen meegenomen in dit cijfer. Dit laatste deel neemt toe bij elke meting. In de laatste meetronde geeft 89,5% van de deelnemers aan gevaccineerd te zijn of bereid te zijn zich te laten vaccineren. In onderstaande grafiek staat een uitsplitsing naar leeftijd. De grootste stijging zien we bij de groep van 16-24 jaar: 3,3 procentpunt.

Grafiek van gevaccineerden of bereidheid tot vaccinatie naar leeftijd (ronde 15)

Figuur 5: Gevaccineerd of bereid tot vaccinatie naar leeftijd.

Over de deelnemers

Aan de vijftiende ronde deden 4.869 deelnemers mee. De man-vrouw, leeftijds- en opleidingsverdeling staat gepresenteerd in onderstaande tabel.

De door ons gepresenteerde cijfers worden gewogen naar leeftijd, geslacht en opleidingsniveau zodat ze een zo representatief mogelijk beeld geven van de Nederlandse bevolking en de bevolking naar Veiligheidsregio.  

    N=4.869
Geslacht    
  man 49,3%
  vrouw 50,7%
Leeftijd    
  16-24 jaar 10,2%
  25-39 jaar 19,3%
  40-54 jaar 23,6%
  55-69 jaar 27,1%
  70+ 19,8%
Opleidingsniveau    
  laag 23,0%
  midden 38,8%
  hoog 38,2%

Resultaten van de zestiende meting worden half augustus alleen gepubliceerd op het Coronadashboard.