Nederland telt iets meer dan 6.500 basisscholen met iets minder dan 1,5 miljoen stoeltjes voor even zoveel dartelende kinderen. Er zijn vooral veel overeenkomsten tussen scholen. Maar verschillen zijn er vanzelfsprekend ook. En die verschillen uiten zich onder meer in de uitvoering van de coronamaatregelen. Dit levert een veelkleurig beeld op dat onder meer voortvloeit uit verschillen in cultuur en achtergrond.

De interviews zijn afgenomen in april 2021.

Voor dit verhaal spraken we met Antoinette Crawfurd-Smit, directeur van basisschool Het Zand in Utrecht en Cordula Knupfer, leerkracht op de Vrije Basisschool De Regenboog in Eindhoven. Het Zand is een reguliere basisschool met een zeer hoog spreidingsgetal. Dat wil zeggen dat de achtergrond van de leerlingen (360 totaal) heel divers is. De Regenboog is een basisschool op antroposofische grondslag en heeft overwegend leerlingen (circa 500 totaal) met hoogopgeleide ouders.

Weloverwogen tegen de regels in

De uitbraak van de pandemie leidde tot een tsunami van aanpassingen voor zowel onderwijzend als ondersteunend personeel in het basisonderwijs. Als met de eerste lockdown in maart 2020 de schooldeuren sluiten begint het werk thuis. Een totaal nieuwe ervaring waarin online onderwijs soms het uiterste vergt van leerkrachten: hun huiskamer moest worden omgetoverd tot leslokaal en aan dezelfde eettafel volgden eigen kinderen vaak hun eigen online lessen. De vreugde is dan ook groot als de scholen weer open mogen. Vooral voor de leerlingen. Het personeel wacht echter nieuwe uitdagingen.

"Ons schoolgebouw is prachtig, maar als alle leerlingen binnen zijn is het vol", vertelt Cordula Knupfer van de Vrije Basisschool in Eindhoven. Het personeel heeft moeten zoeken naar passende mogelijkheden om de leerlingenstromen goed te organiseren. "Leerlingen komen en gaan nu in vaste groepen via vaste in- en uitgangen de school binnen." Ouders mogen niet meer in de school komen en ook het plein is verboden terrein. Daarnaast worden de leerlingen per groep gescheiden gehouden tijdens de pauze.

"We hebben van iedere groep een eigen bubbel gemaakt en dat werkt vooralsnog goed", zegt Cordula. Het is een puzzel van veel stukjes. "Je wilt de kinderen ruimte geven om voluit te kunnen spelen. Maar er is nog steeds maar één schoolplein. Daarom ben ik uitgeweken naar een alternatieve plek om te spelen buiten de school en daar ga ik nu met mijn groep naartoe."

Basisonderwijs - RIVM Corona Gedragsunit

Op basisschool Het Zand in Utrecht werden ze na de eerste lockdown geconfronteerd met een heel ander probleem. "Ons gebouw was niet in orde en de ventilatie heel slecht", legt Antoinette Crawfurd-Smit uit. "De maatregelen van de overheid, ná de eerste lockdown, schreven voor dat we alle kinderen hele dagen in school onderwijs moesten aanbieden. Maar dat was onder de omstandigheden niet veilig en betekende daarnaast dat leerkrachten gedurende de dag geen pauze konden nemen. Dat wilden we uitdrukkelijk voorkomen. We hebben toen besloten van de regels af te wijken." Groepen werden gesplitst: de ene helft kreeg in de ochtend les, zonder pauze. De andere helft in de middag. Ook zonder pauze. Tussen de twee groepen door werden de deuren en ramen tegen elkaar opengezet en werden de bewegingen in en rond de school tot een minimum beperkt. "Dat werkte goed", vertelt Antoinette, "maar het was tegen de regels van de overheid in."

Basisscholen zijn 'kleine ecosystemen' met ieder een eigen signatuur. Om de pandemie te bestrijden houden scholen in hun aanpak rekening met factoren als achtergrond, wensen en opvattingen van de ouders en kinderen. Geloofsovertuiging maar bijvoorbeeld ook de grootte, omgeving of het bouwjaar van het schoolgebouw doen er toe. In dit voorbeeld zien we dat verschillende overtuigingen en waarden van ouders leiden tot uiteenlopende afwegingen, maar desondanks hetzelfde gedrag tot gevolg kunnen hebben, bijvoorbeeld weerstand om een kind te laten testen. Dat individuele keuzen impact hebben op de groep is een gegeven waar alle basisscholen rekening mee moeten houden in hun aanpak. De GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst kan hierin ondersteunend zijn. Corona heeft ook invloed op de kwaliteit van het onderwijs. De vrees bestaat dat leerlingen mogelijk een onderwijsachterstand oplopen. Drie op de vijf leerkrachten vertrouwt er echter op dat eventuele leerachterstanden vrij gemakkelijk kunnen worden weggewerkt [1]. Zogenaamde Summerschools kunnen hierbij uitkomst bieden. Scholen in het (speciaal) basisonderwijs kunnen financiële ondersteuning aanvragen om leerlingen met achterstanden extra hulp op maat te bieden.

Ouders niet meer welkom

Nu (april 2021) alle leerlingen weer hele dagen naar school gaan, zijn op alle scholen aanpassingen doorgevoerd en worden de effecten van de coronamaatregelen in school duidelijk gevoeld. Zo worden op de vrije school van Cordula vooral de typische jaarfeesten gemist. Deze verbinden niet alleen de seizoenen. Zij zijn ook verbindend richting ouders, die in het vrije schoolonderwijs een belangrijke plaats innemen. De gemengde plusklassen en leesgroepjes zijn stopgezet. Hierdoor is nu minder exclusieve aandacht voor kinderen die wat extra’s kunnen gebruiken. "Dat is jammer. Maar hier staat tegenover dat we nu als groep meer samendoen." 

Het contact met ouders wordt op scholen zeer gemist. Ook op Het Zand: "Je kunt na school niet meer zo makkelijk een ouder aanspreken. Gewoon voor iets kleins of om even je onderbuikgevoel te checken als er iets loos lijkt met een kind. Dat is een gemis", zegt Antoinette. Vooral als het gaat om kinderen met een rugzakje of met ouders die de Nederlandse taal niet beheersen. In die situaties werpen de maatregelen een drempel op.

Niet alle ouders zijn namelijk even makkelijk online te bereiken. En daarnaast vormt taal in die gevallen vaak een extra barrière. "Leerkrachten van Het Zand zijn daar kien op", vertelt Antoinette. Ze bellen deze ouders en kunnen afspreken op het schoolplein. Ook introduceerden ze een buddysysteem waarbij anderstalige ouders gekoppeld worden aan een andere ouder die hun taal spreekt én het Nederlands beheerst. Een uitkomst, zo blijkt. "Informatie in de nieuwsbrief komt bij deze ouders vaak onvoldoende aan." Je moet de regels persoonlijk toelichten en kijken of ze echt begrepen worden. "Want soms merk je dat regels niet worden nageleefd, gewoon omdat ze niet begrepen worden door ouders. Dat is iets waar in de meeste scholen aandacht voor is."

Cultuurverschillen

Basisonderwijs - RIVM Corona Gedragsunit

Het gedrag en de overtuigingen van ouders zijn vaak van invloed op de corona-aanpak van scholen. Op basisschool Het Zand ondervinden ze weinig weerstand van ouders tegen de maatregelen van de overheid. "We konden steeds goed uitleggen aan ouders waarom bepaalde regels moeten worden opgevolgd. En ouders accepteren dit. Ook omdat ze weten dat de maatregelen van hogerhand worden opgelegd. En dat we alles eerst voorbespreken met de medezeggenschapsraad. Dit scheelt veel discussie. Het is dan enkel nog een kwestie van goed communiceren en slim organiseren om samen de regels zo goed mogelijk op te volgen." 

Dit ligt anders op de Vrije Basisschool. "Ouders van kinderen op onze school denken graag buiten de lijntjes", vertelt Cordula. "Regels van de overheid worden door hen niet zonder meer aangenomen. Ze zijn kritisch en stellen vragen. Maatregelen worden openlijk ter discussie gesteld. Daar moet je als school in je aanpak rekening mee houden."

Angst voor pijn versus angst voor sociale isolatie

Voor beide scholen geldt: bij klachten, testen! Met een negatieve testuitslag kan de leerling, indien beter, weer naar school. Met een positieve testuitslag worden maatregelen genomen door school. Een positieve uitslag kan verstrekkende gevolgen hebben voor de hele groep, voor de leerkracht en eventueel ondersteunend personeel, en natuurlijk voor de betreffende gezinnen. Toch roept het testen bij veel ouders weerstand op.

Antoinette van Het Zand geeft aan dat ze merkt dat de kinderen op haar school soms opzien tegen het testen en dat ouders hierin meegaan. "Ouders vinden het dan zielig als kinderen bang zijn en pijn zullen ervaren." Ook op de school in Eindhoven bestaat bij een groep ouders weerstand tegen het testen. Maar deze is anders van aard. Ouders willen hun kinderen niet zozeer beschermen tegen mogelijke fysieke pijn, maar hebben aversie tegen de emotionele belasting van testen. Een kind met een positieve testuitslag zou het idee kunnen krijgen dat het een gevaar is voor andere mensen en zich daardoor buitengesloten kunnen voelen.

Kortom, verschillende waarden leiden tot andere afwegingen maar kunnen desondanks hetzelfde gedrag tot gevolg hebben, namelijk de weigering om te testen. "En dat heeft gevolgen in de zin van meer besmettingen", vertelt Antoinette. "We hebben twee keer meegemaakt dat kinderen ziek waren geweest, niet getest waren, weer naar school kwamen en achteraf toch besmet bleken. De ene situatie heeft geleid tot een quarantaine van de hele groep. De andere zelfs tot meerdere besmettingen in één groep." Als het gaat om het testen is het voor scholen belangrijk om de bestaande weerstanden te achterhalen en bespreekbaar te maken. Of het nu gaat om angst voor pijn of angst voor buitensluiten, dat maakt geen verschil.

Het coronavirus verspreidt zich op basisscholen via zogenaamde 'besmettingsclusters'. Hierbij is sprake van 'minstens drie gerelateerde infectieziektegevallen' [2]. De afgelopen periode (februari- maart 2021) werden meer dan 100 actieve clusters getraceerd [3]. Vooral oudere kinderen zijn vaak bron van besmetting. Door wijzigingen in het testbeleid en versterkt bron- en contactonderzoek wordt getracht besmettingen sneller op te sporen en verspreiding terug te dringen. Sinds april zijn miljoenen preventieve zelftesten beschikbaar gesteld door de overheid voor het onderwijspersoneel [4]. Er lijkt redelijk wat weerstand bij ouders tegen het laten testen van hun kinderen. Uit het opiniepanel van EenVandaag (15-18 maart 2021, N = 1.546) [5] blijkt dat bijna de helft van de ouders testweerstand heeft. Ouders vinden een coronatest te ingrijpend en/of te pijnlijk. Het overgrote deel wil liever de kindvriendelijke test, zoals een 'sabbelwat' of 'ademtest'. Naast testen worden scholen ondersteund door (speciale teams van) de regionale GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst’en.

Als een spin in een web

Basisonderwijs - RIVM Corona Gedragsunit

Bij het personeel overheerst een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Zowel Cordula als Antoinette zijn zich erg bewust van hun positie. "Als leerkracht ben je als een spin in een web omringd door tientallen kinderen. En die kinderen hebben broertjes en zusjes, ouders en grootouders. Ik kan hen besmetten en zij kunnen mij en hun dierbaren besmetten", zegt Cordula. "Daarbij kan ik het virus vanuit school naar mijn privé-omgeving brengen. Daar ben ik me erg van bewust en daar pas ik mijn gedrag op aan". "Je gaat dus niet op bezoek bij een ander. En onze eigen kinderen die op kamers wonen komen maar heel beperkt thuis", beaamt Antoinette. "Als ik op school een collega besmet, gaat het snel van kwaad tot erger. En dan hebben we het meestal niet meer over één groep in quarantaine, maar snel veel meer."

"Docenten hebben een voorbeeldrol en die pakken ze meestal ook", meent Antoinette. "Het is soms in de lerarenkamer dat ik zie dat de anderhalvemetermaatregel niet wordt nageleefd. Als directeur moet ik dan ingrijpen. Dat doe ik met een grap, want ik vind het ongemakkelijk." Maar over het algemeen gaat het naleven van de maatregelen zonder problemen binnen beide scholen. Het helpt ook dat de gedachte aan weer thuis moeten werken echt een schrikbeeld is voor leerkrachten.

Een effectieve naleving van de gedragsmaatregelen en zeker ook het (preventief) testen, ondersteunen basisscholen bij bescherming tegen verdere verspreiding van het virus. Daarnaast geeft het vertrouwen. Al neemt het niet bij iedereen angst voor besmetting weg. Uit onderzoek van de AOb [6] blijkt dat onderwijspersoneel zich zorgen maakt over de gezondheidsrisico’s en onzeker is over de haalbaarheid van digitaal afstandsonderwijs. Voor de heropening van de basisscholen vorig jaar was slechts 29% van de onderwijsmedewerkers positief over de openstelling. Vooral het handhaven van de cruciale anderhalvemetermaatregel bleek voor velen (59%) een onmogelijke opgave. Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (N=300) [7] laat zien dat ruim 62% van de docenten ervaart onvoldoende ondersteuning te hebben gekregen bij het geven van afstandsonderwijs, wat tot stress leidde. Daarnaast zijn zorgen over gezondheid, overwerk en lage werktevredenheid risicofactoren die bijdragen aan de ervaren stress van docenten. Desondanks voelt 40% van de docenten zich competent in het geven van digitaal afstandsonderwijs [7]. 

Een leerkracht is belangrijk voor leerlingen 

Corona bracht ook positieve ervaringen met zich mee. En die gaan voornamelijk over het contact tussen de docenten (en leerlingen) onderling. "Ik doe al jaren, elke dag een paar keer een rondje door de school. Langs de klassen, op het schoolplein en dan maak ik een praatje met de leerkrachten. Dat kon natuurlijk niet meer tijdens de lockdown", vertelt Antoinette. "Dus plande ik met alle collega’s elke week een half uurtje online overleg in. We spraken dan over leerlingen en over de maatregelen. Ik vroeg naar het onderwijs en naar de mentale situatie van de leerkracht. Al snel realiseerde ik mij dat het contact dat ik met het personeel had hierdoor veel minder vluchtig was dan daarvoor. We plukken nu de vruchten van die investering. We weten elkaar weer beter te vinden. En zij weten dat alles bespreekbaar is."

Cordula vertelt over haar initiatief om elke week met kleine groepjes kinderen uit haar klas een praatuurtje in te lassen. Dat initiatief stamt uit de periode van de eerste lockdown. Maar het beviel zo goed dat ze het nu voortzet. "Je probeert altijd aan ieder kind individueel voldoende aandacht te besteden in de klas. Maar tijdens het praatuurtje merkte ik dat in deze intiemere setting kinderen zich echt serieus genomen voelden. Zich gezien en gehoord voelden. En dat had een zeer positief effect op hun welbevinden. De kinderen durven meer van zichzelf te laten zien in de groep.  Wat ik ook een positieve uitkomst vind van deze crisis, is dat we met z’n allen weer geconstateerd hebben dat de leerkracht ertoe doet. Dat je niet gewoon een lesje staat af te draaien, maar dat je als leerkracht een belangrijk persoon voor een kind kan zijn. Zeker voor de kinderen die een extra steuntje in de rug nodig hebben."

Met dank aan

Met dank aan:
Antoinette Crawfurd-Smit en Cordula Knupfer

Bronnen:

  1. DUO Onderwijsonderzoek & Advies (2020). Het weer openen van de basisscholen – mei 2020
  2. GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst Hollands Midden (2020). Coronaclusters: wat zijn dat precies?
  3. RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu interne bron. Actuele cijfers over de coronabesmettingen
  4. Rijksoverheid (2021). 14 miljoen zelftesten onderweg naar scholen
  5. Shawky, S. & Klapwijk, P. (2021). EenVandaag. Bijna helft van ouders wil basisschoolkind niet laten testen op corona
  6. Hagen, K. (2020). Onderwijspersoneel bezorgd over volledige scholenopening
  7. Kupers, E.W., Mouw, J.M., Fokkens-Bruinsma, M. & Spithoff, T. Lesgeven in tijden van COVID-19 Groningen: Rijksuniversiteit Groningen 

De interviews zijn afgenomen in april 2021.