De groep-A-streptokok is een bacterie die alleen bij mensen voorkomt. Hij wordt ook wel GAS genoemd. De bacterie kan verschillende infecties veroorzaken. De meeste infecties zijn niet erg. Bijna alle kinderen hebben weleens een GAS-infectie gehad, bijvoorbeeld krentenbaard, een ontstoken keel of roodvonk.

Soms kunnen mensen in korte tijd heel erg ziek worden van deze bacterie. De bacterie dringt dan door in onderliggend weefsel of de bloedbaan. Dit hangt ook af van de leeftijd en kwetsbaarheid van de persoon. Dit heet een invasieve GAS-infectie. Een invasieve groep-A-streptokok wordt in de volksmond ook wel ook wel de ‘vleesetende bacterie’ genoemd.

Bij een invasieve GAS-infectie moeten mensen meestal opgenomen worden in het ziekenhuis. Er kunnen verschillende ernstige klachten zijn:

  • Infectie van de huid. Er kunnen soms ook onderliggende weefsels zoals spieren of botten worden beschadigd. Zo erg zelfs dat huid en spieren afsterven (necrotiserende fasciitis).
  • Infectie van hersenvliezen, gewrichten, longen, longvliezen. 
  • Kraamvrouwenkoorts. Dit is een infectie van de baarmoeder na de bevalling, soms met bloedvergiftiging.
  • Bloedvergiftiging waarbij mensen een lage bloeddruk en hoge hartslag hebben (septische shock).  Als dit langer duurt kunnen organen uitvallen. Mensen hebben dan vaak hoge koorts, rillingen, spierpijn en zijn suf of verward.

De bacterie zit vooral in de neus, de keel en op de huid. Veel mensen hebben de bacterie bij zich zonder dat zij zelf ziek worden. Door hoesten, niezen en praten komen kleine druppeltjes met de bacterie in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en besmet raken. De kans op een ernstige infectie is groter tijdens of vlak na waterpokken of een luchtweginfectie, zoals griep.

Iemand met de bacterie kan anderen ook besmetten via de handen. Via de handen kan de bacterie ook op speelgoed, bestek, servies en eten terechtkomen.

Iemand is besmettelijk zolang hij de bacterie bij zich draagt of zo lang de infectie nog niet is genezen. Wordt iemand behandeld met medicijnen (antibiotica), dan is hij nog 24 uur nadat hij is begonnen met de medicijnen besmettelijk.

Iedereen kan besmet worden door de bacterie, maar niet iedereen wordt er erg ziek van.

Sommige mensen hebben meer kans om ziek te worden:

  • gezinsleden van iemand die een invasieve GAS-infectie heeft,
  • kraamvrouwen,
  • ouderen (ouder dan 65 jaar).

Bij mensen met een slechte gezondheid, slechte conditie en lage weerstand is de kans groter om erger ziek te worden.

Het is moeilijk om een besmetting te voorkomen. Wel is het belangrijk om op het volgende te letten:

Bij hoesten of niezen:

  • Gebruik een papieren zakdoek. Heb je geen papieren zakdoek bij de hand? Hoest dan in de plooi van je elleboog.
  • Gebruik een zakdoek maar één keer. Gooi de zakdoek na gebruik weg.
  • Het is niet nodig om bij iedereen die hoest of niest uit de buurt te blijven. Houd pasgeboren baby’s wel uit de buurt van hoestende en niezende mensen.

Was vaak de handen met water en zeep. In ieder geval:

  • voor het klaarmaken van eten of flesvoeding,
  • voor het eten,
  • nadat je naar het toilet bent geweest,
  • na het verwisselen van een luier of iemand op het toilet helpen,
  • na het schoonmaken, dus ook nadat je een vaatdoekje hebt gebruikt,
  • na aaien of knuffelen van dieren,
  • na hoesten, niezen of neus snuiten.

Handen wassen doe je zo:

  • Maak de handen goed nat onder stromend water.
  • Neem wat vloeibaar zeep uit een pompje.
  • Wrijf de handen over elkaar. Zorg dat er zeep op de binnenkant en buitenkant van de handen zit. Wrijf goed alle vingertoppen in. Vergeet de duimen niet. Wrijf ook tussen de vingers.
  • Spoel de zeep goed af, onder stromend water.
  • Droog de handen goed af aan een schone handdoek of aan een papieren handdoek (keukenrol).

Zie ook de video 'Handen wassen - Doe het goed en vaak'

En verder:

  • Heb je een wond die verzorgd moet worden? Werk dan schoon en precies.
  • Heeft iemand in het gezin een erge infectie met GAS? Dan is het soms nodig om medicijnen te geven aan de anderen in het gezin. De medicijnen helpen dan om de ziekte te voorkomen bij anderen. De  GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) kijkt samen met de arts of dit nodig is.
  • Heb je nauw contact gehad met iemand met een invasieve GAS-infectie? Dan kan het nodig zijn om extra op klachten te letten. De GGD bekijkt samen met de arts of dat nodig is.

Iemand met een invasieve GAS-infectie wordt vaak opgenomen en behandeld in het ziekenhuis. Soms overlijden mensen aan een ernstige invasieve infectie.

Iemand met een invasieve GAS-infectie is te ziek om naar een kindercentrum, school of werk te gaan. 

Een kind mag naar school of kinderopvang als het voldoende hersteld is. Vertel het  wel aan de pedagogisch medewerker of de leerkracht. Zij kunnen zo nodig in overleg met de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op dezelfde klachten bij hun kind.

Er zijn veel verschillende virussen die luchtwegklachten kunnen veroorzaken. Zoals griep of het RS respiratoir syncytieel (respiratoir syncytieel)-virus. Meestal gaan deze klachten vanzelf weer over. Ook kunnen jonge kinderen meerdere luchtweginfecties kort achter elkaar krijgen. Neem contact op met de huisarts als een kind steeds zieker wordt als het een luchtweginfectie of waterpokken heeft.  Of als het kind opknapt en na een aantal dagen plotseling weer zieker wordt.  Op de website van thuisarts staat meer informatie. 

Heb je meer vragen over groep A-streptokokken of invasieve GAS-infectie?

Vraag het de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)-afdeling infectieziekten of kijk op de website van thuisarts