In deze toelichting op de norm NEN Nederlandse norm -EN 17169 (hierna norm genoemd) beschrijven we voor wie de norm is geschreven en wat het doel van de hygiëne-eisen is. Daarnaast wordt achtergrondinformatie over hygiëne gegeven. 

Enkele elementen van de norm zijn vooralsnog niet of gedeeltelijk in Nederland van toepassing bij de vergunningverlening op basis van het warenwetbesluit. Zie de pagina met uitzonderingen en aanvullingen voor een korte toelichting van deze elementen.

Om de overstap naar het werken volgens de nieuwe norm te vergemakkelijken geven we een overzicht van de meeste verschillen tussen de eisen uit de norm en de huidige hygiënerichtlijnen voor tatoeëren voor permanente make-up. Dit hulpmiddel blijft beschikbaar tot en met maart 2022. U vindt het overzicht in bijlage VI.

De volledige en originele tekst van de norm NEN Nederlandse norm -EN 17169 kunt u bestellen in de webshop van NEN via https://www.nen.nl. Er is een Nederlandstalige en een Engelstalige versie beschikbaar.

De Nederlandstalige versie is binnen Nederland online te raadplegen via deze site.

1 Inleiding

De norm NEN Nederlandse norm -EN 17169 met titel ‘Tatoeëren en PMU permanente make up - Veilige en hygiënische praktijk’, beschrijft hygiëne-eisen voor en tijdens het tatoeëren of het zetten van permanente make-up (PMU) en voor nazorg. Het geeft richtlijnen voor tatoeëerders en PMU-behandelaars, en voor hun routinematige interactie met klanten en overheidsinstanties. Het geeft richtlijnen voor de juiste procedures die moeten worden gebruikt om optimale bescherming van klant, tatoeëerder, PMU-behandelaar en anderen binnen het werkgebied waar getatoeëerd wordt te waarborgen.

In deze toelichting wordt met 'tatoeëren' zowel tatoeëren als het zetten van permante make-up bedoeld. Evenals er met 'tatoeage' ook PMU, en met 'tatoeëerder(s)' ook PMU-behandelaar(s) wordt bedoeld.

De norm NEN-EN 17169 (publicatie in Staatscourant nr. 14336, 13 maart 2020) is door de minister van Medische Zorg aangewezen als veiligheidscode. Zie de Warenwetregeling aanwijzing veiligheidcodes tatoeëren en piercen. De veiligheidscode maakt deel uit van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen. Het is van essentieel belang dat ook de desbetreffende Europese en nationale regelgeving wordt toegepast, indien die bestaat. De Nederlandse wet- en regelgeving is van toepassing in situaties waar de norm niet in overeenstemming is met de Nederlandse wet- en regelgeving.

In deze toelichting op de norm NEN-EN 17169 (hierna norm genoemd) beschrijven we voor wie de norm is geschreven en wat het doel van de hygiëne-eisen is. Daarnaast wordt achtergrondinformatie over hygiëne gegeven. In de leeswijzer staat beschreven hoe u de weg kunt vinden naar de informatie die u zoekt. Het is sterk aan te bevelen om eerst de norm te lezen voordat u deze toelichting leest.

De norm geeft eisen en aanbevelingen over hygiënisch en veilig tatoeëren om zowel de cliënt als de tatoeëerder tegen infecties te beschermen. De werkwoordsvormen ‘moeten’ of ‘mogen niet’ en verbuigingen daarvan worden gebruikt om eisen aan te geven. Deze eisen worden getoetst bij de inspecties voor vergunningverlening.

De werkwoordsvormen ‘behoren’ of ‘behoren niet’ en verbuigingen daarvan worden gebruikt om aanbevelingen aan te geven. Deze eisen worden niet getoetst bij de inspecties voor vergunningverlening en zijn gedeeltelijk in deze toelichting opgenomen als tip.

Voor wie is deze toelichting op de norm?

Deze toelichting is geschreven voor eigenaars van tatoeagestudio’s. Met deze studio’s worden alle ondernemingen bedoeld waar men kleurstoffen of pigment in de huid inbrengt. De toelichting is evenals de norm in de eerste plaats geschreven voor de ondernemer. Heeft u medewerkers in dienst? Dan moet u ervoor zorgen dat ook zij werken volgens de norm.

De toelichting geeft voornamelijk achtergrondinformatie die verklarend is voor of uitleg geeft over de eisen uit de norm. De eisen gaan over de bouw, inrichting en schoonmaak van uw bedrijfsruimte, maar ook over onderwerpen die direct te maken hebben met het aanbrengen van tatoeages.

Door u aan de eisen uit de norm te houden, verkleint u de kans dat een tatoeage gaat ontsteken of infectieziekten worden overgedragen.

2 Leeswijzer

Naast achtergrondinformatie over de hygiëneregels vindt u in dit document een aantal aanvullende, soms wettelijke eisen die direct van toepassing zijn op uw werkzaamheden.

De tekst in de gele kaders geeft een verwijzing naar een deel van de eisen uit de norm. Voor een volledig overzicht dient u de norm te raadplegen. Eventuele aanvullende eisen worden direct daaronder vermeld.

De maatregelen die genoemd worden in de geel gekleurde kaders worden bij de vergunningverlening getoetst door de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Uitleg over het vergunningstelsel leest u verderop en in bijlage I.

Voorbeeld:

Eisen uit de norm

  • De eisen staan in een geel kader. [De nummering tussen vierkante haken na de eisen verwijzen naar het betreffende hoofdstuk in de norm waar de eis genoemd wordt]
  • De eisen die in deze toelichting worden genoemd geven slechts een deel van de eisen uit de norm weer. Voor een volledig overzicht dient u de norm te raadplegen.

​​​​​Aanvullende eisen

  • Situaties die specifiek betrekking hebben op Nederlandse wet- en regelgeving worden als aanvullende eisen vermeld. De Nederlandse wet- en regelgeving is van toepassing in situaties waar de norm niet in overeenstemming is met de Nederlandse wet- en regelgeving.

Tips

  • Tips herkent u aan schuingedrukte tekst in een grijs kader. Deze punten zijn vrijblijvend, maar als u de tips opvolgt, werkt u professioneler.

3 Vergunning

Zonder vergunning mag u niet tatoeëren. In het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen is vastgelegd dat u als ondernemer een vergunning moet hebben. De vergunning is gebonden aan de ruimte. U moet de vergunning driejaarlijks aanvragen bij uw GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Dat kan via het online aanvraagformulier.

U krijgt alleen een vergunning als u aan de eisen uit de norm voldoet en als u voldoet aan situaties die specifiek betrekking hebben op Nederlandse wet- en regelgeving. U mag alleen van de norm afwijken als u een vergelijkbaar of beter alternatief toepast. De GGD-inspecteur beoordeelt of een werkwijze, methode of middel een vergelijkbaar of beter alternatief is.

De inspecteurs van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit en de inspecteurs van de GGD controleren of u zich aan de wettelijke veiligheidseisen van het Warenwetbesluit houdt. Meer informatie over de wetgeving, toezicht en handhaving leest u in bijlage I.

Er bestaan twee typen vergunningen. Welke vergunning voor u geldt, is afhankelijk van uw bedrijfsvoering:

  • U moet een vergunning mét steriliseren aanvragen wanneer u zelf instrumenten steriliseert, of als u dit laat uitvoeren door een ingehuurd bedrijf. Er wordt dan getoetst of u zich bij het steriliseren houdt aan daarvoor geldende eisen.
  • Als u alleen wegwerpmaterialen gebruikt, kunt u een vergunning zonder steriliseren aanvragen.

​​​Aanvullende eisen

  • U moet als ondernemer over een vergunning beschikken als beschreven in artikel 3 van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen.
  • U bent als ondernemer verplicht om de gezondheid- en veiligheidsrisico’s voor uzelf en klanten te beperken. Daarom moet u zo hygiënisch en veilig mogelijk werken (Warenwetbesluit, artikel 6).

4. Verantwoordelijkheden voor de bedrijfseigenaar of exploitant

 

Opleiding (uitzondering op de norm)

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 4.2 en bijlage A van de Europese norm EN 17169.

In de norm wordt de eis gesteld dat bedrijfseigenaren/exploitanten die tatoeagediensten verlenen, moeten garanderen dat alle medewerkers de opleidingen hebben gevolgd die passend zijn bij hun activiteiten.

Voor de vergunningplicht is de eis van gevolgde opleidingen passend bij de activiteiten nog niet van toepassing. De Minister voor Medische Zorg heeft deze eis voorlopig uitgezonderd van de vergunningplicht. In Nederland bestaat nog geen opleiding die voldoet aan de eisen uit de norm. Momenteel worden vanuit het Ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorbereidingen getroffen om aan de opleidingseis te kunnen voldoen. Zodra de opleiding ingevoerd is zal het als eis voor de vergunningplicht worden opgenomen.

 

Eerste hulp en prikaccidenten

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 4.3 en bijlage B.

Het is van belang dat in elke tatoeagestudio hygiënisch, veilig en zorgvuldig wordt gewerkt om risico’s op besmetting met virussen te voorkomen. De mogelijkheid dat zich een incident voordoet, valt echter niet uit te sluiten. De norm vereist dat iedereen die tatoeëert een opleiding moet hebben gevolgd over eerstehulpmaatregelen die relevant zijn voor de context van het tatoeëren. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan prikaccidenten bij de cliënt of tatoeëerder. Het onderdeel over eerstehulpmaatregelen wordt een integraal onderdeel van de opleiding voor tatoeëerders. Zie ook de Uitzonderingen en aanvullingen op de norm NEN-EN 17169. Tatoeëerders hoeven dus op dit moment nog geen opleiding te hebben gevolgd waar specifiek aandacht is besteed aan de context van het tatoeëren.

Tijdens het tatoeëren komt er meestal bloed en/of wondvocht van de cliënt vrij. Wanneer dit in aanraking komt met uw bloed of uw slijmvliezen, bestaat de kans dat u een bloedoverdraagbare ziekte oploopt. Voorbeelden van zulke ziekten zijn hepatitis B, hepatitis C en hiv humaan immunodeficientievirusOok door handschoenen heen kunt u zich prikken. Werk daarom rustig en geconcentreerd, en houd u aan het volgende:

Eisen uit de norm

  • Er moet eerste hulpmateriaal beschikbaar zijn. [4.3]
  • Neem na een prikaccident onmiddellijk maatregelen. Zie bijlage B van de norm voor de procedure. [4.3]
  • Neem contact op met uw huisarts, de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst of het ziekenhuis. Een behandeling van een eventuele besmetting moet idealiter binnen 1 uur en niet later dan 72 uur na het prikaccident worden gestart. [4.3]

Tips

  • Prikt u zich? Handel dan volgens bijlage B van de norm.
  • Zorg in ieder geval voor eerstehulpmateriaal voor kleine verwondingen, zoals snelverbandjes, wondpleisters en een wonddesinfecterend middel.
  • Zorg dat het eerstehulpmateriaal duidelijk herkenbaar aanwezig is.

Zie ook de video Besmettingsrisico’s voorkomen.

 

Vaccinatie

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 4.4.

Tegen hepatitis C en hiv kunt u zich niet laten vaccineren Een goede uitvoering van de hygiënemaatregelen is daarom erg belangrijk. Tegen hepatitis B kunt u zich wel laten vaccineren. Omdat hepatitis B veel besmettelijker is dan hepatitis C en hiv, wordt deze vaccinatie sterk aangeraden. De vaccinatie tegen hepatitis B is niet verplicht.

Bij de vaccinatie krijgt u in totaal drie injecties. Vier tot zes weken na de laatste vaccinatie kunt laten testen of uw lichaam genoeg antistoffen tegen hepatitis B heeft aangemaakt. Als dit zo is, bent u langdurig (waarschijnlijk levenslang) beschermd. U kunt de ziekte dan niet meer krijgen én niet meer overdragen op anderen.

Tips

  • Laat u vaccineren tegen hepatitis B. Neem hiervoor contact op met uw huisarts of de regionale GGD.
  • Bewaar uw vaccinatiebewijs.

5. Faciliteiten (bouw en inrichting)

Uw locatie moet goed schoon te maken zijn. De bouw en inrichting hebben effect op het gemak waarmee dit kan. Zo zijn gladde wanden sneller en beter schoon te maken dan ruwe. Een hygiënische keuze is sneller gemaakt als de inrichting daarbij helpt. Als er bijvoorbeeld een wastafel met zeepdispenser in de buurt is, denkt u er sneller aan om uw handen te wassen.

In dit hoofdstuk vindt u de minimale eisen aan de bouw en inrichting van uw locatie. Zowel voor uw gehele bedrijfsruimte, als specifiek voor de behandelruimte.

 

Algemene eisen

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 5.2.

Houd u aan het volgende:

Eisen uit de norm

  • De gehele locatie moet schoon en opgeruimd zijn en moet makkelijk schoongemaakt kunnen worden. [5.2]
  • Houd registraties bij van de schoonmaak. Werk bijvoorbeeld met aftekenlijsten. [5.2]

Tips

  • Zorg ervoor dat de ruimte vrij is van (vreemde) voorwerpen die een goede schoonmaak in de weg staan.

 

De behandelruimte

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 5.3 en hoofdstuk 5.4.

Iedere behandelruimte moet aan de volgende eisen voldoen:

Eisen uit de norm

  • De behandelruimte moet een specifieke, duidelijk te onderscheiden afgescheiden ruimte zijn. [5.3]
    De afscheiding kan fysiek en/of visueel zijn. De essentie van deze eis is dat de behandelruimte herkenbaar is en men de plek niet zomaar betreedt.
  • Indien u niet uitsluitend met materialen voor eenmalig gebruik werkt moet u over een aparte faciliteit (voorziening) voor het reinigen van herbruikbaar materiaal beschikken. [5.3]
  • Raak de afvalbak tijdens een tatoeagesessie niet met de handen aan. [5.4.2]
  • Plaats een herkenbare no-touch afvalbak met plastic zak voor besmette materialen in de ruimte. Plaats eventueel een tweede afvalbak voor normaal afval in de wachtruimte. [5.4.2]

Tips

  • Heeft u meerdere behandelstoelen of -tafels? Plaats ze dan op minimaal twee meter afstand van elkaar.
  • Plaats een naaldcontainer bij elke werkplek.
  • U mag eventueel een stoelhoes of handdoek over de behandelstoel leggen, als u deze bij elke klant verschoont.

 

Roken, alcohol en drugs

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 5.3.

Met het oog op de veiligheid voor u en uw klanten gelden de volgende regels:

Eisen uit de norm

  • Er mag niet worden gegeten en/of gedronken in de behandelruimte, tenzij dit nodig is voor het welzijn van de klant. [5.3]
  • Sta niet toe dat er in de behandelruimte wordt gerookt. Hieronder vallen ook elektronische sigaretten en andere elektronische nicotine-afgiftesystemen. [5.3]
  • Sta niet toe dat er in de behandelruimte niet-voorgeschreven drugs of alcohol worden gebruikt. [5.3]
  • Sta niet toe dat er dieren in de behandelruimte aanwezig zijn, met uitzondering van geleidehonden en gezelschapshonden voor mensen met bijzondere behoeften. [5.3]

​​​​​Aanvullende eisen

  • Heeft u werknemers in dienst? Zorg dan dat zij hun werk kunnen uitvoeren zonder hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden. Dit bent u verplicht volgens de Tabaks- en rookwarenwet.

 

Scherp afval

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 5.4, hoofdstuk 7.5 en hoofdstuk 7.12.

Scherp afval zoals naalden en naaldmodules moet u verzamelen in een naaldcontainer met een UN United Nations-keurmerk (zie afbeelding). Het schoonmaken en steriliseren van gebruikte naalden is niet betrouwbaar en absoluut niet toegestaan.

logo UN-keurmerk

UN-gekeurde naaldcontainers zijn van hard kunststof. Hierdoor zijn ze lekdicht en ondoordringbaar voor naalden. Bovendien kan de container na afsluiting niet heropend worden. Hierdoor kunnen ze veilig getransporteerd worden. UN-gekeurde naaldcontainers herkent u aan het afgebeelde teken of de codering UN3291.

Volle naaldcontainers vallen in de categorie ‘ziekenhuisafval’. Aan de afvoer van ziekenhuisafval zijn bij wet eisen gesteld (zie hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer). Zo mag u uw containers alleen inleveren bij inzamelaars die een zogeheten VIHB-nummer hebben. De GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst houdt geen toezicht op de Wet milieubeheer. Daarom wordt het inleveren van uw naaldcontainers niet gecontroleerd als onderdeel van de vergunningverlening.

Eisen uit de norm

  • Gebruik voor scherp afval zoals naalden en naaldmodules een naaldcontainer die voldoet aan EN ISO International Organization of Standardization 23907-1. [5.4.3]
  • Gooi gebruikte naalden en naaldmodules direct na gebruik weg in de naaldcontainer. [7.12]
  • Verwijder naalden en naaldmodules van de handgreep met handschoenen aan. [7.5.1]

Aanvullende eisen

  • Gebruik alleen naaldcontainers met het UN-keurmerk.

Tips

  • De vermelding van de norm EN ISO 32907-1 staat niet altijd op de naaldcontainer. Vraag in dat geval uw leverancier om de specificaties.

 

Overig afval

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 5.4.

Tatoeëren levert naast scherp afval, divers afval op dat moet worden gescheiden volgens risico- en afvalverwijderingscategorieën overeenkomstig nationale eisen.

In Nederland mogen gebruikte tissues met kleine hoeveelheden bloed of wondvocht die vrijkomen bij het tatoeëren via het normale huishoudelijke afval afgevoerd worden. Dit is afwijkend van Tabel 1 — Afvalscheiding, H5.4.1 uit de norm.

Eisen uit de norm

  • Zorg voor de juiste afvalbakken of zakken. [5.4.2]
  • Plaats een herkenbare no-touch afvalbak met plastic zak voor besmette materialen in de ruimte. Plaats eventueel een tweede afvalbak voor normaal afval in de wachtruimte. [5.4.2]

Aanvullende eisen

  • Scheid uw afval in de daarvoor bestemde verschillende afvalstromen (voor papier, PMD, GFT en restafval).

 

Evenementen (vrijstelling vergunningplicht)

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 5.5.

Een vergunning wordt specifiek verleend voor het gebruik van tatoeagemateriaal op uw locatie. Uw vergunning geldt niet voor andere locaties. Willen u of uw medewerkers op een evenement tatoeëren, zoals tijdens een beurs, conventie, festival, in een winkel of op een markt? Dan heeft u een vrijstelling van de vergunningplicht nodig. Hiervoor moet de organisator van het evenement ten minste twee maanden van tevoren schriftelijk bij de regionale GGD melden dat u komt tatoeëren. Dat kan via het online aanvraagformulier (link naar online vrijstellingsformulier). De organisatie komt alleen in aanmerking voor een vrijstelling als aan alle eisen uit de norm kan worden voldaan tijdens het evenement. Waar dat niet mogelijk is, moet een gelijkwaardig alternatief gehanteerd worden. Dit is ter beoordeling aan de inspecteur van de GGD. De organisator van het evenement moet alle deelnemende artiesten wijzen op hun verantwoordelijkheid te werken volgens de norm.

Eisen uit de norm

  • De organisator dient te voldoen aan voorwaarden en eisen die van toepassing zijn op een evenement, zoals een beurs, conventie, festival of markt. [5.5]

Aanvullende eisen

  • De organisator moet voldoen aan de Warenwetregeling vrijstelling vergunningplicht tatoeëren en piercen.
  • De aanwijzingen ter bescherming van de volksgezondheid, gegeven door de inspecteur van de GGD moeten in acht worden genomen.

6. Schoonmaken van de locatie en reinigen, desinfecteren en steriliseren van materiaal

 

Schoonmaak van de locatie 

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 6.1 en hoofdstuk 6.2.

Door uw locatie goed schoon te houden, met specifieke aandacht voor de behandelruimte, verkleint u de kans dat bij klanten een tatoeage kan gaan ontsteken of infectieziekten worden overgedragen.

Voor het schoonmaken kunt u gebruik maken van schoonmaakschema’s. Daarin staat aangegeven hoe vaak en op welke manier gereinigd moet worden.

U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken, mag alleen met een goede reden. Bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt.

U kunt de schoonmaakschema’s hier downloaden als Word-document. De schema’s zijn zoveel mogelijk op losse pagina’s geplaatst, zodat u ze eenvoudig kunt uitprinten en ophangen. Tevens kunt u de schema’s aanpassen aan de eigen situatie.

Daarnaast gelden de volgende regels:

Eisen uit de norm

  • Zorg voor een gedocumenteerd schoonmaakschema. [6.1]
  • De locatie moet schoon en netjes worden gehouden volgens vaste procedures. [6.2]
  • Reinig de werkplek na iedere klant. [6.2]

Tips

  • In de meeste gevallen volstaat reinigen. Desinfecteren (na reinigen) wordt in Nederland alleen toegepast in situaties waar het noodzakelijk wordt geacht. Bijvoorbeeld bij zichtbaar bloed, wondvocht of inktspatten, afkomstig van een gebruikte naald.
  • Draag bij het schoonmaken en desinfecteren handschoenen of schone huishoudhandschoenen.

 

Reinigen, desinfecteren en steriliseren van materiaal 

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 6.3.

In vuil en stof kunnen ziekteverwekkers zitten. Door schoon te maken, haalt u ook een groot deel van deze ziekteverwekkers weg. Hierdoor verkleint u de kans op ziekte.

Er is een verschil tussen schoonmaken en desinfecteren. Met schoonmaken wordt vuil verwijderd. Zo raakt u ook de meeste ziekteverwekkers kwijt. Voor alle instrumenten en materialen die niet in aanraking komen met de huid van de klant én niet vervuild zijn met bloed, is schoonmaken voldoende. Maar ziekteverwekkers in bloed en wondvocht zijn onvoldoende te verwijderen door schoon te maken. Daarom moet u herbruikbare instrumenten die met de beschadigde huid in contact kunnen komen na gebruik steriliseren.

Overige instrumenten en oppervlakken waar bloed, of inktspatten afkomstig van een gebruikte naald, op zit moet u desinfecteren.

Desinfecteer of steriliseer alleen als er éérst is schoongemaakt! Desinfecterende middelen werken onvoldoende als iets nog vuil is. Desinfecterende middelen die u in Nederland mag gebruiken moeten zijn toegelaten door het Ctgb Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides. Meer informatie over het gebruik van desinfecterende middelen leest u in bijlage II van deze toelichting.

Houd u na het zetten van de tatoeage aan het volgende:

Eisen uit de norm

  • Behandel instrumenten en materialen na de tatoeagesessie volgens het schema in figuur 1 in de norm. [6.3.2]
  • Instrumenten die u wilt hergebruiken moet u op de juiste wijze schoonmaken en desinfecteren of steriliseren. [6.3.3]

Raadpleeg figuur 1 uit de norm voor een overzicht wat u weggooit na een tatoeagessessie en hoe u herbruikbaar materiaal moet behandelen. Een globaal overzicht staat in het schema hieronder.

Stroomdiagram tatoeëren

* Uitgezonderd is de handgreep die gebruikt wordt in combinatie met een naaldmodule die voorzien is van een fysieke barrière, dat volledig uitsluit dat inkt en lichaamsvloeistoffen het handstuk in kunnen lopen.
** Desinfecteren en steriliseren gaan met alle voorafgaande processen gepaard, zoals tijdelijke opslag in een bewaarbak en handmatige reiniging bij voorkeur gevolgd door ultrasone reiniging.

Belangrijk om rekening mee te houden is dat herbruikbaar materiaal dat onderdeel uitmaakt van de tatoeage-eenheid gesteriliseerd moet worden. Met een tatoeage eenheid wordt het gehele (samengestelde) instrument of machine bedoeld die in de hand wordt gehouden tijdens de behandeling. Bij een spoelmachine (coil) zijn de eventueel herbruikbare materialen die gesteriliseerd moeten worden de tube, tip en grip. De naald moet altijd worden weggegooid.

Zie ook de video's Reinigen en desinfecteren en Desinfectiemiddelen.

 

Materiaal voor eenmalig gebruik

Eisen uit de norm

  • Materiaal voor eenmalig gebruik mag u alleen gebruiken als het materiaal of de verpakking onbeschadigd is en de houdbaarheidsdatum niet is verstreken. [6.3.2]

 

Behandeling voor hergebruik van materialen (reinigen en desinfecteren)

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 6.1, hoofdstuk 6.3 en bijlage C.

Voor alle oppervlakken, materialen en instrumenten die niet met de huid in aanraking komen én niet vervuild zijn met bloed- of inktspatten, is schoonmaak met een allesreiniger voldoende. U hoeft dan niet te desinfecteren of steriliseren.

Veel instrumenten kunt u hergebruiken door ze schoon te maken en daarna te desinfecteren of steriliseren. Zie figuur 1 in de norm.

Eisen uit de norm

  • Houd u aan de algemene eisen, zoals een gedocumenteerd schoonmaakschema en het gebruik van de juiste reinigings- en desinfectiemiddelen. [6.1]
  • Reinig en desinfecteer het materiaal zo snel mogelijk na iedere klant. [6.3.1]
  • Voer het reinigen en voorbehandelen van herbruikbaar materiaal uit in een aparte ruimte of een daarvoor speciaal gereserveerd deel van de locatie. [6.3.3.1]
  • Zorg dat instrumenten die worden gedesinfecteerd zo snel mogelijk een voorbehandeling ondergaan. [6.3.3.2]
  • Indien een naaldmodule is afgedicht om de overdracht van vloeistof naar de binnenkant van de naaldmodulehouder (handgreep) doeltreffend tegen te gaan, zodat er geen lichaamsvloeistoffen kunnen binnendringen, wordt de naaldmodulehouder niet als hoog-risicomateriaal beschouwd. [6.3.3.3]
  • Voer het desinfectieproces uit passend voor het materiaal of instrument. [6.3.3.4]

​​​​​Aanvullende eisen

  • Desinfecteer alleen met middelen die zijn toegelaten door het Ctgb. Controleer in het wettelijk gebruiksvoorschrift dat het middel:
    • geschikt is voor het ‘materiaal’ (bijv. harde oppervlakken) dat u wilt desinfecteren; en
    • effectief is tegen virussen (via bloed kunnen vooral virussen worden overgedragen).
  • Gebruik desinfecterende middelen altijd volgens de gebruiksaanwijzing.

Tips

  • Maak na handmatige reiniging instrumenten die u moet steriliseren ook schoon in een ultrasoon reinigingsbad. Volg de methode beschreven in bijlage C in de norm.

 

Steriliseren van materialen

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 6.1, hoofdstuk 6.3, hoofdstuk 6.4, bijlage C, bijlage D en bijlage E.

Bij steriliseren worden alle micro-organismen die nog op het instrument zitten, gedood.

U kunt uw instrumenten zelf steriliseren in een stoomsterilisator (ook wel autoclaaf genoemd).

Als voorbereiding op sterilisatie moet u instrumenten na gebruik in een bewaarbak leggen. Ook als u het steriliseren van de instrumenten uitbesteedt, moet u de instrumenten eerst weken voordat u ze vervoert.

Steriliseert u zelf? Houd u dan aan het volgende:

Eisen uit de norm

  • Houd u aan de algemene eisen, zoals een gedocumenteerd reinigingsschema en het gebruik van de juiste reinigingsmiddelen. [6.1]
  • Voer het reinigen en voorbehandelen van herbruikbaar materiaal uit in een aparte ruimte of een daarvoor speciaal gereserveerd deel van de locatie. [6.3.3.1]
  • Voorwerpen die worden hergebruikt, moeten een procedure doorlopen van reinigen en steriliseren, tot een fase van schone opslag. [6.3.3.1]
  • Zorg dat instrumenten die worden gesteriliseerd zo snel mogelijk een voorbehandeling ondergaan. [6.3.3.2]
  • Reinig materiaal voorafgaand aan het steriliseren. [6.3.3]
  • Steriliseer hoog-risicomateriaal. Zie figuur 1 in de norm. [6.3.3.5]
  • Voer het sterilisatieproces uit volgens de methode die beschreven staat in bijlage E van de norm. [6.4]

Tips

  • Maak na handmatige reiniging instrumenten die u moet steriliseren ook schoon in een ultrasoon reinigingsbad. Volg de methode beschreven in bijlage C in de norm.
  • Gebruik alleen laminaatzakjes met een indicatorstrip die verkleurt tijdens het steriliseren. Zo voorkomt u verwisseling tussen gesteriliseerde en nog niet gesteriliseerde materialen. Let op: het verkleuren van de indicatorstrip geeft alleen aan dat de juiste temperatuur is behaald; het is geen garantie voor een juist uitgevoerde sterilisatie

Heeft u het steriliseren uitbesteed? Dan moet u de gebruikte instrumenten vochtig vervoeren. Zie voor het proces bij uitbesteden van sterilisatie bijlage D uit de norm.

Eisen uit de norm

  • Bij uitbesteding zijn de algemene eisen voor het sterilisatieproces van toepassing. [6.4.1]
  • Besteed het sterilisatieproces uit volgens de methode die beschreven staat in bijlage D van de norm. [6.4.1]

 

Eisen voor stoomsterilisatoren

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 6.4.

Een stoomsterilisator wordt gebruikt om instrumenten te steriliseren. Bij steriliseren worden alle micro-organismen, ook de niet-ziekmakende, die op het instrument zitten, gedood door stoom. De instrumenten moeten in zogenaamde laminaatzakjes in de sterilisator worden gelegd om steriliteit van de instrumenten te behouden.

Voor een goed sterilisatieresultaat, zijn twee zaken belangrijk:

  • Alle lucht moet verwijderd worden uit de sterilisator, uit de verpakkingen en uit de holtes in instrumenten.
  • De laminaatzakjes en hun inhoud moeten aan het eind van het sterilisatieproces droog zijn. Natte verpakkingen zijn niet steriel omdat deze micro-organismen doorlaten. De zakjes drogen door een vacuümpomp of doordat gefilterde lucht door het apparaat wordt geblazen.

De lucht kan met verschillende technieken worden verwijderd. Sommige technieken steriliseren bepaalde instrumenten (bijvoorbeeld holle instrumenten) onvoldoende. De fabrikant is verplicht om aan te geven voor welke instrumenten zijn sterilisator geschikt is. Zie bijlage V van deze toelichting voor meer informatie over stoomsterilisatoren.

Eisen uit de norm

  • Gebruik alleen een stoomsterilisator die voldoet aan EN 13060 en die geschikt is voor uw instrumenten. De fabrikant moet dit aangeven. [6.4.2]
  • Volg de eisen op die gesteld worden aan de verpakking om steriliteit van producten te behouden. [6.4.3]
  • Controleer gesteriliseerd materiaal en zorg voor een juiste opslag. [6.4.4]

Tips

  • Gebruik alleen een sterilisator die de laminaatverpakkingen na het sterilisatieproces met gesloten deur droogt.

 

Het bewaren van steriel verpakte instrumenten

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 6.4 en bijlage E.

Steriel verpakte instrumenten blijven alleen steriel als de verpakking droog en onbeschadigd is. Houd u daarom bij deze verpakkingen aan het volgende: 

Eisen uit de norm

  • Het verpakken en steriliseren van instrumenten voert u uit volgens de methode die beschreven staat in bijlage E van de norm. [6.4.3]
  • De verpakking moet geschikt zijn om de steriliteit van producten te behouden. [6.4.3]
  • U moet na sterilisatie een controle uitvoeren en zorgen voor een juiste opslag. [6.4.4]

Tips

  • Zorg voor een voorraad zelf gesteriliseerde instrumenten die ruim binnen een termijn van zes maanden wordt verbruikt.
  • Maak geen bundels van de steriele verpakkingen. Gebruik geen nietjes, paperclips of elastiekjes.

7. Het tatoeageproces

Micro-organismen kunnen niet door een intacte huid heen. De huid biedt hierdoor bescherming tegen infecties. Tijdens het tatoeëren wordt de huid beschadigd. Daardoor kan de getatoeëerde plek makkelijker geïnfecteerd raken. Door hygiënisch te werken bij het zetten van een tatoeage, verkleint u dit risico. Een goede hygiëne voorkomt ook dat eventuele ziekteverwekkers in het bloed of op de huid van uw klant, worden overgedragen op uzelf of uw materialen. In dit hoofdstuk vindt u de maatregelen die u voor, tijdens en direct na het zetten van een tatoeage moet nemen.

 

Het doornemen van de risico’s en controle van geschiktheid van de klant

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 7.1, hoofdstuk  7.2hoofdstuk 7.3, bijlage F en bijlage G.

Voordat de tatoeage wordt aangebracht, moet de klant een mondelinge en schriftelijke verklaring krijgen over de procedure, de risico's en mogelijke complicaties. De tatoeëerder moet van de klant een ondertekend toestemmingsformulier ontvangen.

Op het toestemmingsformulier geeft de klant aan dat hij of zij goed geïnformeerd is en toestemming geeft voor het aanbrengen van een tatoeage. Voorbeelden vindt u in bijlage F van de norm en onder de downloads bij deze toelichting. Let er op dat aan het verkrijgen en bewaren van persoonsgegevens voorwaarden verbonden zijn op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG algemene verordening gegevensbescherming). Meer informatie vindt u op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Complicaties bij een tatoeage, zoals allergieën, kunnen soms op zeer lange termijn optreden. Het is niet altijd voldoende bekend waardoor deze complicaties zich voordoen of bij welke inkten sprake is van een verhoogd risico. Bij onderzoek en behandeling kan het belangrijk zijn om te achterhalen welke soort inkt is gebruikt en van welke fabrikant en uit welke batch de gebruikte inkt afkomstig is. Het is daarom belangrijk deze informatie aan de klant mee te geven en te bewaren. Dit wordt ook wel het inktpaspoort genoemd. Hiervan bestaan diverse variaties, zowel op papier als digitaal in de vorm van apps.

In artikel 24 van de Warenwet en artikel 10 van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen vindt u de wettelijke leeftijdsgrenzen voor het aanbrengen van tatoeages. In tegenstelling tot wat in de norm over leeftijdsgrenzen wordt geschreven is de Nederlandse wetgeving van toepassing.

Eisen uit de norm

  • Zorg dat u van de klant een ondertekend toestemmingsformulier ontvangt. [7.1]
  • Geef de klant een exemplaar van het ondertekende toestemmingsformulier. Hou zelf een exemplaar in dossier. [7.1]
  • Neem informatie over de inkten op. [7.1]
  • Controleer de geschiktheid van de klant. Tatoeëer klanten niet bij gebleken ongeschiktheid. [7.2]
  • Geef de klant vóór het aanbrengen van de tatoeage mondeling en schriftelijk informatie over de procedure, de risico's en mogelijke complicaties. Zie ook de aanvullende eisen. [7.1]
  • Geef de klant mondeling en schriftelijk informatie over de nazorg voor de tatoeage. Zie ook de aanvullende eisen. [7.3]

​​​​​Aanvullende eisen

  • Het is niet toegestaan om bij een persoon jonger dan 12 jaar een tatoeage te zetten.
  • Bij jongeren tussen de 12 en 16 jaar mag alleen een tatoeage worden gezet als zijn of haar wettige vertegenwoordiger aanwezig is. Hierop zijn vier uitzonderingen. Het is bij jongeren tot 16 jaar niet toegestaan om een tatoeage te zetten op:
    • het hoofd;
    • de hals;
    • de polsen;
    • de handen.
  • Laat het toestemmingsformulier bij klanten jonger dan 16 jaar ondertekenen door de wettige vertegenwoordiger.
  • Jongeren van 16 jaar en ouder mogen zelf beslissen over het nemen van een tatoeage.
  • Geef klanten, en hun eventuele wettelijke vertegenwoordiger, vóór het zetten van de tatoeage, mondelinge en schriftelijke informatie over:
    • de gevaren voor infecties en andere complicaties;
    • de risico’s van het gebruik van het tatoeagemateriaal bij gezondheidsklachten.
      Dit bent u verplicht op grond van de Warenwetregeling tatoeëren en piercen, art. 6. De tekst die u moet uitdelen vindt u in de Downloads.
  • Geef klanten, en hun eventuele wettelijke vertegenwoordiger, vóór het zetten van de tatoeage, mondelinge en schriftelijke informatie over het verzorgen van de tatoeagewond (zie bijlage G in de norm).
    Dit bent u verplicht op grond van de Warenwetregeling tatoeëren en piercen, art. 6. Een voorbeeld van deze nazorginstructies vindt u in de Downloads. Wilt u deze voorbeeldtekst aanpassen? Zorg dan dat uw tekst minimaal de informatie uit het voorbeeld bevat en overige informatie niet misleidend of onjuist is.
  • Voldoe aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

Tips

  • Een voorbeeld van een toestemmingsformulier vindt u in bijlage F van de norm.
  •  Vraag altijd naar een legitimatiebewijs als u twijfelt aan de leeftijd van een klant.
  • Tatoeëer niet als een klant (nog) twijfelt. Geef klanten altijd de gelegenheid om goed over de beslissing tot het plaatsen van een tatoeage na te denken.
  • Tatoeëer alleen na toestemming van een arts op wijnvlekken, littekens, moedervlekken of een huid die is aangetast door huidziekten. Wijnvlekken kunnen bloedingen veroorzaken en moedervlekken kunnen niet meer medisch worden gecontroleerd.
  • Tijdens reguliere openingstijden van de studio behoort u beschikbaar te zijn om de cliënt van advies te voorzien in het geval van problemen. Bij abnormale tekenen (zie G.4.3 in de norm) moet de cliënt worden doorverwezen naar een arts.
  • U heeft de optie het eerder getekende toestemmingsformulier een tweede keer te tekenen en eventuele nieuwe inkten te noteren bij “servicewerk” na 6-8 weken indien bij de cliënt niets is gewijzigd ten opzichte van de vorige situatie.
  • Adviseer de klant de informatie over inkten (inktpaspoort) ten minste zeven jaar te bewaren.

 

Pijnstilling

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 7.2 en bijlage F.

Sommige klanten willen voor of tijdens het zetten van een tatoeage pijnstilling gebruiken. Hieraan zijn voor u als tatoeëerder in Nederland een aantal regels verbonden

Eisen uit de norm

  • Willen klanten pijnstilling gebruiken die alleen op recept van een arts of als U.A.D. (= uitsluitend verkrijgbaar bij apotheek en drogist) verkrijgbaar is? Laat ze deze middelen dan zelf meenemen. U mag deze middelen volgens de gebruiksaanwijzing aanbrengen
  • U mag geen plaatselijke verdoving importeren, bewaren of doorverkopen. Zie de Geneesmiddelenwet, art. 40m lid 1 en 2.

Tips

  • Breng geen lidocaïne- of prilocaïnecrème of -pleisters aan op een beschadigde huid of bij de ogen. Het kan hier irriterend werken. Doseer volgens de gebruiksaanwijzing. Overdosering kan ernstige bijwerkingen veroorzaken.
  • Een klant mag tijdens of na het zetten van een tatoeage vrij verkrijgbare pijnstillers gebruiken zoals paracetamol of ibuprofen. Laat ze geen bloedverdunnende middelen gebruiken die acetylsalicylzuur bevatten, zoals aspirine, acetosal, alka-seltzer en ascal.

 

Handhygiëne

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 7.4 en bijlage H.

Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Meer uitleg over hygiëne en ziekteverwekkers kunt u lezen in bijlage IV human immunodeficiency virus. Er zijn twee manieren waarop u handhygiëne kunt toepassen. Door de handen te wassen met water en zeep of door de handen te desinfecteren met een handdesinfecterend middel. In bijlage H van de norm vindt u instructies voor het handen wassen en desinfecteren.

Uitgebreide informatie over het gebruik van desinfectiemiddelen voor handen en huid leest u in bijlage III van deze toelichting.

Onder ringen, armbanden, horloges en lange (kunst)nagels of nagellak kunnen veel micro-organismen zitten, die niet makkelijk weggaan door de handen te wassen of te desinfecteren.

Was uw handen met water en vloeibare zeep als uw handen zichtbaar vuil zijn. Gebruik op die momenten geen handdesinfecterend middel. Door zichtbaar vuil vermindert de werking.

Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan mag u kiezen of u uw handen wast óf desinfecteert.

Voor goede handhygiëne is het voldoende als u alleen wast of desinfecteert. Doe het dus niet beide, direct na elkaar; uw huid droogt dan meer uit en beschadigt sneller.

Eisen uit de norm

  • Handhygiëne voert u uit volgens de methode die beschreven staat in bijlage H van de norm. [7.4]
  • Pas in ieder geval handhygiëne toe:
    • voor en na het voorbereiden en aanbrengen van de tatoeage;
    • voor en na de verzorging van de tatoeage;
    • voor en na het dragen van handschoenen;
      Bij het uittrekken van de handschoenen kunnen deze (ongemerkt) tegen uw huid komen. Uw handen kunnen dan besmet raken met micro-organismen.
    • als er bloed of andere lichaamsvochten op uw handen zitten, of als u met blote handen de beschadigde huid heeft aangeraakt;
    • na een toiletbezoek (met water en zeep wassen);
    • na hoesten, niezen of het snuiten van de neus.
      Dit is ook belangrijk als u een zakdoek hebt gebruikt. Ziekteverwekkers kunnen namelijk door de zakdoek heen op uw handen komen.
  • Draag geen hand- en polssieraden of lange (kunst)nagels of nagellak. Met uitzondering van een gladde trouwring (binnen- én buitenzijde glad). [7.4]
  • De lengte van de nagels moet het gebruik van handschoenen mogelijk maken. [7.4]

​​​​​Aanvullende eisen

  • Gebruik alleen handdesinfecterende middelen die zijn toegelaten door het Ctgb Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides. Zie bijlage II van deze toelichting.

Tips

  • Het handdesinfecterende middel mag voldoen aan EN1500. Maar moet zijn toegelaten door het Ctgb.
  • Smeer uw handen een paar keer per dag in met een handlotion of -crème uit een persoonsgebonden tube of dispenser. Dit gaat het uitdrogen van uw huid tegen. Gebruik geen middelen uit potjes; deze raken sneller besmet met micro-organismen.

Zie ook de video Handhygiëne.

 

Handschoenen

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 7.5.

In bloed en andere lichaamsvloeistoffen, die tijdens tatoeëren vrijkomen, kunnen gevaarlijke ziekteverwekkers zitten, bijvoorbeeld de virussen die hepatitis B, C en hiv humaan immunodeficientievirus veroorzaken. Voor uw bescherming dient u op voorgeschreven momenten handschoenen te dragen.

Eisen uit de norm

  • Handschoenen moeten voldoen aan EN 455 serie en EN 374 serie. [7.5.1]
  • Draag in ieder geval handschoenen:
    • tijdens het tatoeëren;
    • zodra er kans is dat uw handen in contact komen met bloed of wondvocht van de klant (bijvoorbeeld via de handgreep, besmette oppervlakken of tijdens opruimwerkzaamheden);
    • wanneer u zelf open wondjes of huidbeschadigingen aan uw handen heeft (en dek deze bovendien af met een pleister die geen vocht doorlaat);
    • tijdens schoonmaakwerkzaamheden. [7.5.1]

Tips

  • Heeft u een latexallergie of een vermoeden hiervan, gebruik dan nitril. Raadpleeg bij twijfel uw arts.
  • Gebruik alleen poedervrije handschoenen.
  • Vraag of uw klant een latexallergie heeft of een vermoeden hiervan. Gebruik in dat geval nitril.

 

Overige persoonlijke beschermingsmiddelen

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 7.5.

Voor u als tatoeëerder worden naast het gebruik van handschoenen eisen gesteld aan kleding en worden enkele aanbevelingen gedaan voor het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Eisen uit de norm

  • U moet schone bovenkleding dragen en overige persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken indien dit noodzakelijk is. [7.5.2]

 

Behandelruimte

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 7.6.

Als de voorbereiding of het zetten onhygiënisch gebeurt, kunnen de materialen of de huid besmet raken met micro-organismen. Dit vergroot het infectierisico. Werk daarom volgens hygiënische principes uit de norm.

Eisen uit de norm

  • Voorafgaand aan een tatoeagesessie moet u de behandelruimte voorbereiden. [7.6]

 

Algemene eisen aan instrumenten en materialen

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 6.3hoofdstuk 6.4, hoofdstuk 7.7 en hoofdstuk 7.9.

Tijdens het tatoeëren gebruikt u een tatoeagemachine. Afhankelijk van het aandrijfmechanisme wordt een tatoeagemachine gebruikt in combinatie met tube, tip, grip en naaldstaaf met naald. Of met gebruik van een naaldmodule of cartridge (hierna naaldmodule genoemd).

De eisen aan deze onderdelen en overige materialen zijn als volgt:

Eisen uit de norm

  • Steriele materialen die u kunt hergebruiken, mag u zelf steriliseren. [6.4]
  • Gebruik alleen steriel verpakte naaldmodules waarin naald en naaldkap zijn geïntegreerd. Ook moet er een membraan (fysieke barrière) in de naaldmodule zitten dat volledig uitsluit dat pigment en lichaamsvloeistoffen het handstuk in kunnen lopen. [6.3.3.3]
  • Bij gebruik van een naaldmodule zonder fysieke barrière moet een te steriliseren naaldmodulehouder (handgreep) worden gebruikt. Of een naaldmodulehouder voor éénmalig gebruik. [6.3.3.3]
  • Materialen voor éénmalig gebruik, zowel steriel als niet-steriel, mogen niet worden gebruikt indien de verpakking of het materiaal is beschadigd of als de houdbaarheidsdatum ervan is verstreken. [6.3.2]
  • De tatoeagemachine die u gebruikt moet voor iedere klant schoon zijn. De machine mag afgedekt worden met materiaal voor eenmalig gebruik. [7.7]
  • Gebruik steriele inktcups. [7.9]
  • Overige verbruiksmaterialen moeten voldoen aan de gestelde eisen. [7.9]​​​​​

Tips

  • Gebruik alleen materiaal voor eenmalig gebruik als u tatoeëert via ‘hand-poking’.

 

Eisen aan tatoeagekleurstoffen

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 7.8

Tatoeagekleurstoffen moeten voldoen aan het Warenwetbesluit tatoeagekleurstoffen. Hierin worden eisen gesteld aan de microbiologische en chemische veiligheid van kleurstoffen die gebruikt worden voor tatoeages en aan de verpakking van de tatoeagekleurstoffen. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit houdt toezicht op deze wetgeving. De hele tekst van het Warenwetbesluit vindt u op wetten.overheid.nl.

Voor een veilig en hygiënisch gebruik is het belangrijk om u te houden aan het volgende:

Eisen uit de norm

  • U moet controleren of de inktflacon op de juiste wijze is voorzien van een etiket. [7.8]
  • De datum van opening moet op elke inktflacon worden vermeld. [7.8]
  • De inktflacons moeten na gebruik goed opgeborgen worden en de spuitmond moet worden gereinigd met een droge tissue of tissue met desinfectiemiddel. [7.8]
  • Wilt u inkt verdunnen? Dan moet u een steriel verdunningsmiddel gebruiken of steriel water uit een flacon voor eenmalig gebruik. [7.8]

​​​​​Aanvullende eisen

  • Schaf alleen tatoeagekleurstoffen aan die voldoen aan de eisen uit het Warenwetbesluit tatoeagekleurstoffen.

Tips

  • Schaf zo klein mogelijke voorraadflacons aan. Hoe langer u een flacon gebruikt, hoe meer risico op besmetting.
  • Zorg dat het etiket, inclusief batchnummer, houdbaarheidsdatum en datum van opening goed leesbaar blijven door het af te plakken met doorzichtige tape.

 

De behandeling

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 7.10, hoofdstuk 7.11 en hoofdstuk 7.12.

Eisen uit de norm

  • Voer de nodige voorbereidingen uit op de huid van de klant. [7.10]
  • Voer de behandeling uit volgens de principes die beschreven staan in hoofdstuk 7.12 van de norm. [7.12]
  • Als u tussentijds de naald spoelt moet u dit doen in een gedesinfecteerde beker of bakje gevuld met drinkwater of steriel water. [7.11]

​​​​​Aanvullende eisen

  • Gebruik voor huiddesinfectie voorafgaand aan het tatoeëren een huiddesinfecterend middel met een RVG Register Verpakte Geneesmiddelen-nummer. Houd de inwerktijd aan die de fabrikant voorschrijft. Wacht met verdere behandeling tot de huid droog is.

Tips

  • Gebruik bij voorkeur tijdens het tatoeëren petrolatum (vaseline) uit een verpakking voor eenmalig gebruik.
  • Gooi het water van het naald spoelen weg in de wasbak of gootsteen die gebruikt wordt voor vuil afvalwater.

 

Verzorging van de tatoeagewond

Deze paragraaf geeft een toelichting op hoofdstuk 7.5 en bijlage G.

Als een tatoeagewond na het zetten nog bloedt of bedekt wordt met kleding, moet deze verzorgd worden. Hiervoor zijn verschillende methoden geschikt, die hieronder worden beschreven.

Voor elke methode geldt dat uw handen schoon moeten zijn voordat u begint.

Eisen uit de norm

  • Zorg dat uw handen direct voor de wondverzorging zijn gewassen of gedesinfecteerd. [7.5.1]
  • Draag handschoenen tijdens de verzorging van de tatoeagewond. [7.5.1]

Aanvullende eisen voor de verzorging van een wond met een nazorgzalf (aftercareproduct)*

  • Een aftercareproduct, eventueel in combinatie met huishoudfolie, moet voldoen aan:
    • de Wet op de medische hulpmiddelen (dit is te herkennen aan een CE Conformité Européenne-logo op de verpakking);
      OF
    • dat is opgenomen in het Register Verpakte Geneesmiddelen, te herkennen aan een RVG-nummer op de verpakking;
      EN
    • waarbij uit het gebruiksvoorschrift blijkt dat deze geschikt is voor een toepassing waarbij deze in aanraking komt met de beschadigde huid.
  • Een uitzondering geldt voor producten die uitsluitend bestaan uit petrolatum en bedoeld zijn voor toepassing op de huid. Deze producten zijn geschikt als nazorgzalf wanneer deze zijn bedoeld voor toepassing op de menselijke huid. Deze worden vaak verkocht onder de naam Witte Vaseline (Petrolatum).

* Met een aftercareproduct wordt een zalf, crème of andere substantie bedoeld die dient ter bescherming en/of bevordering van de genezing van de pas gezette, nog niet geheelde tatoeage.

Tips

  • Verzorg de tatoeagewond volgens een van de principes uit bijlage G.2 uit de norm.
  • Gebruik bij voorkeur een aftercareproduct uit een verpakking voor éénmalig gebruik.

Zie ook de video After Care.

8. Lichamelijke klachten van de klant

Na het zetten van een tatoeage, kunnen er bij de klant lichamelijke klachten ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn:

  • een allergische reactie;
  • misselijkheid;
  • flauwvallen;
  • huidaandoeningen, zoals een ontsteking.

Deze verschijnselen kunnen verschillende oorzaken hebben. Zo kunnen er klachten ontstaan wanneer een tatoeage op een verkeerde of onhygiënische manier wordt aangebracht. Maar ook als u wel hygiënisch werkt, kan de klant lichamelijke klachten krijgen. Bijvoorbeeld als de klant zich niet aan de nazorginstructies houdt, kunnen er klachten optreden. In ernstige gevallen kan er zelfs blijvende schade aan de huid ontstaan.

In dit hoofdstuk vindt u de maatregelen die u moet nemen wanneer er tijdens of vlak na het zetten complicaties optreden. Ook wordt er beschreven hoe u moet handelen wanneer een klant enige tijd na het zetten terug komt vanwege een lichamelijke klacht.

 

Allergische reacties

Deze paragraaf geeft een toelichting op bijlage G.

Een allergie is een reactie van het afweersysteem op bepaalde stoffen. Een allergische reactie ontstaat pas nadat het lichaam meerdere malen in contact is geweest met een bepaalde (lichaamsvreemde) stof. Een klant met een allergische reactie kan dus bij een eerdere tatoeage niets gemerkt hebben.

Klanten kunnen bijvoorbeeld allergisch zijn voor latex. Ook zijn er bepaalde inkt- en pigmentkleuren die allergische reacties kunnen veroorzaken. Hierdoor is het mogelijk dat de tatoeage vervormt of (deels) verdwijnt.

De reacties op allergieën kunnen verschillen. Sommige mensen krijgen alleen een rode en jeukende huid, terwijl mensen in het ergste geval kunnen flauwvallen of in shock raken. Vraag daarom altijd vóór de behandeling of klanten last hebben van bepaalde allergieën.

Het verschil tussen flauwvallen en in shock raken is lastig te herkennen. Neem bij twijfel altijd contact op met de alarmcentrale. Bij een shock stroomt er minder bloed naar de hersenen waardoor iemand het bewustzijn kan verliezen. Zij zijn vaak alert, angstig en verward, hebben een hoge polsslag, een ‘koude neus’ en een klamme huid. Iemand die flauwvalt komt binnen enkele minuten vanzelf weer bij. Bij een shock blijft iemand buiten bewustzijn.

Tips

  • Neem altijd contact op met een arts als tijdens of direct na het tatoeëren ernstige allergische reacties of andere lichamelijke klachten optreden. Zie bijlage G.4.3.2 van de norm.

 

Misselijkheid en flauwvallen

Het kan voorkomen dat een klant tijdens of na het aanbrengen van de tatoeage misselijk wordt of dreigt flauw te vallen. Let op symptomen als een bleek gezicht en hevige transpiratie.

Tips

  • Laat een klant na het aanbrengen van de tatoeage nog even liggen of zitten.
  • Wees alert en houd de klant vooral in de gaten bij het op en af lopen van trappen.
  • Dreigt de klant flauw te vallen, laat hem of haar dan tien minuten op de behandeltafel liggen met de benen omhoog. Als de klant niet ligt maar zit, is het beter om het hoofd ongeveer één minuut tussen de benen te houden (doe dit niet als de klant misselijk is). Zorg voor voldoende frisse lucht.
  • Geef de klant, wanneer hij of zij weer rechtop kan zitten, iets te eten en drinken (bij voorkeur iets dat rijk is aan suiker, zoals druivensuiker of appelsap).
  • Is een klant kort buiten bewustzijn geweest? Reageer dan rustig en zorg dat hij of zij zich niet bezeert. Laat de klant ongeveer 10 minuten rustig liggen. Bel 112 als de klant langer dan twee minuten buiten bewustzijn blijft.

 

Medische hulp

Deze paragraaf geeft een toelichting op bijlage G.

Wanneer u bij klachten zelf gaat dokteren, kunnen er dingen mis gaan. Wees daarom altijd terughoudend in het behandelen van klachten. Zelf dokteren bij complicaties kan zelfs strafbaar zijn.

Tips

  • Tekenen van infectie? Verwijs de klant dan altijd door naar zijn of haar huisarts.

Bijlagen

I. Wetgeving, toezicht en handhaving

Wetgeving

In het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen staan de wettelijke veiligheidsvoorschriften aangegeven waar uw studio aan moet voldoen. In deze paragraaf wordt ook verwezen naar artikel 24 van de Warenwet en de volgende twee ministeriële regelingen: de Warenwetregeling tatoeëren en piercen en de Warenwetregeling aanwijzing veiligheidscodes tatoeëren en piercen. De actuele wetgeving kunt u vinden op wetten.overheid.nl.

Vergunning

Zonder vergunning mag u niet tatoeëren. In het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen is vastgelegd dat u als ondernemer een vergunning moet hebben. Deze vergunning moet u driejaarlijks aanvragen bij uw GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Dat kan via het online aanvraagformulier. U krijgt alleen een vergunning als u aan de eisen uit de norm voldoet en de relevante Nederlandse wet- en regelgeving. De inspecteurs van Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit en de inspecteurs van de GGD controleren of u zich aan de wettelijke veiligheidseisen van het Warenwetbesluit houdt.

De artikelen 4 en 5 van het Warenwetbesluit gaan over de vergunning voor tatoeëren. Deze artikelen geven uitleg over de aanvraag van de vergunning en wie de bevoegdheid heeft om deze vergunning in te trekken. Een vergunning wordt alleen gegeven aan ondernemers die voldoen aan de wettelijke voorschriften uit artikel 24 van de Warenwet. Daarnaast vindt u overige regelingen in de Warenwetregeling tatoeëren en piercen en de Warenwetregeling aanwijzing veiligheidscodes tatoeëren en piercen. Hierin staat ook aangegeven hoe u de vergunning kunt aanvragen, hoe lang de geldigheidsduur is, en wat de kosten zijn.

Er bestaan verschillende typen vergunningen. Welke vergunning voor u geldt, is afhankelijk van uw bedrijfsvoering. U moet een vergunning met steriliseren aanvragen wanneer u zelf instrumenten steriliseert, of als u dit laat uitvoeren door een door u ingehuurd bedrijf. Als u alleen wegwerpmaterialen gebruikt, kunt u een vergunning zonder steriliseren aanvragen. De normen die gelden voor het sterilisatieproces worden dan niet meegenomen in de vergunningverlening. Aan alle overige normen uit de norm moet u uiteraard wel voldoen.

Tatoeëert u zonder tatoeagemachine (het zogenaamde ‘hand-poking’)? Ook dan moet u aan de maatregelen uit de norm voldoen; de door u gebruikte techniek wordt beoordeeld bij de vergunningverlening. Meer informatie over de vergunning vindt u in de Warenwetregeling tatoeëren en piercen, op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl, of op de website van uw lokale GGD.

Toezicht & handhaving

De inspecteurs van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) en de inspecteurs van de GGD controleren of u zich aan de wettelijke veiligheidseisen van het Warenwetbesluit houdt. Nadat een vergunning is aangevraagd, komt een GGD-inspecteur op afspraak langs voor een inspectie. GGD-inspecteurs zijn daarnaast bevoegd om een geldige vergunning in te trekken als een ondernemer zich niet aan de wettelijke bepalingen heeft gehouden. Als er overtredingen worden vastgesteld, worden er maatregelen genomen volgens het interventiebeleid van de NVWA.

Overtredingen van het Warenwetbesluit door bedrijven met 50 of minder werknemers worden beboet met € 525. Overtredingen als omschreven in artikel 24 van de Warenwet, zoals bijvoorbeeld de leeftijdsgrens, worden beboet met € 795. Zie voor de actuele gegevens het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten.

II. Het gebruik van desinfecterende middelen

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides) beoordeelt of een desinfecterend middel goed werkt en veilig is. Ook stelt het Ctgb vast waarvoor het gebruikt mag worden. Een middel kan bijvoorbeeld alleen geschikt zijn voor het desinfecteren van de handen en niet voor het desinfecteren van oppervlakken. Daarnaast zijn sommige middelen alleen effectief tegen sommige bacteriën, terwijl andere middelen ook virussen kunnen doden.

Middelen die door het Ctgb zijn toegestaan, zijn te herkennen aan een code op de verpakking. Dit kunnen de volgende codes zijn:

  • een N-code (4 tot 5 cijfers gevolgd door ‘-N’, bijvoorbeeld: 12345 N);
  • een NL-code (NL- gevolgd door 7 of 11 cijfers).

Daarnaast moet de fabrikant op de verpakking melden waarvoor het middel gebruikt mag worden.

Middelen die zijn toegelaten, staan ook op de website van het Ctgb. Op de website van het Ctgb is voor elk toegelaten middel het ‘Wettelijk gebruiksvoorschrift’ opgenomen. In dit gebruiksvoorschrift staat waarvoor het middel gebruikt mag worden en tegen welke micro-organismen het effectief is. Ook staat er hoe u het middel moet gebruiken.

Let op: u mag een desinfecterend middel alleen gebruiken voor de toepassingen die in het gebruiksvoorschrift staan beschreven! Zie de onderstaande voorbeelden:

  • Voorbeeld 1:
    U heeft een desinfecterend middel waarmee u uw handen wilt desinfecteren. In het gebruiksvoorschrift staat alleen beschreven dat het middel geschikt is voor de desinfectie van harde oppervlakken. U mag dit middel dan niet voor uw handen gebruiken.
  • Voorbeeld 2:
    U heeft een desinfecterend middel waarmee u een oppervlak wilt desinfecteren dat vervuild was met bloed. In het gebruiksvoorschrift staat dat het middel effectief is tegen bacteriën, gisten en schimmels. U mag dit middel dan niet gebruiken voor de desinfectie van het oppervlak; bij een verontreiniging met bloed heeft u namelijk een middel nodig dat effectief is tegen virussen.

Er zijn toegelaten middelen die in één handeling zowel schoonmaken als desinfecteren. Dit staat dan in het gebruiksvoorschrift. Gebruikt u zo’n middel? Dan is schoonmaken voordat u dit middel gebruikt uiteraard niet nodig.

Ctgb-databank

Hieronder staat hoe u desinfecterende middelen kunt vinden op de website van het Ctgb.

Hebt u al een desinfecterend middel en wilt u weten of u dit mag gebruiken? Gebruik dan optie A. Wilt u een overzicht van toegelaten desinfecterende middelen? Gebruik dan optie B.

A. Zoeken naar een specifiek desinfecterend middel

  • Ga naar www.ctgb.nl en klik op ‘Toelatingendatabank’. Of ga direct naar https://toelatingen.ctgb.nl.
  • Hier kunt u zoeken op de naam van het product.
  • Controleer in het actuele gebruiksvoorschrift altijd of het middel geschikt is voor uw toepassing en welke maatregelen bij gebruik moeten worden genomen.

B. Een overzicht van toegelaten desinfecterende middelen zien

  • Ga naar www.ctgb.nl en klik op ‘Toelatingendatabank’. Of ga direct naar https://toelatingen.ctgb.nl.
  • Klik op de knop ‘Toon uitgebreide filters’.
  • Voer de gewenste selectiecriteria in. Bij Gebruik moet u professioneel invoeren. Bij Producttype kiest u een optie die hieronder beschreven staat:
    • Middelen die geschikt zijn voor het desinfecteren van handen hebben een PT01-code (‘Biociden voor menselijke hygiëne’).
    • Middelen die geschikt zijn voor materialen en oppervlakken hebben een PT02-code (‘Desinfecterende middelen voor privégebruik en voor de openbare gezondheidszorg, alsmede andere desinfectantia’).
    • Middelen die geschikt zijn voor oppervlakken waarop eet- en drinkwaren kunnen komen, hebben een PT04-code (‘Ontsmettingsmiddelen voor gebruik in de sector voeding en diervoeders’).
  • Controleer in het actuele gebruiksvoorschrift altijd of het middel geschikt is voor uw toepassing en welke maatregelen bij gebruik moeten worden genomen.
  • U kunt via de knop downloaden de selectie exporteren naar een Excel-bestand.

Deze zoekhulp is opgesteld in augustus 2019. Klopt het advies niet meer en heeft u hulp nodig? Neem dan contact op met de Servicedesk van het Ctgb via telefoonnummer 0317 – 471 810 of door het servicedesk-verzoekformulier in te vullen. Het LCHV Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid is niet verantwoordelijk voor eventuele wijzigingen aan de website van het Ctgb.

III. Desinfectiemiddelen voor handen en huid

Het middel dat gebruikt wordt om te desinfecteren hangt af van wat er gedesinfecteerd moet worden. Gaat het om de huid voorafgaand aan bijvoorbeeld het tatoeëren, of gaat het om de vloer die vervuild is met braaksel? Is de tafel vervuild met bloed, of wil je je handen desinfecteren? 

Voor desinfectiemiddelen wordt er onderscheid gemaakt tussen een biocide en een geneesmiddel. Afhankelijk van wat gedesinfecteerd moet worden, wordt bepaald of er een biocide of een geneesmiddel gebruikt moet worden. 

Desinfectiemiddelen voor gebruik op levenloze oppervlakken en de intacte huid die ook na het desinfecteren intact blijft, vallen onder de biocidewetgeving. Denk aan oppervlakken, materialen en handen. Deze middelen moeten zijn toegelaten door het Ctgb Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides.

Desinfectiemiddelen voor de niet-intacte huid, of de huid die nog intact is maar direct na het desinfecteren geopend zal worden (zoals bij tatoeëren), vallen onder de geneesmiddelenwet. Denk aan de huid voorafgaand aan het plaatsen van een tatoeage of voor het behandelen van een wond. Deze middelen moeten zijn toegelaten door het CBG College ter Beoordeling van Geneesmiddelen.

Handen of huid?

Dit onderscheid is vrij lastig en hierdoor ontstaat er veel onduidelijkheid. Logisch, want waarom is er een verschil tussen huid en handen? De handen zijn toch ook huid? Hieronder wordt het verschil tussen een huiddesinfectiemiddel en een handdesinfectiemiddel uitgelegd.

Handdesinfectiemiddelen

Handen worden gedesinfecteerd om het aantal (ziekmakende) micro-organismen, die altijd aanwezig zijn op de handen, terug te dringen tot een acceptabel niveau. Het wordt niet gebruikt om te genezen of om ziekte te voorkomen of voor de behandeling van een wond. Handdesinfectiemiddelen worden alleen op de intacte (blijvende) huid gebruikt. Handdesinfectiemiddelen vallen daarom onder de biocide wetgeving (College ter beoordeling van Geneesmiddelen. ‘Afbakening Biociden en Geneesmiddelen.’ CBG. (2013): geraadpleegd 25 augustus 2015).

Huiddesinfectiemiddelen 

Een huiddesinfectiemiddel wordt gebruikt voor het genezen of voorkomen van ziekte, of voor de behandeling van een wond. Een huiddesinfectiemiddel kan worden gebruikt op een niet-intacte huid of op een intacte huid die ‘geopend’ wordt, zoals bij tatoeëren en piercen. Hierdoor valt een huiddesinfectiemiddel onder de geneesmiddelenwet (Werkgroep Infectie Preventie, ‘Desinfectie’. RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2013), geraadpleegd 25 augustus 2015; en College ter beoordeling van Geneesmiddelen. ‘Afbakening Biociden en Geneesmiddelen.’ CBG. (2013): geraadpleegd 25 augustus 2015).

Gebruik desinfectiemiddelen altijd volgens het gebruiksvoorschrift. Lees de bijsluiter voorafgaand aan het gebruik daarom goed door.

Handen zijn toch intacte huid?

Klopt, een huiddesinfectiemiddel mag op de intacte huid gebruikt worden, dus ook op de handen. Bedenk wel dat een huiddesinfectiemiddel agressief is voor de huid en de huid uitdroogt. Meestal is er een terugvetter toegevoegd aan een handdesinfectiemiddel zodat de handen niet uitdrogen (Werkgroep Infectie Preventie, ‘Handreiniging of desinfectie’. RIVM. (2013), geraadpleegd 7 augustus 2015).

IV. Hygiëne en ziekteverwekkers

Een goede hygiëne voorkomt de verspreiding van micro-organismen. Voorbeelden van micro-organismen zijn bacteriën, virussen en schimmels. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, in lichaamsvloeistoffen zoals bloed, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige kunnen ziekten veroorzaken.

Door contact tussen mensen kunnen deze ziekteverwekkers zich van de ene mens naar de andere verspreiden. Als ze zich vervolgens vermenigvuldigen, kan iemand ziek worden. Zulke ziekten noemen we infectieziekten. Of een besmetting uitgroeit tot een infectie, heeft met verschillende dingen te maken:

  • de hoeveelheid ziekteverwekker waarmee iemand besmet is;
  • hoe gemakkelijk de ziekteverwekker mensen ziek maakt;
  • iemands lichamelijke conditie; de een wordt ziek, de ander voelt zich niet lekker en een derde heeft nergens last van.

Hoe verspreiden ziekteverwekkers zich?

Ziekteverwekkers verspreiden zich op de volgende manieren:

  • via de handen;
  • via lichaamsvloeistoffen (bloed, speeksel, braaksel, ontlasting enzovoorts);
  • door de lucht (via druppels door hoesten, via huidschilfers of stof);
  • via voorwerpen (tatoeage instrumenten en deurklinken);
  • via voedsel en water;
  • via dieren (zoals huisdieren en insecten).

Hygiëne voorkomt ziekte

Infectierisico’s beperkt u in de eerste plaats door een goede hygiëne. In de basis is hygiëne niet meer dan het volgende:

  • Breng wat vuil is niet in contact met wat schoon is. En andersom.
  • Maak schoon wat vuil is of gooi het weg.
  • Je kunt niet altijd aan de buitenkant beoordelen of iets vuil of schoon is.
  • Alles begint en eindigt met handhygiëne.

V. Stoomsterilisatoren

De klassen N, (V)S en B komen voort uit de Europese norm EN 13060 voor tafelmodel stoomsterilisatoren. De betekenis van deze klassen is als volgt:

  • N-klasse stoomsterilisatoren kunnen alleen onverpakte, massieve instrumenten (zoals scharen, pincetten en tangen) steriliseren. De N verwijst naar het feit dat de instrumenten onverpakt (‘naked’ of ‘non-wrapped’) in het apparaat worden gelegd.
  • S-klasse stoomsterilisatoren zijn in het algemeen geschikt voor verpakte, massieve instrumenten (zoals scharen, pincetten en tangen). De S staat voor ‘special’, wat ernaar verwijst dat de fabrikant moet aangeven voor welke instrumenten de sterilisator (speciaal) geschikt is.
  • VS Verenigde Staten-klasse stoomsterilisatoren kunnen naast verpakte massieve instrumenten ook verpakte eenvoudige holle instrumenten (zoals tatoeëertubes) steriliseren. Dit komt doordat deze sterilisatoren gebruik maken van een vacuüm (vandaar de V in VS-klasse).
  • B-klasse stoomsterilisatoren hebben een gefractioneerd voor-vacuüm en na-vacuüm droogprogramma. Hierdoor kunnen in B-klasse sterilisatoren alle instrumenten worden gesteriliseerd, ook verpakte, moeilijke holle instrumenten (type A, zoals liposuctienaalden of een helixtest). De B staat voor ‘big’, wat verwijst naar het grote (big) aantal instrumenten waar de sterilisator voor gebruikt kan worden.

Vanwege de mogelijkheid om verpakte, (eenvoudige) holle instrumenten te steriliseren, zijn VS- en B-klasse stoomsterilisatoren geschikt voor de materialen die bij het tatoeëren of piercen worden gebruikt.

Test regelmatig of uw sterilisator nog werkt. Als vuistregel geldt: bij dagelijks gebruik voert u wekelijks testen uit. Test in ieder geval maandelijks indien u de sterilisator minder vaak gebruikt.

Voorbeeld van een test: de luchtverwijdering uit holle voorwerpen kunt u testen met een helixtest (geschikt voor klasse B-sterilisatoren) of een verkorte helixtest (geschikt voor VS-sterilisatoren). Met deze test wordt bepaald of de stoom in uw sterilisator doordringt tot de diepste plekken in holle instrumenten. Uw sterilisator werkt goed wanneer de indicatorstrip van de helix voldoende van kleur is veranderd. De fabrikant van de (verkorte) helixtest moet aangeven welke kleurverandering u moet waarnemen en voor welk type sterilisator de helixtest geschikt is. Een veel gebruikte verkorte helixtest is de zogenaamde Tattoo-PCD of Blackbox.

Neem contact op met de leverancier als uw sterilisator onvoldoende lijkt te werken. Aanwijzingen hiervoor zijn:

  • De sterilisatietemperatuur wordt niet bereikt.
  • De sterilisator lekt, maakt sissende geluiden of produceert stoompluimen.
  • Het proces duurt veel langer dan normaal.
  • De laminaatzakjes komen nat uit de sterilisator.
  • De indicatoren op de laminaatzakjes verkleuren niet goed.
  • De indicatorstrip van uw helixtest is onvoldoende van kleur veranderd na het sterilisatieproces.
  • De sterilisator heeft regelmatig een storing.

VI. Overzicht wijzigingen

Overzicht van wijzigingen ten opzichte van huidige hygiënerichtlijnen voor tatoeëren en permanente make-up.

NEN Nederlandse norm -EN 17169 Onderwerp Wijziging ten opzichte van Nederlandse hygiënerichtlijnen voor tatoeëren en PMU permanente make up

4.1

Procedures en instructies (handboek) De eisen voor beschreven procedures (bedrijfsvoering) zijn uitgebreider. De procedures zijn ten dele beschikbaar in de bijlagen of als download uit norm of toelichting. Andere moeten zelf geschreven worden.
4.2 Opleiding In Nederland is deze eis voorlopig uitgezonderd. Zie ook Uitzonderingen en aanvullingen | RIVM.
4.3 Eerste hulp opleiding In Nederland is deze eis voorlopig uitgezonderd. Zie ook Uitzonderingen en aanvullingen | RIVM.
5.2 Inrichting Er wordt specifiek gesteld dat de ruimten vrij moeten zijn van vreemde voorwerpen. De essentie van deze eis is dat de inrichting zodanig is dat goede schoonmaak ongehinderd kan worden uitgevoerd.
5.3 Tapijt Er mag geen tapijt in de behandelruimte liggen. Tapijt biedt onvoldoende garantie voor goede reiniging en vochtbestendigheid.
5.3 Behandelstoel/bank Geadviseerd wordt een werkbare veilige afstand toe te passen met voldoende bewegingsruimte. Er is geen afstand meer aangegeven tussen behandelstoelen of tot de wachtruimte.
5.3 Roken Naast roken zijn ook elektronische nicotine-afgiftesystemen niet toegestaan.
5.3 Dieren Bijvoorbeeld hulphond, assistentiehond of geleidehond mag worden binnengelaten.
5.3 Aparte faciliteit reinigen materiaal De essentie van deze eis is dat ondernemers die zelf steriliseren een aparte faciliteit (gootsteen) voor het reinigen van herbruikbaar (tatoeage)materiaal moeten hebben.
5.3 No-touch kraan De no-touch kraan geldt als eis. Met no-touch worden ook kranen met elleboog-, knie- of voetbediening bedoeld.
5.4.3 Naaldcontainer Naast het UN United Nations-keurmerk moet de naaldcontainer voldoen aan EN ISO International Organization of Standardization 23907. De fabrikant of leverancier moet deze informatie kunnen verschaffen indien het niet op de container zelf staat.
6.2/7.6 Desinfectie werkplek Desinfectie (na reinigen) wordt in Nederland niet standaard toegepast, maar wordt alleen toegepast in situaties waar het noodzakelijk wordt geacht. Bijvoorbeeld bij zichtbaar bloed, wondvocht of inktspatten. Desinfecteren 'on the spot' is voldoende.
6.3.3.1 Aparte faciliteit voor reinigen, desinfecteren en steriliseren Ondernemers die zelf steriliseren moeten het reinigen, desinfecteren en steriliseren uitvoeren in een aparte ruimte of een daarvoor speciaal gereserveerd deel van de locatie.
6.3.3.1 Ultrasone reiniging Het gebruik van een ultrasoon reinigingsbad is niet verplicht. Geadviseerd wordt deze reinigingsstap toe te passen voor een optimale reiniging.
6.3.3.3 Naaldmodules zonder membraan Naaldmodules zonder terugvloeimembraan (fysieke barrière) zijn toegestaan als de handgreep voor eenmalig gebruik is. Of als de handgreep te steriliseren is en na ieder gebruik gereinigd en gesteriliseerd wordt.
6.4.2 Sterilisator De stoomsterilisator moet voldoen aan EN 13060. In ieder geval bij aanschaf van een nieuwe (volgende) stoomsterilisator.
6.4.2 Onderhoud sterilisator Het periodieke onderhoud door een extern bedrijf moet gebeuren volgens EN ISO 176651. Het bedrijf moet deze informatie kunnen verschaffen.
6.4.3 Laminaatzakken Laminaatzakken moeten voldoen aan EN ISO 11607-1. De fabrikant of leverancier moet deze informatie kunnen verschaffen.
6.4.4 Bewaartermijn zelf gesteriliseerd materiaal Geadviseerd wordt een verbruiksvoorraad te hebben die binnen 6 maanden wordt verbruikt. Het gebruiken van zelf gesteriliseerde materialen binnen 6 maanden na sterilisatie is een advies.
7.1 Toestemmingsformulier Het invullen van een toestemmingsformulier geldt als eis voor iedere klant.
7.1 Informatie inkten (inktpaspoort) Het noteren van informatie over gebruikte inkten is een eis. Dit kan op papier op het toestemmingsformulier, maar mag ook digitaal gegenereerd worden.
7.1 Informatie over risico's Aanvullende eis vanuit het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen. Het blijft verplicht om deze informatie vóór het zetten van de tatoeage te verstrekken.
7.2 Leeftijden De Nederlandse wetgeving weegt zwaarder dan de eis uit de norm. De leeftijdsgrenzen blijven tussen 12-16 jaar met toestemming ouder/voogd. Klanten van 16 jaar en ouder mogen zelf beslissen. Om aan te sluiten bij de leeftijdsgrenzen in de NEN-EN norm wordt artikel 24 van de Warenwet, waarin de leeftijden staan opgenomen, gewijzigd. Deze wijziging wordt op dit moment voorbereid.
7.2 Pijnstilling In Nederland is deze eis uitgezonderd. Pijnstilling blijft in Nederland toegestaan, indien gebruikt in de zin van de Geneesmiddelenwet.
7.4 Lange nagels Naast lange nagels zijn kunstnagels en nagellak niet toegestaan.
7.6 Etikettering spoelflessen Spoel- of sprayflessen moeten worden voorzien van een etiket met daarop de ingrediënten van het product in de fles.
7.6 Spoelflessen Er gelden specifieke eisen over de gebruiksduur en de wijze van schoonmaken van spoel- en sprayflessen.
7.8 Inkten bewaren Inktflacons moeten worden opgeslagen in een afgesloten, schone, droge ruimte, buiten het bereik van warmtebronnen, direct zonlicht en het publiek.
7.8 Inkt, openingsdatum De datum van opening moet op inktflacons worden vermeld.
7.8 Inkt verdunnen Voor het verdunnen van inkten moet steriel water of steriel verdunningsmiddel worden gebruikt.
7.8 Voorraadbeheersysteem Inkten en andere beperkt houdbare producten moeten worden gebruikt in volgorde waarvan de houdbaarheid het eerste verloopt. Daarnaast geldt een check op de kwaliteit, zoals beschadigde flacons of ingedroogde inkten.
7.9 Inktcups steriel Steriele inktcups zijn verplicht.
7.9/7.12 Smeermiddel Geadviseerd wordt een veilig product conform het aftercarebeleid te gebruiken met een voorkeur voor petrolatum (witte vaseline) zonder toevoegingen.
7.9 Smeermiddel, openingsdatum Geadviseerd wordt eenpersoonsverpakkingen te gebruiken, maar een grotere verpakking is toegestaan. Dan geldt een maximale gebruiksduur van 6 maanden.
7.10 Huid reinigen Alvorens de huid te desinfecteren moeten de te tatoeëren plek en het gebied eromheen worden schoongemaakt.
7.10 Huiddesinfectiemiddel In Nederland geldt de aanvullende eis dat het huiddesinfectiemiddel voldoet aan de Geneesmiddelenwet (RVG Register Verpakte Geneesmiddelen nummer).
7.10 Markeerstift Naast markeerstiften voor eenmalig gebruik mogen ook steriliseerbare stiften worden gebruikt.
7.11 Spoelbeker (spoelen naald) De beker moet vooraf worden gedesinfecteerd.
7.11 Spoelwater naald Het gebruikte spoelwater moet worden weggegooid in de wasbak of gootsteen die gebruikt wordt voor vuil afvalwater.
7.12 Wondverzorging Aanvullende Nederlandse eis: gebruik een aftercareproduct conform Nederlands nazorgbeleid.

Video's

Besmettingsrisico's voorkomen

Als tatoeëerder is je vak je passie en sta je voor de kwaliteit van je werk. Een voorspoedige genezing van de tatoeage is van groot belang voor de uiteindelijke kwaliteit. Dat je hygiënisch werkt volgens de hygiënerichtlijnen hoort bij het vakmanschap van jou als tatoeëerder.
Hygiënisch werken houdt in dat je je klanten én jezelf beschermt tegen bloedoverdraagbare ziekten.
Bespreek met de klant of deze allergieën of andere aandoeningen heeft en controleer of de huid gezond is.
Geef klanten vóór het zetten van de tatoeage schriftelijke informatie over de risico’s van infectie en andere complicaties.
Laat klanten van tevoren een toestemmingsformulier tekenen. Zélf teken je dit formulier ook. Daarmee verklaar je dat je volgens de hygiënerichtlijnen werkt. Je geeft een kopie van het ingevulde formulier mee aan je klant.
Als je niet hygiënisch werkt, verspreiden bacteriën en virussen zich heel makkelijk en besmetten zo je hele werkplek
Als je je tijdens het tatoeëren prikt aan een gebruikte naald, kun je een bloedoverdraagbare ziekte zoals Hepatitis B oplopen.
Omdat Hepatitis B erg besmettelijk is, kun je je er maar beter tegen vaccineren. Na drie injecties ben je langdurig of levenslang beschermd.
Als je je prikt, laat het wondje dan flink doorbloeden en spoel het goed af. Plak er een pleister op en neem daarna contact op met je huisarts of de GGD.
Gooi gebruikte naalden en naaldmodules direct in de UN naaldcontainer. Op de container staat het UN keurmerk, eventueel met daarbij nummer 3291.
De hygiënerichtlijnen voor tatoeëren vind je op de website van het RIVM. Daar kun je de regels nog eens precies nalezen.

Reinigen en desinfecteren

Als tatoeëerder is je vak je passie en sta je voor de kwaliteit van je werk.
Een voorspoedige genezing van de tatoeage is van groot belang voor de uiteindelijke kwaliteit. Dat je hygiënisch werkt volgens de hygiënerichtlijnen hoort bij het vakmanschap van jou als tatoeëerder.

Hygiënisch werken houdt in dat je je werkoppervlakken, materialen en instrumenten schoonmaakt, en desinfecteert of steriliseert. En dat je dit doet na het zetten van iedere tatoeage.

Het voorkomt dat bacteriën en virussen via de werkomgeving en materialen jou en anderen besmetten.

Voor oppervlakken, materialen en instrumenten die niét met de huid in aanraking zijn gekomen en niét vervuild zijn met bloed, is alleen schoonmaken voldoende. Dit doe je met een allesreiniger.

Oppervlakken en materialen die mogelijk wél met de huid of met bloed in aanraking zijn gekomen, desinfecteer je. Dit doe je na het schoonmaken. Denk bijvoorbeeld aan je werkoppervlak, armsteun of inbussleutel. Desinfecteren doe je met een desinfectiemiddel met een N-nummer. Dat vind je op de verpakking.

Let erop dat je desinfectiemiddelen voldoende tijd geeft om virussen en bacteriën te doden. Wrijf het dus niet direct droog. Op het etiket staat hoe lang het middel moet inwerken en hoe je het precies gebruikt.

Je instrumenten maak je schoon met een borsteltje, ragers en dergelijke. Én daarna in een ultrasoon reinigingsbad, volgens de gebruiksvoorschriften.

Instrumenten die je steriliseert, moeten na het schoonmaken eerst drogen. Daarna verpak je ze pas in de sterilisatiezakjes.

De hygiënerichtlijnen voor tatoeëren vind je op de website van het RIVM. Daar kun je de regels nog eens precies nalezen.

Desinfectiemiddelen

Als tatoeëerder is je vak je passie en sta je voor de kwaliteit van je werk. Een voorspoedige genezing van de tatoeage is van groot belang voor de uiteindelijke kwaliteit. Dat je hygiënisch werkt volgens de hygiënerichtlijnen hoort bij het vakmanschap van jou als tatoeëerder.
Hygiënisch werken houdt in dat je de juiste desinfectiemiddelen op de juiste manier gebruikt.
Vóórdat je gaat tatoeëren gebruik je huiddesinfectiemiddel op de huid van je klant. Toegelaten huiddesinfectiemiddelen herken je aan het RVG-nummer op de verpakking.
Een huiddesinfectiemiddel kun je beter niet voor desinfectie van je eigen handen gebruiken.
Na het tatoeëren desinfecteer je materialen en oppervlakken die mogelijk in aanraking zijn gekomen met bloed of inktspatten.
Desinfecteer alleen met desinfectiemiddelen die het Ctgb heeft toegelaten. Toegelaten middelen herken je aan het N-nummer of de NL-code. Check ook of het middel werkt tegen virussen. Én of het middel bedoeld is voor wát je wilt desinfecteren. Bewaar het middel altijd in de originele verpakking en houd je aan de gebruiksvoorschriften.
Draag altijd handschoenen bij het desinfecteren en was je handen na afloop. En desinfecteer pas nadat er éérst is schoongemaakt.
De hygiënerichtlijnen voor tatoeëren vind je op de website van het RIVM. Daar kun je de regels nog eens precies nalezen.

Handhygiëne

Als tatoeëerder is je vak je passie en sta je voor de kwaliteit van je werk. Een voorspoedige genezing van de tatoeage is van groot belang voor de uiteindelijke kwaliteit. Dat je hygiënisch werkt volgens de hygiënerichtlijnen hoort bij het vakmanschap van jou als tatoeëerder.

Hygiënisch werken houdt in dat je je handen wast, op vaste momenten en op de juiste manier.

Handhygiëne is één van de belangrijkste maatregelen om verspreiding van ziekteverwekkers te voorkomen, zoals Hepatitis B.
Als tatoeëerder was je op vaste momenten je handen.
Vlak voor en na het tatoeëren.
Voor en na het verzorgen van de tatoeage.
Voor en na het dragen van handschoenen.
Als je handen zichtbaar of voelbaar vuil zijn.
Na toilet, hoesten, niezen of snuiten.

Je wast je handen met stromend water en vloeibare zeep. Je droogt ze met papieren handdoekjes.

Zijn je handen niet zichtbaar en voelbaar vuil? Dan kun je kiezen om ze te desinfecteren in plaats van te wassen. Gebruik hiervoor een handdesinfectiemiddel met een N-nummer.

Als je handen zijn gewassen, trek je handschoenen aan van poedervrije latex of nitril.

Controleer of beide codes ‘EN 455’ en ‘EN 374’ op de doos staan. Dan weet je dat je de juiste handschoenen gebruikt.

Als jij of de klant een latexallergie heeft, gebruik je nitrilhandschoenen.
De hygiënerichtlijnen voor tatoeëren vind je op de website van het RIVM. Daar kun je de regels nog eens precies nalezen.

After Care

Als tatoeëerder is je vak je passie en sta je voor de kwaliteit van je werk. Een voorspoedige genezing van de tatoeage is van groot belang voor de uiteindelijke kwaliteit. Dat je hygiënisch werkt volgens de hygiënerichtlijnen hoort bij het vakmanschap van jou als tatoeëerder.
Hygiënisch werken houdt in dat je de tatoeage goed verzorgt na het zetten.
Er zijn vier manieren om dit te doen.
Wacht tot de tatoeage niet meer bloedt of dep de tatoeage goed droog met tissues of papieren handdoekjes. Voordat je de wond gaat verzorgen, was je eerst je handen en trek je schone handschoenen aan.
Daarna kies je één van de volgende methodes:
Breng een geschikte aftercarezalf aan, zoals witte vaseline. Dit doe je met handschoenen of met een schone spatel. Je kunt de zalf afdekken met huishoudfolie. Die folie moet je klant er thuis na een paar uur, zelf afhalen.
Breng een polyurethaanfolie met een kleeflaag aan. Leg aan je klant goed uit dat de folie vier tot zes dagen moet blijven zitten. De wond geneest dan zonder korstjes.
Dek de wond af met een kompres en plak het vast met een hechtpleister. Let op: géén schilderstape gebruiken.
Spuit pleisterspray op de tatoeage. Doe dit op de juiste afstand. Het laagje beschermt drie tot vijf dagen.
Ook de klant moet de tattoo thuis goed verzorgen. Je legt je klant uit hoe de tatoeage goed te verzorgen. Afsluitend geef je deze informatie mee op papier.
De hygiënerichtlijnen voor tatoeëren vind je op de website van het RIVM. Daar kun je de regels nog eens precies nalezen.

Bronnen

Relevante wet- en regelgeving
Onderstaande wetten, besluiten en regelingen zijn alle terug te vinden op wetten.overheid.nl.

  • Algemene verordening gegevensbescherming
  • Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten
  • Geneesmiddelenwet
  • Tabakswet
  • Warenwet
  • Warenwetbesluit bestuurlijke boeten
  • Warenwetbesluit tatoeëren en piercen
  • Warenwetbesluit tatoeagekleurstoffen
  • Warenwetregeling aanwijzing veiligheidscodes tatoeëren en piercen
  • Warenwetregeling tatoeëren en piercen
  • Wet milieubeheer