De hygiënerichtlijn voor collectieve voorzieningen in COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers)-opvangcentra voor asielzoekers is voor het laatst volledig herzien in 2025. Tussentijdse wijzigingen sinds de laatste herziening staan aangegeven in de Verantwoording.
Bij deze richtlijn vindt u instructies (bijvoorbeeld voor handen wassen), voorbeelden van schoonmaakschema’s en een normenlijst. Voor het maken van een checklist of rapport kunt u gebruikmaken van de normenlijst. De instructies, schoonmaakschema’s en normenlijst kunt u hier downloaden.
1 Inleiding
Deze richtlijn is bedoeld voor COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers)-opvangvoorzieningen die onder de verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) vallen. In de eerste plaats is deze richtlijn geschreven voor de locatiemanagers van de opvangcentra, omdat zij direct verantwoordelijk zijn voor een goede hygiëne binnen hun opvanglocatie.
Het COA werkt samen met verschillende partijen, zoals een medische dienst (gezondheidszorg) en schoonmaakbedrijven. Elke partij is verantwoordelijk voor het juist uitvoeren van de hygiënenormen binnen hun taken. De locatiemanager is altijd eindverantwoordelijk voor de hygiëne op de locatie.
Deze richtlijn met hygiënenormen en -adviezen biedt medewerkers en leidinggevenden een kader. Door het toepassen van de hygiënenormen die beschreven staan in deze richtlijn wordt de kans op verspreiding van ziekteverwekkers beperkt, wat de risico’s op infecties vermindert en de gezondheid van alle betrokkenen bevordert.
De hygiënenormen en -adviezen in deze richtlijn zijn aanvullend ten opzichte van eisen in de arbocatalogus of in regelgeving zoals het Arbobesluit, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Eisen uit regelgeving gaan altijd voor hygiënenormen en -adviezen.
Hygiëne en ziekteverwekkers
Een goede hygiëne beperkt de verspreiding van ziekteverwekkende micro-organismen. Ziekte door micro-organismen noemen we een infectieziekte. Bewoners van een asielzoekerscentrum kunnen extra kwetsbaar zijn. Redenen daarvoor zijn onder meer gedeeld gebruik van ruimtes en materialen binnen de locatie. Hun gezondheidssituatie en de opvatting van hygiëne uit het land van herkomst kunnen ook een rol spelen.
Niet alle micro-organismen veroorzaken ziekte. De meeste micro-organismen zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens. Voorbeelden van micro-organismen zijn bacteriën, virussen, parasieten en schimmels. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, in lichaamsvloeistoffen zoals bloed en urine, op en in voedsel, op meubelen en gebruiksvoorwerpen, in de lucht en in water.
Let op: soms kan een ziekteverwekker zorgen voor meerdere zieke mensen in een korte tijd, ook wel een ‘uitbraak’ genoemd. Een voorbeeld is een norovirusuitbraak in een buurthuis of bij de scouting. Als twee of meer mensen ziek worden in korte tijd (met klachten als overgeven en diarree), raadpleeg dan altijd de GGD bij u in de regio. Neem ook bij twijfel contact op met de GGD.
Op RIVM-pagina Hygiëne is meer informatie te vinden over het belang van hygiëne om een infectieziekte te voorkomen. Een illustratie met een overzicht van de belangrijkste hygiënische maatregelen voor thuis of op de werkplek kunt u hier downloaden.
Hoe verspreiden ziekteverwekkers zich?
Ziekteverwekkers verspreiden zich onder andere via:
- de handen;
- voedsel en water;
- voorwerpen en oppervlakken (onder andere via deurklinken, stoelen, toiletbediening, toetsenbord);
- lichaamsvloeistof (bloed, ontlasting, braaksel, speeksel, enzovoorts);
- de lucht (via druppels door hoesten, huidschilfers, stof of zeer kleine waterdruppels);
- dieren (huisdieren, insecten, ratten, muizen, enzovoorts).
Leeswijzer
Elk hoofdstuk en elke paragraaf begint met een korte inleidende tekst. Hierin leest u waarom het onderwerp belangrijk is. Daarna volgt een opsomming van de hygiënenormen.
Hygiënenormen:
- Hygiënenormen staan in een geel kader.
- Door het uitvoeren van de normen voert u een goed hygiënebeleid en beperkt u de overdracht en verspreiding van ziekteverwekkers.
- De hygiënenormen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en/of consensus van een werkgroep waarin vertegenwoordigers van de doelgroep en hygiënedeskundigen zitting hebben.
Tips:
- Tips staan in een grijs kader.
- De tips zijn een vrijblijvend advies.
- Het toepassen van dit advies leidt tot een betere hygiëne.
2.1 Handen wassen
Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers zich verspreiden, is via de handen. Door de handen te wassen met stromend water en zeep uit een pompje (zeepdispenser) en hierna goed af te drogen met papieren wegwerpdoekjes worden de ziekteverwekkers zo veel mogelijk verwijderd.
Hygiënenormen:
- Was de handen altijd met stromend water en zeep:
- als ze zichtbaar vuil zijn;
- wanneer ze plakkerig aanvoelen;
- na een toiletbezoek;
- bij kinderen: na het helpen op het toilet (billen afvegen) en na het verschonen;
- als er lichaamsvloeistoffen op zijn gekomen, bijvoorbeeld na hoesten, niezen of het snuiten van de neus;
- voor en na het (bereiden van) eten;
- na schoonmaakwerkzaamheden;
- na het uittrekken van handschoenen;
- na handcontact met dieren.
- Was uw handen volgens het schema ‘Instructies handen wassen’ in deze paragraaf.
Tips:
- Het schema ‘Instructies handen wassen’ is ook als download bij deze richtlijn gevoegd. Print de instructie uit en plaats deze bij de handenwasgelegenheid.
- Nies en hoest in een papieren zakdoek en gooi die daarna weg. Was hierna de handen. Is dit niet mogelijk, hoest of nies dan in de elleboog en niet in de handen.
Binnen het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) is algemeen gebruik van handdesinfecterende middelen niet nodig. Alleen binnen specifieke afdelingen, zoals de medische dienst, worden handdesinfecterende middelen op indicatie gebruikt. Voor algemeen publiek gebruik wordt een handdesinfecterend middel (handalcohol) niet geadviseerd. Is er sprake van een infectieziekte-uitbraak? Neem dan contact op met de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) voor advies over het gebruik en de juiste toepassing van handdesinfecterende middelen.
Instructies handen wassen
2.2 Handschoenen
Het dragen van handschoenen wordt niet aangeraden, behalve bij de volgende situaties:
- het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar bloed, braaksel of ontlasting op zit;
- het behandelen van een bloedende wond bij iemand anders.
Gebruik handschoenen die geschikt zijn voor bescherming tegen micro-organismen en volg het gebruiksvoorschrift op de verpakking. Hierbij gaat het niet om schoonmaakhandschoenen. Raak tijdens het dragen van handschoenen geen andere voorwerpen of oppervlakken aan, zoals een mobiele telefoon of tablet.
Hygiënenormen:
- Draag handschoenen wanneer de handen in aanraking kunnen komen met bloed, braaksel of ontlasting.
- Trek handschoenen direct na gebruik uit en gooi ze weg. Was de handen direct na het uittrekken van de handschoenen (zie paragraaf 2.1).
- Gebruik alleen handschoenen die voldoen aan de norm NEN (Nederlandse norm )-EN 455 (deel 1, 2, 3, 4) en NEN - EN-ISO 374 (deel 1, 2, 5). Op de verpakking moet zowel deze norm als de afbeelding ‘beschermt tegen micro-organismen’ staan.
- Op de handschoenenverpakking moet ook de CE (Conformité Européenne)-markering staan.
Tips:
- Verwijder hand- of polssieraden voor gebruik van handschoenen.
- Online staan verschillende filmpjes over hoe u het beste handschoenen kan aan- en uittrekken.
- Raak geen deurknoppen, telefoons en andere apparaten en materialen aan wanneer u handschoenen draagt. Dit om besmetting van de handschoenen en/of omgeving te voorkomen.
- Draag alleen handschoenen die via inkoopbeheer zijn besteld. Zo gebruikt u alleen handschoenen die aan de juiste kwaliteitseisen voldoen.
2.3 Kleding en beschermende middelen
Ziekteverwekkers kunnen zich verspreiden via kleding. Om het risico op verspreiding te verkleinen, moeten medewerkers in sommige gevallen bescherming dragen. Een voorbeeld is het schoonmaken van een ruimte die vervuild is met ontlasting of braaksel.
Hygiënenormen:
- Trek schone kleding aan als uw kleding zichtbaar vervuild is met bijvoorbeeld ontlasting of braaksel.
- Was de kleding volgens de voorschriften in paragraaf 3.3.
- Draag beschermende kleding, zoals een plastic schort of overall, als u in contact kunt komen met lichaamsvloeistoffen.
3 Hygiënisch werken
3.1 Eten en drinken
Als u eten en drinken aan bewoners verstrekt, bent u wettelijk verplicht om maatregelen te nemen die de kans op ziek worden door het eten en drinken verkleinen. Gebruik hiervoor de hygiënecode van uw sector. Als er geen hygiënecode voor uw sector is of u wilt de hygiënecode niet gebruiken, dan moet u zelf een HACCP-plan opstellen. Volg de vijf stappen van het Voedingscentrum als u niet onder de wettelijke verplichtingen valt, bijvoorbeeld als het eten voor eigen gebruik is.
Ongekoelde drink- en etenswaren kunt u in de opslagruimte bewaren. Hieronder vallen ook de producten die u bijvoorbeeld in een snoep- of frisdrankautomaat los verkoopt.
Hygiënenormen:
- Werk bij het verstrekken van eten aan bewoners volgens de hygiënecode van uw sector of stel zelf een HACCP-plan op.
- Volg de vijf stappen van het Voedingscentrum bij overige situaties.
Tip:
- Indien u voedsel verstrekt aan bewoners is de meest passende hygiënecode de Hygiënecode voor zorginstellingen, woonvormen en Defensie.
3.2 Afvalverwerking
Afval kan een bron van ziekteverwekkers zijn. Bovendien trekt afval ongewenste dieren aan. Daarom moet de opslag en afvoer van afval aan bepaalde eisen voldoen. Deze paragraaf gaat over huishoudelijk afval. Voorbeelden van afval zijn: etensresten, oud papier en verpakkingsmaterialen van voedingsmiddelen.
Hygiënenormen:
- Leeg afvalbakken in de gemeenschappelijke ruimten als ze bijna vol zijn of minstens één keer per dag en zorg voor een schone afvalbak.
- Spreek voor het legen van professionele damesverbandcontainers een geschikte termijn af met de leverancier.
- Sluit zakken goed en gooi ze direct in afvalcontainers. Plaats geen afval naast afvalcontainers.
- Verzamel etensresten direct na het gebruik van maaltijden in afsluitbare afvalbakken.
- Verzamel glas en ander gevaarlijk afval, zoals scherpe mesjes, apart.
- Houd de opslagplaats schoon, zodat er geen ratten of andere ongewenste dieren op afkomen. Houd containers gesloten.
Tip:
- Druk geen lucht uit de volle afvalzak (bijvoorbeeld om de zak makkelijker te sluiten); ziekteverwekkers kunnen zich ook via de lucht verspreiden.
- Gebruik plastic zakken in afvalbakken (met uitzondering van zelfdovende afvalbakken).
Hygiënenormen:
- Verzamel en verplaats vuile was in een wasmand of zak.
- Was met een volledig wasprogramma.
- Houd schone was gescheiden van vuile was.
Tips:
- Druk geen lucht uit een plastic zak gevuld met wasgoed (bijvoorbeeld om de zak makkelijker te sluiten); ziekteverwekkers kunnen zich ook via de lucht verspreiden.
- Gebruik handschoenen (zie paragraaf 2.2) bij het sorteren van de vuile was of was de handen direct na het sorteren van de was (zie paragraaf 2.1).
Met wasgoed wordt niet schoonmaakmateriaal bedoeld zoals moppen, vaatdoekjes e.d. Zie paragraaf 4.2 voor deze wasinstructies.
3.4 Dierplaagbeheersing
Ratten, muizen, insecten, duiven en kakkerlakken zijn voorbeelden van dieren die niet alleen overlast en schade geven, maar ook infectieziekten kunnen overdragen. De te nemen maatregelen zijn onder te verdelen in:
- Technisch-bouwkundige maatregelen,
bijvoorbeeld horren plaatsen, kieren en gaten dichten, verwijderen van wild struikgewas (waar dieren in kunnen schuilen) rondom het gebouw; - Hygiënische maatregelen,
bijvoorbeeld goed schoonmaken, eten bewaren in afsluitbare bakken of potten; - Bedrijfsmatige maatregelen,
bijvoorbeeld het controleren van binnenkomende producten op (sporen van) plaagdieren.
Hygiënenormen:
- Voorkom of beperk plekken waar plaagdieren kunnen binnenkomen, schuilen of nestelen door het nemen van technisch-bouwkundige, hygiënische en bedrijfsmatige maatregelen.
- Voorkom of beperk de aanwezigheid van water en voedsel(resten) door het nemen van technisch-bouwkundige, hygiënische en bedrijfsmatige maatregelen.
- Schakel bij overlast een deskundige dierplaagbeheerser in. Gebruik zelf geen bestrijdingsmiddelen.
3.5 Arbeidsomstandigheden
Volgens de wet is de werkgever verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkomgeving voor zijn werknemers, waaronder ook vrijwilligers. In het algemeen zijn de infectierisico’s voor medewerkers/vrijwilligers vergelijkbaar met die voor bewoners. De hygiënemaatregelen genoemd in deze richtlijn gelden daarom ook ter bescherming van medewerkers en vrijwilligers. Voor medewerkers of vrijwilligers met specifieke taken, zoals in de medische zorg en schoonmaak, kan er een hoger infectierisico zijn. Het is belangrijk dat medewerkers goed op de hoogte zijn van het belang van algemene hygiëne- en schoonmaaknormen. Daarnaast moeten zij voldoende, passende en geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen tot hun beschikking hebben, zoals handschoenen. Voorlichting over wanneer en hoe deze gebruikt moeten worden, is wettelijk verplicht.
Hygiënenormen:
- Zorg dat medewerkers zich direct (bij de arbodienst) melden bij:
- een bijtaccident;
- het prikken aan een met bloed besmette naald;
- ernstige infecties (aan de handen);
- steenpuisten;
- acute en aanhoudende diarree;
- langdurig hoesten;
- langdurige huid- en/of jeukklachten (vermoeden scabiës).
4 Schoonmaken
Schoonmaken is het verwijderen van stof en vuil, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen. Zo verwijdert u ook ziekteverwekkers en verkleint u de kans op ziekte.
Binnen de asielopvang worden verschillende vormen van schoonmaak onderscheiden; dat wil zeggen schoonmaak door:
- bewoners zelf (privé);
- bewoners met corveedienst (gezamenlijke ruimten);
- bewoners die in zelfwerkzaamheid taken uitvoeren;
- professionele schoonmaakbedrijven.
Afhankelijk van de vorm zal meer of minder ondersteuning vanuit COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) nodig zijn.
4.1 Schoonmaakregels en -technieken
Als er verkeerd schoongemaakt wordt, kunnen ziekteverwekkers achterblijven en verspreid worden. Als u zelf (eind)verantwoordelijk bent voor de schoonmaak, houdt u zich dan aan onderstaande normen.
Hygiënenormen:
- Geef iedereen die schoonmaakt instructies over:
- de manier van schoonmaken;
- de middelen die ze hiervoor moeten gebruiken;
- het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
- Maak eerst ‘droog’ schoon (afstoffen, stofzuigen) en daarna ‘nat’ (vochtig doekje, stomen, dweilen).
- Maak schoon van ‘schoon’ naar ‘vuil’ en van ‘hoog’ naar ‘laag’.
- Werk volgens een schoonmaakschema.
- Maak alleen schoon met middelen die ook daadwerkelijk als schoonmaakmiddel worden verkocht, zoals een allesreiniger. Gebruik de middelen volgens de instructies. Deze instructies staan op de verpakking of zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Meng een schoonmaakmiddel nooit met andere (schoonmaak)middelen.
Mengen vermindert de werkzaamheid en geeft een slechter resultaat. Bij mengen met bleekhoudende middelen kunnen giftige gassen ontstaan. - Het dragen van handschoenen tijdens schoonmaken wordt niet aangeraden, behalve bij het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar lichaamsvloeistoffen op (kunnen) zitten. Draag in dat geval geschikte handschoenen (zie paragraaf 2.2). Gooi de handschoenen direct na het schoonmaken weg en was de handen op de juiste wijze (zie paragraaf 2.1).
Tip:
- Laat een professioneel schoonmaakbedrijf schoonmaken of laat een deskundige, zoals een erkend schoonmaakbedrijf, instructie geven aan iedereen die schoonmaakt.
- Vergeet tijdens het schoonmaken niet plekken en voorwerpen mee te nemen die mensen veel aanraken (handcontactpunten). Denk aan kranen, lichtschakelaars, deurklinken, doorspoelknoppen, afvalemmers, etc.
- Volg bij het schoonmaken van het sanitair de schoonmaakinstructies bij deze richtlijn.
4.2 Omgaan met schoonmaakmaterialen en -middelen
De schoonmaakmaterialen moet u ook goed schoonmaken, drogen en opruimen. Zo voorkomt u dat ziekteverwekkers uitgroeien en worden verspreid. Gebruik schoonmaakmaterialen zoals microvezeldoekjes volgens de instructie op de verpakking. Uit onderzoek blijkt dat microvezeldoekjes na 150 wasbeurten niet meer goed werken (Smith, 2011). Het aantal wasbeurten hoeft echter niet te worden bijgehouden; een schatting voldoet.
Hygiënenormen:
- Gebruik bij elke schoonmaakbeurt schone materialen.
- Was schoonmaakmaterialen zoals moppen en (microvezel)doeken na gebruik op minimaal 60 °C. Laat de gewassen materialen daarna drogen aan de lucht of in een wasdroger
of
gebruik wegwerpmaterialen en gooi deze direct na gebruik weg. - Maak schoonmaakmaterialen die niet in de wasmachine kunnen en niet direct na gebruik weggegooid worden, zoals emmers en trekkers, na gebruik schoon. Spoel af met water. Droog ze daarna af of laat ze drogen door de materialen omgedraaid op een schone ondergrond te leggen (emmers) of op te hangen (trekkers).
- Gebruik bij elke schoonmaakbeurt nieuw sopwater. Vervang het sop bij zichtbaar vuil. Gooi het sopwater direct weg na het schoonmaken.
- Ververs dagelijks de inhoud van een sprayflacon bij gebruik van een verdund reinigingsmiddel.
- Laat natte schoonmaakmaterialen na gebruik nooit in emmers achter.
- Gebruik alleen stofzuigers met stoffilters en vervang deze filters zo vaak als de fabrikant voorschrijft.
- Berg schoonmaakmaterialen en -middelen op in een opslagruimte, gescheiden van levensmiddelen.
- Gebruik en was microvezeldoekjes volgens de instructie op de verpakking of zoals vermeld op de website van de fabrikant. Vervang de microvezeldoekjes na circa 150 keer wassen, of eerder als dat op de verpakking staat aangegeven.
Tip:
- Gebruik bij het dweilen verschillende emmers (bijvoorbeeld met aparte kleuren) voor schoon en vuil sopwater. Maak de dweil of mop nat in de emmer met schoon sop en spoel hem uit in de andere. Zo blijft sopwater langer schoon.
4.3 Desinfecteren
Door te desinfecteren met een desinfectiemiddel worden zoveel mogelijk ziekteverwekkers die zijn achtergebleven na het schoonmaken gedood. Desinfecteren van oppervlakken en materialen is alleen in bijzondere situaties nodig. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn bij een uitbraak van een bepaalde ziekteverwekker of bij vervuiling van een oppervlak met bloed of een lichaamsvloeistof waar bloed bij zit. In andere situaties is schoonmaken voldoende en is desinfecteren niet nodig.
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) en de European Chemicals Agency (ECHA) beoordelen of een desinfectiemiddel goed werkt en veilig is. Ook stellen zij vast waar, waarvoor en hoe het gebruikt mag worden. Dit kunt u vinden in de gebruiksaanwijzing op het etiket. Een toegelaten middel is te herkennen doordat op het etiket van het product een vijfcijferig nummer staat met daarachter de letter N (bijvoorbeeld 23456N) of door de letters EU (Europese Unie) of NL met daarachter 11 cijfers (bijvoorbeeld NL-1234567-0001).
Hygiënenormen:
- Desinfecteer alleen als er éérst is schoongemaakt. Desinfecterende middelen werken onvoldoende als het oppervlak of voorwerp nog vuil of stoffig is.
Er is een aantal toegelaten middelen die in één handeling zowel schoonmaken als desinfecteren. Dit staat dan in het gebruiksvoorschrift. Gebruikt u zo’n middel? Dan is schoonmaken voordat u dit middel gebruikt uiteraard niet nodig, tenzij er sprake is van ernstige vervuiling; hierbij is reiniging vooraf wel nodig. - Desinfecteer alleen de plek waar de lichaamsvloeistof op zat. Dit geldt ook als bloed er al lang op zat; ook in oud bloed kunnen ziekteverwekkers overleven.
- Draag bij het desinfecteren altijd handschoenen (zie paragraaf 2.2) en was de handen na afloop met water en zeep uit een pompje (zeepdispenser).
- Draag een wegwerpschort als uw kleding vervuild kan raken met lichaamsvloeistof zoals bloed.
- Desinfecteer alleen met desinfectiemiddelen die in Nederland zijn toegelaten.
- Gebruik een desinfectiemiddel volgens de gebruiksaanwijzing (op het etiket).
Tips:
- Heeft u nog geen desinfectiemiddel? Vraag een deskundige op het gebied van desinfectiemiddelen van uw Nederlandse leverancier/groothandel (eventueel de leverancier van uw reinigingsmiddelen) naar een geschikt middel. Zij mogen alleen desinfectiemiddelen verkopen die zijn toegelaten op de Nederlandse markt.
- Heeft u al een desinfectiemiddel? Controleer op het etiket of er een toelatingsnummer op staat. Dit kunnen 5 cijfers met N erachter zijn of de letters ‘EU’ of ‘NL’ met daarachter 11 cijfers.
- Twijfelt u? Neem dan contact op met uw leverancier/groothandel of met een deskundige van de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst).
5 Bouw en inrichting
Het goed schoonhouden van toiletten, doucheruimtes, de keuken en andere ruimtes is belangrijk om verspreiding van ziekteverwekkers te voorkomen. De inrichting van een gebouw of terrein heeft effect op het gemak waarmee dit kan. Zo zijn gladde wanden in toiletten sneller en beter schoon te krijgen dan ruwe. In dit hoofdstuk staan voor verschillende type ruimtes normen en adviezen voor een goede hygiëne.
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn eisen voor de bouw en inrichting van gebouwen opgenomen. Gemeenten kunnen ook aanvullende bouw- en inrichtingseisen stellen. Deze eisen zijn leidend; onderstaande normen en adviezen kunnen daardoor (deels) voor sommige gebouwen of terreinen niet van toepassing zijn.
5.1 Algemene normen inrichting
In asielzoekerscentra wordt onderscheid gemaakt tussen persoonlijke en gemeenschappelijke ruimtes. Jaarlijks wordt er een hygiëne-audit (door de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)) van de gemeenschappelijke ruimtes uitgevoerd. Alle ruimtes, zoals eetruimtes, toiletten en (buiten)speel-, ontvangst- en gebruiksruimtes, moeten veilig zijn en goed schoon te maken.
Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het schoonmaken en -houden van gemeenschappelijke ruimten zoals de activiteitenruimte, keuken, douches of gang. De schoonmaak van de gezamenlijke ruimten kan zowel door bewoners als door externe partijen worden uitgevoerd.
Hygiënenormen:
- Richt ruimtes zo in dat schoonmakers overal bij kunnen.
- Zorg dat er voldoende verlichting is om schoon te maken en het resultaat te kunnen zien.
- Zorg dat het meubilair, de vloeren en alle materialen, bijvoorbeeld speelgoed of toetsenbord, goed te reinigen zijn.
- Plaats op strategische plekken een afvalbak met vuilniszak.
Tip:
- Zorg in persoonlijke woonruimten en gemeenschappelijke ruimten (ook toiletten) voor een afgesloten afvalemmer met voetbediening.
De bewoners van een asielzoekerscentrum hebben verschillende nationaliteiten. Ook spreken of begrijpen zij niet allemaal dezelfde taal, waardoor schriftelijke informatie niet altijd volstaat. Maak daarom gebruik van pictogrammen.
Tip:
- Zorg dat instructies zoals pictogrammen en QR-codes op een goed zichtbare plek hangen.
5.2 Persoonlijke woonruimte
Bewoners zijn zelf verantwoordelijk voor het schoonmaken en -houden van de persoonlijke woonruimten.
Hygiënenormen:
- Zorg dat het bedframe van een glad, vochtbestendig en vrijwel onbeschadigd materiaal is. Er mogen wel krasjes op het bed zitten, maar bijvoorbeeld geen roestplekken; dit belemmert een goede schoonmaak.
- Zorg dat matrashoezen vochtig gereinigd kunnen worden.
Zo zijn matrassen gemakkelijk en snel schoon bij de wisseling van bewoners. - Zorg dat hoofdkussens van wasbaar materiaal of wegwerpbaar zijn. Ze moeten in ieder geval persoonsgebonden worden gebruikt.
5.3 Infectiepreventie binnenlucht
Door te ventileren en regelmatig te luchten (zie paragraaf 5.3.1) wordt de overdracht verminderd van ziekteverwekkers die verspreid worden via de lucht. Een gezond en prettig binnenmilieu is om veel meer redenen belangrijk, zoals het voorkomen van geurhinder en beperken van allergenen. Zie voor adviezen over een gezond binnenmilieu de website GGD Leefomgeving.
De hygiënenormen en tips in dit hoofdstuk zijn aanvullend op het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In het Bbl zijn onder meer eisen opgenomen over de hoeveelheid luchtverversing die minimaal met de ventilatievoorzieningen van een ruimte moet worden behaald, ook wel ‘ventilatiecapaciteit’ genoemd. De ventilatiecapaciteit betreft de hoeveelheid verse buitenlucht die aan een ruimte moet kunnen worden toegevoerd. Dit houdt in dat deze hoeveelheid in de praktijksituatie niet altijd hoeft te worden gerealiseerd. De capaciteit van de ventilatievoorziening moet zijn afgestemd op het aantal mensen dat gebruik kan maken van de ruimte. Mogelijk zijn er ook nog aanvullende eisen of richtlijnen voor uw sector, bijvoorbeeld in uw Arbocatalogus.
Deze paragraaf is bedoeld voor locaties waar de gebruiker/huurder van een ruimte de ventilatie zelf kan regelen door het openen van ramen/roosters of door het bedienen van een knop. De hygiënenormen zijn echter ook van toepassing op gebouwen met een centraal luchtbehandelingssysteem, ook wel heating, ventilation & airconditioning (HVAC)-installaties genoemd. Voor het uitvoeren van de normen wordt de verantwoordelijke voor het onderhoud en hygiëne van de gebouwvoorzieningen aangesproken. Bespreek onderstaande hygiënenormen en tips met de gebouwbeheerder, schoonmaakdienst, Arbocoördinator en/of andere partijen die betrokken zijn bij het binnenmilieu/-klimaat.
5.3.1 Ventileren en luchten
Ventileren is het verversen van de binnenlucht met buitenlucht. Dit kan op verschillende manieren praktisch worden uitgevoerd, zoals door ‘natuurlijke ventilatie’ (ventilatieroosters openhouden en/of ramen op een kier zetten; afhankelijk van de voorzieningen) of door ‘mechanische ventilatie’ (een systeem in het gebouw zorgt voor de luchtverversing en de hoeveelheid ventilatie is meestal in te stellen).
Luchten is in een gebouw ramen, luiken of deuren zo tegen elkaar openzetten dat er een flinke luchtstroming of -circulatie door de ruimte ontstaat. Soms kan het daarbij nodig zijn om naast de ramen, luiken of deuren in de gevel of het dak ook de binnendeuren tussen afzonderlijke ruimten open te zetten.
Door te ventileren en te luchten kunnen ziekteverwekkers die zweven in de binnenlucht worden verminderd. Ook zorgt ventileren en luchten voor het afvoeren van vocht waardoor schimmelgroei kan worden beperkt. Luchten is ook nodig als de lucht niet fris ruikt. Dit kan door korte tijd (ongeveer 10 à 15 minuten) een of meerdere ramen en deuren in de ruimte open te zetten. In ruimtes waar geen ramen zijn die open kunnen, kan ook het ventilatiesysteem op maximaal gezet worden als er geen mensen in de ruimte aanwezig zijn.
Om te bepalen of er voldoende wordt geventileerd, kan gebruik worden gemaakt van een CO2-meter. Een CO2-meter geeft een indicatie of er voldoende wordt geventileerd. Let op: het is belangrijk om de CO2-meter op de juiste plek te zetten voor een goede meting. Ook heeft de hoeveelheid personen in de ruimte invloed op de meting. Zie voor meer informatie over ventileren en CO2-meters: De 5 basistips om te ventileren - Ventileren zo gedaan.
Als ventilatieroosters niet worden schoongemaakt of als het mechanische ventilatiesysteem niet wordt onderhouden, kan dit op termijn een negatief effect hebben op de hoeveelheid luchtverversing. Ook kan hierdoor na verloop van tijd meer geluid ontstaan, waardoor een ventilatiesysteem dat door mensen in de ruimte zelf is te regelen in een lagere stand wordt gezet. Het is daarom van belang de ventilatievoorzieningen goed te onderhouden.
Onderstaande hygiënenormen zijn aanvullend op de geldende eisen uit het Bbl en eventueel aanwezige ventilatievoorschriften uit de Arbocatalogus of sectorspecifieke ventilatierichtlijnen.
Hygiënenormen:
- Zorg voor voldoende ventilatie voor het aantal mensen dat in de ruimte verblijft en voor de activiteiten die in de ruimte plaatsvinden.
- Lucht een ruimte voor ongeveer 10 à 15 minuten als de lucht niet meer fris ruikt (bijvoorbeeld in de pauze of na een bijeenkomst met een groep mensen). Lucht ook als er veel vocht in de ruimte is (bijvoorbeeld na het koken of douchen).
- Controleer bij het veranderen van de functie van een ruimte of de ventilatievoorziening nog voldoende is voor het maximaal aantal personen dat in de ruimte kan verblijven.
- Zorg voor goed werkende ventilatievoorzieningen, zodat er altijd voldoende wordt geventileerd. Blokkeer geen ventilatieroosters of -ventielen. Gebruik de mechanische ventilatievoorziening volgens de instructie van de fabrikant.
- Zorg voor een zichtbare instructie hoe voldoende moet worden geventileerd als de ventilatie door de gebruiker van de ruimte zelf moet worden geregeld.
- Maak roosters en ventielen schoon bij zichtbaar vuil. Onderhoud de mechanische ventilatievoorziening, inclusief filters, volgens de instructie van de fabrikant of verhuurder en vermeld de schoonmaakfrequentie in een schoonmaakschema.
Tips:
- Gebruik de website Ventileren zo gedaan! voor tips om de ventilatie te verbeteren en voor het gebruik van CO2 (carbondioxide)-meters.
- Gebruik een CO2-meter om een indicatie te krijgen of er voldoende wordt geventileerd; vooral bij natuurlijke ventilatie.
- Zorg voor een instructie hoe de CO2-meter te gebruiken. Zie voor meer informatie de website Ventileren zo gedaan!.
- Laat de eigenaar van het gebouw een keer per drie jaar bepalen of de ventilatiecapaciteit (nog) voldoet aan de geldende eisen en Arbovoorschriften.
- Controleer bij een mechanische ventilatievoorziening een keer per drie jaar of filters op tijd worden vervangen en of de ventilatievoorziening inwendig is vervuild.
- Verhoog (op termijn) bij oude gebouwen de ventilatiecapaciteit tot minimaal de ‘nieuwbouw’-eisen uit het Bbl.
- Zorg voor een hogere ventilatiecapaciteit dan de minimale eisen uit het Bbl.
5.3.2 Temperatuur en hoge luchtvochtigheid
Vochtige lucht kan leiden tot meer schimmelgroei en huisstofmijten (bij meer dan 70% relatieve luchtvochtigheid). Door een temperatuur van 15 °C of lager ontstaat eerder condensvorming, waardoor schimmels en huisstofmijten makkelijker groeien.
Hygiënenorm:
- Voorkom dat de temperatuur lager dan 15 °C wordt in een ruimte waar mensen verblijven.
Tip:
- Bekijk voor meer informatie over het verminderen van vocht en verwijderen van schimmels, de webpagina Schimmels weghalen en voorkomen van GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) Leefomgeving.
5.3.3 Luchtreinigers
Voor het verwijderen van ziekteverwekkers in de lucht worden soms ook luchtreinigers geplaatst in een ruimte. Dit kunnen verplaatsbare luchtreinigers zijn of apparaten die zijn bevestigd aan de muur of op/in het plafond. Ook in centrale luchtbehandelingssystemen (HVAC) worden luchtreinigingstechnieken gebruikt.
Luchtreinigers geplaatst in een ruimte zorgen niet voor de toevoer van verse buitenlucht. Als een luchtreiniger wordt gebruikt, zal dus altijd voldoende verse lucht moeten worden toegevoerd. Het is nog onbekend in welke mate luchtreinigers, geplaatst in een ruimte waar wordt geventileerd, bijdragen aan het voorkomen van infectieziekten. Als deze luchtreinigers worden gebruikt, dan is het van belang een onderhoudsprotocol op te stellen en uit te voeren. Door achterstallig onderhoud is het mogelijk dat de luchtreiniger niet meer goed werkt en dat schimmels op filters komen. Tot slot, sommige luchtreinigers kunnen schadelijke bijproducten vormen zoals ozon(-reactieproducten) of er kan sprake zijn van directe blootstelling aan UV (ultraviolet)-C-straling. Houd hier rekening mee als overwogen wordt een luchtreiniger te gebruiken en overleg hierover met de Arbocoördinator (indien aanwezig).
Hygiënenormen:
- Zorg voor voldoende ventilatie (zie paragraaf 5.3.1) als luchtreinigers worden gebruikt. Luchtreinigers zijn geen vervanging voor ventilatie.
- Zorg voor een goed onderhoudsprotocol en voer dit uit.
Tips:
- Kijk in de handreiking luchtreinigers van Ruimte-ok voor meer informatie over de aanschaf en het gebruik van luchtreinigers.
- Gebruik een mobiele luchtreiniger waarmee geen directe blootstelling is aan UV (ultraviolet)-C-straling en aan schadelijke stoffen zoals ozon( reactieproducten).
5.4 Toiletten
Iedereen die van het toilet gebruikmaakt, moet de handen kunnen wassen. Daarnaast moet de toiletruimte goed schoon te maken zijn.
Hygiënenormen:
- Zorg dat de vloer en wanden geen vocht kunnen opnemen en dat ze gemakkelijk schoon te maken zijn tot een hoogte waar urine tegenaan kan spatten.
- Zorg voor een wastafel met stromend water.
Gemeenschappelijke toiletten (niet in de persoonlijke ruimten)
- Zorg voor zeep uit een pompje (zeepdispenser), een afvalemmer en papieren wegwerphanddoekjes om de handen te drogen.
- Plaats speciale containers voor maandverband en tampons in de toiletten.
5.5 Douche- en badruimte
In doucheruimtes is het vaak vochtig. Schimmels en andere micro-organismen groeien er relatief makkelijk. Voorkom dat schimmel kan groeien door goed te ventileren.
Als er toch schimmel is gaan groeien, gebruik dan een schimmelverwijderingsmiddel dat is toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) of de European Chemicals Agency (ECHA). Zij stellen vast waar, waarvoor en hoe het middel gebruikt mag worden. Dit kunt u ook vinden in de gebruiksaanwijzing op het etiket. Gebruik alleen een middel dat is toegelaten om schimmels te verwijderen en te koop is voor consumenten.
Hygiënenormen:
- Zorg dat alle materialen in de douche(s) bestand zijn tegen water en waterdamp.
- Zorg dat alle materialen gemakkelijk schoon te maken zijn.
- Zorg voor goede ventilatie van douche- en badruimtes (zie ook paragraaf 5.3.1).
- Verwijder schimmel of zwarte aanslag met een toegelaten verwijderingsmiddel.
Tip:
- Streef naar persoonsgebonden gebruik van sanitaire voorzieningen, zoals toilet en douche bij personen met een kwetsbare gezondheidssituatie. Voorbeelden zijn hoogzwangere of net bevallen vrouwen of personen die een chemo-behandeling krijgen.
5.6 Keuken
Een gemeenschappelijke keuken kan variëren van een kleine ruimte met koelkast waar bewoners zelf eten (koud) klaarmaken, tot een grote keuken waar warme maaltijden bereid worden. Vaak zijn er binnen asielzoekerscentra meerdere keukens. Zorg dat bewoners instructies krijgen over het gebruik van keukenapparaten.
Hygiënenormen:
- Zorg voor een vloer die goed is schoon te maken en splintervrij en stroef is.
- Zorg dat het aanrechtblad en de wand boven het aanrechtblad glad is tot een hoogte waar water en etenswaren tegenaan spatten. Zo zijn het blad en wand gemakkelijk schoon te maken.
- Zorg dat oppervlakken die met eet- en drinkwaren in contact (kunnen) komen van een glad, afwasbaar en moeilijk te beschadigen materiaal zijn gemaakt.
Gemeenschappelijke keuken
- Zorg ervoor dat de keuken of het keukenblok gescheiden is van sanitaire voorzieningen.
- Zorg voor een wastafel met stromend water, zeep uit een pompje (zeepdispenser), afvalemmer en papieren wegwerphanddoekjes.
- Zorg dat er voorzieningen zijn voor het schoonmaken van losse keukenmaterialen en -gereedschappen.
Tips:
- Controleer regelmatig de koelkasten op bederfelijke voedselproducten. Zie MyCOA/keuken voor meer informatie. Gooi etenswaren die over de houdbaarheidsdatum zijn weg.
- Laat de bewoners hun naam zetten op producten en ingrediënten die gekocht zijn voor eigen gebruik. Zo voorkom je het gebruik van producten van een andere bewoner.
- Maak eenmaal per week de koelkast schoon.
5.7 Opslagruimte voor schoonmaakmaterialen
Zorg voor een aparte opslagruimte waar het schoonmaakmateriaal opgeborgen kan worden. Zo zijn vuile schoonmaakmaterialen en gevaarlijke stoffen niet bereikbaar voor bezoekers en gescheiden van voedingsmiddelen.
Normen en adviezen over het schoonmaken van schoonmaakmaterialen staan in paragraaf 4.2.
Hygiënenormen:
- Berg schoonmaakmiddelen en -materialen op in een daarvoor bestemde, aparte opslagruimte.
- Hang bezems, vloer- en raamtrekkers en vergelijkbare schoonmaakmaterialen zodanig op dat ze de grond niet raken. Op deze manier drogen ze beter.
- Zorg voor een uitstortgootsteen waar vuil water in wordt weggegooid en materialen gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt.
- Bewaar gevaarlijke stoffen (zoals schoonmaakmiddelen) gescheiden van voedingsmiddelen. Bewaar ze volgens de instructies op de verpakking of volgens de instructies van de leverancier. Zorg dat derden er niet bij kunnen.
Tip:
- Plaats zeep uit een pompje (zeepdispenser) en papieren wegwerphanddoekjes bij de uitstortgootsteen.
5.8 Wasruimte
Zorg voor een aparte wasruimte voor bewoners waar vuile was goed gescheiden blijft van schone was. Zie paragraaf 3.3 voor het hygiënisch omgaan met wasgoed.
Hygiënenormen:
- Zorg dat de vloer en de wanden geen vocht kunnen opnemen en gemakkelijk schoon te maken zijn.
- Zorg voor ventilatie of plaats ramen die geopend kunnen worden.
5.9 Activiteitenruimten
Binnen asielzoekerscentra bestaan diverse gemeenschappelijke ruimten voor recreatie en activiteiten. Elk met een eigen doel.
5.9.1 Activiteitenruimte
Op een groot aantal locaties is een algemene activiteitenruimte aanwezig, waar bewoners (zowel volwassenen als kinderen) bij elkaar kunnen komen voor ontspanning of een activiteit. Er staat bijvoorbeeld vaak een tafelvoetbalspel. Daarnaast zijn materialen beschikbaar waar bewoners gebruik van kunnen maken, zoals speelgoed, spel- en knutselmateriaal. Bewoners zijn zelf verantwoordelijk voor het gebruik en het netjes achterlaten van de ruimte. Er zijn (vaak) geen voorzieningen als keuken, handwasgelegenheid, verschoningsruimte en toiletten.
Hygiënenorm:
- Zorg dat de wastafel (indien aanwezig) voorzien is van stromend water, zeep uit een pompje (zeepdispenser), een afvalemmer en papieren wegwerphanddoekjes.
5.9.2 Kinderactiviteitenruimte
Dit is een ruimte waar jonge, niet-schoolgaande kinderen gedurende een bepaalde tijd van de dag verblijven onder begeleiding van COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers)-medewerkers of vrijwilligers. Ouders kunnen hun kinderen hier enkele uren onderbrengen zonder zelf aanwezig te zijn.
In de kinderactiviteitenruimte kunnen voorzieningen aanwezig zijn als keuken, handwasgelegenheid, verschoningsruimte en toiletten. Deze ruimtes zijn over het algemeen niet toegankelijk buiten openingstijden, dus wanneer er geen COA-medewerkers of vrijwilligers aanwezig zijn. Deze kinderactiviteitenruimte valt niet onder professionele opvang. De Wet Kinderopvang is hier niet van toepassing.
Hygiënenormen:
- Zorg dat de wastafel (indien aanwezig) voorzien is van stromend water, zeep uit een pompje (zeepdispenser), een afvalemmer en papieren wegwerphanddoekjes.
- Gebruik speelgoed dat goed schoon te maken is.
5.9.3 Verschoonplaats
In de kinderactiviteitenruimte kunnen kinderen worden verschoond. Vrijwilligers en kinderen kunnen in contact komen met ontlasting en urine. Ook moet er extra op onderstaande hygiënenormen worden gelet.
Hygiënenormen:
(indien verschoonplaats aanwezig is)
- Plaats de verschoonplaats in de buurt van een kraan met zeep uit een pompje (zeepdispenser) en papieren doekjes, maar gescheiden van de plek waar voedsel en flesvoeding wordt bereid en wordt afgewassen.
- Verschoon kinderen op een verschoonkussen van glad en afwasbaar materiaal dat met water en allesreiniger schoon te maken is. Gebruik voor het schoonmaken kant-en-klare schoonmaakdoekjes of allesreiniger verdund met water in een sprayflacon (en ververs dit dagelijks).
Billendoekjes e.d. zijn niet geschikt om het verschoonkussen mee schoon te maken. - Vervang het verschoonkussen direct als het beschadigd is.
- Gooi de gebruikte luier na het verschonen direct in een luieremmer of in een no touch-afvalemmer (bijvoorbeeld met pedaal).
Tip:
- Zorg dat schoonmaakmiddelen en -materialen buiten bereik van kinderen staan.
5.10 Speelvoorzieningen
In deze paragraaf staan hygiënenormen voor speelvoorzieningen. Deze normen zijn aanvullend op de eisen in het Warenwetbesluit voor attractie- en speeltoestellen. Voor veiligheidseisen van speelvoorzieningen kunt u terecht bij de NVWA en veiligheid.nl.
5.10.1 Speeltoestellen en -materialen in binnenruimtes
Op speeltoestellen en -materialen kan bloed, urine, ontlasting of braaksel komen. Schoonmaken en het uitvoeren van onderhoud verkleint de kans op infecties.
Voor onder meer binnenspeeltuinen, speeltoestellen, ballenbakken en speelgoed gelden onderstaande normen.
Hygiënenormen:
- Volg de onderhoudsinstructie van de leverancier of fabrikant.
- Maak het toestel of materiaal schoon bij zichtbaar vuil volgens de instructies in paragraaf 4.1 en de onderhoudsinstructie.
- Maak speelgoed en knuffels direct schoon bij zichtbare vervuiling.
- Maak (baby)speelgoed dat in de mond gaat dagelijks schoon.
- Maak ander speelgoed, buitenspeelgoed en knuffels periodiek schoon, bijvoorbeeld elke maand.
5.10.2 Zandbakken en zand(water)tafels
In zandbakken kunnen uitwerpselen en urine van onder meer honden en katten zitten. Hierdoor kunnen ziekteverwekkers worden verspreid, zoals spoelwormen. Eventuele spoelwormeitjes in de uitwerpselen worden na drie tot vier weken besmettelijk.
Hygiënenormen:
- Maak de watertafel na gebruik schoon en droog. Vul met schoon water bij het eerstvolgende gebruik.
- Dek de zand(water)tafel af na gebruik om honden en katten te weren.
- Dek na gebruik de zandbak af om honden en katten te weren. Span bijvoorbeeld een vochtdoorlatend zeil over de zandbak (± 10 cm boven het zand). Als afdekking niet mogelijk is, vervang dan periodiek (bijvoorbeeld jaarlijks) het zand.
- Controleer dagelijks voor gebruik of de zandbak, zand(water)tafel en/of het zand rondom de speeltoestellen schoon is.
- Schep dierlijke uitwerpselen met ruim zand eromheen uit.
- Vervang het zand als:
- uitwerpselen (mogelijk) langer dan drie weken in het zand hebben gelegen;
- de vervuiling niet goed te verwijderen is.
Tips:
- Plaats een zandbak niet op een plaats waar veel vogelpoep neerkomt.
- Gebruik een hark om het zand in de zandbak en rondom speeltoestellen op dierlijke uitwerpselen te controleren.
5.11 Moestuinen
De meeste micro-organismen zijn onschuldig en in de (moes)tuin zelfs onmisbaar en nuttig. Via allerlei processen zorgen ze voor voeding en bescherming van de planten.
Tijdens het werk in de (moes)tuin is ook contact mogelijk met micro-organismen die ziekten kunnen veroorzaken zoals parasieten (toxoplasmose) of bacteriën (tetanus). Ook in ontlasting en urine van plaagdieren (muizen, ratten) komen micro-organismen voor.
Gezonde mensen worden hier meestal niet ziek van. Toch kan er een probleem ontstaan wanneer er sprake is van een (tijdelijk) verminderde weerstand door bijvoorbeeld ziekte of zwangerschap.
Hygiënenormen:
- Was de handen na het werk grondig met stromend water en zeep uit een pompje (zeepdispenser). Zie paragraaf 2.1.
- Raak tijdens het werk de mond, neus en ogen niet aan.
- Was een wondje goed uit met water. Dek wondjes af met een vochtwerende pleister.
- Was groente en fruit goed voor consumptie. Zie Voedingscentrum voor adviezen.
- Zorg tijdens het klaarmaken van voeding na het werken in de (moes)tuin dat de kleren schoon zijn.
Tip:
- Draag tuinhandschoenen, werkkleding en tuinlaarzen/klompen tijdens het tuinieren.
5.12 Legionellapreventie
Legionellabacteriën kunnen bij inademen een longontsteking veroorzaken (ook wel ‘veteranenziekte’ genoemd). De meeste mensen worden echter niet ziek als ze in aanraking komen met deze bacterie. Legionella kan bij een gunstige temperatuur groeien in waterinstallaties en in de lucht komen als het water wordt verneveld, bijvoorbeeld door een douche, sierfontein of bubbelbad.
Voor de meeste leidingwaterinstallaties is legionellapreventie niet verplicht en ook niet noodzakelijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor scholen, kantoorgebouwen, sporthallen, buurthuizen, ruimten voor dagbesteding en woningen. Lees hier waarom legionellapreventie niet noodzakelijk is.
Legionellapreventie is verplicht en noodzakelijk voor leidingwaterinstallaties van COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers)-locaties. Een AZC (asielzoekerscentrum)-locatie valt onder artikel 35 van het Drinkwaterbesluit, lid 1d: ’in een opvangcentrum als bedoeld in artikel 1 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.’ Let wel, dit geldt niet voor noodopvang in bijvoorbeeld een sporthal of kantoorgebouw. Het gaat om locaties met als bestemming AZC. Voor meer informatie kunt u de directe link van de Rijksoverheid gebruiken: Wat moet ik als eigenaar van een bedrijf doen om legionellabesmettingen te voorkomen?
Hygiënenormen:
- Stel op basis van de risicoanalyse een beheersplan op. Hierin staan de maatregelen die u moet nemen om de groei van de bacteriën te beheersen, en welke controles u moet uitvoeren.
- Laat de risicoanalyse en het beheersplan voor uw drinkwaterinstallatie opstellen door een BRL (beoordelingsrichtlijn) 6010-gecertificeerd bedrijf.
- Voer de maatregelen en controles uit het beheersplan uit.
- Houd een logboek bij van alle maatregelen en controles.
Er zijn nog andere waterinstallaties waarvoor legionellapreventie verplicht is, zoals voor vernevelende badwaterbassins en gebouwen met natte koeltorens. Meer informatie hierover is te vinden op de website van de rijksoverheid.
Voor sommige waterinstallaties vindt het RIVM legionellapreventie vanuit volksgezondheidsrisico noodzakelijk, maar ontbreekt landelijke regelgeving. Voorbeelden hiervan zijn sproeiende waterinstallaties in een (half)overdekte ruimte, bijvoorbeeld een luchtbevochtiger of een hogedrukreiniger.
Hygiënenormen:
- Bepaal of op uw locatie(s) naast leidingwaterinstallaties andere installaties in gebruik zijn waar legionellapreventie verplicht is of vanuit volksgezondheidsrisico noodzakelijk is.
- Stel een risicoanalyse en beheersplan op voor waterinstallaties waar legionellapreventie verplicht is of vanuit volksgezondheidsrisico noodzakelijk is en voer het beheersplan uit.
6 Medische dienst
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van medische behandelkamers waar externe organisaties medische zorg aan asielzoekers kunnen verlenen. De medische organisatie is verantwoordelijk voor de levering en het onderhoud van medische apparatuur. COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers), GGD GHOR Nederland (Gemeentelijke / Gemeenschappelijke GezondheidsDienst – Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio) en betrokken externe partijen hebben hier landelijke afspraken over gemaakt.
De zorg in asielzoekerscentra moet optimaal aansluiten op de reguliere zorg in Nederland. GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)’en zijn verantwoordelijk voor de Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers in de asielzoekerscentra. Daarnaast is er de medische dienst. Dit is een landelijke huisartsenpraktijk die dient als eerste aanspreekpunt voor medische zorg aan asielzoekers. Via dit centrum krijgen asielzoekers toegang tot curatieve zorg van bijvoorbeeld huisartsen, tandartsen en ziekenhuizen. Alle asielzoekers worden bij de medische dienst ingeschreven.
Disclaimer
Om tegemoet te komen aan de wens van de GGD’en, GGD GHOR Nederland en COA Nederland zijn een aantal toetsbare normen opgenomen in dit hoofdstuk. Het betreft normen vanuit richtlijnen die gelden in de huisartsenzorg. Ten behoeve van de THZ (Technische Hygienezorg)-audits door de GGD worden een aantal normen in deze richtlijn herhaald, maar zijn niet volledig. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) is de toezichthoudende instantie op de kwaliteit van de geleverde zorg bij huisartspraktijken.
6.1 Medische behandelruimte
Hygiënenormen:
- Zorg dat er een aparte behandelruimte beschikbaar is met alle benodigde voorzieningen en materialen, waar veilig en hygiënisch gewerkt kan worden.
- Zorg in alle spreekkamers en behandelruimten voor een handenwasgelegenheid met:
- een wastafel met stromend water, en bij voorkeur een no touch-kraan;
- zeep uit een pompje (zeepdispenser) en een houder met papieren wegwerpdoekjes;
- een dispenser voor handdesinfecterend middel.
- Zorg dat de behandeltafel of -stoel van een niet-absorberend materiaal is gemaakt dat goed schoon te maken is. Zorg ook voor een papierrol zodat iedereen op schoon papier zit of ligt.
- Plaats een pedaalemmer of open afvalbak met plastic zak in de ruimte. Open de afvalbak niet met de handen.
- Werk volgens de richtlijnen van uw beroepsgroep, bijvoorbeeld de NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap)-richtlijnen.
6.1.1 Persoonlijke hygiëne en bescherming
Medewerkers kunnen ziekteverwekkers verspreiden via de handen, zorghandelingen, kleding en gedeelde materialen. Een goede persoonlijke hygiëne verkleint het infectierisico. In sommige gevallen moeten medewerkers persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Voorbeelden van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn plastic schorten en handschoenen.
Hygiënenormen:
- Draag schone, wasbare (werk)kleding. Verschoon de (werk)kleding bij zichtbare verontreiniging.
- Houd de nagels kortgeknipt en schoon.
- Draag geen nagellak, nagelversieringen, kunst- of gelnagels, omdat dat mogelijke bronnen zijn voor overdracht van micro-organismen.
- Draag tijdens verzorgende handelingen geen shawls, vesten of andere belemmerende accessoires over de dienstkleding.
- Zorg dat de volgende persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) aanwezig zijn:
- Steriele en niet-steriele handschoenen;
- Mond-neusmaskers. Bij voorkeur chirurgisch mond-neusmasker type IIR en FFP2-ademhalingsbeschermingsmasker;
- Oogbescherming zoals een beschermende bril;
- Beschermende kleding zoals een niet-vochtdoorlatende halterschort voor eenmalig gebruik.
- Pas handhygiëne toe na het afdoen of uittrekken van PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen).
- Eet en drink niet in ruimten waar onderzoek en behandeling plaatsvindt, in ruimten waar instrumenten worden gereinigd, gedesinfecteerd of gesteriliseerd, en in ruimten waar met patiëntmateriaal wordt gewerkt.
6.2 Medicijnen, vaccins en steriele materialen en instrumenten
Medicijnen, vaccins en steriele materialen hebben een beperkte houdbaarheid. Door ze overzichtelijk op te slaan, voorkomt u dat u middelen gebruikt waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken. Een goede opslag is ook belangrijk om de steriliteit van steriele materialen en instrumenten te bewaken. In deze paragraaf vindt u de eisen voor deze opslag. Ook beschrijven we maatregelen die u moet nemen tijdens het gebruik van steriele instrumenten.
6.2.1 Opslag medicijnen
Hygiënenormen:
- Controleer de houdbaarheidsdatum van medicijnen maandelijks en vóór gebruik. Gebruik de medicijnen niet na deze datum.
- Wijs een medewerker aan die verantwoordelijk is voor het maandelijks controleren van de houdbaarheidsdatum van medicijnen.
- Sla medicijnen op volgens het fefo-principe (first expired, first out).
- Noteer de openingsdatum op medicijnen die na openen beperkt houdbaar zijn.
- Bewaar medicijnen op de voorgeschreven temperatuur.
- 'Bewaren tussen 15 en 25 °C' betekent kamertemperatuur en bij 'gekoeld bewaren' plaatst u het in de koelkast.
- Gebruik een aparte koelkast voor medicijnen en bewaar de medicijnen niet in de koelkastdeur.
- Medicijnen mogen niet in combinatie met levensmiddelen worden opgeslagen. De temperatuur in de deur kan snel oplopen als de koelkast wordt geopend.
- Controleer dagelijks en registreer wekelijks de temperatuur van de koelkast met medicijnen. Leg hiervoor een thermometer in de koelkast. Zorg dat de temperatuur tussen de 2 en 7 °C is.
6.2.2 Opslag vaccins
Hygiënenormen:
- Bewaar vaccins in een afsluitbare koelkast met digitale temperatuuraflezing en een automatisch alarm. Voor meer informatie zie de richtlijn Vaccinbeheer van het Rijksvaccinatieprogramma.
- De koelkast moet met een slot afsluitbaar zijn of in een met een slot af te sluiten ruimte staan, zodat alleen bevoegd personeel de koelkast kan gebruiken/openen.
6.2.3 Opslag steriele materialen en instrumenten
Hygiënenormen:
- Controleer de houdbaarheidsdatum van materialen en instrumenten minimaal maandelijks en vóór gebruik. Gebruik de producten niet na deze datum.
- Wijs een medewerker aan die verantwoordelijk is voor het maandelijks controleren van de houdbaarheidsdatum van steriele medische materialen en instrumenten.
- Berg steriel verpakte instrumenten voorzichtig op:
- Hanteer het fefo-principe (first expired, first out).
- Bewaar ze niet op plaatsen waar ze nat kunnen worden, zoals het aanrecht of de vloer.
- Maak geen bundels van de steriele verpakkingen; gebruik geen nietjes, paperclips of elastiekjes.
- Prop ze niet in kastjes, lades of dozen, maar zorg voor een ruime opbergruimte.
- Schrijf of stempel niet op de verpakking.
- Transporteer de verpakkingen in een goed afsluitbare schone kunststof box.
- Bewaar zelf gesteriliseerde instrumenten maximaal zes maanden. Plak hiervoor op de peel-off rand van de verpakking een sticker met de sterilisatiedatum en het batchnummer.
- Bewaar instrumenten die door de fabrikant zijn gesteriliseerd niet langer dan de aangegeven uiterste gebruiksdatum.
6.2.4 Gebruik steriele instrumenten
Hygiënenormen:
- Werk bij voorkeur met steriele wegwerpinstrumenten.
- Gebruik steriele instrumenten niet als de verpakking:
- beschadigd of gescheurd is;
- (deels) geopend is;
- vochtig is of vochtkringen vertoont;
- vuil is geworden.
- Leg de gebruikte instrumenten tot het moment van steriliseren in een bewaarbak waarin een oplossing zit van een schoonmaakmiddel. Bij voorkeur met een eiwitoplossend vermogen.
- Laat herbruikbare instrumenten die in aanraking komen met de beschadigde huid, of de huid doorboren, na gebruik steriliseren. Laat dit bij uitbesteding uitvoeren door een hierin gespecialiseerde, externe partij (zoals een ziekenhuis). Stel een contract op met het bedrijf aan wie u het steriliseren uitbesteedt.
6.2.5 Stoomsterilisator, zelf steriliseren
Hygiënenormen:
- Zet de stoomsterilisator in een aparte spoelruimte.
- De sterilisator moet voldoen aan de NEN (Nederlandse norm ) 13060.
- Het steriliseren van medische instrumenten mag alleen worden uitgevoerd door personeel dat hierin geschoold is.
Als het steriliseren verkeerd wordt uitgevoerd, brengt dit grote infectierisico's met zich mee. - Steriliseer alle medische instrumenten die u wilt hergebruiken en die in aanraking zijn geweest met de beschadigde huid of slijmvliezen.
Let op: maak de instrumenten eerst grondig schoon voordat u steriliseert. Steriliseren werkt onvoldoende als de instrumenten nog vuil of stoffig zijn. Draag bij het schoonmaken een beschermend schort en handschoenen. - Controleer de instrumenten op beschadigingen en roest. Gooi verroeste of beschadigde instrumenten weg als 'scherp afval' (zie paragraaf 6.3).
- Steriliseer alleen instrumenten die in laminaatzakjes zijn verpakt. Zonder laminaatzakjes blijven de instrumenten niet steriel. Gebruik alleen laminaatzakjes met een indicatorstrip die verkleurt tijdens het steriliseren.
Zo voorkomt u verwisseling tussen gesteriliseerde en niet-gesteriliseerde materialen.
Let op: het verkleuren van de indicatorstrip geeft geen garantie voor een juist uitgevoerde sterilisatie. - Houd een logboek bij waarin u met batchnummers aangeeft welke materialen u wanneer heeft gesteriliseerd. Blijkt er uit onderzoek dat materialen niet goed zijn gesteriliseerd? Reinig en steriliseer dan alle materialen met hetzelfde batchnummer opnieuw.
- Laat alleen hierin geschoolde medewerkers met de stoomsterilisator werken.
6.3 Medisch scherp afval
Bij het verlenen van medische zorg of het injecteren van medicijnen kunnen scherpe materialen zoals naalden of mesjes worden gebruikt. Omdat deze materialen tijdens het gebruik besmet kunnen raken met ziekteverwekkers van bewoners gelden onderstaande normen. Door u hieraan te houden, verkleint u de kans op een prikaccident.
Volle naaldcontainers vallen in de categorie ‘ziekenhuisafval’. Aan de afvoer van ziekenhuisafval zijn bij wet eisen gesteld (zie hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer). Zo mag u uw containers alleen inleveren bij inzamelaars die een zogeheten VIHB-nummer hebben. Op de website van de NIWO kunt u goedgekeurde inzamelaars vinden. Ga hiervoor naar www.niwo.nl/bedrijven-zoeken en klik vervolgens op ‘Bedrijven: zoeken: VIHB-lijst’.
Hygiënenormen:
- Gooi gebruikte naalden en ander scherp (medisch) afval na gebruik in een naaldcontainer met een UN (United Nations)-keurmerk. Gooi ze nooit in een gewone afvalemmer. UN-gekeurde naaldcontainers herkent u aan het afgebeelde teken of de codering UN3291.
- Vervang naaldcontainers wanneer ze tot de maximale vullijn vol zitten. Sluit het deksel en lever de volle naaldcontainers in volgens het protocol van uw organisatie. Zet direct een nieuwe naaldcontainer neer.
- Geeft u (bij uitzondering) naaldinjecties in een persoonlijke verblijfsruimte? Neem dan een naaldcontainer met het UN-keurmerk mee zodat u de naald direct kunt weggooien.
7 Medische zorg
Ziekteverwekkers kunnen gemakkelijk overgebracht worden via kleding en handen. Tijdens het verlenen van medische zorg is er een verhoogde kans op besmetting. Om dit risico op besmetting te verkleinen, moet u zich tijdens het verlenen van zorg houden aan de hygiënenormen uit dit hoofdstuk. Daarnaast gelden uiteraard de algemene maatregelen op het gebied van persoonlijke hygiëne (zie hoofdstuk 2) en schoonmaak en desinfectie (zie hoofdstuk 4).
Bij noodgevallen kan men direct terecht bij de receptie. Dit is een centrale plek waar materialen voor noodhulp aanwezig zijn.
7.1 Algemene normen
Hygiënenormen:
- Zorg dat iedereen weet waar medische materialen voor eerste hulp of noodhulp staan.
- Zorg voor een complete en volledige:
- EHBO (eerste hulp bij ongelukken)-koffer
- BHV-koffer
- AED (Automated External Defibrillator)
- Controleer regelmatig de houdbaarheidsdatum van medische materialen en medicijnen en controleer minimaal twee keer per jaar de inhoud van koffers.
Tip:
- Indien de locatie niet beschikt over een receptie, maak dan de afspraak dat het kantoor van de dagcoördinator (DACO) de centrale plek is voor materialen voor noodhulp.
7.2 Bijt-, krab-, prik- en spataccidenten
Bij bijt-, krab-, prik- en spataccidenten komt het bloed of de slijmvliezen (van bijvoorbeeld de ogen) van een medewerker of bewoner in contact met bloed, wondvocht, andere lichaamsvloeistoffen (speeksel, ontlasting) of de slijmvliezen van een ander. Bij zo’n accident kunnen ziekteverwekkers worden overgedragen, zoals hepatitis B-virus, hepatitis C-virus of hiv (humaan immunodeficientievirus). Bij een bijt- of krabaccident lopen zowel de bijter/krabber als de degene die is gebeten/gekrabd het risico om besmet te worden door de ander.
Door een protocol op te stellen voor bijt-, krab-, prik- en spataccidenten dat bekend is bij de medewerkers verkleint u de kans dat medewerkers of bewoners bij zo’n accident een infectieziekte oplopen. Controleer het protocol elke vier jaar op actualiteit.
Hygiënenormen:
- Stel een protocol op voor bijt-, snij-, krab-, spat- en prikaccidenten.
- Maak het protocol beschikbaar voor uw medewerkers en breng ze hiervan op de hoogte. Beschrijf hierin in ieder geval de volgende stappen:
- Laat een wondje goed doorbloeden;
- Spoel het wondje of het slijmvlies met water of fysiologisch zout;
- Zorg voor een oogspoelvloeistof bij spatten in de ogen;
- Ontsmet een wondje (slijmvliezen niet) met een wonddesinfecterend middel voorzien van een RVG (Register Verpakte Geneesmiddelen)-nummer;
- Dek een wondje af;
- Meld het accident direct;
Neem in het protocol de contactgegevens op van de instantie(s) aan wie het accident gemeld moet worden. Maak zo nodig onderscheid tussen meldingen binnen en buiten kantooruren.
- Bij melding wordt een risico-inschatting gemaakt en worden eventuele vervolgstappen bepaald. Noteer hiervoor de volgende gegevens:
- de personen die bij het accident zijn betrokken;
- het type verwonding (bijv. prik- of bijtwond);
- het materiaal waarmee iemand verwond is (het type naald in het geval van een prikaccident).
7.3 Vaccinaties
Vanwege de doelgroep van uw centrum kunnen uw medewerkers een verhoogd risico lopen op besmetting met sommige infectieziekten. Tegen sommige van deze ziekten kunnen uw medewerkers zich laten vaccineren, bijvoorbeeld hepatitis B.
Het aanbieden van vaccinaties kan, afhankelijk van het werk van uw medewerkers, verplicht zijn op basis van de Arbowet. Adviseer externe partijen (schoonmaak, catering e.d.) die binnen uw instelling werkzaam zijn op de mogelijke risico’s. Arbo-eisen vallen echter buiten de reikwijdte van deze richtlijn en zullen hier niet verder worden uitgewerkt. Zie voor meer informatie onder andere het Arbobesluit, art. 4.91 en de website van KIZA.
8 Wet publieke gezondheid
Infectieziekten of uitbraken van ziekten kunnen in het kader van de Wet publieke gezondheid meldingsplichtig zijn. Afhankelijk van het soort infectieziekte dient de melding door een arts gedaan te worden (artikel 21, 22 en 25). Bij een ongewoon aantal zieken met maag- en darmaandoeningen, geelzucht, huidaandoeningen of andere ernstige aandoeningen van vermoedelijk infectieuze aard dient de locatiemanager de regionale GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) op de hoogte te stellen (artikel 26).
8.1 Melding, artikel 21, 22 en 25
De medische dienst is als eerste aanspreekpunt verantwoordelijk voor de medische zorg voor asielzoekers. (Huis)artsen die hier werkzaam zijn, hebben op grond van artikel 21, 22 en 25 van de Wet publieke gezondheid een meldingsplicht infectieziekten.
Hygiënenorm:
- Een behandelend arts is verplicht meldingsplichtige infectieziekten te melden bij de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst).
Breng de locatiemanager op de hoogte van meldingsplichtige infectieziekten op de instelling, zodat de locatiemanager, indien nodig, maatregelen kan nemen.
8.2 Melding instellingen, artikel 26
Binnen uw asielzoekerscentrum kunnen infectieziekten op verschillende manieren worden gemeld. Locatiemanagers zijn verplicht om mogelijke uitbraken van infectieziekten onder bewoners en/of medewerkers te melden bij de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). Deze meldingsplicht is geregeld in de Wet publieke gezondheid, artikel 26.
Hygiënenormen:
- Is er sprake van een infectie-uitbraak? Geef de volgende informatie door aan de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst):
- Naam, adres, woonplaats (NAW), persoonsgegevens en geboortedatum van de zieke;
- aard, ernst en verloop van klachten;
- eventuele vaccinaties;
- datum eerste ziekteverschijnselen;
- andere vermoedelijk besmette bewoners of medewerkers;
- eventueel bekende bron.
- Bepaal samen met de behandelend arts en deskundigen van de GGD welke maatregelen u moet nemen.
- Zorg dat de locatiemanager op de hoogte is en dat er werkafspraken zijn gemaakt over het melden van (mogelijke) infectieziekten in uw instelling.
Houd hierbij rekening met de privacy van de bewoner of medewerker.
Op grond van de Wet publieke gezondheid, artikel 26 is de locatiemanager van een asielzoekerscentrum wettelijk verplicht om maatregelen te nemen bij een (eventuele) uitbraak van infectieziekten.
Hygiënenormen:
- Neem binnen één werkdag contact op met de afdeling Infectieziektebestrijding van de plaatselijke GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) als er een ongewoon aantal zieken is.
Zie tabel in paragraaf 8.3 voor enkele voorbeelden. Neem voor advies contact op met uw regionale GGD. - Bepaal samen met de arts van de medische dienst en deskundigen van de GGD welke maatregelen u moet nemen.
Meer informatie over de wet Publieke Gezondheid, artikel 26-melding instellingen, vindt u op deze RIVM-pagina.
8.3 Melding infectieziekten
Als locatiemanager heeft u een meldingsplicht van infectieziekten in een asielzoekerscentrum. In de Wet publieke gezondheid, artikel 26 is deze meldingsplicht geregeld.
In onderstaande tabel ziet u wanneer u contact moet opnemen met de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst), afdeling infectieziekten.
| Symptomen/verdenking | Meld uw ziek(en) bij de GGD wanneer: |
|---|---|
| Maag- en darmproblemen, overgeven of diarree |
|
| Geelzucht |
|
| Scabiës |
|
| Huiduitslag |
|
| Overige ernstige besmettelijke aandoeningen |
|
9 Hygiëne van bewoners
In voorgaande hoofdstukken zijn maatregelen beschreven die u en uw medewerkers kunnen nemen om het infectierisico te verkleinen. Bewoners van uw asielzoekerscentrum kunnen hier ook zelf aan bijdragen door zich bijvoorbeeld regelmatig te wassen en geen kleren en spullen met elkaar te delen. Daarom is het belangrijk dat het hygiënisch bewustzijn van de bewoners wordt vergroot.
Tip:
- Zorg dat bewoners gebruikmaken van persoonsgebonden toiletartikelen.
9.1 Hygiënevoorlichting
Doordat de bewoners in de asielopvang vaak gezamenlijk gebruikmaken van faciliteiten kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijk verspreiden.
Zorg ervoor dat bewoners voorlichting krijgen of kunnen beschikken over informatie over persoonlijke hygiëne en veilige seks.
Maak gebruik van pictogrammen en bijvoorbeeld QR-codes met instructies in eigen taal (MyCOA) en onderstaande aandachtspunten:
- Gebruik wegwerpzakdoekjes bij hoesten, niezen of snuiten. Gooi deze zakdoek direct na gebruik in de afvalbak. Heb je geen zakdoekje, hoest of nies dan in de elleboog en niet in de handen.
- Gooi gebruikte pleisters en verbandmiddelen direct na gebruik in de afvalbak.
- Gebruik alleen schoon servies en bestek; deel dit niet met een ander.
- Gebruik alleen je eigen toiletartikelen, zoals tandenborstels, scheermesjes, haarborstels en crèmes.
- Draag alleen je eigen kleding en schoenen.
- Slaap of rust alleen op je eigen bed en beddengoed.
- Was je handen na elk toiletbezoek.
- Was je handen na contact met lichaamsvocht zoals speeksel, braaksel, ontlasting, wondvocht of bloed.
- Douche na inspannende activiteiten zoals sporten.
- Draag badslippers in de doucheruimte en tijdens het douchen.
- Droog je lichaam af met een eigen, schone handdoek.
Hygiënenormen:
- Informeer bewoners over de manier waarop infectieziekten worden overgebracht. Verstrek foldermateriaal of geef mondelinge informatie in verschillende talen.
De GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) kan over dit onderwerp voorlichting verzorgen. - Informeer bewoners over het belang van veilige seks. Verwijs ze naar de website van Zanzu.
Zanzu biedt betrouwbare informatie in 17 talen over diverse onderwerpen.
Tip:
- Zorg op locaties waar jongeren (tussen de 15 en 18 jaar) wonen dat condooms beschikbaar of verkrijgbaar zijn en dat ze op een toegankelijke plek liggen.
Menstruatie
Meisjes kunnen vanaf 10 jaar al menstrueren. Zij zorgen in principe zelf voor maandverband of tampons.
Tip:
- Het is prettig als er maandverband beschikbaar is voor onverwachte situaties. Meisjes moeten dan uiteraard weten waar zij het maandverband kunnen vinden of aan wie zij het kunnen vragen (bij voorkeur aan een vrouwelijke begeleider).
9.2 Schoonmaakinstructies
Bewoners zijn medeverantwoordelijk voor het schoonmaken in uw asielzoekerscentrum. Voorbeelden zijn het schoonmaken van de keuken na het klaarmaken van eten, het achterlaten van een schoon toilet na bezoek en het netjes en opgeruimd achterlaten van de activiteitenruimte.
Heldere schoonmaakinstructies en afspraken zijn nodig voor een goed resultaat. Maak gebruik van de middelen die de COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) biedt.
Hygiënenormen:
- Geef bewoners duidelijke schoonmaakinstructies.
- Geef instructie over welke schoonmaakmiddelen waarvoor gebruikt worden.
- Zorg dat bewoners hun persoonlijke vertrekken en de gemeenschappelijke keukens schoonhouden.
- Geeft u bewoners de mogelijkheid om zelf hun wasgoed te wassen? Geef bewoners dan de volgende instructies:
- Was volgens wasvoorschrift. Gebruik geen verkorte wasprogramma’s;
- Houd schone en vuile was gescheiden;
- Verzamel en vervoer vuile was in een afgesloten zak.
Begrippenlijst
| Badwaterbassin | Een waterkerende constructie voor het vasthouden van water bedoeld voor het zwemmen of baden. |
| Binnenmilieu | De omstandigheden waarin mensen zich in een gebouw bevinden, zoals lucht, temperatuur, geluid, geur en hygiëne. |
| CE (Conformité Européenne)-markering | CE staat voor conformiteit met de Europese richtlijnen. Handschoenen, maar ook desinfectiemiddelen voor (een specifieke groep) medische hulpmiddelen zijn voorzien van een CE-markering. |
| Ctgb | Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Beoordeelt op basis van Europese wet- en regelgeving of desinfecterende middelen toegelaten worden op de Nederlandse markt. |
| Desinfecteren | Het zoveel mogelijk doden van ziekteverwekkers met een speciaal daarvoor bestemd desinfecterend middel. |
| Fefo-systeem | First expired, first out-systeem. Dit betekent dat materialen waarvan de houdbaarheidsdatum als eerste verloopt, ook het eerst gebruikt worden. Voor dit systeem is het handig om materialen waarvan de houdbaarheidsdatum als eerste verloopt, vooraan te plaatsen in opslag. |
| Handdesinfecterend middel | Een vloeistof waarmee ziekteverwekkers op de handen kunnen worden gedood. Als de handen niet zichtbaar vuil of plakkerig zijn, kan een handdesinfecterend middel worden gebruikt in plaats van water en zeep. |
| Hygiënecode | Een gids voor bedrijven die met voedsel omgaan, opgesteld door de sector. In deze gids vindt u de regels om de voedselveiligheid en de hygiëne te bewaken. Meer informatie: NVWA. |
| Lichaamsvloeistoffen | Vloeistoffen afkomstig uit het menselijk of dierlijk lichaam zoals bloed, speeksel, sperma, braaksel, urine en ontlasting. In lichaamsvloeistoffen kunnen ziekteverwekkers zitten. |
| Luchten | Bij luchten komt kortdurend verse buitenlucht binnen, bijvoorbeeld door luiken of deuren zo tegen elkaar open te zetten dat er een flinke luchtstroming of -circulatie door de ruimte ontstaat. |
Micro-organismen | Bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën zijn micro-organismen. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige micro-organismen kunnen ziekten veroorzaken. |
| Microvezeldoekjes | Doekjes die bestaan uit een weefsel van microscopisch kleine vezels. Samen vormen de vezels een veel groter oppervlak dan de vezels in bijvoorbeeld een katoenen doek. Hierdoor kunnen microvezeldoekjes meer vuil absorberen. De vezels bestaan uit materiaal dat vetten goed vasthoudt. |
| Naaldcontainer | Een container speciaal ontworpen voor scherp of besmettelijk afval zoals naalden en scheermesjes. Bij goed gebruik bieden naaldcontainers bescherming tegen prikken en snijden aan scherp afval. |
| Natte koeltoren | Installaties die onderdeel zijn van de klimaatregulering van een gebouw of die worden gebruikt bij het afkoelen van een productieproces. In de koeltoren wordt water verneveld. Hierbij kunnen de waterdruppeltjes verspreid worden in de omgeving van de inrichting. |
| Zelfdovende afvalbakken | Afvalbakken waarmee door de constructie (smalle opening) brand door bijvoorbeeld slecht gedoofde sigaretten wordt voorkomen. |
| RVG (Register Verpakte Geneesmiddelen)-nummer | RVG staat voor Register Verpakte Geneesmiddelen. Elk geneesmiddel dat in Nederland verkrijgbaar is heeft een eigen uniek RVG-nummer. Onder dit nummer staat het middel geregistreerd bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). |
| Schoonmaken | Stof en vuil verwijderen, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen. |
| Ventileren | Bij ventileren komt voortdurend verse buitenlucht binnen, bijvoorbeeld door een rooster of een open raam. |
| Volledig wasprogramma | Het geheel doorlopen van de wascyclus voor de soort stof die wordt gewassen. Bijvoorbeeld het volledige wasprogramma voor katoen, zonder voor een kortere stand of tijd te kiezen. |
Verantwoording
Literatuur
- Arboportaal: Luchtvochtigheid op het werk | Arboportaal (geraadpleegd op 6 oktober 2022).
- Bartels, A.A., Schijven, J.F., Delmaar, J.E., Duizer, E. (2021). Effect van verschillende ventilatiehoeveelheden op aerogene transmissie van SARS (severe acute respiratory syndrome)-CoV-2 - Risicoschatting op basis van het AirCoV2-model. RIVM-briefrapport 2021-0207.
- Best EL, Parnell P, Wilcox MH (2014). Microbiological comparison of hand-drying methods: the potential for contamination of the environment, user, and bystander. J Hosp Infect. 88:199-206.
- Bloomfield SF, Carling PC, Exner M (2017). A unified framework for developing effective hygiene procedures for hands, environmental surfaces and laundry in healthcare, domestic, food handling and other settings. GMS Hyg Infect Control. 19;12:Doc8.
- CDC (Centers for Disease Control and Prevention) (2021). Ventilation in Buildings (versie juni 2021).
- Duisterwinkel A (2010). Hygiënisch en duurzaam handen drogen. VSR rapport.
- Duval D, Palmer JC, Tudge I, Pearce-Smith N, O'Connell E, Bennett A, Clark R. (2022). Long distance airborne transmission of SARS-CoV-2: rapid systematic review. BMJ. 29;377:e068743. doi: 10.1136/bmj-2021-068743.
- Gerba C, Kennedy D (2007). Enteric virus survival during household laundering and impact of disinfection with sodim hypochlorite. Appl Environ Microbiol. 73:4425-4428.
- Gezondheidsraad (2016). Zorgvuldig omgaan met desinfectia. Rapport Nr. 2016/18.
- Gezondheidsraad (2020). Verslag werkconferentie Ventilatie en COVID-19 | Overige | Gezondheidsraad.
- Van Ginkel J, et al. (2012). GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)-richtlijn medische milieukunde; schimmel- en vochtproblemen in woningen. (PDF)RIVM Rapport 609300022.
- Hall EF, Dusseldorp A (2010).Gezondheidseffecten van een lage relatieve luchtvochtigheid in woningen(PDF). RIVM rapport 609021071.
- Heinzel M, Kyas A, Weide M, Breves R, Bockmühl D (2010). Evaluation of the virucidal performance of domestic laundry procedures. Int J Hyg Environ Health 213:334-337.
- Hiwar W, King MF, Shuweihdi F, Fletcher LA, Dancer SJ, Noakes CJ (2021). What is the relationship between indoor air quality parameters and airborne microorganisms in hospital environments? A systematic review and meta-analysis. Indoor Air. 31(5):1308-1322. doi: 10.1111/ina.12846.
- Kompatscher K, Traversari AAL (2022). Literatuurstudie naar de toepassing van verschillende luchtreinigingsmethoden voor inactivatie van microbiologische verontreinigingen. TNO-rapport R11245.
- LCI (Landelijke coördinatie infectieziektebestrijding) (2021). Aerogene transmissie SARS-CoV-2 | LCI richtlijnen (rivm.nl).
- Maung TZ, Bishop JE, Holt E, Turner AM, Pfrang C (2022). Indoor Air Pollution and the Health of Vulnerable Groups: A Systematic Review Focused on Particulate Matter (PM), Volatile Organic Compounds (VOCs) and Their Effects on Children and People with Pre-Existing Lung Disease. Int J Environ Res Public Health. 19;19(14):8752. doi: 10.3390/ijerph19148752.
- Nair AN, Anand P, George A, Mondal N. A review of strategies and their effectiveness in reducing indoor airborne transmission and improving indoor air quality (2022). Environ Res. 213:113579. doi: 10.1016/j.envres.2022.113579.
- Smith DL, Gillanders S, Holah JT, Gush C (2011). Assessing the efficacy of different microfibre cloths at removing surface micro-organisms associated with healthcare-associated infections. J Hosp Infect. 78:182-6.
- Tuladhar E, Hazeleger WC, Koopmans M, Zwietering MH, Duizer E, Beumer RR (relatieve risico's) (2015). Reducing viral contamination from finger pads: handwashing is more effective than alcohol-based hand disinfectants. J Hosp Infect. 90:226-34.
- Vermeulen LC (Liquid chromatography), Bartels AA (2022). Meerwaarde van mobiele luchtreinigers in verminderen van transmissie van SARS-CoV-2 – een literatuurstudie. RIVM Briefrapport 2022-0134.
- WHO (World Health Organization ) (2021). Roadmap to improve and ensure good indoor ventilation in the context of COVID-19.
Werkgroep
De hygiënerichtlijn voor collectieve voorzieningen in COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers)-opvangcentra voor asielzoekers is in december 2025 vastgesteld. De richtlijn is op 5 januari 2026 online gepubliceerd. Aan het opstellen van de richtlijn hebben de volgende GGD’en en organisaties bijgedragen:
- COA Nederland
- GGD Flevoland
- GGD GHOR Nederland (Gemeentelijke / Gemeenschappelijke GezondheidsDienst – Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio)
- GGD Groningen
- GGD Hart voor Brabant
- GGD Hollands Noorden
- GGD Twente
- Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden
De hygiënerichtlijn voor collectieve voorzieningen in COA-opvangcentra voor asielzoekers is een uitgave van:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid
Postbus 1 | 7200 BA Bilthoven
E-mail: lchv@rivm.nl
Web: www.lchv.nl