De hygiënerichtlijn voor tatoeëren is voor het laatst volledig herzien in 2014. Tussentijdse wijzigingen sinds de laatste herziening staan aangegeven in de Verantwoording.

De schoonmaakschema’s bij deze richtlijn kunt u hier downloaden als Word-document.

 

1 Inleiding

In deze inleiding beschrijven we voor wie deze Hygiënerichtlijn voor tatoeëren is geschreven en wat het doel van de hygiëne-eisen is. Daarnaast wordt achtergrondinformatie over hygiëne gegeven. Tot slot vindt u een leeswijzer om snel uw weg te kunnen vinden naar de informatie die u zoekt.

Voor wie is deze hygiënerichtlijn?

Deze hygiënerichtlijn is geschreven voor eigenaren van tatoeagestudio’s. Met deze studio’s worden alle ondernemingen bedoeld waar men kleurstoffen of pigment in de huid injecteert. De richtlijn is in de eerste plaats geschreven voor de ondernemer. Heeft u medewerkers in dienst? Dan moet u ervoor zorgen dat ook zij werken volgens de richtlijnen.

Wat is het doel van deze richtlijn?

U vindt in dit document zowel richtlijnen over de bouw, inrichting en schoonmaak van uw bedrijfsruimte als richtlijnen die direct te maken hebben met het aanbrengen van tatoeages. Per onderwerp staan er hygiënemaatregelen en -adviezen. Door u hieraan te houden, verkleint u de kans dat de tatoeage gaat ontsteken of infectieziekten worden overgedragen.

Vergunning

In het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen (zie hoofdstuk 5) is vastgelegd dat u als ondernemer een vergunning moet hebben. Deze vergunning moet u driejaarlijks aanvragen bij uw GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst. U krijgt alleen een vergunning als u aan de hygiënemaatregelen uit deze richtlijn voldoet. Als er in uw bedrijfsruimte gewerkt wordt zonder dat u hier een vergunning voor heeft, kan de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit u een waarschuwing of boete opleggen, of eventueel uw studio sluiten.

Er bestaan twee typen vergunningen. Welke vergunning voor u geldt, is afhankelijk van uw bedrijfsvoering. U moet een vergunning met autoclaveren aanvragen wanneer u zelf instrumenten steriliseert, of u laat dit uitvoeren door een door u ingehuurd bedrijf. Er wordt dan getoetst of u zich bij het steriliseren houdt aan de normen in paragraaf 2.5, onder het kopje ‘Eisen aan een autoclaaf (stoomsterilisator)’ en de normen in paragraaf 3.3. Als u alleen wegwerpmaterialen gebruikt, kunt u een vergunning zonder autoclaveren aanvragen. De normen in bovengenoemde paragrafen worden dan niet meegenomen in de vergunningverlening. Aan alle overige normen uit deze richtlijn moet u uiteraard wel voldoen.

Tatoeëert u zonder pigmenteerpen of tatoeagemachine, bijvoorbeeld doordat u de maoritechniek toepast? Ook dan moet u aan de maatregelen in deze richtlijn voldoen; de door u gebruikte techniek wordt beoordeeld bij de vergunningverlening. Meer informatie over de vergunning vindt u in de Warenwetregeling tatoeëren en piercen.

Vrijstelling vergunningplicht voor evenementen

Een vergunning wordt altijd verleend voor het gebruik van tatoeagemateriaal in uw behandelruimte. Uw vergunning geldt dus niet voor andere locaties. Willen u of uw medewerkers op een evenement, zoals een beurs, conventie of markt, tatoeëren? Dan heeft u een vrijstelling van de vergunningplicht nodig. Hiervoor moet de organisator van het evenement ten minste twee maanden van tevoren schriftelijk bij de regionale GGD melden dat u komt tatoeëren.

De organisatie komt alleen in aanmerking voor een vrijstelling als er wordt gewerkt met een artiest die in een studio werkt die in het bezit is van een vergunning. Deze eis wordt uiteraard niet gesteld aan buitenlandse artiesten.

Hygiëne en ziekteverwekkers

Een goede hygiëne voorkomt de verspreiding van micro-organismen. Voorbeelden van micro-organismen zijn bacteriën, virussen en schimmels. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, in lichaamsvloeistoffen zoals bloed, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige kunnen ziekten veroorzaken.

Door contact tussen mensen kunnen deze ziekteverwekkers zich van de ene mens naar de andere verspreiden. Als ze zich vervolgens vermenigvuldigen, kan iemand ziek worden. Zulke ziekten noemen we infectieziekten. Of een besmetting uitgroeit tot een infectie, heeft met verschillende dingen te maken:

  • de hoeveelheid ziekteverwekker waarmee iemand besmet is;
  • hoe gemakkelijk de ziekteverwekker mensen ziek maakt;
  • iemands lichamelijke conditie; de een wordt ziek, de ander voelt zich niet lekker en een derde heeft nergens last van.

Hoe verspreiden ziekteverwekkers zich?

Ziekteverwekkers verspreiden zich op de volgende manieren:

  • via de handen;
  • via lichaamsvloeistoffen (bloed, speeksel, braaksel, ontlasting enzovoorts);
  • door de lucht (via druppels door hoesten, via huidschilfers of stof);
  • via voorwerpen (tatoeage instrumenten en deurklinken);
  • via voedsel en water;
  • via dieren (zoals huisdieren en insecten).

Hygiëne voorkomt ziekte

Infectierisico’s beperkt u in de eerste plaats door een goede hygiëne. In de basis is hygiëne niet meer dan het volgende:

  • Breng wat vuil is niet in contact met wat schoon is. En andersom.
  • Maak schoon wat vuil is of gooi het weg.
  • Je kunt niet altijd aan de buitenkant beoordelen of iets vuil of schoon is.
  • Alles begint en eindigt met handhygiëne.

Alle regels in deze richtlijn hebben hiermee te maken.

Leeswijzer

De belangrijkste hygiënemaatregelen bij het zetten van een tatoeage zijn in deze richtlijn op een rij gezet. Naast hygiëneregels vindt u in dit document een aantal andere, wettelijk vastgelegde eisen die direct van toepassing zijn op uw werkzaamheden, zoals de regels over de minimale leeftijd van klanten.

Elk hoofdstuk en elke paragraaf begint met een korte inleidende tekst. Hierin leest u wat de risico’s van het onderwerp zijn, en waarom de genoemde maatregelen de risico’s verkleinen. Daarna volgt een opsomming van de hygiënenormen.

Hygiënenormen

  • De (hygiëne)normen staan in een geel kader. Dit zijn de minimale eisen aan een goed beleid. Deze maatregelen worden bij de vergunningverlening getoetst door de GGD. U mag hier alleen van afwijken als u een vergelijkbaar of beter alternatief toepast. De GGD-inspecteur beoordeelt of een werkwijze, methode of middel een vergelijkbaar of beter alternatief is.

Tips

  • Tips herkent u aan schuingedrukte tekst in een grijs kader. Deze punten zijn vrijblijvend, maar als u de tips opvolgt, werkt u professioneler.

In hoofdstuk 7 vindt u schoonmaakschema’s en instructies voor uitvoerend medewerkers. In hoofdstuk 8 staat informatie voor de klant. De schoonmaakschema’s, de instructies handhygiëne en de informatie voor de klant kunt u downloaden en uitprinten. 

Video: Besmettingsrisico's voorkomen

Als tatoeëerder is je vak je passie en sta je voor de kwaliteit van je werk. Een voorspoedige genezing van de tatoeage is van groot belang voor de uiteindelijke kwaliteit. Dat je hygiënisch werkt volgens de hygiënerichtlijnen hoort bij het vakmanschap van jou als tatoeëerder.
Hygiënisch werken houdt in dat je je klanten én jezelf beschermt tegen bloedoverdraagbare ziekten.
Bespreek met de klant of deze allergieën of andere aandoeningen heeft en controleer of de huid gezond is.
Geef klanten vóór het zetten van de tatoeage schriftelijke informatie over de risico’s van infectie en andere complicaties.
Laat klanten van tevoren een toestemmingsformulier tekenen. Zélf teken je dit formulier ook. Daarmee verklaar je dat je volgens de hygiënerichtlijnen werkt. Je geeft een kopie van het ingevulde formulier mee aan je klant.
Als je niet hygiënisch werkt, verspreiden bacteriën en virussen zich heel makkelijk en besmetten zo je hele werkplek
Als je je tijdens het tatoeëren prikt aan een gebruikte naald, kun je een bloedoverdraagbare ziekte zoals Hepatitis B oplopen.
Omdat Hepatitis B erg besmettelijk is, kun je je er maar beter tegen vaccineren. Na drie injecties ben je langdurig of levenslang beschermd.
Als je je prikt, laat het wondje dan flink doorbloeden en spoel het goed af. Plak er een pleister op en neem daarna contact op met je huisarts of de GGD.
Gooi gebruikte naalden en naaldmodules direct in de UN naaldcontainer. Op de container staat het UN keurmerk, eventueel met daarbij nummer 3291.
De hygiënerichtlijnen voor tatoeëren vind je op de website van het RIVM. Daar kun je de regels nog eens precies nalezen.

2 Het zetten van een tatoeage

Micro-organismen kunnen niet door een intacte huid heen. De huid biedt hierdoor bescherming tegen infecties. Tijdens het tatoeëren wordt de huid beschadigd. Daardoor kan de getatoeëerde plek makkelijker geïnfecteerd raken. Door hygiënisch te werken bij het zetten van een tatoeage, verkleint u dit risico. Een goede hygiëne voorkomt ook dat eventuele ziekteverwekkers in het bloed of op de huid van uw klant worden overgedragen op uzelf of uw materialen. In dit hoofdstuk vindt u de hygiënemaatregelen die u voor, tijdens en direct na het zetten van een tatoeage moet nemen.

2.1 Algemene maatregelen

In deze paragraaf staan algemene maatregelen die tijdens het hele proces van tatoeëren (voorbereiding, het zetten en de wondverzorging) gelden.

Handhygiëne

Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Er zijn twee manieren waarop u handhygiëne kunt toepassen. Door de handen te wassen met water en zeep of door de handen te desinfecteren met een handdesinfecterend middel. In hoofdstuk 7 vindt u printklare instructies voor het handen wassen en desinfecteren.

Onder ringen, armbanden, horloges en lange nagels kunnen veel micro-organismen zitten, die niet makkelijk weggaan door de handen te wassen of te desinfecteren.

Hygiënenormen

  • Pas handhygiëne toe:
    • voor en na het aanbrengen van de tatoeage;
    • voor en na de verzorging van de tatoeage;
    • voor en na het dragen van handschoenen;
      Bij het uittrekken van de handschoenen kunnen deze (ongemerkt) tegen uw huid komen. Uw handen kunnen dan besmet raken met micro-organismen.
    • als er bloed of andere lichaamsvochten op uw handen zitten, of als u met blote handen de beschadigde huid heeft aangeraakt;
    • na een toiletbezoek;
    • na hoesten, niezen of het snuiten van de neus.
      Dit is ook belangrijk als u een zakdoek hebt gebruikt. Ziekteverwekkers kunnen namelijk door de zakdoek heen op uw handen komen.
  • Was uw handen met water en vloeibare zeep als uw handen zichtbaar vuil zijn.
    Gebruik géén handdesinfecterend middel; door zichtbaar vuil vermindert de werking.
  • Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan mag u kiezen of u uw handen wast óf desinfecteert.
    Voor goede handhygiëne is het voldoende als u alleen wast of desinfecteert. Doe het dus niet beide, direct na elkaar; uw huid droogt dan meer uit en beschadigt sneller.
  • Gebruik alleen handdesinfecterende middelen die zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides. Zie paragraaf 3.2.
  • Was uw handen zo:
    • Maak eerst uw handen nat.
    • Doe daarna vloeibare zeep uit een dispenser op uw handen.
    • Wrijf de zeep minimaal 10 seconden goed uit. Wrijf ook uw duimen, vingertoppen, polsen en de huid tussen uw vingers in.
    • Spoel de zeep af.
    • Droog uw handen en polsen met een wegwerphanddoekje.
    • Heeft u geen no-touch kraan? Sluit de kraan dan met het wegwerphanddoekje.
    • Gooi het handdoekje weg.
  • Desinfecteer uw handen zo:
    • Zorg dat uw handen droog zijn. Vocht verdunt het handdesinfecterende middel, waardoor deze onvoldoende werkt.
    • Neem zoveel handdesinfecterend middel dat het kuiltje van je hand is gevuld.
    • Wrijf uw handen hier helemaal mee in. Neem ook uw duimen, vingertoppen, polsen en de huid tussen uw vingers mee.
    • Blijf het middel uitwrijven tot alles is opgedroogd. Pas dan zijn de micro-organismen gedood.
  • Draag geen hand- en polssieraden of lange nagels.
    Met uitzondering van een gladde ring (binnen- én buitenzijde glad). Onder ringen, armbanden, horloges en lange nagels kunnen veel micro-organismen zitten, die niet makkelijk weggaan door de handen te wassen of te desinfecteren.

Tips

  • Smeer uw handen een paar keer per dag in met een handlotion of -crème uit een tube of dispenser. Dit gaat het uitdrogen van uw huid tegen. Gebruik geen middelen uit potjes; deze raken sneller besmet met micro-organismen.

Handschoenen

In bloed en andere lichaamsvloeistoffen kunnen gevaarlijke ziekteverwekkers zitten, bijvoorbeeld de virussen die hepatitis B, C en hivhumaan immunodeficientievirus veroorzaken. 

Hygiënenormen

  • Draag handschoenen zodra er kans is dat uw handen in contact komen met bloed of wondvocht van de klant.
  • Draag ook handschoenen wanneer u zelf open wondjes of huidbeschadigingen aan uw handen heeft. Dek deze bovendien af met een pleister die geen vocht doorlaat.
  • Trek handschoenen na gebruik binnenstebuiten uit en gooi ze weg. Was of desinfecteer direct daarna uw handen.
  • Gebruik alleen handschoenen:
    • die gemaakt zijn van poedervrije latex of nitril;
    • die voldoen aan de NENNederlandse norm over informatiebeveiliging in de zorg normen EN 420, EN 455 én EN 374 (controleer dit op de verpakking);
    • uit een verpakking waarop een CEConformité Européenne-markering staat (zie afbeelding);
      logo CE-markering
    • uit een verpakking waarop de naam en het adres van de producent staat. Als dit geen adres binnen de EUEuropean Union is, moet ook de naam en het adres van de EU-vertegenwoordiger vermeld zijn.
  • Heeft u een latexallergie of een vermoeden hiervan, gebruik dan nitril. Raadpleeg bij twijfel uw arts.
  • Vraag of uw klant een latexallergie heeft of een vermoeden hiervan. Gebruik in dat geval nitril.

Roken, alcohol en drugs

Met het oog op de veiligheid voor klanten gelden de volgende regels: 

Hygiënenormen

  • Rook niet in de behandelruimte.
  • Gebruik geen alcohol of drugs vóór en tijdens de werkzaamheden.
  • Heeft u werknemers in dienst? Zorg dan dat zij hun werk kunnen uitvoeren zonder hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden. Dit bent u verplicht op grond van de Tabakswet (art. 11a, 1e lid). U mag wel een apart afgesloten rookruimte maken; zorg er dan voor dat uw personeel hier niet hoeft te komen voor hun werkzaamheden (Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten, art. 2, 2e lid).

Overige algemene maatregelen

Hygiënenormen

  • Draag schone kleding.
  • Drink of eet niet in de behandelruimte of tijdens het tatoeëren.
  • Laat geen (huis)dieren toe in de behandelruimte.
  • Tatoeëer dezelfde plek niet binnen zes weken.

Tips

  • Tatoeëer niet als een klant (nog) twijfelt. Geef klanten altijd de gelegenheid om goed over de beslissing tot het plaatsen van een tatoeage na te denken.
  • Tatoeëer geen klanten die onder invloed zijn van alcohol of drugs, zwanger zijn of een aandoening hebben die is beschreven in paragraaf 8.1. Kijk voor achtergrondinformatie over de risico’s op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl.
  • Zorg dat er altijd iemand met een EHBOeerste hulp bij ongelukken-diploma aanwezig is in de studio.

2.2 Bescherming tegen bloedoverdraagbare ziekten

Tijdens het tatoeëren komt er meestal bloed en wondvocht van de klant vrij. Wanneer dit in aanraking komt met uw bloed of uw slijmvliezen, bestaat de kans dat u een bloedoverdraagbare ziekte oploopt. Voorbeelden van zulke ziekten zijn hepatitis B, hepatitis C en hivhumaan immunodeficientievirus.

In deze paragraaf vindt u informatie over de vaccinatie tegen hepatitis B. Ook beschrijven we wat u moet doen wanneer u zich prikt aan een gebruikte naald.

Vaccinatie tegen hepatitis B

Tegen hepatitis C en hiv kunt u zich niet laten inenten. Een goede uitvoering van de hygiënemaatregelen is daarom erg belangrijk. Tegen hepatitis B kunt u zich wel laten vaccineren. Omdat hepatitis B veel besmettelijker is dan hepatitis C en hiv, wordt deze vaccinatie sterk aangeraden.

Bij de vaccinatie krijgt u in totaal drie injecties. De tweede injectie krijgt u één maand na de eerste. De derde injectie vijf maanden na de tweede. Vier tot zes weken na de laatste vaccinatie kunt u een zogenaamde titerbepaling laten doen. Hiermee wordt getest of uw lichaam genoeg antistoffen tegen hepatitis B heeft aangemaakt. Als dit zo is, bent u langdurig (waarschijnlijk levenslang) beschermd. U kunt de ziekte dan niet meer krijgen én niet meer overdragen op anderen.

Tips

  • Laat u vaccineren tegen hepatitis B. Neem hiervoor contact op met uw huisarts of de regionale GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst.

Prikken aan een gebruikte naald

Als u zich prikt aan een gebruikte naald, bestaat de kans dat u een bloedoverdraagbare ziekte oploopt. Ook door handschoenen heen kunt u zich prikken. Werk daarom rustig en geconcentreerd, en houd u aan het volgende:

Hygiënerichtlijnen

  • Gooi gebruikte naalden en naaldmodules direct in een UNUnited Nations-naaldcontainer.
  • Prikt u zich? Handel dan als volgt:
    • Laat het wondje goed doorbloeden.
    • Spoel het wondje met water of fysiologisch zout.
    • Desinfecteer het wondje met een wonddesinfecterend middel, die is voorzien van een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer.
    • Dek het wondje af.
    • Neem direct contact op met uw huisarts, de regionale GGD of het ziekenhuis. Zorg dat u hun telefoonnummers snel kunt vinden.

2.3 Het doornemen van de risico’s met de klant

Hygiënerichtlijnen

  • Geef klanten, en hun eventuele wettelijke vertegenwoordiger, vóór het zetten van de tatoeage, schriftelijke informatie over:
    • de gevaren voor infecties en andere complicaties;
    • de risico’s van het gebruik van het tatoeagemateriaal bij gezondheidsklachten.
      Dit bent u verplicht op grond van de Warenwetregeling tatoeëren en piercen, art. 6. De tekst die u moet uitdelen vindt u in paragraaf 8.1.
  • Geef klanten, en hun eventuele wettelijke vertegenwoordiger, vóór het zetten van de tatoeage, schriftelijke informatie over het verzorgen van de tatoeagewond.
    Dit bent u verplicht op grond van de Warenwetregeling tatoeëren en piercen, art. 6. Een voorbeeld van deze nazorginstructies vindt u in paragraaf 8.2. Wilt u deze voorbeeldtekst aanpassen? Zorg dan dat uw tekst minimaal de informatie uit het voorbeeld bevat, en overige informatie niet misleidend of onjuist is.
  • Ga bij de klant na of hij of zij bepaalde allergieën heeft, bijvoorbeeld voor bepaalde pigmentsoorten.
  • Controleer de huid op zichtbare infecties, zwellingen, verdikkingen en wratjes; behandel alleen een onbeschadigde huid.
  • Tatoeëer alleen na toestemming van een arts op wijnvlekken, moedervlekken of een huid die is aangetast door huidziekten. Wijnvlekken kunnen bloedingen veroorzaken en moedervlekken kunnen niet meer medisch worden gecontroleerd.
  • Tatoeëer alleen op littekens die ouder dan een jaar zijn.
    Let op: kleuren kunnen in littekenweefsel anders uitpakken dan in ‘normaal’ weefsel. Op een litteken waarbij de huid dun, doorschemerend en plooibaar is (een ‘atrofisch’ litteken), is tatoeëren soms niet mogelijk, doordat de kleuren wegvloeien.

Tips

  • Geef klanten de informatie over risico’s en nazorg (zie hoofdstuk 8) ook mee naar huis, zodat ze het nogmaals kunnen doornemen. Bespreek ook mondeling waarom de klant een tatoeage wil laten zetten en leg in dit gesprek uit wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn.

Toestemmingsformulier

U kunt er voor kiezen om klanten vóór het zetten van de tatoeage een toestemmingsformulier te laten tekenen. Op dit formulier geeft klant aan dat hij of zij goed geïnformeerd is en toestemming geeft voor het aanbrengen van een tatoeage. Een voorbeeld van dit formulier vindt u in paragraaf 8.3. Let er op dat aan het verkrijgen en bewaren van persoonsgegevens voorwaarden verbonden zijn op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVGalgemene verordening gegevensbescherming). Meer informatie vindt u op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Tips

  • Laat het formulier bij klanten jonger dan 16 jaar ondertekenen door de wettige vertegenwoordiger.
  • Leg toestemming van de klant om het formulier te bewaren vast
  • Geef de klant een kopie van het ondertekende toestemmingsformulier.

Inktpaspoort

Complicaties bij een tatoeage, zoals allergieën, kunnen soms op zeer lange termijn optreden. Het is niet altijd voldoende bekend waardoor deze complicaties zich voordoen of bij welke inkten sprake is van een verhoogd risico. Bij onderzoek en behandeling kan het belangrijk zijn om te achterhalen welke soort inkt is gebruikt en van welke fabrikant en uit welke batch de gebruikte inkt afkomstig is. Het is daarom belangrijk deze informatie aan de klant mee te geven en te bewaren. Dit document wordt een inktpaspoort genoemd. Sommige tatoeëerders hanteren deze werkwijze al, mede omdat het ook bruikbare informatie is wanneer de tatoeage later bijgewerkt wordt. Een inktpaspoort dat aan de klant meegegeven wordt, kan er als volgt uitzien:

 

Tips

  • Biedt elke klant bij elke tatoeage een inktpaspoort aan. Adviseer deze ten minste zeven jaar te bewaren.

2.4 Pijnstilling

Sommige klanten willen voor of tijdens het zetten van een tatoeage pijnstilling gebruiken. Hieraan is voor u als tatoeëerder een aantal regels verbonden:

Hygiënenormen

  • Willen klanten pijnstilling gebruiken die alleen op recept van een arts of als U.A.D. (=Uitsluitend verkrijgbaar bij Apotheek en Drogist) verkrijgbaar is? Laat ze deze middelen dan zelf meenemen. U mag deze middelen volgens de gebruiksaanwijzing aanbrengen.
  • U mag geen plaatselijke verdoving importeren, bewaren of doorverkopen. Zie de Geneesmiddelenwet, art. 40m lid 1 en 2.

Tips

  • Breng geen lidocaïne of prilocaïne crème of pleisters aan op een beschadigde huid of bij de ogen. Het kan hier irriterend werken. Doseer volgens de gebruiksaanwijzing. Overdosering kan ernstige bijwerkingen veroorzaken.
  • Een klant mag tijdens of na het zetten van een tatoeage vrij verkrijgbare pijnstillers gebruiken zoals paracetamol of ibuprofen. Laat ze geen bloedverdunnende middelen gebruiken die acetylsalicylzuur bevatten, zoals aspirine, acetosal, alka-seltzer en ascal.

2.5 Instrument-, materiaal- en kleurstofeisen

Om hygiënisch en veilig te kunnen werken, zijn eisen gesteld aan de instrumenten, materialen en tatoeagekleurstoffen die u gebruikt. Eerst worden de algemene eisen aan instrumenten en materialen besproken, gevolgd door de eisen aan tatoeagekleurstoffen en de aandachtspunten bij het bewaren van steriel verpakte instrumenten. Steriliseert u zelf? Stel u dan ook op de hoogte van de eisen die zijn beschreven aan het einde van deze paragraaf.

Algemene eisen aan instrumenten en materialen

Tijdens het tatoeëren wordt een machine of pigmenteerapparatuur gebruikt. Een tatoeagemachine wordt gebruikt in combinatie met tubes, needlebars, naalden en een elastiekje of rubbertje.

Tubes bestaan uit een grip, een holle buis en een dun uiteinde, de tip genoemd. Er zijn demonteerbare tubes, tubes uit één geheel, in de lengte deelbare tubes en wegwerptubes. De meeste needlebars hebben al een naald. Het is ook mogelijk om de naalden zelf op de needlebar te solderen.

Pigmenteerapparatuur bestaat uit een stuurkast en een pigmenteerpen. In de pigmenteerpen wordt een naaldmodule geplaatst.

Inktcupjes worden soms op een ring gemonteerd. Deze ring kan worden hergebruikt, de inktcupjes niet.

De eisen aan deze onderdelen zijn als volgt:

Hygiënenormen

  • De volgende instrumenten en materialen moeten steriel zijn:
    • naalden
    • tubes
    • naaldmodules
    • needlebars
  • Koop steriele materialen voor eenmalig gebruik, zoals naalden en naaldmodules, steriel in. Steriele materialen die u kunt hergebruiken, mag u zelf steriliseren, zie hoofdstuk 3.
  • Gebruik voor de pigmenteerpennen alleen steriel verpakte naaldmodules waarin naald en naaldkap zijn geïntegreerd. Ook moet er een membraan in de naaldmodule zitten dat volledig uitsluit dat pigment en lichaamsvloeistoffen het handstuk in kunnen lopen.
  • Soldeert u zelf uw naalden op de needlebar? Gebruik dan loodvrije soldeer. Verwijder het soldeerzuur goed. Reinig en steriliseer het geheel voordat u het gebruikt. Zie hoofdstuk 3.
  • Gebruikt u een houder om inktcupjes op te monteren? Zorg dan dat deze voor gebruik gedesinfecteerd is.
  • Hergebruikt u de rubbertjes en elastiekjes voor de tatoeagemachine? Reinig en desinfecteer deze dan na gebruik.

Tips

  • Gebruik bij voorkeur bij elke klant een nieuw elastiekje en rubbertje.

Eisen aan tatoeagekleurstoffen

In 2001 heeft de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit in samenwerking met de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam en de GGD Groningen een onderzoek uitgevoerd naar tatoeagekleurstoffen. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de overheid het Warenwetbesluit tatoeagekleurstoffen opgesteld. Hierin worden eisen gesteld aan de microbiologische en chemische veiligheid van kleurstoffen die gebruikt worden voor tatoeages en aan de verpakking van de tatoeagekleurstoffen. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit houdt toezicht op deze wetgeving.

De hele tekst van het Warenwetbesluit vindt u op wetten.overheid.nl

Tips

  • Eis van uw inkt- en pigmentleverancier dat u alleen tatoeagekleurstoffen krijgt die voldoen aan de eisen in het Warenwetbesluit tatoeagekleurstoffen. Leg dit vast in een inkoopovereenkomst.

Voor een veilig en hygiënisch gebruik is het ook belangrijk om u te houden aan het volgende:

Hygiënenormen

  • Schaf alleen voorraadinktflacons aan die voorzien zijn van een druppelsysteem dat vast aan de fles bevestigd is. Het druppelsysteem moet kunnen worden afgesloten met een dop. Zo voorkomt u dat er vuil of micro-organismen in komen. Inktvoorraden in pipetflessen zijn dus niet toegestaan.
  • Vul de voorraadflacons nooit bij; vervang een flacon wanneer deze leeg is.
  • Veeg de spuitmond van de voorraadflacon na het druppelen af met een tissue met bijvoorbeeld een desinfectiemiddel toegelaten door het ctgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides of een droge tissue. Zo houdt u de flacon schoon en voorkomt u besmetting van de inkt.
  • Verdun inkt nooit in de voorraadflacon, maar gebruik hiervoor inktcupjes of kleine flesjes (voor grotere tatoeages). Gebruik een verdunning alleen op de dag van aanmaak, bij één klant. Gooi cupjes of flesjes met eventuele resten inkt na het zetten weg.
  • Gebruik geen inkt waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken.

Tips

  • Schaf zo klein mogelijke voorraadflacons aan. Hoe langer u een flacon gebruikt, hoe meer risico op besmetting.
  • Zorg dat het etiket, inclusief batchnummer en houdbaarheidsdatum goed leesbaar zijn.

Het bewaren van steriel verpakte instrumenten

Steriel verpakte instrumenten blijven alleen steriel als de verpakking droog en onbeschadigd is. Houd u daarom bij deze verpakkingen aan het volgende: 

Hygiënenormen

  • Schrijf of stempel niet op de verpakking. Uitzondering: de sterilisatiedatum en het batchnummer mag u op de peel-off rand (het laminaat) schrijven (zie hieronder).
  • Maak geen bundels van de steriele verpakkingen. Gebruik geen nietjes, paperclips of elastiekjes.
  • Berg steriel verpakte instrumenten voorzichtig op:
    • prop ze niet in kastjes en laatjes;
    • hanteer het first-in-first-out-principe;
      Dit betekent dat u de instrumenten die het eerst gesteriliseerd of geleverd zijn, vooraan zet en als eerste gebruikt.
    • bewaar ze niet op plaatsen waar ze nat kunnen worden, zoals het aanrecht.
  • Transporteer de verpakkingen in een goed afsluitbare schone kunststof box.
  • Gebruik de instrumenten niet als de verpakking:
    • beschadigd of gescheurd is;
    • (deels) geopend is;
    • vochtig is of vochtkringen vertoont;
    • vuil is geworden.
  • Gebruik instrumenten die door de fabrikant zijn gesteriliseerd niet langer dan de aangegeven uiterste gebruiksdatum.

Steriliseert u uw instrumenten zelf? Dan geldt ook het volgende:

Hygiënenormen

  • Gebruik laminaatzakjes nooit na de aangegeven uiterste gebruiksdatum.
  • Houd een logboek bij waarin u met batchnummers aangeeft welke materialen u wanneer heeft gesteriliseerd. Blijkt er uit onderzoek dat materialen niet goed zijn gesteriliseerd? Reinig en steriliseer dan alle materialen met hetzelfde batchnummer opnieuw.
  • Gebruik zelf gesteriliseerde instrumenten binnen zes maanden. Noteer hiervoor de sterilisatiedatum en het batchnummer op de peel-off rand (het laminaat). Gebruik hiervoor een sticker of schrijf het erop met een zachte pen of stift die de verpakking niet beschadigt (bijvoorbeeld een dvd-marker).

Eisen aan een autoclaaf (stoomsterilisator)

Een autoclaaf wordt gebruikt om instrumenten te steriliseren. Bij steriliseren worden alle micro-organismen, ook de niet-ziekmakende, die op het instrument zitten, gedood. In een autoclaaf worden micro-organismen gedood door stoom. De instrumenten moeten in zogenaamde laminaatzakjes in de autoclaaf worden gelegd.

Voor een goed sterilisatieresultaat, zijn twee zaken belangrijk:

  1. Alle lucht moet verwijderd worden uit de autoclaaf, uit de verpakkingen en uit de holtes in instrumenten.
  2. De laminaatzakjes en hun inhoud moeten aan het eind van het sterilisatieproces droog zijn. Natte verpakkingen zijn niet steriel omdat deze micro-organismen doorlaten. De zakjes drogen door een vacuümpomp of doordat gefilterde lucht door het apparaat wordt geblazen.

De lucht kan met verschillende technieken worden verwijderd. Sommige technieken steriliseren bepaalde instrumenten (bijvoorbeeld holle instrumenten) onvoldoende. De fabrikant is verplicht om aan te geven voor welke instrumenten zijn autoclaaf geschikt is. In het algemeen geldt dat eenvoudige holle instrumenten zoals tubes alleen gesteriliseerd kunnen worden in VSVerenigde Staten-autoclaven of B-autoclaven. In deze autoclaven kunt u ook massieve instrumenten steriliseren. Meer uitleg over de verschillende klassen stoomsterilisatoren vindt u in paragraaf 9.1.

Hygiënenormen

  • Gebruik alleen een autoclaaf die geschikt is voor de instrumenten die u wilt steriliseren. De fabrikant moet dit aangeven.
  • Gebruik alleen een autoclaaf die de laminaatverpakkingen na het sterilisatieproces met gesloten deur droogt.
  • Voer regelmatig onderhoud uit aan uw autoclaaf, volgens voorschrift van de fabrikant. Doe dit jaarlijks, of zo vaak als de fabrikant voorschrijft.
  • Test regelmatig of uw autoclaaf nog werkt. Gebruik hiervoor een lektest. Als vuistregel geldt: bij dagelijks gebruik, moet u de werking wekelijks testen. Test in ieder geval maandelijks.
    Voorbeeld van een test: de luchtverwijdering uit holle voorwerpen kunt u testen met een Helixtest (geschikt voor B-autoclaven) of een verkorte Helixtest (geschikt voor VS-autoclaven). Met deze test wordt bepaald of de stoom in uw autoclaaf doordringt tot de diepste plekken in holle instrumenten. Uw autoclaaf werkt goed wanneer de indicatorstrip van de helix voldoende van kleur is veranderd. De fabrikant van de (verkorte) Helixtest moet aangeven welke kleurverandering u moet waarnemen en voor welk type autoclaaf de helixtest geschikt is. Een veel gebruikte verkorte Helixtest is de zogenaamde Tattoo-PCD of Blackbox.
  • Neem contact op met de leverancier als uw autoclaaf onvoldoende lijkt te werken.
    Aanwijzingen hiervoor zijn:
    • de sterilisatietemperatuur wordt niet bereikt;
    • de sterilisator lekt, maakt sissende geluiden of produceert stoompluimen;
    • het proces duurt veel langer dan normaal;
    • de laminaatzakjes komen nat uit de sterilisator;
    • de indicatoren op de laminaatzakjes verkleuren niet goed;
    • de indicatorstrip van uw helixtest is onvoldoende van kleur veranderd na het sterilisatieproces;
    • de sterilisator heeft regelmatig een storing.

2.6 Hygiënische principes vóór en tijdens tatoeëren

Als de voorbereiding of het zetten onhygiënisch gebeurt, kunnen de materialen of de huid besmet raken met micro-organismen. Dit vergroot het infectierisico. Werk daarom volgens onderstaande hygiënische principes. Een voorbeeld van een hygiënische werkwijze vindt u in paragraaf 9.2. U kunt werken volgens de stappen in dit voorbeeld. Maar u mag ook een andere volgorde aanhouden, als u daarbij werkt volgens onderstaande principes.

Hygiënenormen

  • Was of desinfecteer uw handen:
    • voordat u uw benodigdheden klaarzet;
    • voor het openen en vullen van de inktcupjes of -flesjes.
  • Leg vóór het tatoeëren alle benodigdheden klaar op een schone ondergrond, binnen handbereik van uw behandeltafel of -stoel.
    Let op: laat steriele materialen in de verpakking tot aan gebruik.
  • Breng eventuele pijnstilling altijd aan volgens de gebruiksaanwijzing. Volg hierbij de regels uit paragraaf 2.4.
  • Scheer zo nodig de plek die getatoeëerd wordt met een wegwerpscheermesje. Gooi deze direct na gebruik weg in een UNUnited Nations-naaldcontainer, zonder het hoesje erop te zetten!
    Zo verkleint u de kans om uzelf te snijden.
  • Tatoeëer alleen op gedesinfecteerde huid (met uitzondering van de huid rondom de ogen, deze mag niet gedesinfecteerd worden). Desinfecteer de huid pas ná het eventuele scheren. Gebruik een huiddesinfecterend middel met een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer. Houd de inwerktijd aan die de fabrikant voorschrijft. Wacht in ieder geval tot de huid droog is.
  • Laat de klant na het desinfecteren niet (of zo min mogelijk) meer opstaan uit of van de behandelstoel of -tafel.
  • Teken de afbeelding zo nodig op de plek die u gaat tatoeëren. Doe dit als volgt:
    • Gebruik na het desinfecteren van de huid een doordrukvel om de afbeelding te maken. Hecht het doordrukvel met een huiddesinfecterend middel of een oplossing van water en antibacteriële zeep aan de huid. Gooi het vel na gebruik weg; of
    • Teken de afbeelding met een stift op de huid. Gebruik per klant een nieuwe stift.
      Bij het tekenen komen er huidbacteriën in en op de punt van de stift. Door de stift na gebruik weg te gooien, voorkomt u dat tatoeages via de stift besmet raken met huidbacteriën van andere klanten.
  • Voorkom dat de punt van de voorraadflacon het inktcupje of -flesje raakt bij het vullen. Vul cupjes en flesjes nooit bij; gebruik bij onvoldoende inkt altijd een nieuw exemplaar.
  • Gebruikt u een tatoeagemachine? Dek dan in ieder geval het snoer en eventueel de machine af met een plastic wegwerphoes. Dek ook de spuit- of tuitfles af.
    Onderdelen die u niet hergebruikt zoals de naaldmodule of onderdelen die u steriliseert, hoeft u niet af te dekken.
  • Open de steriele materialen vlak voordat u gaat tatoeëren volgens aanwijzing op de verpakking. Laat ze op de steriele binnenkant van de verpakking liggen.
    Zo voorkomt u dat de materialen in aanraking komen met uw handen of de buitenkant van de verpakking. Druk steriele instrumenten nooit door de verpakking heen!
  • Trek direct na het openen van de steriele verpakkingen schone handschoenen aan en zet losse steriele onderdelen in elkaar. Bevestig het geheel aan uw tatoeagemachine of pigmenteerapparatuur.
  • Voorkom dat u de naald aanraakt of dat de naald ergens mee in contact kan komen. Gebruikt u pigmenteerapparatuur? Zet de pen dan alleen in de penhouder als u een open houder heeft. Een gesloten houder geeft kans op besmetting.

Hygiënische principes tijdens het zetten 

Hygiënenormen

  • Begin direct met tatoeëren nadat u de steriele onderdelen op uw tatoeagemachine of pigmenteerapparatuur hebt bevestigd.
  • Gebruik wegwerptissues om de huid tijdens het zetten af te vegen. Gebruik hierbij eventueel een vloeibare (antibacteriële) zeep opgelost in water of een toegestaan aftercareproduct.
  • Gebruik voor het verdunnen van de inkt schoon stromend water, steriel water, alcohol 70-80% of glycerol, of combinaties van deze stoffen. Verdun inkt altijd in een inktcupje of -flesje, nooit in de voorraadflacon.
  • Gebruik dezelfde naald of naaldmodule nooit voor verschillende klanten. Gooi de naalden direct na gebruik in een UN-gekeurde naaldcontainer (zie paragraaf 2.8). Geef naalden en naaldmodules nooit mee aan de klant.
  • Trek uw handschoenen direct na het tatoeëren en bij een tussentijdse pauze uit en gooi ze weg.
  • Was of desinfecteer uw handen:
    • na het uittrekken van uw handschoenen;
    • na een tussentijdse pauze, voordat u nieuwe handschoenen aantrekt.
  • Verzorg de tatoeagewond direct na het zetten volgens een van de methoden in paragraaf 2.7. Uitzondering: als de wond niet meer bloedt én niet bedekt wordt met kleding, hoeft u deze niet te verzorgen.
  • Ruim de gebruikte instrumenten, materialen en de behandelruimte na het tatoeëren op volgens de aanwijzingen in paragraaf 2.8.

2.7 Verzorging van de tatoeagewond

Als een tatoeagewond na het zetten nog bloedt of bedekt wordt met kleding, moet deze verzorgd worden. Hiervoor zijn verschillende methoden geschikt, die hieronder worden beschreven.

Voor elke methode geldt dat uw handen schoon moeten zijn voordat u begint. Heeft u net uw handschoenen uitgetrokken en daarna uw handen gewassen of gedesinfecteerd? Dan kunt u, na het aantrekken van de handschoenen, met de wondverzorging beginnen. Heeft u na het wassen of desinfecteren van uw handen nog andere handelingen uitgevoerd, dan moet u uw handen opnieuw schoon maken voordat u uw handschoenen aantrekt.

Hygiënenormen

  • Verzorg alle tatoeagewonden die na het zetten nog bloeden of bedekt worden met kleding. Volg hierbij één van de onderstaande methoden.
  • Zorg dat uw handen direct voor de wondverzorging zijn gewassen of gedesinfecteerd.
  • Maak alleen gebruik van zalf die wordt geleverd in verpakkingen voor eenmalig gebruik.

Wondverzorgingsmethoden

  • 1. Maak de wond zo droog en schoon mogelijk.
  • 2. Dek de wond af op één van de volgende manieren:
  • 2a. Met een aftercareproduct*, eventueel in combinatie met huishoudfolie,
    • dat voldoet aan de Wet op de medische hulpmiddelen (dit is te herkennen aan een CEConformité Européenne-logo op de verpakking); 
      OF  
    • dat is opgenomen in het Register Verpakte Geneesmiddelen, te herkennen aan een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer op de verpakking;
      EN 
    • waarbij uit het gebruiksvoorschrift blijkt dat deze geschikt is voor een toepassing waarbij deze in aanraking komt met de beschadigde huid. 
      Een uitzondering geldt voor producten die uitsluitend bestaan uit petrolatum en bedoeld zijn voor toepassing op de huid. Deze producten zijn geschikt als aftercarezalf wanneer deze zijn bedoeld voor toepassing op de menselijke huid. Deze worden vaak verkocht onder de naam Witte vaseline. 
      Tot het jaar 2020 zijn eveneens producten toegestaan die voorkomen op de positieve lijst van het LCHVLandelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid
      * Met een aftercarezalf wordt een zalf, crème of andere substantie bedoeld die dient ter bescherming en/of bevordering van de genezing van de pas gezette, nog niet geheelde tatoeage.
       
  • 2b. Met een wondverband van polyurethaanfolie met een kleeflaag:
    • Raak de tatoeage niet aan met de handen.
    • Was of desinfecteer de handen voor en na de wondverzorging.
    • De folie moet vier tot zes dagen blijven zitten. Zo geneest de wond zonder korstvorming.
  • 2c. Met een steriel kompres of een niet-steriel, absorberend kompres:
    • Raak de tatoeage niet aan met de handen.
    • Plak het kompres vast met hechtpleister.
    • Was of desinfecteer de handen voor en na de wondverzorging.
    • De klant mag het kompres na 2 tot 4 uur verwijderen. 
  • 2d. Met pleisterspray (met CE-logo):
    • Raak de tatoeage niet aan met de handen.
    • Was of desinfecteer de handen voor en na de wondverzorging.
    • De spray droogt binnen een paar minuten, hierna kan er kleding over de tatoeage gedragen worden. De pleisterspray biedt drie tot vijf dagen bescherming.

Video: After Care

Als tatoeëerder is je vak je passie en sta je voor de kwaliteit van je werk. Een voorspoedige genezing van de tatoeage is van groot belang voor de uiteindelijke kwaliteit. Dat je hygiënisch werkt volgens de hygiënerichtlijnen hoort bij het vakmanschap van jou als tatoeëerder.
Hygiënisch werken houdt in dat je de tatoeage goed verzorgt na het zetten.
Er zijn vier manieren om dit te doen.
Wacht tot de tatoeage niet meer bloedt of dep de tatoeage goed droog met tissues of papieren handdoekjes. Voordat je de wond gaat verzorgen, was je eerst je handen en trek je schone handschoenen aan.
Daarna kies je één van de volgende methodes:
Breng een geschikte aftercarezalf aan, zoals witte vaseline. Dit doe je met handschoenen of met een schone spatel. Je kunt de zalf afdekken met huishoudfolie. Die folie moet je klant er thuis na een paar uur, zelf afhalen.
Breng een polyurethaanfolie met een kleeflaag aan. Leg aan je klant goed uit dat de folie vier tot zes dagen moet blijven zitten. De wond geneest dan zonder korstjes.
Dek de wond af met een kompres en plak het vast met een hechtpleister. Let op: géén schilderstape gebruiken.
Spuit pleisterspray op de tatoeage. Doe dit op de juiste afstand. Het laagje beschermt drie tot vijf dagen.
Ook de klant moet de tattoo thuis goed verzorgen. Je legt je klant uit hoe de tatoeage goed te verzorgen. Afsluitend geef je deze informatie mee op papier.
De hygiënerichtlijnen voor tatoeëren vind je op de website van het RIVM. Daar kun je de regels nog eens precies nalezen.

2.8 Hygiënische principes na het tatoeëren

Na het zetten van de tatoeage moet u:

  • Instrumenten en materialen voor eenmalig gebruik weggooien. De eisen hieraan vindt u in deze paragraaf onder het kopje ‘Afvalverwerking’.
  • Instrumenten die u wilt hergebruiken op de juiste wijze schoonmaken. De voorbereiding die u hiervoor moet treffen, wordt beschreven in deze paragraaf onder het kopje ‘Hergebruik’. Uitgebreide informatie over het schoonmaken van instrumenten staat in hoofdstuk 3 en in het schoonmaakschema in paragraaf 7.2.
  • De behandelruimte schoonmaken. Meer informatie hierover, en over de dagelijkse schoonmaak, vindt u in paragraaf 7.2.

Afvalverwerking

Scherp afval

Naalden en naaldmodules moet u verzamelen in een UNUnited Nations-gekeurde naaldcontainer (zie afbeelding). Het schoonmaken en steriliseren van gebruikte naalden is niet betrouwbaar en dus niet toegestaan.

logo UN-keurmerk

UN-gekeurde naaldcontainers zijn van hard plastic. Hierdoor zijn ze lekdicht en ondoordringbaar voor naalden. Bovendien kan de container na afsluiting niet heropend worden. Hierdoor kunnen ze veilig getransporteerd worden. UN-gekeurde naaldcontainers herkent u aan het afgebeelde teken.

Volle naaldcontainers vallen in de categorie ‘ziekenhuisafval’. Aan de afvoer van ziekenhuisafval zijn bij wet eisen gesteld (zie hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer). Zo mag u uw containers alleen inleveren bij inzamelaars die een zogeheten VIHB-nummer hebben. De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst houdt geen toezicht op de Wet milieubeheer. Daarom wordt het inleveren van uw naaldcontainers niet gecontroleerd als onderdeel van de vergunningverlening.

Hygiënenormen

  • Gooi gebruikte naalden, naaldmodules van pigmenteerpennen en needlebars voor eenmalig gebruik direct na gebruik in een UN-gekeurde naaldcontainer. Zorg dat het deksel stevig vast zit op de container.
  • Haal de naaldmodule met handschoenen aan van de pigmenteerpen.
  • Gebruik needlebars eenmalig.
    Wilt u ze toch hergebruiken? Breek de naalden dan met een tangetje van de needlebar en gooi ze direct in de naaldcontainer. Raak de naalden niet met de handen aan.
  • Geef naalden nooit mee aan de klant.
  • Vul de naaldcontainer niet boven de aangegeven vullijn. Sluit de naaldcontainer als de vullijn is bereikt en lever hem in.
Overig afval

Hygiënenormen

  • Gooi alle gebruikte materialen die u niet hergebruikt en die niet tot scherp afval behoren, direct na gebruik weg in de afvalbak.
    Bijvoorbeeld inktcupjes of -flesjes, restjes pigment, tissues, wattenschijfjes, handschoenen, plastic afdekhoezen en het elastiekje of rubbertje van de tatoeagemachine. Gebruikt u herbruikbare rubbertjes? Reinig en steriliseer deze dan. Zie hoofdstuk 3.

Hergebruik

Veel instrumenten kunt u hergebruiken door ze schoon te maken en daarna te desinfecteren of steriliseren (zie hoofdstuk 3). Bijvoorbeeld tubes, sommige needlebars, inktcupjes en rubberen ringetjes van de tatoeëermachine. Als voorbereiding hiervoor moet u instrumenten na gebruik in een bewaarbak leggen. Ook als u het steriliseren van de instrumenten uitbesteedt, moet u de instrumenten eerst weken voordat u ze vervoert. 

Hygiënenormen

  • Zet de bewaarbak op een veilige plaats, waar hij niet kan omvallen.
  • Vul de bewaarbak met een oplossing van een schoonmaakmiddel. Vervang de oplossing dagelijks. Als u uw instrumenten dezelfde dag nog schoonmaakt en desinfecteert of steriliseert, mogen de instrumenten ook droog bewaard worden.
  • Leg de instrumenten in een inzetbak met gaatjes in de bewaarbak. Haal verstelbare tubes uit elkaar en leg de onderdelen los in de inzetbak.
  • Giet de oplossing vlak voordat u de instrumenten wilt schoonmaken of transporteren af. Neem de inzetbak uit de bewaarbak. Spoel de inzetbak met inhoud af met koud water. Draag hierbij bij voorkeur een wegwerpschort.

Heeft u het steriliseren uitbesteed? Dan kunt u de gebruikte instrumenten droog, nat of vochtig vervoeren. Vochtig transport komt het vaakst voor. Handel hierbij als volgt:

Hygiënenormen

  • Zet de inzetbak met afgespoelde instrumenten in een afsluitbare en lekvrije (kunststof) transportbak. Gebruik een bak die goed schoon te maken is.
  • Sluit de bak goed af tijdens het vervoer.
  • Scheid het schone en vuile materiaal tijdens het vervoer.
  • Stel een contract op met het bedrijf aan wie u het steriliseren uitbesteedt. Dit contract moet in uw studio aanwezig zijn, zodat inspecteurs het kunnen bekijken.
  • Zorg dat in het contract wordt vermeld dat het steriliseren gebeurt volgens de eisen die gesteld zijn in deze hygiënerichtlijn (zie paragraaf 2.5 en paragraaf 3.3).
  • Neem ook in het contract op dat het sterilisatiebedrijf een logboek bij moet houden. Hierin moeten ze met batchnummers aangeven welke materialen ze wanneer voor u hebben gesteriliseerd. Leg vast dat ze in geval van fouten in het sterilisatieproces al uw materialen met het betreffende batchnummer opnieuw steriliseren.

3 Schoonmaken, desinfecteren en steriliseren

In vuil en stof kunnen ziekteverwekkers zitten. Door schoon te maken, haalt u ook deze ziekteverwekkers weg. Hierdoor verkleint u de kans op ziekte.

Er is een verschil tussen schoonmaken en desinfecteren. Schoonmaken is stof en vuil verwijderen. Zo raakt u ook de meeste de ziekteverwekkers in het stof of vuil kwijt. Voor alle instrumenten en materialen die niet in aanraking komen met de huid van de klant én niet vervuild zijn met bloed, is schoonmaken voldoende. Maar ziekteverwekkers in bloed en wondvocht zijn onvoldoende te verwijderen door schoon te maken. Daarom moet u instrumenten die met de beschadigde huid in contact kunnen komen (tube en needlebar) na gebruik steriliseren. Overige instrumenten en oppervlakken waar bloed, of inktspatten afkomstig van een gebruikte naald, op zit moet u desinfecteren (zie Figuur 1).

Let op: desinfecteer of steriliseer alleen als er eerst schoongemaakt is. Desinfecterende middelen en de sterilisator werken namelijk niet als iets nog vuil en stoffig is.

Figuur 1. Stroomdiagram schoonmaken, desinfecteren en steriliseren.

Algemene informatie over schoonmaken, desinfecteren en steriliseren vindt u in de eerste drie paragrafen van dit hoofdstuk. In het schoonmaakschema in paragraaf 7.2 is voor elk instrument en materiaal beschreven wanneer en hoe u het moet schoonmaken, desinfecteren of steriliseren. 

3.1 Schoonmaken

Voor alle oppervlakken, materialen en instrumenten die niet met de huid in aanraking komen én niet vervuild zijn met bloed- of inktspatten (inkt afkomstig van een gebruikte naald), is schoonmaak met een allesreiniger voldoende. U hoeft dan niet te desinfecteren of steriliseren. Maar ook als u wel moet steriliseren of desinfecteren, moet u eerst schoonmaken. Hierbij geldt het volgende:

Hygiënenormen

  • Maak instrumenten die u moet desinfecteren of steriliseren eerst schoon in een ultrasoon reinigingsbad.
    Zie verder onder ‘ultrasone reiniging’.
  • Maak overige materialen en oppervlakken die u moet desinfecteren eerst schoon. Draag hierbij handschoenen. Spoel het oppervlak of materiaal na het schoonmaken af met schoon water en droog het met een schone doek of papier.
  • Zorg voor een schone (werk)ruimte.
  • Maak alleen schoon met middelen die ook daadwerkelijk als schoonmaakmiddel worden verkocht, zoals een allesreiniger. Gebruik de middelen volgens de instructies op de verpakking.
  • Meng schoonmaakmiddelen nooit met andere middelen.
  • Maak instrumenten altijd goed schoon. Vuil, en dan met name bloedresten, veroorzaken roest, ook op roestvrijstalen instrumenten.

Tips

  • Draag bij het schoonmaken handschoenen of schone huishoudhandschoenen.

Ultrasone reiniging

Voordat u instrumenten kunt desinfecteren of steriliseren, moet u ze eerst ultrasoon reinigen. Ultrasoon reinigen is het verwijderen van aangekleefd vuil, bloed en wondvocht met een trilapparaat: het ultrasone reinigingsbad. Met een ultrasoon reinigingsbad wordt ook vuil verwijderd op plaatsen die minder goed bereikbaar zijn bij handmatige schoonmaak. 

Hygiënenormen

  • Maak de instrumenten die u wilt desinfecteren of steriliseren eerst schoon in een ultrasoon reinigingsbad. Handmatige schoonmaak van deze instrumenten werkt onvoldoende.
  • Stopt u uw instrumenten pas de volgende dag (of later) in het ultrasone reinigingsbad? Leg ze dan direct na gebruik in de bewaarbak (zie ‘Hergebruik’ in paragraaf 2.8).
    Ingedroogd bloed en ander vuil is moeilijk te verwijderen in een ultrasoon reinigingsbad.
  • Gebruik een reinigingsmiddel dat is aanbevolen door de fabrikant of een ander reinigingsmiddel dat geschikt is voor ultrasone medische reiniging. Lees hiervoor de verpakking of de bijsluiter van het middel.
  • Staat het ultrasoon reinigingsbad aan? Blijf er dan met uw handen uit, om celbeschadigingen te voorkomen.
  • Volg bij ultrasone reiniging de werkwijze die is beschreven in paragraaf 7.3.

Tips

  • Lees voor gebruik de gebruiksaanwijzing van het ultrasoon reinigingsbad.
  • Produceert uw bad volgens de gebruiksaanwijzing meer dan 80 decibel (dBdecibel(A))? Draag dan gehoorbescherming.

Video: Reinigen en desinfecteren

Als tatoeëerder is je vak je passie en sta je voor de kwaliteit van je werk.
Een voorspoedige genezing van de tatoeage is van groot belang voor de uiteindelijke kwaliteit. Dat je hygiënisch werkt volgens de hygiënerichtlijnen hoort bij het vakmanschap van jou als tatoeëerder.

Hygiënisch werken houdt in dat je je werkoppervlakken, materialen en instrumenten schoonmaakt, en desinfecteert of steriliseert. En dat je dit doet na het zetten van iedere tatoeage.

Het voorkomt dat bacteriën en virussen via de werkomgeving en materialen jou en anderen besmetten.

Voor oppervlakken, materialen en instrumenten die niét met de huid in aanraking zijn gekomen en niét vervuild zijn met bloed, is alleen schoonmaken voldoende. Dit doe je met een allesreiniger.

Oppervlakken en materialen die mogelijk wél met de huid of met bloed in aanraking zijn gekomen, desinfecteer je. Dit doe je na het schoonmaken. Denk bijvoorbeeld aan je werkoppervlak, armsteun of inbussleutel. Desinfecteren doe je met een desinfectiemiddel met een N-nummer. Dat vind je op de verpakking.

Let erop dat je desinfectiemiddelen voldoende tijd geeft om virussen en bacteriën te doden. Wrijf het dus niet direct droog. Op het etiket staat hoe lang het middel moet inwerken en hoe je het precies gebruikt.

Je instrumenten maak je schoon met een borsteltje, ragers en dergelijke. Én daarna in een ultrasoon reinigingsbad, volgens de gebruiksvoorschriften.

Instrumenten die je steriliseert, moeten na het schoonmaken eerst drogen. Daarna verpak je ze pas in de sterilisatiezakjes.

De hygiënerichtlijnen voor tatoeëren vind je op de website van het RIVM. Daar kun je de regels nog eens precies nalezen.

3.2 Desinfecteren

Door iets te desinfecteren, wordt het aantal aanwezige micro-organismen op het voorwerp of oppervlak sterk verminderd. In deze paragraaf vindt u algemene regels voor desinfecteren en informatie over de desinfecterende middelen die u mag gebruiken. Ook leggen we uit op welke manier u kunt desinfecteren.

Algemeen

De volgende algemene regels gelden voor het desinfecteren:

Hygiënenormen

  • Let op: desinfecteer alleen als er éérst is schoongemaakt. Desinfecterende middelen werken onvoldoende als iets nog vuil of stoffig is.
  • Desinfecteer alle oppervlakken, instrumenten en materialen die vervuild zijn met bloed maar niet in aanraking komen met de beschadigde huid. Desinfecteer ook als er inktspatten, afkomstig van een gebruikte naald, zichtbaar zijn. De kans is groot dat in deze inktspatten bloed of wondvocht zit.
  • Maak instrumenten die u moet desinfecteren eerst schoon in een ultrasoon reinigingsbad.
    Zie paragraaf 3.1.
  • Draag bij het desinfecteren altijd wegwerphandschoenen en was de handen na afloop met water en zeep. Draag ook een beschermend schort als uw kleding vervuild kan raken met het bloed of andere lichaamsvloeistoffen.
  • Desinfecteer alleen met middelen die zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides.
    Zie paragraaf 9.4 voor meer informatie.
  • Gebruik desinfecterende middelen altijd volgens de gebruiksaanwijzing.

Het gebruik van desinfecterende middelen

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt of een desinfecterend middel goed werkt en veilig is. Ook stelt het Ctgb vast waarvoor het gebruikt mag worden. Een middel kan bijvoorbeeld alleen geschikt zijn voor het desinfecteren van de handen, en niet voor het desinfecteren van oppervlakken. Daarnaast zijn sommige middelen alleen effectief tegen sommige bacteriën, terwijl andere middelen ook virussen kunnen doden.
Middelen die door het Ctgb zijn toegestaan, zijn te herkennen aan een code op de verpakking. Dit kunnen de volgende codes zijn:

  • een N-code (4 tot 5 cijfers gevolgd door ‘-N’, bijvoorbeeld: 12345 N); 
  • een NL-code (NL- gevolgd door 7 of 11 cijfers).

Daarnaast moet de fabrikant op de verpakking melden waarvoor het middel gebruikt mag worden.

Middelen die zijn toegelaten, staan ook op de website van het Ctgb. Hoe u deze middelen op de website kunt vinden, staat in paragraaf 9.4. Op de website van het Ctgb is voor elk toegelaten middel het ‘Actueel gebruiksvoorschrift’ opgenomen. In dit gebruiksvoorschrift staat waarvoor het middel gebruikt mag worden en tegen welke micro-organismen het effectief is. Ook staat er hoe u het middel moet gebruiken.

Hygiënenormen

  • Gebruik alleen een desinfecterend middel dat door het Ctgb is toegestaan. Controleer in het actueel gebruiksvoorschrift dat het middel:
    • geschikt is voor het ‘materiaal’ (bijv. handen, harde oppervlakken) dat u wilt desinfecteren; en
    • effectief is tegen virussen.
      Via bloed kunnen vooral virussen worden overgedragen.
  • Gebruik een desinfecterend middel altijd volgens de gebruiksaanwijzing.

Let op: u mag een desinfecterend middel alleen gebruiken voor de toepassingen die in het gebruiksvoorschrift staan beschreven! Zie de onderstaande voorbeelden:

  • Voorbeeld 1:
    U heeft een desinfecterend middel waarmee u uw handen wilt desinfecteren. In het gebruiksvoorschrift staat alleen beschreven dat het middel geschikt is voor de desinfectie van harde oppervlakken. U mag dit middel dan niet voor uw handen gebruiken.
  • Voorbeeld 2:
    U heeft een desinfecterend middel waarmee u een oppervlak wilt desinfecteren dat vervuild was met bloed. In het gebruiksvoorschrift staat dat het middel effectief is tegen bacteriën, gisten en schimmels. U mag dit middel dan niet gebruiken voor de desinfectie van het oppervlak; bij een verontreiniging met bloed heeft u namelijk een middel nodig dat effectief is tegen virussen.

Er zijn een aantal toegelaten middelen die in één handeling zowel schoonmaken als desinfecteren. Dit staat dan in het gebruiksvoorschrift. Gebruikt u zo’n middel? Dan is schoonmaken voordat u dit middel gebruikt uiteraard niet nodig.

Video: Desinfectiemiddelen

Als tatoeëerder is je vak je passie en sta je voor de kwaliteit van je werk. Een voorspoedige genezing van de tatoeage is van groot belang voor de uiteindelijke kwaliteit. Dat je hygiënisch werkt volgens de hygiënerichtlijnen hoort bij het vakmanschap van jou als tatoeëerder.
Hygiënisch werken houdt in dat je de juiste desinfectiemiddelen op de juiste manier gebruikt.
Vóórdat je gaat tatoeëren gebruik je huiddesinfectiemiddel op de huid van je klant. Toegelaten huiddesinfectiemiddelen herken je aan het RVG-nummer op de verpakking.
Een huiddesinfectiemiddel kun je beter niet voor desinfectie van je eigen handen gebruiken.
Na het tatoeëren desinfecteer je materialen en oppervlakken die mogelijk in aanraking zijn gekomen met bloed of inktspatten.
Desinfecteer alleen met desinfectiemiddelen die het Ctgb heeft toegelaten. Toegelaten middelen herken je aan het N-nummer of de NL-code. Check ook of het middel werkt tegen virussen. Én of het middel bedoeld is voor wát je wilt desinfecteren. Bewaar het middel altijd in de originele verpakking en houd je aan de gebruiksvoorschriften.
Draag altijd handschoenen bij het desinfecteren en was je handen na afloop. En desinfecteer pas nadat er éérst is schoongemaakt.
De hygiënerichtlijnen voor tatoeëren vind je op de website van het RIVM. Daar kun je de regels nog eens precies nalezen.

3.3 Steriliseren

Bij steriliseren worden alle micro-organismen die nog op het instrument zitten, gedood. U kunt uw instrumenten zelf steriliseren in een stoomsterilisator (autoclaaf). Dit is alleen toegestaan als u hier een vergunning voor heeft. Heeft u dit niet? Maak dan gebruik van wegwerpmaterialen of besteed het steriliseren uit aan een externe partij (zie paragraaf 2.8).

Steriliseert u zelf? Houd u dan aan het volgende:

Hygiënenormen

  • Steriliseer na gebruik alle instrumenten die u wilt hergebruiken en die in aanraking komen met de beschadigde huid, of de huid doorboren.
  • Steriliseer ook alle steriel verpakte instrumenten die u wel heeft geopend maar niet heeft gebruikt.
    Geopende steriele materialen kunnen besmet zijn met micro-organismen.
  • Maak instrumenten die u moet steriliseren eerst schoon in een ultrasoon reinigingbad.
    Zie paragraaf 3.1.
  • Gebruik alleen een stoomsterilisator die geschikt is voor uw instrumenten.
    Zie paragraaf 2.5.
  • Steriliseer alleen instrumenten die in laminaatzakjes zijn verpakt. Zonder laminaatzakjes blijven de instrumenten niet steriel. Gebruik alleen laminaatzakjes met een indicatorstrip die verkleurt tijdens het steriliseren.
    Zo voorkomt u verwisseling tussen gesteriliseerde en ongesteriliseerde materialen. Let op: het verkleuren van de indicatorstrip geeft alleen aan dat de juiste temperatuur is behaald; het is geen garantie voor een juist uitgevoerde sterilisatie.
  • Volg bij het verpakken en steriliseren van de instrumenten de werkwijze die is beschreven in paragraaf 7.4.

3.4 Schoonmaakregels en -technieken

In tatoeagestudio’s worden er kleurstoffen of pigment in de huid geïnjecteerd, hierbij wordt de huid geopend. Door uw studio goed schoon te houden, vooral de werkruimte, verkleint u de kans dat een tatoeage kan gaan ontsteken of infectieziekten worden overgedragen.

Hygiënenormen

  • Geef iedereen die schoonmaakt instructie over de manier van schoonmaken en de middelen die ze hiervoor moeten gebruiken.
    Let tijdens het schoonmaken vooral op plekjes en voorwerpen die mensen veel aanraken, zoals kranen, handvatten van lades en kastjes, lichtschakelaars, deurklinken en doorspoelknoppen.
  • Maak eerst ‘droog’ (afstoffen, stofzuigen) schoon en daarna ‘nat’ (vochtig doekje, stomen, dweilen).
  • Maak schoon van ‘schoon’ naar ‘vuil’ en van ‘hoog’ naar ‘laag’.
  • Maak alleen schoon met middelen die ook daadwerkelijk als schoonmaakmiddel worden verkocht, zoals een allesreiniger. Gebruik de middelen volgens de instructies op de verpakking.
  • Meng schoonmaakmiddelen nooit met andere middelen.
    Mengen geeft risico op giftige gassen, verlaagde kwaliteit en slechter resultaat.
  • Draag handschoenen bij het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar lichaamsvloeistoffen op (kunnen) zitten. Kan uw kleding bij het schoonmaken in contact komen met lichaamsvloeistoffen? Draag dan ook een wegwerpschort. Gooi de handschoenen en het schort weg na het schoonmaken.

3.5 Schoonmaakmaterialen en -middelen

Schoonmaakmaterialen moeten ook goed schoongemaakt, gedroogd en opgeruimd worden. In paragraaf 7.2 vindt u een schoonmaakschema voor de schoonmaakmaterialen. Daarnaast gelden de volgende regels:

Hygiënenormen

  • Gebruik dagelijks schone materialen.
  • Vervang schoonmaakmaterialen en sopwater als deze zichtbaar vuil zijn.
  • Was schoonmaakmaterialen zoals moppen en doeken na gebruik op 60° C. Laat ze daarna drogen, aan de lucht of in een wasdroger. Of gebruik wegwerpmaterialen en gooi deze direct na gebruik weg.
  • Maak schoonmaakmaterialen die niet in de wasmachine kunnen en niet weggegooid worden, zoals emmers en trekkers, na gebruik schoon en spoel ze af met water. Maak de materialen daarna handmatig droog, laat ze drogen op een schone ondergrond of hang ze op om te drogen (trekkers). Laat natte schoonmaakmaterialen na gebruik nooit in emmers achter, om te voorkomen dat ziekteverwekkers uitgroeien.
  • Zijn de schoonmaakmaterialen die handmatig worden gereinigd, gebruikt bij het opruimen van bloed of andere lichaamsvloeistoffen met zichtbare bloedsporen? Dan moeten ze nadat ze zijn schoongemaakt ook worden gedesinfecteerd (zie paragraaf 7.2).
  • Vervang het filter van de stofzuiger zo vaak als de fabrikant voorschrijft.
  • Berg schoonmaakmaterialen en -middelen op in een speciaal daarvoor bestemde opslagruimte.

Tips

  • Gebruik bij het dweilen verschillende emmers (bijvoorbeeld met aparte kleuren) voor schoon en vuil sopwater.
  • Maak de dweil of mop nat in de emmer met schoon sop, en spoel hem uit in de andere. Zo blijft sopwater langer schoon.
  • Gebruik zoveel mogelijk wegwerpmaterialen.

3.6 Schoonmaakschema’s gebruiken

Een schoonmaakschema voorkomt dat onderdelen worden overgeslagen.

Hygiënenormen

  • Werk volgens een schoonmaakschema. Beschrijf hierin hoe vaak elk onderdeel schoongemaakt moet worden en op welke manier. De schoonmaakschema’s in paragraaf 7.2 kunt u als basis gebruiken.
    U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken mag alleen met een goede reden (bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt).

Tips

  • Vink de schoonmaakwerkzaamheden af. Hierdoor ziet u snel wat er nog moet gebeuren. Dit is vooral handig als er door meerdere personen wordt schoongemaakt.

3.7 Wasgoed

Vuile doeken en werkkleding met bloed- en (inkt)spatten kunnen besmet zijn met ziekteverwekkers. Om deze ziekteverwekkers te doden of te verwijderen, moet dit wasgoed na gebruik op een hoge temperatuur gewassen worden. Houd u hierbij aan het volgende:

Hygiënenormen

  • Verwijder dagelijks de vuile was uit uw bedrijfsruimte.
  • Verzamel de vuile was op één plek, gescheiden van schoon textiel.
  • Vervoer vuile was altijd in gesloten (plastic) zakken.
  • Was met bloed bevuilde kleding op 60 °C (of op 40 °C- 60 °C en droog het wasgoed in een droogtrommel of strijk het wasgoed).
  • Gebruik geen verkorte wasprogramma’s.

Tips

  • Droog de was in een wasdroger.

4 Bouw en inrichting

Uw studio moet goed schoon te maken zijn. De bouw en inrichting hebben effect op het gemak waarmee dit kan. Zo zijn gladde wanden sneller en beter schoon te krijgen dan ruwe. Een hygiënische keuze is sneller gemaakt als de inrichting daarbij helpt. Als er bijvoorbeeld een zeepdispenser of wastafel in de buurt is, denkt u er sneller aan om uw handen te wassen.

In dit hoofdstuk vindt u de minimale eisen aan de bouw en inrichting van uw studio. De algemene eisen gelden voor uw gehele bedrijfsruimte. Daarna volgen enkele aanvullende eisen die alleen gelden voor de behandelruimte.

Algemene eisen

Iedere ruimte moet aan de volgende eisen voldoen:

Hygiënenormen

  • Zorg voor voldoende ventilatie en goede verlichting.
  • Zorg voor minimaal één EHBOeerste hulp bij ongelukken-trommel. Hierin moeten ten minste snelverbandjes, wondpleisters en een wonddesinfecterend middel, voorzien van een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer, zitten. Vul de inhoud na gebruik aan en vervang materialen die over de datum zijn. Zorg dat de EHBO-trommel duidelijk te herkennen is.
  • Zorg dat er minimaal twee meter afstand tussen de wachtruimte en de behandelstoel of -tafel is.

De behandelruimte

Hygiënenormen

  • Zorg voor een behandelstoel of -tafel van niet-absorberend materiaal dat goed schoon te maken is.
  • Zorg dat wanden, vloeren en meubilair binnen een straal van twee meter van de behandelstoel of -tafel van een glad, niet-absorberend materiaal zijn gemaakt dat goed schoon te maken is.
  • Heeft u meerdere behandelstoelen of -tafels? Plaats ze dan op minimaal twee meter afstand van elkaar.
  • Zorg voor een wastafel met stromend water in de bedrijfsruimte. De wastafel moet vanuit de behandelruimte te bereiken zijn zonder deuren te hoeven openen. Voorzie de wastafel bij voorkeur van een no-touch kraan. 
    Bij een no-touch kraan hoeft u de handen niet te gebruiken om deze open en dicht te draaien. Voorbeelden zijn een elleboogkraan, een kraan die vanzelf uitgaat, een kraan met knie- of voetbediening of een kraan met elektronisch oog.
  • Plaats een zeepdispenser of -pompje en een houder met wegwerpdoekjes bij de wastafel. Hang deze op aan de wand zodat u de dispenser en houder niet hoeft aan te raken.
  • Plaats een pedaalemmer of open afvalbak met plastic zak in de ruimte; raak de afvalbak niet met de handen aan.
  • Plaats minstens één naaldcontainer in de behandelruimte. Gebruik alleen naaldcontainers met het UNUnited Nations-keurmerk.
    logo UN-keurmerk

Tips

  • U mag eventueel een stoelhoes of handdoek over de behandelstoel leggen, als u deze bij elke klant verschoont.

5 Wetgeving, toezicht en handhaving

Wetgeving

In het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen staan de wettelijke veiligheidsvoorschriften aangegeven waar uw studio aan moet voldoen. In deze paragraaf wordt ook verwezen naar artikel 24 van de Warenwet en de volgende twee ministeriële regelingen; de Warenwetregeling tatoeëren en piercen en de Warenwetregeling aanwijzing veiligheidscodes tatoeëren en piercen. De actuele wetgeving kunt u vinden op wetten.overheid.nl.

Leeftijdsgrenzen

In artikel 24 van de Warenwet en artikel 10 van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen vindt u de wettelijke leeftijdsgrenzen voor het aanbrengen van tatoeages:

Hygiënenormen

  • Het is niet toegestaan om bij een persoon jonger dan 12 jaar een tatoeage te zetten.
  • Bij jongeren tussen de 12 en 16 jaar mag alleen een tatoeage worden gezet als zijn of haar wettige vertegenwoordiger aanwezig is. Hierop zijn vier uitzonderingen. Het is bij jongeren tot 16 jaar niet toegestaan om een tatoeage te zetten op:
    • het hoofd;
    • de hals;
    • de polsen;
    • de handen.
  • Jongeren van 16 jaar en ouder mogen zelf beslissen over het nemen van een tatoeage.

Tips

  • Vraag altijd naar een legitimatiebewijs als u twijfelt aan de leeftijd van een klant.

Vergunning

Zonder vergunning mag u niet tatoeëren. In het Warenwetbesluit staat het volgende: 

Hygiënenormen

  • De ondernemer moet over een vergunning beschikken als beschreven in artikel 3 van dit besluit.
  • U bent als ondernemer verplicht om de gezondheid- en veiligheidsrisico’s voor uzelf en klanten te beperken. Daarom moet u zo hygiënisch en veilig mogelijk werken (Warenwetbesluit, artikel 6).

De artikelen 4 en 5 van het Warenwetbesluit gaan over de vergunning voor tatoeëren. Deze artikelen geven uitleg over de aanvraag van de vergunning en wie de bevoegdheid heeft om deze vergunning in te trekken. Een vergunning wordt alleen gegeven aan ondernemers die voldoen aan de wettelijke voorschriften uit artikel 24 van de Warenwet. Daarnaast vindt u overige regelingen in de Warenwetregeling tatoeëren en piercen en de Warenwetregeling aanwijzing veiligheidscodes tatoeëren en piercen. Hierin staat ook aangegeven hoe u de vergunning kunt aanvragen, hoe lang de geldigheidsduur is en wat de kosten zijn.

Toezicht & handhaving

De inspecteurs van Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) en de ambtenaren van de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst controleren of u zich aan de wettelijke veiligheidseisen van het Warenwetbesluit houdt.

Nadat een vergunning is aangevraagd, komt een GGD ambtenaar op afspraak langs voor een inspectie. GGD ambtenaren zijn daarnaast bevoegd om een geldige vergunning in te trekken als een ondernemer zich niet aan de wettelijke bepalingen heeft gehouden. Als er overtredingen worden vastgesteld worden er maatregelen genomen volgens het interventiebeleid.

Overtredingen van het Warenwetbesluit door bedrijven met 50 of minder werknemers worden beboet met €525. Overtredingen van leeftijdsgrenzen als omschreven in artikel 24 van de Warenwet worden beboet met €795. Zie voor de actuele gegevens het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten.

6 Lichamelijke klachten van de klant

Na het zetten van een tatoeage, kunnen er bij de klant lichamelijke klachten ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn:

  • een allergische reactie; 
  • misselijkheid;
  • flauwvallen;
  • acute ontstekingsreacties;
  • huidaandoeningen.

Deze verschijnselen kunnen verschillende oorzaken hebben. Zo kunnen er klachten ontstaan wanneer een tatoeage op een verkeerde of onhygiënische manier wordt aangebracht. Maar ook als u wel hygiënisch werkt, kan de klant lichamelijke klachten krijgen. Bijvoorbeeld als de klant zich niet aan de nazorginstructies houdt, kunnen er klachten optreden. In ernstige gevallen kan er zelfs blijvende weefselschade ontstaan.

In dit hoofdstuk vindt u de maatregelen die u moet nemen wanneer er tijdens of vlak na het zetten complicaties optreden. Ook wordt er beschreven hoe u moet handelen wanneer een klant enige tijd na het zetten terug komt vanwege een lichamelijke klacht.

6.1 Allergische reacties

Een allergie is een reactie van het immuunsysteem op bepaalde stoffen. Een allergische reactie ontstaat pas nadat het lichaam meerdere malen in contact is geweest met een bepaalde (lichaamsvreemde) stof. Een klant met een allergische reactie kan dus bij een eerdere tatoeage niets gemerkt hebben.

Klanten kunnen bijvoorbeeld allergisch zijn voor latex. Ook zijn er bepaalde inkt- en pigmentkleuren die allergische reacties kunnen veroorzaken. Hierdoor is het mogelijk dat de tatoeage vervormt of (deels) verdwijnt.

De reacties op allergieën kunnen verschillen. Sommige mensen krijgen alleen een rode en jeukende huid, terwijl mensen in het ergste geval kunnen flauwvallen of in shock raken. Vraag daarom altijd vóór de behandeling of klanten last hebben van bepaalde allergieën.

Hygiënenormen

  • Bel direct 112 als een klant in shock raakt!

Het verschil tussen flauwvallen en in shock raken is lastig te herkennen. Neem bij twijfel altijd contact op met de alarmcentrale. Bij een shock stroomt er minder bloed naar de hersenen waardoor iemand het bewustzijn kan verliezen. Zij zijn vaak alert, angstig en verward, hebben een hoge polsslag, een ‘koude neus’ en een klamme huid. Iemand die flauwvalt komt binnen enkele minuten vanzelf weer bij. Bij een shock blijft iemand buiten bewustzijn.

6.2 Misselijkheid en flauwvallen

Het kan voorkomen dat een klant tijdens of na het aanbrengen van de tatoeage misselijk wordt of dreigt flauw te vallen. Let op symptomen als een bleek gezicht en hevige transpiratie.

Tips

  • Laat een klant na het aanbrengen van de tatoeage nog even liggen of zitten.
  • Wees alert en houd de klant vooral in de gaten bij het op en af lopen van trappen.
  • Dreigt de klant flauw te vallen, laat hem of haar dan tien minuten op de behandeltafel liggen met de benen omhoog. Als de klant niet ligt maar zit, is het beter om het hoofd ongeveer één minuut tussen de benen te houden (doe dit niet als de klant misselijk is). Zorg voor voldoende frisse lucht.
  • Geef de klant, wanneer hij of zij weer rechtop kan zitten, iets te eten en drinken (bij voorkeur iets dat rijk is aan suiker, zoals druivensuiker of appelsap).
  • Is een klant kort buiten bewustzijn geweest? Reageer dan rustig en zorg dat hij of zij zich niet bezeert. Laat de klant ongeveer 10 minuten rustig liggen. Bel 112 als de klant langer dan twee minuten buiten bewustzijn blijft.

6.3 Medische hulp

Wanneer u bij klachten zelf gaat dokteren, kunnen er dingen mis gaan. Wees daarom altijd terughoudend in het behandelen van klachten. Zelf dokteren bij complicaties kan zelfs strafbaar zijn. 

Hygiënenormen

  • Neem altijd contact op met een arts als tijdens of direct na het tatoeëren ernstige allergische reacties of andere lichamelijke klachten optreden.
  • Komt een klant meer dan 48 uur na het zetten van de tatoeage bij u langs met een lichamelijke klacht? Verwijs de klant dan altijd door naar zijn of haar huisarts. Ga niet zelf dokteren.

7 Schoonmaakschema’s en overige instructies

In dit hoofdstuk vindt u schoonmaakschema’s en instructies. In de eerste paragraaf vindt u instructies voor handen wassen en handen desinfecteren. Vervolgens staat schematisch weergegeven hoe vaak en op welke wijze u uw instrumenten, apparatuur en behandelruimte moet schoonmaken, desinfecteren of steriliseren. Daarna volgen werkwijzen voor verschillende methoden van schoonmaken, desinfecteren en steriliseren.

De schoonmaakschema’s en de instructies handhygiëne kunt u downloaden als Word- of PDFPortable Document Format-document, zodat u ze eenvoudig kunt uitprinten. U kunt ze dan direct ophangen, bijvoorbeeld bij wastafels of in een schoonmaakkast.

7.1 Instructies handhygiëne

Bacteriën en virussen zijn overal, op deurknoppen, tafels, telefoons en andere voorwerpen, apparaten en materialen. Sommigen kunnen ziekteverwekkend zijn. Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Door regelmatig handhygiëne toe te passen wordt de kans dat u of iemand uit uw omgeving ziek wordt klein.

Pas voor een goede handhygiëne onderstaande regels toe:

  • Was uw handen met water en vloeibare zeep als ze zichtbaar vuil zijn. Gebruik dan geen desinfecterend middel (handalcohol); door zichtbaar vuil vermindert namelijk de werking.
  • Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan mag u kiezen of u uw handen wast óf desinfecteert. Pas de manieren echter niet allebei toe; de huid droogt dan te veel uit en beschadigt sneller. De handen worden voldoende schoon als u ze alleen wast of alleen desinfecteert.
Instructies handhygiëne

Het schema Instructies handhygiëne kunt u hier downloaden als pdfPortable Document Format.

Video: Handhygiëne

Als tatoeëerder is je vak je passie en sta je voor de kwaliteit van je werk. Een voorspoedige genezing van de tatoeage is van groot belang voor de uiteindelijke kwaliteit. Dat je hygiënisch werkt volgens de hygiënerichtlijnen hoort bij het vakmanschap van jou als tatoeëerder.

Hygiënisch werken houdt in dat je je handen wast, op vaste momenten en op de juiste manier.

Handhygiëne is één van de belangrijkste maatregelen om verspreiding van ziekteverwekkers te voorkomen, zoals Hepatitis B.
Als tatoeëerder was je op vaste momenten je handen.
Vlak voor en na het tatoeëren.
Voor en na het verzorgen van de tatoeage.
Voor en na het dragen van handschoenen.
Als je handen zichtbaar of voelbaar vuil zijn.
Na toilet, hoesten, niezen of snuiten.

Je wast je handen met stromend water en vloeibare zeep. Je droogt ze met papieren handdoekjes.

Zijn je handen niet zichtbaar en voelbaar vuil? Dan kun je kiezen om ze te desinfecteren in plaats van te wassen. Gebruik hiervoor een handdesinfectiemiddel met een N-nummer.

Als je handen zijn gewassen, trek je handschoenen aan van poedervrije latex of nitril.

Controleer of beide codes ‘EN 455’ en ‘EN 374’ op de doos staan. Dan weet je dat je de juiste handschoenen gebruikt.

Als jij of de klant een latexallergie heeft, gebruik je nitrilhandschoenen.
De hygiënerichtlijnen voor tatoeëren vind je op de website van het RIVM. Daar kun je de regels nog eens precies nalezen.

7.2 Schoonmaakschema's

In de schoonmaakschema’s staat hoe vaak en op welke manier gereinigd moet worden. 

U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken, mag alleen met een goede reden (bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt).

U kunt de schoonmaakschema’s hier downloaden als Word-document. De schema’s zijn zoveel mogelijk op losse pagina’s geplaatst, zodat u ze eenvoudig kunt uitprinten en ophangen. Tevens kunt u de schema’s aanpassen aan de eigen situatie. Bespreek binnen uw eigen organisatie de schoonmaakschema’s en werk ze in nader detail uit tot een eigen werkinstructie.

7.3 Ultrasone reiniging

Werkwijze ultrasone reiniging:

  1. Zet het ultrasoon reinigingsbad ongeveer tien minuten voor het schoonmaken aan, zodat het verse water kan ontgassen. De gassen die van nature in water zijn opgelost, verminderen het reinigingseffect. 
  2. Trek handschoenen aan.
  3. Neem de inzetbak met instrumenten uit de inweekbak.
  4. Controleer de instrumenten op beschadigingen en roest. Gooi verroeste of beschadigde instrumenten weg.
  5. Spoel de instrumenten af onder stromend koud water.
  6. Haal instrumenten die uit meerdere onderdelen bestaan uit elkaar.
  7. Maak de binnenzijde van holle instrumenten schoon met een pijpenrager, een tandenrager (voor de tip van tubes) of wattenstaafjes. Gebruik pijpenragers en tandenragers met een diameter die groter is dan de diameter van het instrument. Gooi de ragers weg of steriliseer ze na gebruik.
  8. Leg de (losse onderdelen van) instrumenten in een inzetmandje.
  9. Trek de handschoenen uit, gooi ze weg en was of desinfecteer de handen.
  10. Los het ultrasoon reinigingsmiddel volgens de gebruiksaanwijzing op. Gebruik nooit méér ultrasoon reinigingsmiddel dan aangegeven in de gebruiksaanwijzing; te veel reinigingsmiddel vermindert de werking. Zorg dat de instrumenten volledig ondergedompeld kunnen worden in de vloeistof.
  11. Plaats het inzetmandje met de instrumenten in het bad.
  12. Sluit het deksel om verspreiding van aërosolen te voorkomen. Dit zijn kleine deeltjes stof of vloeistof die ontstaan door het trillen. Deze aërosolen kunnen besmet zijn met ziekteverwekkers.
  13. Stel de juiste reinigingstijd in. Volg hierbij uw gebruiksaanwijzing. Meestal is 4 minuten voldoende.
  14. Voorkom dat de vloeistof in het ultrasoon reinigingsbad warmer wordt dan 45 °C.
  15. Neem het mandje uit het bad en spoel de instrumenten af met warm of gedemineraliseerd water.
  16. Droog de instrumenten met een schone doek, tissue of keukenrol. Ze zijn nu klaar om te worden gedesinfecteerd of gesteriliseerd.
  17. Vervang de oplossing in het bad dagelijks, of eerder als de vloeistof zichtbaar verontreinigd is.
     

7.4 Verpakken en steriliseren van instrumenten

Werkwijze verpakken en steriliseren van instrumenten

Voordat u kunt steriliseren, moet u de instrumenten in laminaatzakjes verpakken.

Het verpakken van instrumenten in laminaatzakjes
  1. Verpak de ultrasoon gereinigde instrumenten per stuk.
  2. De onderdelen van deelbare tubes mogen, los van elkaar, in hetzelfde laminaatzakje.
  3. Seal of plak de laminaatzakjes dicht. Houd hierbij een peel-off naad van minimaal 2 centimeter vrij. Hiermee kunt u het zakje later weer openen. Houd aan de andere zijde een sealnaad van 0,8 centimeter aan. Sluit de zakjes nooit met een nietmachine!
Het steriliseren van de instrumenten
  1. Belaad de sterilisator volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Voorkom dat de laminaatzakjes tegen de wanden liggen. Leg ze bij voorkeur in een rekje.
  2. Stel het sterilisatieprogramma in.
  3. Controleer de temperatuur- en drukmeter op uw autoclaaf.
  4. Doorloop het volledige sterilisatieprogramma, inclusief droogprogramma.
  5. Neem de droge, gesteriliseerde verpakkingen voorzichtig uit de sterilisator. Voorkom dat de verpakking beschadigt.
  6. Berg de instrumenten op in een schone kast of la.

8 Informatie voor de klant

In dit hoofdstuk vindt u informatie voor uw klanten. Allereerst vindt u een voorbeeld van de informatie over de risico’s van tatoeages, gevolgd door een voorbeeld van de nazorginstructie die u uw klanten kunt geven. Deze nazorginstructie moet minimaal de informatie uit het voorbeeld bevatten. Aanvullende informatie mag niet misleidend zijn en moet op waarheid berusten. Tot slot is een voorbeeld van een toestemmingsformulier opgenomen. U mag ook een eigen formulier opstellen. Let er op dat aan het verkrijgen en bewaren van persoonsgegevens voorwaarden verbonden zijn op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVGalgemene verordening gegevensbescherming). Meer informatie vindt u op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Alle informatie in dit hoofdstuk is ook als PDFPortable Document Format-download beschikbaar, zodat u het direct kunt uitprinten en uitdelen.

8.1 Informatie over de risico’s van tatoeages

Download hier de PDFPortable Document Format met onderstaande informatie.

Het aanbrengen van tatoeages brengt risico’s met zich mee. Zorg daarom dat je goed bent uitgerust en genoeg hebt gegeten. Stel de tatoeëerder op de hoogte van eventueel medicijngebruik of huidproblemen, allergieën, epilepsie en overgevoeligheidsreacties. En controleer op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl dat de studio waar je een tatoeage wilt laten zetten, een vergunning heeft. Deze vergunning geeft aan dat de studio werkt volgens de hygiënerichtlijnen van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid. 

Laat geen tatoeage aanbrengen:

  • op plekken waar je het afgelopen jaar plastische chirurgie of bestraling hebt ondergaan;
  • op een litteken dat minder dan een jaar oud is;
  • op een plek die minder dan zes weken geleden is getatoeëerd;
  • op een plek waar minder dan drie maanden geleden een tatoeage is weg gelaserd of waar de laserwond nog niet genezen is;
  • op geïrriteerde huid zoals bultjes, donkere moedervlekken of zwellingen;
  • als je onder invloed bent van alcohol of drugs;
  • als je zwanger bent.

Daarnaast wordt het afgeraden om een tatoeage te laten zetten als je last hebt van één van de volgende aandoeningen:

  • diabetes;
  • hemofilie;
  • chronische huidziekte;
  • allergie voor tatoeagematerialen of -inkt;
  • immuunstoornis;
  • hart- en vaatafwijkingen.

Heb je één van deze aandoeningen of gebruik je antistollingsmiddelen of antibiotica? En wil je toch een tatoeage? Overleg dan eerst de mogelijkheden met een arts.

Kijk voor achtergrondinformatie over bovenstaande risico’s op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl.

Het zetten van de tatoeage

Omdat er tijdens het tatoeëren een wond ontstaat, is er een kans op besmetting van ziekten die via bloed worden overgedragen, zoals hepatitis B en C. Controleer daarom of de tatoeëerder hygiënisch werkt. Een hygiënische werkwijze is ook belangrijk om te voorkomen dat je nieuwe tatoeage gaat ontsteken. Let er in ieder geval op dat:

  • de huid voor het tatoeëren wordt schoongemaakt, gedesinfecteerd en eventueel geschoren met een nieuw wegwerpscheermesje;
  • de naalden en inkt steriel zijn verpakt en alleen voor jou worden gebruikt. De naalden zijn per stuk verpakt, inkt zit in kleine inktcupjes;
  • tijdens het tatoeëren schone tissues worden gebruikt om de huid schoon te maken;
  • de tatoeëerder tijdens het zetten van de tatoeage handschoenen draagt en deze vervangt als hij of zij iets anders aanraakt dan het tatoeëerapparaat, een tissue of je huid;
  • de tatoeage na afloop wordt verzorgd en afgedekt.

Nazorg

Een nieuwe tatoeage is vergelijkbaar met een schaafwond. Slechte verzorging en onhygiënische behandeling kunnen wondinfecties en littekenweefsel veroorzaken. Bovendien kunnen wondinfecties tot een minder mooie tatoeage leiden. Als je de tatoeage goed verzorgt, duurt het twee tot zes weken tot de wond genezen is. De tatoeëerder geeft schriftelijke uitleg over de nazorg van tatoeages. Lees dit goed door.

8.2 Nazorginstructie

Download hier de PDFPortable Document Format met onderstaande informatie.

Tijdens het tatoeëren gaat de huid kapot, waardoor er een wond ontstaat. Als je de tatoeage goed verzorgt, duurt het ongeveer zes weken tot deze wond genezen is. 

Als de tatoeage is afgedekt met een steriel kompres of huishoudfolie, mag je dit na 3 tot 5 uur verwijderen. Wondspray of zelfklevende transparante folie moet blijven zitten tot dit er vanzelf afslijt of afvalt. Je mag met een tatoeage wel douchen. 

Behandel de onbedekte tatoeagewond als volgt: 

  • was de tatoeage twee keer per dag met een milde ongeparfumeerde zeep;
  • dep de tatoeage na het wassen met een schone handdoek droog;
  • smeer de wond in met een zalf die je van de tatoeëerder hebt gekregen of die hij of zij je aanraadt.

Zorg dat je tijdens het genezingsproces:

  • de tatoeagewond zo min mogelijk aanraakt (was eerst je handen voordat je de wond verzorgt);
  • niet krabt aan de tatoeagewond;
  • de tatoeagewond niet bedekt met strakke of vervuilde kleding;
  • de tatoeagewond niet afdekt met pleisters of verband;
  • (bubbel)baden, zwembaden, sauna’s en stoombaden vermijdt;
  • de tatoeagewond niet blootstelt aan zonlicht of de zonnebank.

De getatoeëerde huid blijft ook na genezing erg gevoelig voor zonlicht. Smeer je tatoeage daarom altijd in met zonnebrand.

Let op: neem contact op met de huisarts bij extreme roodheid, zwellingen, bloedingen, wondvocht, kleurverandering of chronische pijn.

8.3 Toestemmingsformulier

U kunt het toestemmingsformulier hier downloaden als PDFPortable Document Format-bestand.

9 Extra informatie

9.1 N- (V)S- en B-klasse stoomsterilisatoren

De klassen N, (V)S en B komen voort uit de Europese norm 13060 voor tafelmodel stoomsterilisatoren.

De betekenis van deze klassen is als volgt:

  • N-klasse autoclaven kunnen alleen onverpakte, massieve instrumenten (zoals scharen, pincetten en tangen) steriliseren. De ‘N’ verwijst naar het feit dat de instrumenten onverpakt (‘naked’ of ‘non-wrapped’) in het apparaat worden gelegd.
  • S-klasse autoclaven zijn in het algemeen geschikt voor verpakte, massieve instrumenten (zoals scharen, pincetten en tangen). De ‘S’ staat voor ‘Special’, wat ernaar verwijst dat de fabrikant moet aangeven voor welke instrumenten de autoclaaf (speciaal) geschikt is. 
  • VSVerenigde Staten-klasse autoclaven kunnen naast verpakte, massieve instrumenten, ook verpakte, eenvoudige holle instrumenten (zoals tatoeëertubes) steriliseren. Dit komt doordat deze autoclaven gebruik maken van een vacuüm (vandaar de ‘V’ in ‘VS-klasse’).
  • B-klasse autoclaven hebben een gefractioneerd voor-vacuüm en na-vacuüm droogprogramma. Hierdoor kunnen in B-klasse autoclaven alle instrumenten worden gesteriliseerd, ook verpakte, moeilijke holle instrumenten (type A, zoals liposuctienaalden of een Helixtest). De ‘B’ staat voor ‘Big’, wat verwijst naar het grote (big) aantal instrumenten waar de autoclaaf voor gebruikt kan worden.

Vanwege de mogelijkheid om verpakte, (eenvoudige) holle instrumenten te steriliseren, zijn VS- en B-klasse autoclaven geschikt voor de materialen die bij het tatoeëren of piercen worden gebruikt.

9.2 Voorbeeld hygiënische werkwijze

Voorbeeld hygiënische werkwijze bij de voorbereiding

1. Was uw handen en droog ze af met wegwerpdoekjes, of desinfecteer ze. 

2. Laat de klant op de behandelstoel of -tafel plaatsnemen.

3. Scheer zo nodig de plek die getatoeëerd wordt. Gebruik hiervoor een wegwerpscheermesje. Gooi deze direct na gebruik weg, zonder het beschermhoesje erop te zetten!

4. Desinfecteer de huid die getatoeëerd wordt (met uitzondering van huid rondom de ogen, die mag niet gedesinfecteerd worden). Gebruik hiervoor een huiddesinfecterend middel met een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer. Houd de inwerktijd aan die de fabrikant voorschrijft. Wacht in ieder geval tot de huid droog is. Laat de klant na het desinfecteren niet (of zo min mogelijk) meer rondlopen.

5. Breng, als de klant dit wil, pijnstilling aan volgens de gebruiksaanwijzing. Volg hierbij de regels uit paragraaf 2.4

6. Leg alle materialen klaar binnen handbereik.

7. Zet de inktcupjes of -flesjes klaar. Zorg dat ze stabiel staan. Zet ze bijvoorbeeld in een inktcuphouder. 

8. Heeft u als pijnstilling een verdovende zalf opgesmeerd? Verwijder deze dan na 20 minuten met een tissue. Desinfecteer de huid opnieuw.

9. Teken de afbeelding zo nodig op de plek die u gaat tatoeëren. Doe dit als volgt:

  • Gebruik na het desinfecteren van de huid een doordrukvel om de afbeelding te maken. Hecht het doordrukvel met een huiddesinfecterend middel of een oplossing van water en antibacteriële zeep aan de huid. Gooi het vel na gebruik weg. 
    Of:
  • Teken de afbeelding met een stift op de huid. Gebruikt per klant een nieuwe stift. 
    Bij het tekenen komen er huidbacteriën in en op de punt van de stift. Door de stift na gebruik weg te gooien, voorkomt u dat tatoeages via de stift besmet raken met huidbacteriën van andere klanten.

10. Was of desinfecteer de handen opnieuw en open en vul daarna de inktcupjes of -flesjes. Let er bij het vullen op dat de punt van de voorraadflacon het cupje of flesje niet raakt. Vul ze nooit bij; gebruik bij onvoldoende inkt altijd een nieuwe cup of flesje. 

Gebruikt u een tatoeagemachine? Volg dan nu stap 11 tot en met 16.

Gebruikt u pigmenteerapparatuur? Volg dan nu stap 17 tot en met 21.

Tatoeagemachine

11. Dek in ieder geval het snoer en eventueel de machine af met een plastic wegwerphoes. Dek ook de spuit- of tuitfles af. 

12. Open vlak voor gebruik de steriele verpakkingen van de needlebar, naald en tube volgens aanwijzing op de verpakking. Laat ze op de steriele binnenkant van de verpakking liggen. 
Zo voorkomt u dat de materialen in aanraking komen met uw handen of de buitenkant van de verpakking. Druk de needlebar, naald of tube nooit door de verpakking heen.

13. Trek schone handschoenen aan.

14. Zet de tube in elkaar en zet de needlebar met naald(en) er voorzichtig in. Raak de naald niet aan! Bevestig het geheel op de tatoeagemachine. Voorkom dat de naald tegen de machine aan komt.

15. Zet de tatoeagemachine zo neer dat de naald nergens mee in contact kan komen.

Pigmenteerapparatuur

17. Open vlak voor gebruik de steriele verpakking van de naaldmodule volgens aanwijzing op de verpakking. Laat hem op de steriele binnenkant van de verpakking liggen. 
Zo voorkomt u dat de naald in aanraking komt met de ondergrond of uw handen. Druk de naaldmodule nooit door de verpakking heen.

18. Trek schone handschoenen aan.

19. Zet de naaldmodule in de pigmenteerpen. Raak de naald niet aan! 

20. Leg de pigmenteerpen zo neer dat de naald nergens mee in contact kan komen. Gebruik bijvoorbeeld een disposable nierbekken. 

21. Zet de pen vooraf en tijdens de behandeling alleen in de penhouder als u een open houder heeft. Een gesloten houder geeft kans op besmetting.
 

Voorbeeld hygiënische werkwijze bij het zetten van een tatoeage

U bent nu klaar om de tatoeage te zetten. Houd u hierbij aan het volgende:

22. Gebruik wegwerptissues om de huid tussendoor af te vegen. Combineer dit eventueel met vloeibare antibacteriële zeep vermengd met water of lotion uit een pompflacon.

23. Gebruik voor het verdunnen van de tatoeagekleurstof schoon stromend water, steriel water, alcohol 70-80% of glycerol, of combinaties van deze stoffen. Verdun inkt altijd in een inktcupje of -flesje, nooit in de voorraadflacon.

24. Gebruik dezelfde naald of naaldmodule nooit voor verschillende klanten. Gooi de naalden direct na gebruik in een UNUnited Nations-gekeurde naaldcontainer (zie paragraaf 2.8). 

25. Geef naalden en naaldmodules nooit mee aan de klant.

26. Gooi de handschoenen bij een tussentijdse pauze weg en was of desinfecteer de handen. Was of desinfecteer de handen na de pauze opnieuw en trek schone handschoenen aan.

27. Trek na het tatoeëren de handschoenen uit en was of desinfecteer de handen. Verzorg direct daarna de tatoeagewond volgens één van de methoden die zijn beschreven in paragraaf 2.7.

28. Ruim de behandelruimte, inclusief uw materialen en instrumenten, op en maak deze schoon volgens de aanwijzingen in paragraaf 2.8.

9.3 Begrippenlijst

Aftercarezalf

Zalf die tijdens en na het zetten van de tatoeage op de wond kan worden aangebracht.

AVGalgemene verordening gegevensbescherming

Algemene verordening gegevensbescherming

Bedrijfsruimte

De gehele ruimte waarvoor de vergunning wordt verleend.

Behandelruimte

Ruimte in de bedrijfsruimte waar de tatoeage wordt gezet. Deze ruimte moet voldoen aan de bouw- en inrichtingseisen uit deze richtlijn.

CBGCollege ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) beoordeelt en bewaakt de werkzaamheid, risico's en kwaliteit van geneesmiddelen voor de mens. Middelen zijn te herkennen aan een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer.

CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het Ctgb beoordeelt op basis van Europese wet- en regelgeving of desinfecterende middelen toegelaten worden op de Nederlandse markt.

Desinfecteren

Desinfecteren is het sterk verminderen van het aantal aanwezige micro-organismen, met een speciaal daarvoor bestemd desinfecterend middel.

First-in-first-out-systeem

Met het first-in-first-out-systeem wordt bedoeld dat u de instrumenten die het eerst gesteriliseerd of geleverd zijn, vooraan zet en als eerste gebruikt.

Hairstroke handmatig

Pigmentatie met een penhouder die niet elektrisch wordt aangedreven, voorzien van een geïntegreerd mesje (geheel voor eenmalig gebruik) of voorzien van een opening om een los mesje in te steken. In de laatste situatie gaat hem om een penhouder, die geschikt is om na desinfectie (en bij voorkeur na sterilisatie) hergebruikt te worden.

Handdesinfecterend middel

Een handdesinfecterend middel is een vloeistof waarmee ziekteverwekkers op de handen kunnen worden gedood. Als handen niet zichtbaar vuil of plakkerig zijn, kan een hand desinfecterend middel worden gebruikt in plaats van water en zeep.

Handhygiëne

Handhygiëne is het wassen van de handen met water en zeep of het desinfecteren van de handen met handdesinfectiemiddel, wanneer de handen niet zichtbaar vuil zijn. 

Huiddesinfecterend middel

Een huiddesinfecterend middel is een vloeistof waarmee ziekteverwekkers op de huid kunnen worden gedood. Een huiddesinfecterend middel wordt voorafgaand aan het openen van de huid gebruikt om de huid te desinfecteren. 

Lichaamsvloeistoffen 

Lichamelijke vloeistoffen zoals bloed, speeksel, braaksel, urine en ontlasting.

Micro-organismen

Bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën zijn micro-organismen. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, op meubels en voorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige micro-organismen kunnen ziekten veroorzaken.

No-touch kraan

Een no-touch kraan is een kraan die men niet met de handen open en dicht hoeft te draaien. Voorbeelden zijn een elleboogkraan, een kraan die vanzelf uitgaat, een kraan met knie- of voetbediening of een kraan met elektronisch oog.

NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De NVWA heeft als kerntaak het toezicht houden bij bedrijven en instellingen op de naleving van verschillende wetten en voorschriften, waaronder de Warenwet.

Schoonmaken

Het verwijderen van los of aangekleefd vuil.

Steriliseren

Bij steriliseren worden alle micro-organismen die op het instrument zitten, gedood. Het steriliseren gebeurt in een stoomsterilisator, ook wel autoclaaf genoemd. Hierin worden micro-organismen gedood door stoom.

Stromend water

Vast tappunt met aan- en afvoer aangesloten op het reguliere leidingwaternet (drinkwaterkwaliteit).

Ultrasoon reinigen

Het verwijderen van aangekleefd vuil, bloed en wondvocht met een trilapparaat: het ultrasone reinigingsbad. Met een ultrasoon reinigingsbad wordt ook vuil verwijderd op plaatsen die minder goed bereikbaar zijn bij handmatige reiniging. 

UNUnited Nations-naaldcontainer

Een naaldcontainer is een container speciaal ontworpen voor scherp afval zoals naalden en voorzien van het UN-keurmerk. Bij goed gebruik bieden naaldcontainers een goede bescherming tegen prikken en snijden aan scherp afval.

Wachtruimte

Ruimte in de bedrijfsruimte waar men kan wachten tot de tatoeage wordt gezet. In deze ruimte wordt niet getatoeëerd.

Wonddesinfecterend middel

Een wonddesinfecterend middel is een middel waarmee ziekteverwekkers in de wond kunnen worden gedood. Een wonddesinfecterend middel wordt gebruikt om de wond te desinfecteren. 

9.4 Ctgb-databank

Hieronder staat hoe u desinfecterende middelen kunt vinden op de website van het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides

Eerst beschrijven we hoe u een overzicht van toegelaten desinfecterende middelen kunt vinden. Hebt u al een desinfecterend middel en wilt u weten of u dit mag gebruiken? Gebruik dan de tweede zoekstrategie.

Onderstaande zoekstrategieën zijn opgesteld in december 2017. Kloppen de strategieën niet meer en heeft u hulp nodig? Neem dan contact op met het Ctgb, telefoonnummer 0317 – 417 810. Het LCHVLandelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid is niet verantwoordelijk voor eventuele wijzigingen aan de website van het Ctgb.

Zoekstrategie overzicht toegelaten desinfecterende middelen 

  • Ga naar www.ctgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides.nl. 
  • Klik op ‘Toelatingen’. 
  • Klik onder ‘Overzicht toelatingen’ op ‘Excel-bestand’. 
  • Er opent nu een Excelbestand. In dit Excelbestand staan alle toegestane middelen. Belangrijke informatie in dit Excel bestand: 
    • In kolom B vindt u de naam van de middelen. 
    • In kolom C staan links naar de actuele gebruiksvoorschriften van de desinfecterende middelen. Kopieer een link in uw internetbrowser om het bestand te openen. 
    • In kolom T vindt u welke PTpertussis-toxine code(s) geldt/gelden voor het middel. De PT-code geeft aan voor welk materiaal het middel geschikt is. Middelen die geschikt zijn voor het desinfecteren van handen hebben een PT01-code (‘‘Biociden voor menselijke hygiëne’). Middelen die geschikt zijn voor materialen en oppervlakken hebben een PT02-code ‘Desinfecterende middelen voor privégebruik en voor de openbare gezondheidszorg, alsmede andere desinfectantia’. 

Zoekstrategie specifiek desinfecterend middel

Hebt u al een middel en wilt u weten of deze geschikt is? Dan kunt u op de naam van het product zoeken. 

  • Klik op ‘Toelatingendatabank’. 
  • Hier kunt u zoeken op Zoekterm, Categorie, Status toelichting en Gebruik. Door op ‘Toon uitgebreide filters’ te klikken, kunt u zoeken op nog meer producteigenschappen.

9.5 Desinfectiemiddelen voor handen en huid

Het middel dat gebruikt wordt om te desinfecteren hangt af van wat er gedesinfecteerd moet worden. Gaat het om de huid voorafgaand aan bijvoorbeeld het tatoeëren, of gaat het om de vloer die vervuild is met braaksel? Is de tafel vervuild met bloed, of wil je je handen desinfecteren? 

Voor desinfectiemiddelen wordt er onderscheid gemaakt tussen een biocide en een geneesmiddel. Afhankelijk van wat gedesinfecteerd moet worden, wordt bepaald of er een biocide of een geneesmiddel gebruikt moet worden. 

Desinfectiemiddelen voor gebruik op levenloze oppervlakken en de intacte huid die ook na het desinfecteren intact blijft, vallen onder de biocidewetgeving. Denk aan oppervlakken, materialen en handen. Deze middelen moeten zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides.

Desinfectiemiddelen voor de niet-intacte huid, of de huid die nog intact is maar direct na het desinfecteren geopend zal worden (zoals bij tatoeëren), vallen onder de geneesmiddelenwet. Denk aan de huid voorafgaand aan het plaatsen van een tatoeage of voor het behandelen van een wond. Deze middelen moeten zijn toegelaten door het CBGCollege ter Beoordeling van Geneesmiddelen.

Handen of huid?

Dit onderscheid is vrij lastig en hierdoor ontstaat er veel onduidelijkheid. Logisch, want waarom is er een verschil tussen huid en handen? De handen zijn toch ook huid? Hieronder wordt het verschil tussen een huiddesinfectiemiddel en een handdesinfectiemiddel uitgelegd.

Handdesinfectiemiddelen

Handen worden gedesinfecteerd om het aantal (ziekmakende) micro-organismen, die altijd aanwezig zijn op de handen, terug te dringen tot een acceptabel niveau. Het wordt niet gebruikt om te genezen of om ziekte te voorkomen of voor de behandeling van een wond. Handdesinfectiemiddelen worden alleen op de intacte (blijvende) huid gebruikt. Handdesinfectiemiddelen vallen daarom onder de biocide wetgeving (College ter beoordeling van Geneesmiddelen. ‘Afbakening Biociden en Geneesmiddelen.’ CBG. (2013): geraadpleegd 25 augustus 2015).

Huiddesinfectiemiddelen 

Een huiddesinfectiemiddel wordt gebruikt voor het genezen of voorkomen van ziekte, of voor de behandeling van een wond. Een huiddesinfectiemiddel kan worden gebruikt op een niet-intacte huid of op een intacte huid die ‘geopend’ wordt, zoals bij tatoeëren en piercen. Hierdoor valt een huiddesinfectiemiddel onder de geneesmiddelenwet (Werkgroep Infectie Preventie, ‘Desinfectie’. RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2013), geraadpleegd 25 augustus 2015; en College ter beoordeling van Geneesmiddelen. ‘Afbakening Biociden en Geneesmiddelen.’ CBG. (2013): geraadpleegd 25 augustus 2015).

Gebruik desinfectiemiddelen altijd volgens het gebruiksvoorschrift. Lees de bijsluiter voorafgaand aan het gebruik daarom goed door.

Handen zijn toch intacte huid?

Klopt, een huiddesinfectiemiddel mag op de intacte huid gebruikt worden, dus ook op de handen. Bedenk wel dat een huiddesinfectiemiddel agressief is voor de huid en de huid uitdroogt. Meestal is er een terugvetter toegevoegd aan een handdesinfectiemiddel zodat de handen niet uitdrogen (Werkgroep Infectie Preventie, ‘Handreiniging of desinfectie’. RIVM. (2013), geraadpleegd 7 augustus 2015).

9.6 Bronnenlijst

Relevante wet- en regelgeving

Onderstaande wetten, besluiten en regelingen zijn alle terug te vinden op wetten.overheid.nl

  • Algemene verordening gegevensbescherming
  • Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten
  • Geneesmiddelenwet
  • Tabakswet
  • Warenwet
  • Warenwetbesluit bestuurlijke boeten
  • Warenwetbesluit tatoeëren en piercen
  • Warenwetbesluit tatoeagekleurstoffen
  • Warenwetregeling aanwijzing veiligheidscodes tatoeëren en piercen
  • Warenwetregeling tatoeëren en piercen
  • Wet milieubeheer

Overige documenten en websites

  • College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Ctgb.nl.
  • Daha T. Desinfectantia en de wet. Tijdschrift voor Hygiëne en InfectiePreventie 2004, 5: 130.
  • Hoofdbedrijfschap Ambachten. Code van de schoonheidsspecialist, verschillende versies. Zoetermeer.
  • Kuile B ter. Verontreiniging van tatoeagevloeistof. Infectieziekten Bulletin 2004, jaargang 15, nr. 8: 295-296.
  • Poel P van de. Latexvrije onderzoekshandschoenen, de hygiënist als projectleider. Tijdschrift voor Hygiëne en InfectiePreventie 2005, 1: 3-6.
  • Richtlijnen WIPWerkgroep Infectiepreventie, Stichting Werkgroep Infectie Preventie, Leiden. www.wip.nl.
  • Trick WE, Vernon MO, Hayes RA, Nathan C, Rice TW, Peterson BJ, Segreti J, Welbel SF, Solomon SL, Weinstein RA. Impact of ring wearing on hand contamination and comparison of hand hygiene agents in a hospital. Clin Infect Dis. 2003 Jun 1;36(11):1383-90. Epub 2003 May 22.
  • Yildirim I, Ceyhan M, Cengiz AB, Bagdat A, Barin C, Kutluk T, Gur D. A prospective comparative study of the relationship between different types of ring and microbial hand colonization among pediatric intensive care unit nurses. Int J Nurs Stud. 2008 NovNederlandse Orthopaedische Vereniging;45(11):1572-6. doi: 10.1016/j.ijnurstu.2008.02.010. Epub 2008 May 13.

Warenwetbesluit tatoeëren en piercen

Onderstaand overzicht geeft weer in welke delen van deze hygiënerichtlijnen artikel 6, eerste lid, van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen wordt afgedekt.

Artikel 6, eerste lid    Te vinden in:
Onderdeel a  Paragrafen 2.5, 2.6 en 2.7, hoofdstuk 3
Onderdeel b Paragrafen 2.1 en 2.6, hoofdstukken 3 en 4
Onderdeel c  Paragrafen 2.1, 2.2 en 2.6

Verantwoording

De hygiënerichtlijn voor tatoeëren is voor het laatst volledig herzien in 2014. Aan de laatste herziening hebben de volgende GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en en organisaties bijgedragen:

  • Belangenbehartigers van Tatoeëerders (BVT)
  • GGD Amsterdam
  •  GGD Noord- en Oost-Gelderland
  • GGD Gooi & Vechtstreek
  • GGD Kennemerland
  • Nederlandse Bond van Tatoeëerders (NBT)
  • Nederlandse Juweliers- en Uurwerkenbranche (NJU)
  • Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit)
  • Vereniging Professionele Piercers Nederland (VPPN)

Wijzigingen sinds laatste herziening:

  • Mei 2016: paragraaf 9.5 'Desinfectiemiddelen voor handen en huid' toegevoegd.
  • Augustus 2018: 
    • In paragraaf 2.2 is een advies toegevoegd om gebruikte inkten per klant en per tatoeage vast te leggen en in een inktpaspoort aan de klant mee te geven. 
    • In het toestemmingsformulier (paragraaf 2.3 en hoofdstuk 8) wordt niet geadviseerd over de bewaartermijn en niet over welke persoonsgegevens moeten worden verzameld, maar wordt geadviseerd dit vast te leggen en inzichtelijk te maken conform de Algemene verordening persoonsgegevens.
    • In paragraaf 2.7 is de verwijzing naar de positieve lijst van toegestane aftercareproducten vervallen. In plaats daarvan wordt verwezen naar een product dat voor deze toepassing een registratie als medisch hulpmiddel of geneesmiddel heeft, of dat uitsluitend bestaat uit petrolatum en bedoeld is voor toepassing op de menselijke huid
  • April 2019: de richtlijn is omgezet naar webbased tekst; hierbij zijn enkele niet-inhoudelijke aanpassingen gedaan en zijn diverse hyperlinks geüpdatet.

 

De hygiënerichtlijn is een uitgave van:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid
Postbus 1 | 7200 BA Bilthoven
E-mail: lchv@rivm.nl 
Web: www.lchv.nl