Een vaak voorkomende situatie: een gezondheidsmedewerker die in het verleden is gevaccineerd tegen hepatitis B en een nieuwe baan krijgt: moet hij wel of niet opnieuw gevaccineerd worden? In dit geval gaat het om een gezondheidsmedewerker die een nieuwe baan krijgt in een tandartsenpraktijk. In de nieuwe werksituatie wordt in het kader van ‘verantwoord werkgeverschap’ onderzocht of de medewerker voldoende beschermd is tegen hepatitis B. De medewerker kan aantonen dat in 2003 de titer voor HBVhepatitis B virus bepaald is. Die was > 1000. Nu is het titeronderzoek herhaald en is het resultaat <2. Hoe moet deze uitslag geïnterpreteerd worden? Is er een indicatie voor een herhalingsvaccinatie?

Risicovormers en titers

De Commissie preventie iatrogene transmissie hepatitis B heeft voor de groep van de zogenoemde risicovormers een postvaccinatietiter van ≥100 IE/l vastgesteld om overdracht van HBVhepatitis B virus uit te sluiten. Tot deze groep van risicovormers behoren onder andere bepaalde chirurgische specialisten, radiologen, intensivisten, verloskundigen, OK-personeel, ICintensive care-verpleegkundigen, tandartsen, mondhygiënisten en huisartsen die verloskundige zorg verlenen of kleine chirurgische ingrepen uitvoeren. Zij voeren medische handelingen uit waarbij er een risico is dat zij de patiënt besmetten (iatrogene besmetting). Het gaat hierbij om handelingen waarbij (gehandschoende) handen binnen lichaamsholten of wonden in contact kunnen komen met scherpe instrumenten, naalden of scherpe weefseldelen (bijvoorbeeld botpunten of gebitselementen) terwijl de handen of vingertoppen niet zichtbaar zijn. Zie voor het beleid en de titerbeoordeling bij risicovormers de Landelijke Richtlijn Preventie Iatrogene Hepatitis B.

Geen revaccinatie

Het draaiboek Preventie iatrogene transmissie beschrijft de hierboven geschetste situatie als volgt “Een anti-HBshepatitis B surface antigeen-titer na vaccinatie van 100 IE/L of hoger geeft langdurige bescherming. Het vervolgens dalen of niet detecteerbaar worden van de anti-HBs is niet relevant”. Revaccinatie is volgens de commissie vooralsnog zowel bij risicolopers als bij risicovormers niet noodzakelijk (blz. 24-26 van de richtlijn).
In het geval van de gezondheidsmedewerker in deze casus maakt het niet uit of hij risicovormende handelingen zal gaan verrichten. De gedocumenteerde titer uit 2003 geeft langdurige bescherming. Revaccinatie is niet nodig.

Auteur

T.Oomen, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven

Correspondentie
ton.oomen@rivm.nl

Literatuur

  1. LCILandelijke coördinatie infectieziektebestrijding-richtlijn Hepatitis B
  2. Landelijke richtlijn Preventie Iatrogene Hepatitis B