Op deze pagina kunt u informatie vinden over de surveillance van acute luchtweginfecties, zo’n infectie wordt ook wel een acute respiratoire infectie (ARI) genoemd.
Op deze pagina vindt u de surveillance van:
Omdat de meeste luchtweginfecties vooral in de winter voorkomen, worden de cijfers gepresenteerd voor een respiratoir seizoen of een respiratoir jaar. Een respiratoir seizoen loopt van week 40 van het ene jaar tot en met week 20 van het daaropvolgende jaar. Een respiratoir jaar loopt van week 40 van het ene jaar tot en met week 39 van het daaropvolgende jaar. Deze rapportage gaat voornamelijk over het respiratoir seizoen 2025/2026, de periode van week 40 van 2025 tot en met week 20 van 2026. In enkele gevallen worden ook gegevens over de periode van week 21 tot en met week 39 2025 gepresenteerd. Dat is dus de periode voorafgaand aan het seizoen 2025/2026. Meer achtergrondinformatie over de verschillende surveillancebronnen staan in het document ‘Achtergrond en methoden over de respiratoire surveillance van 2025/2026’ (alleen beschikbaar in het Engels).
Acute respiratoire infectie (ARI) en influenza-achtig ziektebeeld (IAZ)
Acute respiratoire infecties (ARI’s) en influenza-achtig ziektebeeld (IAZ) zijn ziektebeelden die veroorzaakt kunnen worden door verschillende ziekteverwekkers. De definitie van (influenza-achtig ziektebeeld) valt binnen die van (acute respiratoire infectie), maar is specifieker gericht op symptomen die wijzen op een mogelijke infectie met het griepvirus (influenzavirus). Voor meer details over de definitie van ARI en IAZ, zie het achtergrond en methode document over de respiratoire surveillance van 2025/2026 (in het Engels).
Pieken in week 7 van 2026
Zowel het aantal mensen met ARI en met IAZ bereikte beiden een piek in week 7 van 2026. Dit blijkt uit de resultaten van Infectieradar en uit gegevens van huisartsen. De piek viel iets later dan vorig jaar, toen viel deze in week 5 van 2025. Op het moment van de piek in week 7 was er een verhoogde circulatie van zowel influenzavirus, humaan metapneumovirus als humane seizoenscoronavirussen.
Aantal mensen met acute luchtweginfecties lager dan voorgaande jaren
Het totaal aantal huisartsbezoeken vanwege een ARI was in het respiratoire seizoen 2025/2026 lager dan in de negen seizoenen ervoor. Het aantal huisartsbezoeken vanwege een ARI per 10.000 inwoners was in 2025/2026 het hoogst in de jongste leeftijdsgroep (0-4 jaar). In deze leeftijdsgroep waren twee pieken te zien in het aantal huisartsbezoeken: de eerste in week 51 van 2025 en de tweede in week 6 van 2026. Rond week 51 was er geen piek in het aantal huisartsbezoeken voor ARI in de oudere leeftijdsgroepen. De piek in week 51 en de piek in week 6 bij de jongste leeftijdsgroep (0-4 jaar) hangen mogelijk samen met het circuleren van RS-virus, een virus dat vooral bij jonge kinderen klachten veroorzaakt. Uit gegevens van laboratoria blijkt dat dit virus veel rondging in deze periode. De tweede piek in week 6 2026 hangt mogelijk ook samen met influenzavirus. Deze piek werd in alle leeftijdsgroepen gezien in de periode dat er volgens gegevens van laboratoria veel influenzavirus rondging. Naast het aantal huisartsbezoeken was ook in Infectieradar het aantal ziektegevallen met ARI per 10.000 deelnemers in het respiratoire seizoen 2025/2026 lager dan in de seizoenen ervoor.
Aantal mensen met influenza-ziektebeeld bij de huisarts en de algemene bevolking lager dan vorig seizoen, in verpleeghuizen hoger
Van week 5 t/m week 8 van 2026 werd de grenswaarde voor verhoogde activiteit van IAZ in de huisartsenpraktijken van 4,6 per 10.000 inwoners per week overschreden. Sinds week 9 2026 is de rapportage van IAZ door Nivel zorgregistraties eerste lijn gestopt en is dus geen uitspraak meer te doen over de IAZ-activiteit. Tijdens de verhoogde activiteit in week 7 en 8 was de IAZ-incidentie 6,8 per 10.000 inwoners. Dit is lager dan het voorgaande respiratoire seizoen, maar vergelijkbaar met het seizoen daarvoor. Het aantal ziektegevallen met IAZ per 10.000 deelnemers van Infectieradar was in het respiratoire seizoen 2025/2026 lager dan in de seizoenen ervoor. Dit aantal bereikte een piek in week 7 en was vanaf week 10 weer op een laag niveau.
In de verpleeghuizen van het Surveillance Netwerk Infectieziekten in Verpleeghuizen (SNIV), zijn in de afgelopen twee respiratoire seizoenen (2024/2025 en 2025/2026) meer bewoners met IAZ gerapporteerd dan in de seizoenen daarvoor. In het respiratoir seizoen 2025/2026 is zowel het aantal geregistreerde uitbraken als het aantal betrokken bewoners per uitbraak toegenomen. Naast dat er meer en grotere uitbraken zijn gemeld, zijn er ook andere mogelijke verklaringen voor de stijging. Zo is de samenstelling van de deelnemende verpleeghuizen veranderd tussen de respiratoire seizoenen. Ondanks dat deze informatie niet wordt verzameld, zijn zorgmedewerkers sinds de COVID-19-pandemie wellicht alerter geworden op het herkennen en rapporteren van IAZ.
Virussen in monsters van personen met luchtweginfecties
Bij Infectieradar-deelnemers met een zelfgerapporteerde ARI werden tijdens het respiratoir seizoen 2025/2026 vooral rhinovirus/enterovirus en humane seizoenscoronavirussen gevonden. Rondom de piek in ARI en IAZ week 7 van 2026 waren influenzavirus en humane seizoenscoronavirussen de meest gevonden virussen.
In monsters uit de Nivel Peilstations van patiënten met een ARI, werd influenzavirus en rhinovirus het meest gevonden in het respiratoir seizoen 2025/2026. Rond de piek van het aantal huisartsbezoeken voor ARI en IAZ in week 7 van 2026 werd vooral influenzavirus en humane seizoenscoronavirussen gevonden bij deze patiënten. In de huisartsmonsters afgenomen bij kinderen jonger dan 15 jaar werden RS-virus en adenovirus relatief vaker gevonden dan bij de oudere leeftijdsgroepen.
Gedurende het gehele seizoen werden influenzavirus en RS-virus relatief vaker gevonden in de monsters van de Nivel Peilstations dan in de zelftestmonsters van Infectieradar. De periode waarin deze virussen het meest circuleerden was vergelijkbaar voor beide surveillancesystemen. Zie voor meer informatie ook de pagina’s over griep (influenza) en RS-virus.
Laatste jaar IAZ-rapportage door Peilstation huisartsenpraktijken
De dataverzameling voor het aantal mensen dat met IAZ de huisarts bezoekt via de Nivel Peilstations is gestopt in week 9 van 2026 (zie ook: Griep centraal: griepcijfers, griepepidemie, griepvaccinatie en meer | Nivel). Vanaf week 10 van 2026 is bij de huisarts alleen nog gerapporteerd over patiënten met een ARI. De rapportage over IAZ vindt verder nog plaats door deelnemers van Infectieradar en in verpleeghuizen via (Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen).
Figuren over acute respiratoire infectie
Acute respiratoire infectie bij deelnemers aan Infectieradar
Per week
Sla de grafiek 'Respiratoire virussen in monsters van deelnemers met een zelfgerapporteerde acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBron: Infectieradar, RIVM
Voetnoot: De lijn in de grafiek is het totale aantal geteste monsters. Een monster kan positief zijn voor meerdere virussen. Hierdoor kunnen de gestapelde percentages in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan het werkelijke percentage positieve monsters.
Per leeftijdsgroep
Sla de grafiek 'Respiratoire virussen in monsters van deelnemers met een zelfgerapporteerde acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBron: Infectieradar, RIVM
Voetnoot: De lijn in de grafiek is het totale aantal geteste monsters. Een monster kan positief zijn voor meerdere virussen. Hierdoor kunnen de gestapelde percentages in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan het werkelijke percentage positieve monsters.
Mensen met een acute respiratoire infectie bij de huisarts - Nivel zorgregistraties Eerste lijn
Per week, laatste vijf respiratoire jaren
Sla de grafiek 'Patiënten met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Per week, laatste tien respiratoire jaren
Sla de grafiek 'Patiënten met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Per week per leeftijdsgroep
Sla de grafiek 'Patiënten met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Per respiratoir jaar
Sla de grafiek 'Patiënten met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Per respiratoir seizoen per leeftijdsgroep
Sla de grafiek 'Patiënten met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Per week
Sla de grafiek 'Respiratoire virussen in monsters van patiënten met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBronnen: Nivel Peilstations en (Nationaal Influenza Centrum)-locaties RIVM
Voetnoot: De lijn in de grafiek is het totale aantal geteste monsters. Een monster kan positief zijn voor meerdere virussen. Hierdoor kunnen de gestapelde percentages in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan het werkelijke percentage positieve monsters.
Per leeftijdsgroep
Sla de grafiek 'Respiratoire virussen in monsters van patiënten met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBronnen: Nivel Peilstations en (Nationaal Influenza Centrum)-locaties RIVM
Voetnoot: De lijn in de grafiek is het totale aantal geteste monsters. Een monster kan positief zijn voor meerdere virussen. Hierdoor kunnen de gestapelde percentages in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan het werkelijke percentage positieve monsters.
Figuren over influenza-achtig ziektebeeld
Influenza-achtig ziektebeeld bij deelnemers aan Infectieradar
Mensen met influenza-achtig ziektebeeld bij de huisarts - Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Per week, laatste vijf respiratoire jaren
Sla de grafiek 'Patiënten met influenza-achtig ziektebeeld' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Let op: Dataverzameling is gestopt per 1 maart 2026.
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Per week, laatste tien respiratoire jaren
Sla de grafiek 'Patiënten met influenza-achtig ziektebeeld' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Let op: Dataverzameling is gestopt per 1 maart 2026.
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Per respiratoir seizoen per leeftijdsgroep
Sla de grafiek 'Patiënten met influenza-achtig ziektebeeld' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Let op: Dataverzameling is gestopt per 1 maart 2026.
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
NPS IAZ virologie week
Sla de grafiek 'Respiratoire virussen in monsters van patiënten met influenza-achtig ziektebeeld' over en ga naar de datatabelBronnen: Nivel Peilstations en (Nationaal Influenza Centrum)-locaties RIVM
Voetnoot: De lijn in de grafiek is het totale aantal geteste monsters. Een monster kan positief zijn voor meerdere virussen. Hierdoor kunnen de gestapelde percentages in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan het werkelijke percentage positieve monsters.
Influenza-achtig ziektebeeld bij verpleeghuisbewoners - SNIV
Sla de grafiek 'Verpleeghuisbewoners met influenza-achtig ziektebeeld' over en ga naar de datatabelBron: (Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen)
Let op: Het aantal aan SNIV deelnemende verpleeghuizen was in 2024/2025 lager dan in andere seizoenen. Dit kan een vertekend beeld geven van de (influenza-achtig ziektebeeld)-incidentie in verpleeghuizen tijdens dat luchtwegseizoen.
Kinderen met bronchiolitis bij de huisarts
Bronchiolitis is een ontsteking van de kleinere lage luchtwegen (bronchiolen). Bronchiolitis komt vooral voor bij kinderen jonger dan 2 jaar en wordt vaak veroorzaakt door het RS-virus. Meer informatie over de definitie van bronchiolitis staat in het achtergrond- en methode document over de respiratoire surveillance van 2025/2026 (in het Engels).
Aantal kinderen met bronchiolitis bij de huisarts iets lager dan voorgaande jaren
Het aantal kinderen jonger dan 5 jaar dat vanwege bronchiolitis de huisarts bezocht in het respiratoire seizoen van 2025/2026, was het hoogst in week 51 van 2025 en bleef vervolgens een aantal weken in 2026 op een vergelijkbaar, verhoogd niveau. Het moment van de start van de verhoging viel op hetzelfde moment als het voorgaande seizoen (2024/2025), en wat later dan het seizoen daarvoor (2023/2024). Dit beeld komt overeen met de RS-virus specifieke surveillance, waarin in dezelfde weken ook een verhoogde circulatie werd gezien.
In het respiratoire seizoen 2025/2026 bezochten 222 per 10.000 kinderen de huisarts wegens bronchiolitis. Dit is het laagste aantal sinds het einde van de COVID-19-pandemie. De invoering van immunisatie tegen RS-virus van 0-jarigen kan kan invloed gehad hebben op het totaal aantal huisartsbezoeken voor bronchiolitis door kinderen jonger dan 5 jaar.
Figuren over bronchiolitis
Kinderen met bronchiolitis bij de huisarts - Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Per week, laatste vijf respiratoire jaren
Sla de grafiek 'Patiënten jonger dan 5 jaar met bronchiolitis' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Per week, laatste tien respiratoire jaren
Sla de grafiek 'Patiënten jonger dan 5 jaar met bronchiolitis' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Per respiratoir jaar
Sla de grafiek 'Patiënten jonger dan 5 jaar met bronchiolitis' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Longontsteking
Aantal mensen met longontsteking vergelijkbaar met het voorgaand seizoen
In het respiratoir seizoen 2025/2026 bezochten in totaal 204 personen per 10.000 inwoners de huisarts vanwege een longontsteking. Dit is gebaseerd op gegevens van Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Dit aantal is vrijwel gelijk aan het voorgaande respiratoir seizoen (2024/2025) en lager dan in het seizoen daarvoor (2023/2024). Vanaf week 48 van 2025 nam het aantal personen met longontsteking toe. Deze toename bereikte een piek in week 2 van 2026 (met 9 personen met longontsteking per 10.000 inwoners) die enkele weken aanhield. Het moment van de verhoging viel op hetzelfde moment als die in het voorgaande respiratoire seizoen (2024/2025).
Het aantal huisartsbezoeken vanwege een longontsteking in seizoen 2025/2026 was het hoogst onder mensen van 65 jaar en ouder, gevolgd door kinderen jonger dan 5 jaar. Dit is vergelijkbaar met het voorgaande respiratoire seizoen.
Het aantal bewoners met lage luchtweginfecties in verpleeghuizen bedroeg in het respiratoire seizoen 2025/2026 1.805 per 10.000 bewoners. Dit aantal is vergelijkbaar met het voorgaande respiratoire seizoen.
Figuren over longontsteking
Mensen met longontsteking bij de huisarts - Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Per week, laatste vijf respiratoire jaren
Sla de grafiek 'Patiënten met longontsteking' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Per week, laatste tien respiratoire jaren
Sla de grafiek 'Patiënten met longontsteking' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Per respiratoir jaar
Sla de grafiek 'Patiënten met longontsteking' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Per respiratoir jaar per leeftijdsgroep
Sla de grafiek 'Patiënten met longontsteking' over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
Voetnoot: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Lage luchtweginfecties bij verpleeghuisbewoners - SNIV
Sla de grafiek 'Verpleeghuisbewoners met lage luchtweginfectie' over en ga naar de datatabelBron: (Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen)
Let op: In het seizoen 2024/2025 deden relatief weinig verpleeghuizen mee. De resultaten voor dit seizoen moeten daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd.
Acute luchtweginfecties waarvoor (Intensive care)-opname nodig is (SARI-IC)
Wat is (severe acute respiratory infections)-IC
SARI staat voor Severe Acute Respiratory Infections, dat zijn luchtweginfecties die zo ernstig verlopen dat ziekenhuisopname nodig is. Het RIVM publiceert wekelijks het aantal patiënten dat vanwege SARI wordt opgenomen op een Intensive Care (SARI-IC)*.
Een deel van de Nederlandse IC’s levert dagelijks data aan de Nationale Intensive Care Evaluatie (NICE) registratie. NICE levert deze vervolgens wekelijks, anoniem en geaggregeerd, aan het RIVM. Meer informatie over de definitie van SARI-IC staat in het achtergrond- en methode document over de respiratoire surveillance van 2025/2026 (in het Engels). Voor seizoen 2025/2026 zijn gegevens van 44 van de 70 IC's beschikbaar.
SARI-IC opnames vergelijkbaar met voorgaande seizoenen
In seizoen 2025/2026 waren er in totaal 2,545 SARI opnames in deze 44 IC’s, wat neerkomt op 10% van het totaal aantal medische** IC-opnames in deze periode. In het voorgaande seizoen (2024/2025) was er een vergelijkbaar totaal aantal SARI-IC opnames, namelijk 2,708 (11% van het totaal aantal medische** IC-opnames). Hiermee blijft het aantal SARI-IC opnames sinds seizoen 2022/2023 ongeveer stabiel (minimaal 2,541 in seizoen 2022/2023 en maximaal 2,770 in seizoen 2023/2024). Alleen tijdens de drie pandemische seizoenen (2019/2020 - 2021/2022) was het aantal SARI-IC opnames duidelijk hoger.
In seizoen 2025/2026 was er een verheffing in SARI-IC opnames te zien rond week 52 van 2025 tot en met week 10 van 2026. In deze periode waren twee pieken in SARI-IC opnames te zien, de eerste in week 2 van 2026 (143 opnames) en de tweede in week 6 (137 opnames). De eerste piek viel drie weken voor de start van griepepidemie en de tweede piek viel in de tweede week van de griepepidemie, die startte in week 5 van 2026. In het voorgaande seizoen (2024/2025) was er één piek in SARI-IC opnames (158 opnames). Deze piek in week 5 2025 viel in het griepseizoen 2024/2025, dat startte in week 3 2025.
Overlijdens in het ziekenhuis na SARI-IC opname blijft gelijk
In seizoen 2025/2026 overleed 25% van de SARI-IC patiënten in het ziekenhuis. In de voorgaande seizoenen (2022/2023 - 2024/2025) was dit vergelijkbaar (minimaal 25% in 2023/2024 en 27% in 2022/2023).
In het respiratoir seizoen 2025/2026 was meer dan de helft (62%) van de SARI-IC opnames 65 jaar of ouder*. Wanneer we kijken naar de ziekenhuissterfte na een SARI-IC-opname, behoorde 76% van de overleden patiënten tot deze leeftijdsgroep. De kans op sterfte in het ziekenhuis na SARI-IC opnames voor patiënten van 65 jaar of ouder was 30%, terwijl deze kans voor patiënten jonger dan 65 jaar 15% bedroeg. Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren, waar we ook zagen dat vooral de oudste patiënten het zwaarst door SARI worden getroffen op de IC.
* Deze informatie heeft betrekking op volwassen IC-patiënten. Gegevens van intensive care afdelingen voor kinderen (pediatrische intensive care unit, (pediatrische intensive care units)) zijn niet beschikbaar.
** Medische IC opnames zijn ongeplande niet-chirurgische opnames op de intensive care, bijvoorbeeld door acute ziekte of complicatie. Dit is in tegenstelling tot geplande opnames, zoals opnames als het gevolg van een (geplande en/of spoed-) operatie.
Figuren over acute respiratoire infectie waarvoor IC-opname nodig is
Intensive-care opnames met een acute respiratoire infectie - NICE
Per respiratoir jaar
Sla de grafiek 'IC-opnames met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBron: NICE
Voetnoot: Overlijden betreft overlijden in het ziekenhuis na (severe acute respiratory infections)-IC opname.
Per respiratoir seizoen per leeftijdsgroep
Sla de grafiek 'IC-opnames met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBron: NICE
Voetnoot: Overlijden betreft overlijden in het ziekenhuis na (severe acute respiratory infections)-IC opname.