Op deze pagina vindt u een terugblik op de circulatie van het (Respiratoir Syncytieel-virus) in Nederland tijdens het respiratoir seizoen 2025/2026. We beschrijven hoe vaak het virus voorkwam, hoe dit zich verhield tot eerdere seizoenen en welke trends te zien waren bij jonge kinderen na invoering van RS-virus-immunisatie.
Omdat de meeste luchtweginfecties vooral in de winter voorkomen, worden de data gepresenteerd voor een respiratoir seizoen of een respiratoir jaar. Een respiratoir jaar loopt van week 40 van het ene jaar tot en met week 39 van het daaropvolgende jaar. Een respiratoir seizoen loopt van week 40 van het ene jaar tot en met week 20 van het daaropvolgende jaar. Deze rapportage gaat voornamelijk over het respiratoir seizoen 2025/2026, de periode van week 40 van 2025 tot en met week 20 van 2026. In enkele gevallen worden ook gegevens over de periode van week 21 tot en met week 39 2025 gepresenteerd. Dat is dus de periode voorafgaand aan het seizoen 2025/2026. Meer achtergrondinformatie over de verschillende surveillance bronnen staan in het document ‘Achtergrond en methoden over de respiratoire surveillance van 2025/2026’ (alleen beschikbaar in het Engels).
Minder RS-virus in jonge kinderen
Op de kinder intensive care (pediatrische intensive care units; (pediatrische intensive care units)) werden dit jaar 87 kinderen jonger dan 1 jaar met RS-virus opgenomen van week 40 van 2025 t/m week 18 van 2026. In 2022/2023 en 2024/2025 waren dat tijdens dezelfde weken respectievelijk 184 en 222 opnames. Dit is voor een deel te verklaren door de invoering van immunisatie tegen RS-virus van 0-jarigen (zie box). De effectiviteit en impact van de RS-virus-immunisatie op het aantal ziektegevallen door RS-virus bij jonge kinderen in Nederland wordt verder onderzocht. Omdat de RS-virus-immunisatie geen infectie voorkomt, maar als doel heeft om ernstige ziekte te voorkomen wordt meer impact verwacht op ernstige ziekte dan op mildere ziekte.
Ook in andere RS-virus surveillance bronnen werd in seizoen 2025/2026 minder RS-virus aangetoond. Het aantal kinderen jonger dan 5 jaar dat de huisarts bezocht met bronchiolitis klachten, die vaak door RS-virus worden veroorzaakt, was lager dan voorgaande jaren. Bij kinderen jonger dan twee jaar die hun huisarts bezochten met luchtwegklachten waren 2 van de 33 afgenomen monsters (6%) positief voor RS-virus. Hiervan was één kind (van totaal 16 monsters) jonger dan 1 jaar en één kind (van totaal 17 monsters) 1 jaar oud. In voorgaande respiratoire seizoenen lag het percentage RS-virus positief aanzienlijk hoger; in seizoenen 2016/2017 – 2024/2025 (seizoen 2020/2021 niet meegerekend) varieerde dit percentage tussen 25% en 47%. Echter werd ook in de monsters afgenomen bij oudere kinderen en volwassenen die de huisarts bezochten met luchtwegklachten gedurende het hele seizoen relatief weinig RS-virus gevonden. Dit viel nog wel binnen de variatie van de voorgaande seizoenen; het percentage positieve monsters in alle patiënten van 5 jaar en ouder was 4,0%; in de voorgaande seizoenen lag dit percentage tussen de 3,6% en 9,0%. In de monsters van deelnemers van Infectieradar (voornamelijk ouder dan 16 jaar) met zelf gerapporteerde luchtwegklachten was het percentage RS-virus positieve monsters tussen week 40 en week 20 (1,9%) iets lager ten opzichte van voorgaande seizoen 2024/2025 (2,9%). In de seizoenen 2022/2023 en 2023/2024 was het percentage RS-virus positieve monsters respectievelijk 3,0% en 1,7%. Het percentage in deze twee seizoenen is waarschijnlijk een onderschatting in vergelijking met de twee seizoenen daarna, omdat de selectie voor het insturen van een luchtwegmonster is veranderd. Bovenstaande data wijzen op mogelijk minder circulatie van RS-virus in vergelijking met voorgaande seizoenen.
Zowel RS-virus-A als RS-virus-B circuleerden in het afgelopen seizoen. In de monsters afgenomen door de huisartsen werd meer RS-virus-B gevonden: 36 van de 58 RS-virus positieve monsters (62%). In die van deelnemers aan Infectieradar werd juist iets meer RS-virus-A gevonden (56 van de 101 RS-virus positieve monsters (55%)).
Piek iets later en iets lager
In seizoen 2025/2026 was het aantal RS-virus detecties in de virologische weekstaten aanzienlijk lager dan voorgaande seizoenen. Of dit het gevolg is van verminderde circulatie van het RS-virus of het effect van de invoer van de immunisatie tegen RS-virus is op basis van de gegevens uit de virologische weekstaten niet te zeggen omdat de virologische weekstaten alleen het totale aantal detecties rapporteren. Er is geen aanvullende informatie beschikbaar over de patiënt bij wie het monster is afgenomen. Het is daardoor niet bekend of het aantal detecties in alle leeftijden lager is of alleen bij de jongste leeftijden. Een afname in alle leeftijden kan wijzen op verminderde circulatie van het RS-virus, terwijl een afname in de jongste leeftijden het effect van de invoer van de RS-virus prik kan zijn.
Door de invoer van de RS-virus prik is het aannemelijk dat er dit seizoen naar verhouding minder detecties van jonge kinderen in de virologische weekstaten zitten in vergelijking met voorgaande seizoenen. Hierdoor zijn de gegevens in de virologische weekstaten niet goed te vergelijken met voorgaande seizoenen, en is het op basis van deze gegevens niet mogelijk om op dezelfde manier als voorgaande seizoenen de start, einde en intensiteit van het RS-virus-seizoen te bepalen. Daarom is voor RS-virus-seizoen 2025/2026 beperkt tot het beschrijven van trends in de verschillende surveillance bronnen.
De piek viel dit seizoen iets later dan voorgaande jaren. In voorgaande seizoenen lag de piek van RS-virus meestal rond de jaarwisseling. Dit seizoen lag de piek in aantal RS-virus detecties in de virologische weekstaten rond week 6 van 2026. Voor de PICU opnames lag de piek in week 9. In de monsters van deelnemers van Infectieradar was geen duidelijke piek te zien maar schommelde het percentage RS-virus op het hoogste niveau tussen week 51 en week 12. Ook in de monsters van patiënten die zich met luchtwegklachten bij de huisarts meldden was geen hoge piek te zien. Vanaf week 10 nam het aantal RS-virus positieve monsters in de verschillende surveillance bronnen af. Omdat rond die tijd ook het aantal mensen met luchtwegklachten daalde, daalde het totaal aantal monsters dat werd afgenomen en opgestuurd naar het laboratorium in zowel de virologische weekstaten als bij de huisarts. Door de gelijktijdige afname in de circulatie van influenzavirus, bleef het relatieve aandeel monsters dat positief was voor RS-virus nog enige tijd hoog. Aan het einde van het respiratoire seizoen 2025/2026 (week 20 2026) was RS-virus in alle bronnen weer op een laag niveau dat gebruikelijk is buiten het respiratoire seizoen.
Prik tegen RS-virus voor baby's
De prik tegen het RS-virus is sinds het luchtwegseizoen van 2025/2026 toegevoegd aan het Nederlandse Rijksvaccinatieprogramma. Vanaf september 2025 krijgen baby’s deze immunisatie aangeboden om baby’s te beschermen tegen ernstige ziekte door het RS-virus. Afgelopen respiratoir seizoen kregen baby’s geboren vanaf oktober 2025 tot en met maart 2026 de prik binnen 2 weken na de geboorte aangeboden. Baby’s geboren vanaf april 2025 tot en met september 2025 kregen de prik in september of oktober aangeboden. De prik wordt gegeven door de jeugdgezondheidszorg.
Tabel 1. Piek van (Respiratoir Syncytieel-virus) circulatie op basis van de virologische weekstaten voor de periode 2016/2017 - 2025/2026 (tot en met week 20). (Bron: Virologische weekstaten, RIVM)
| Respiratoir jaar | Piekmoment (weeknummer-jaar) | Aantal detecties tijdens de piekweek |
|---|---|---|
| 2016/2017 | 52-2016 | 199 |
| 2017/2018 | 1-2018 | 192 |
| 2018/2019 | 1-2019 | 186 |
| 2019/2020 | 2-2020 | 170 |
| 2020/2021 - zomerpiek | 29-2021 | 254 |
| 2021/2022 - winterpiek | 47-2021 | 120 |
| 2021/2022 - zomerpiek | 23-2022 | 154 |
| 2022/2023 | 52-2022 | 560 |
| 2023/2024 | 48-2023 | 448 |
| 2024/2025 | 1-2025 | 520 |
| 2025/2026 | 6-2026 | 281 |
Figuren over RS-virus
Mensen met RS-virusinfectie bij de huisarts - Nivel Peilstations
Sla de grafiek 'RS-virus in monsters van patiënten met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBronnen: Nivel Peilstations en (Nationaal Influenza Centrum)-locatie RIVM
Per week
Sla de grafiek 'RS-virus in monsters van patiënten met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBronnen: Nivel Peilstations en (Nationaal Influenza Centrum)-locatie RIVM
Per leeftijdsgroep
Sla de grafiek 'RS-virus in monsters van patiënten met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBronnen: Nivel Peilstations en (Nationaal Influenza Centrum)-locatie RIVM
RS-virus in monsters van laboratoria - Virologische Weekstaten
Aantal positieve monsters
Sla de grafiek 'RS-virus in monsters van laboratoria' over en ga naar de datatabelBron: Virologische weekstaten, (Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie)
Voetnoot: Deze data is eigendom van de laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten, vertegenwoordigd door het bestuur van de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie (NWKV). Het database beheer ligt bij het RIVM. Verder gebruik van deze data is niet toegestaan zonder toestemming. Toestemming voor gebruik van deze data kan aangevraagd worden door contact op te nemen via virweekstaten@rivm.nl.
Percentage positieve monsters
Sla de grafiek 'RS-virus in monsters van laboratoria' over en ga naar de datatabelBron: Virologische weekstaten, (Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie)
Voetnoot: Deze data is eigendom van de laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten, vertegenwoordigd door het bestuur van de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie (NWKV). Het database beheer ligt bij het RIVM. Verder gebruik van deze data is niet toegestaan zonder toestemming. Toestemming voor gebruik van deze data kan aangevraagd worden door contact op te nemen via virweekstaten@rivm.nl.
Ziekenhuisopname met RS-virusinfectie op kinder intensive cares (PICU)
Sla de grafiek 'IC-opnames met RS-virusinfectie in kinderen jonger dan een jaar' over en ga naar de datatabelBron: Nederlandse intensive care afdelingen voor kinderen (PICU), verzameld door het (Universitair Medisch Centrum) Utrecht.
Voetnoot: Over het respiratoir seizoen 2023/2024 zijn geen data beschikbaar. Cijfers voor het respiratoir seizoen 2025/2026 zijn gebaseerd op voorlopige data en kunnen nog wijzigen.