Op deze pagina vindt u een terugblik op de circulatie van het influenzavirus in Nederland tijdens het respiratoir seizoen 2025/2026. We beschrijven hoe vaak het virus voorkwam, hoe dit zich verhield tot eerdere seizoenen en welke virusvarianten en vaccinsamenstelling een rol speelden.

Omdat de meeste luchtweginfecties vooral in de winter voorkomen, worden de data gepresenteerd voor een respiratoir seizoen of een respiratoir jaar. Een respiratoir jaar loopt van week 40 van het ene jaar tot en met week 39 van het daaropvolgende jaar. Een respiratoir seizoen loopt van week 40 van het ene jaar tot en met week 20 van het daaropvolgende jaar. Deze rapportage gaat voornamelijk over het respiratoir seizoen 2025/2026, de periode van week 40 van 2025 tot en met week 20 van 2026. In enkele gevallen worden ook gegevens over de periode van week 21 tot en met week 39 2025 gepresenteerd. Dat is dus de periode voorafgaand aan het seizoen 2025/2026. Meer achtergrondinformatie over de verschillende surveillancebronnen staan in het document ‘achtergrond en methoden over de respiratoire surveillance van 2025/2026’ (alleen beschikbaar in het Engels).

Over de griepepidemie van 2025/2026

De griepepidemie van respiratoir seizoen 2025/2026 duurde van week 5 van 2026 tot en met week 10 van 2026. De epidemie duurde zes weken. Dit was korter dan epidemieën in de voorgaande seizoenen 2022/2023, 2023/2024 en 2024/2025. Dit is gebaseerd op gegevens van alle beschikbare surveillancebronnen voor griep (influenza). 

Het aantal mensen dat met een influenza-achtig ziektebeeld (IAZ) naar de huisarts ging, lag tijdens de eerste vier weken van de griepepidemie (week 5 t/m 8 van 2026) boven de grens van verhoogde (influenza-achtig ziektebeeld)-activiteit van 4,6 op de 10.000 mensen. Sinds week 9 2026 is de rapportage van IAZ door Nivel zorgregistraties eerste lijn gestopt (zie ook: Griep centraal: griepcijfers, griepepidemie, griepvaccinatie en meer | Nivel). Vanaf dat moment is alleen nog gerapporteerd over patiënten met een acute luchtweginfectie (ARI). Dit is een bredere definitie en omvat naast influenza-achtig ziektebeeld ook andere acute luchtweginfecties veroorzaakt door virussen of bacteriën. Zie ook het document ‘achtergrond en methoden over de respiratoire surveillance van 2025/2026’ (alleen beschikbaar in het Engels). De piek van zowel patiënten met (acute respiratoire infectie) in de huisartsenpraktijk als van mensen met ARI in de algemene bevolking lag in week 7. In de monsters van ARI-patiënten en mensen met ARI in de bevolking werd t/m week 10 2026 nog vaak influenzavirus aangetoond.

Vooral influenzavirus type A

In het laboratorium wordt onderzoek gedaan om het type, subtype of de genetische lijn van de gevonden influenzavirussen te bepalen. Van de 1357 monsters die werden afgenomen bij mensen met een acute luchtweginfectie bij de huisarts waren er 317 (23%) influenzavirus positief. Hiervan bleek 60% subtype A(H3N2), 36% subtype A(H1N1)pdm09 en 1% type B van de Victoria-lijn. Een deel kon niet worden gesubtypeerd. Van de 786 monsters afgenomen bij mensen met een influenza-achtig ziektebeeld waren er 248 (32%) influenzavirus positief. Hiervan bleek 59% subtype A(H3N2), 37% subtype A(H1N1)pdm09 en 1% het type B van de Victoria-lijn. Een deel kon niet worden gesubtypeerd. In 5353 monsters van deelnemers aan Infectieradar met een zelfgerapporteerde acute respiratoire infectie waren er 221 (4%) influenzavirus positief. Hiervan bleek 56% subtype A(H3N2), 43% A(H1N1)pdm09 en 1% type B (lijn onbekend). Van de 1.648 griepmonsters die het Nationaal Influenza Centrum (Erasmus (medisch centrum) en RIVM) ontving van diagnostiek laboratoria, werden in totaal 1.038 virussen gesubtypeerd. Hiervan was 51% van het influenzavirus type A(H3N2), 48% van het influenzavirus type A(H1N1)pdm09 en 1% van het influenzavirus type B van de Victoria-lijn.

In alle leeftijdsgroepen werden beide influenzavirus A subtypes gevonden. B/Victoria werd in alle leeftijdsgroepen zeer weinig aangetoond. Tijdens het respiratoire seizoen 2025/2026 is er in Nederland geen influenzavirus van de B Yamagata-lijn gevonden. Volgens cijfers van de (World Health Organization) werd deze lijn ook wereldwijd niet aangetoond.  

Vergelijking virus en vaccin 

Voor het 2025/2026 seizoen is in Nederland een vaccin met de volgende vaccinsamenstelling gebruikt:

  • A/Victoria/4897/2022 (H1N1)pdm09-achtig clade 5a.2a.1 subclade D virus
  • A/Croatia/10136RV/2023 (H3N2)-achtig clade 2a.3a.1 subclade J.2 virus
  • B/Austria/1359417/2021 (B/Victoria-lijn)-achtig clade V1A.3a.2 subclade C virus

Tijdens het respiratoir seizoen behoorden van de genetisch gekarakteriseerde influenza A(H1N1)pdm09-virussen veruit de meeste (634/671; 94,5%) tot clade 5a.2a.1 (subclade D3.1.1). Van de genetisch gekarakteriseerde influenza A(H3N2)-virussen behoorden de meeste (736/789; 93,3%) tot clade 2a.3a.1 (subclade K). Influenza B virussen kwamen dit seizoen slechts sporadisch voor. Enkele hiervan konden genetisch gekarakteriseerd worden en behoorden alle tot de B/Victoria genetische lijn, waarbij zowel clade V1A.3a.2 subclade C.5.1 als C.5.6 en C.5.7 werden waargenomen. De antigene eigenschappen van A(H1N1)pdm09 virussen kwamen goed overeen met de vaccincomponent van dit jaar.  A(H3N2) sublade K virussen wijken af van de vaccincomponent op basis van de aminozuur substituties S144N, N158D, I160K en Q173R in het hemagglutinine-eiwit. Welke van de aminozuurverschillen tussen de circulerende subclade K virussen en de vaccinstam daadwerkelijk bijdragen aan het antigene verschil tussen deze subclade K virussen en de vaccinstam van afgelopen seizoen wordt momenteel nog nader onderzocht.

De WHO heeft een update voorgesteld voor de vaccinsamenstelling voor het 2026/2027 seizoen op basis van de circulerende virusstammen:

  • A/Missouri/11/2025 (H1N1)pdm09-achtig clade 5a.2a.1 subclade D.3.1 virus
  • A/Darwin/1454/2025 (H3N2)-achtig clade 2a.3a.1 subclade K virus  
  • B/Tokyo/EIS13-175/2025 (B/Victoria lijn)-achtig clade V1A.3a.2 subclade C3.1 virus 

Werkzaamheid van het influenzavaccin

In het 2025/2026 respiratoir seizoen was in Europa de tussentijdse vaccineffectiviteit van het influenzavaccin tegen influenza A(H1N1)pdm09 infecties 34% (95% betrouwbaarheidsinterval: 18% tot 47%), en tegen influenza A(H3N2) infecties 38% (95% betrouwbaarheidsinterval: -29% tot 46%). Beide schattingen waren vergelijkbaar met die van voorgaande seizoenen, ondanks de dominante circulatie van A(H3N2) subclade K. Vanwege de beperkte circulatie van influenzavirus type B was interpretatie van vaccineffectiviteit hiertegen niet goed mogelijk (Lucaccioni, Marques et al.). Deze schattingen, afkomstig van het Europese VEBIS-onderzoek, zijn gebaseerd op gegevens van september 2025 tot januari 2026. Het RIVM heeft, net als andere Europese landen, in samenwerking met het Nivel, data voor dit onderzoek aangeleverd. De schattingen zijn berekend voor influenzavirusinfecties bij mensen van alle leeftijden, die met influenza-achtig ziektebeeld bij de huisarts zijn geweest en bij wie een keel/neusmonster is afgenomen. De definitieve schattingen van de vaccineffectiviteit gebaseerd op gegevens van het gehele winterseizoen volgen op een later moment. 

Verminderde gevoeligheid voor virusremmers

Alle griepvirussen die via de surveillance worden gevonden en gesequenced, worden onderzocht op aanwezigheid van bepaalde genetische veranderingen (mutaties die leiden tot aminozuurveranderingen) waarvan bekend is dat ze verminderde gevoeligheid voor virusremmers (antivirale middelen) tot gevolg kunnen hebben. Daarnaast worden de effecten van deze genetische veranderingen op de eigenschappen van het virus bepaald. Met deze testen wordt gekeken hoe gevoelig de virussen zijn voor de virusremmers oseltamivir, zanamivir en baloxavir marboxil. Virusremmers worden in Nederland weinig gebruikt voor behandeling, alleen bij geïnfecteerde mensen met een hoog risico om ernstig ziek te worden van griep (zie ook: NethMap | SWAB).

Een deel van de onderzochte influenza A(H1N1)pdm09 virussen hadden dit seizoen aminozuurveranderingen in het Neuraminidase eiwit die leidden tot verminderde gevoeligheid voor de neuraminidase remmers Oseltamivir en Zanamivir: NA-I223V en/of NA-S247N. Deze substituties resulteerden afzonderlijk nog niet in het overschrijden van de WHO grens voor ‘verlaagd gevoelig’. Een groot aandeel (437/665; 66%) van de gekarakteriseerde A(H1N1)pdm09 virussen hadden NA-S247N en in 40/437 (9,2%) daarvan zijn dubbel-mutanten met NA-I223V en NA-S247N waargenomen. Die dubbel-mutatie resulteerde in zodanig verder verminderde gevoeligheid voor Oseltamivir dat het over de WHO grens gaat voor ‘verlaagd gevoelig’. Daarnaast werden er nog twee A(H1N1)pdm09 virussen gevonden met NA-H275Y die sterk verlaagd gevoelig zijn voor Oseltamivir. Onder de gekarakteriseerde A(H1N1)pdm09 virussen werden geen bekende aminozuur veranderingen gevonden die leiden tot verminderde gevoeligheid voor Baloxavir. Onder de gekarakteriseerde A(H3N2) en B/Victoria-lijn virussen zijn geen bekende of nieuwe aminozuur veranderingen gevonden die leiden tot verminderde gevoeligheid voor Neuraminidase remmers of Baloxavir.

Tabel 1: Overzicht van influenza-epidemieën de afgelopen 10 luchtwegseizoenen

Voetnoot: De influenza-epidemieën in de verschillende seizoenen zijn vastgesteld op basis van expert opinion aan de hand van verscheidene surveillance bronnen. Zie ook achtergrond en methoden over de respiratoire surveillance van 2024/2025 (alleen beschikbaar in het Engels).
SeizoenStart weekEinde weekDuur epidemie
2016/2017Week 48 van 2016Week 11 van 201716 weken
2017/2018Week 50 van 2017Week 15 van 201818 weken
2018/2019Week 50 van 2018Week 11 van 201914 weken
2019/2020

Eerste golf: week 5 van 2020

Tweede golf: week 10 van 2020

Eerste golf: week 7 van 2020

Tweede golf: van week 11 2020

Eerste golf: 3 weken

Tweede golf: 2 weken

2020/2021Geen influenza-epidemieGeen influenza-epidemieGeen influenza-epidemie
2021/2022Week 8 van 2022Week 20 van 202213 weken
2022/2023Week 50 van 2022Week 11 van 202314 weken
2023/2024Week 3 van 2024Week 11 van 20249 weken
2024/2025Week 3 van 2025Week 11 van 20259 weken
2025/2026Week 5 van 2026Week 10 van 20266 weken

Mensen met influenzavirusinfectie bij de huisarts - Nivel Peilstations

Per week

Sla de grafiek 'Influenzavirus in monsters van patiënten met influenza-achtig ziektebeeld' over en ga naar de datatabel

Bronnen: Nivel Peilstations en (Nationaal Influenza Centrum)-locatie RIVM
Let op: Dataverzameling aantal patiënten met influenza-achtig ziektebeeld is gestopt per 1 maart 2026.
Voetnoot: In deze figuur is de (influenza-achtig ziektebeeld)(influenza-achtig ziektebeeld)-incidentie per 100.000 inwoners weergegeven (en niet zoals in de meeste figuren per 10.000 inwoners), om een gecombineerde weergave met het aantal geteste monsters mogelijk te maken.

Influenzavirus in monsters bij het Nationaal Influenza Centrum (NIC)

Per week

Sla de grafiek 'Influenzavirus in monsters van klinisch diagnostische laboratoria' over en ga naar de datatabel

Bronnen: (Nationaal Influenza Centrum)-locatie (Erasmus University Medical Center) en NIC-locatie RIVM

Per leeftijdsgroep

Sla de grafiek 'Influenzavirus in monsters van klinisch diagnostische laboratoria' over en ga naar de datatabel

Bronnen: (Nationaal Influenza Centrum)-locatie (Erasmus University Medical Center) en NIC-locatie RIVM

Influenzavirus A(H1N1)pmd09

Sla de grafiek 'Influenzavirus in monsters van diverse bronnen' over en ga naar de datatabel

Bronnen: (Nationaal Influenza Centrum)-locatie (Erasmus University Medical Center), NIC-locatie RIVM, Nivel Peilstations en Infectieradar

Influenzavirus A(H3N2)

Sla de grafiek 'Influenzavirus in monsters van diverse bronnen' over en ga naar de datatabel

Bronnen: (Nationaal Influenza Centrum)-locatie (Erasmus University Medical Center), NIC-locatie RIVM, Nivel Peilstations en Infectieradar

Influenzavirus B (Victoria-lijn)

Sla de grafiek 'Influenzavirus in monsters van diverse bronnen' over en ga naar de datatabel

Bronnen: (Nationaal Influenza Centrum)-locatie (Erasmus University Medical Center), NIC-locatie RIVM, Nivel Peilstations en Infectieradar

Influenzavirus in monsters van laboratoria - Virologische Weekstaten

Aantal positieve monsters

Sla de grafiek 'Influenzavirus type A in monsters van laboratoria' over en ga naar de datatabel

Bron: Virologische weekstaten, (Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie) 
Voetnoot: Deze data is eigendom van de laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten, vertegenwoordigd door het bestuur van de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie (NWKV). Het database beheer ligt bij het RIVM. Verder gebruik van deze data is niet toegestaan zonder toestemming. Toestemming voor gebruik van deze data kan aangevraagd worden door contact op te nemen via virweekstaten@rivm.nl.

Percentage positieve monsters

Sla de grafiek 'Influenzavirus type A in monsters van laboratoria' over en ga naar de datatabel

Bron: Virologische weekstaten, (Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie) 
Voetnoot: Deze data is eigendom van de laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten, vertegenwoordigd door het bestuur van de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie (NWKV). Het database beheer ligt bij het RIVM. Verder gebruik van deze data is niet toegestaan zonder toestemming. Toestemming voor gebruik van deze data kan aangevraagd worden door contact op te nemen via virweekstaten@rivm.nl.

Aantal positieve monsters

Sla de grafiek 'Influenzavirus type B in monsters van laboratoria' over en ga naar de datatabel

Bron: Virologische weekstaten, (Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie) 
Voetnoot: Deze data is eigendom van de laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten, vertegenwoordigd door het bestuur van de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie (NWKV). Het database beheer ligt bij het RIVM. Verder gebruik van deze data is niet toegestaan zonder toestemming. Toestemming voor gebruik van deze data kan aangevraagd worden door contact op te nemen via virweekstaten@rivm.nl.

Percentage positieve monsters

Sla de grafiek 'Influenzavirus type B in monsters van laboratoria' over en ga naar de datatabel

Bron: Virologische weekstaten, (Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie) 
Voetnoot: Deze data is eigendom van de laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten, vertegenwoordigd door het bestuur van de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie (NWKV). Het database beheer ligt bij het RIVM. Verder gebruik van deze data is niet toegestaan zonder toestemming. Toestemming voor gebruik van deze data kan aangevraagd worden door contact op te nemen via virweekstaten@rivm.nl.