Consumenten gebruiken in het dagelijks leven producten waarop staat dat ze met nanotechnologie geproduceerd zijn of nanomaterialen bevatten. Soms is dit inderdaad het geval, maar soms wordt ‘nano’ gebruikt als marketinginstrument en is het gebruik ervan niet bewezen. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu signaleert nieuwe ontwikkelingen op dit gebied voor een breed publiek en werkt samen met andere organisaties op dit terrein.

Welke producten bevatten nanomaterialen?

In 2007 heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een inventarisatie gepubliceerd van consumentenproducten met nanomaterialen die in Europa verkrijgbaar zijn. Hiervan is in 2010 en in 2017 een update gemaakt. Voorbeelden zijn cosmetica zoals zonnebrandmiddelen met nanodeeltjes titaniumdioxide als uvultraviolet-filter, en textiel met nanodeeltjes zilver vanwege de antibacteriële eigenschappen. Ook verf en voedselverpakkingen kunnen vanwege die eigenschappen nanodeeltjes bevatten. Voor voedsel, biociden en cosmetica is het sinds juli 2013 verplicht om een nanomateriaal als ingrediënt als zodanig te vermelden op het etiket. Achter het ingrediënt komt dan tussen haakjes (nano) te staan. De consument weet zo in welke producten nanomaterialen verwerkt zijn en geeft hem keuzevrijheid.

Waarom wordt nanotechnologie toegepast?

Nanotechnologie wordt ingezet om zowel het productieproces te verbeteren als de producten zelf. In sommige gevallen wordt een consumentenproduct vervaardigd met behulp van technieken die werken op nanoschaal (nanotechnologie). Een bekend voorbeeld is de grotere opslagcapaciteit van computergeheugens dankzij nanotechnologie. In andere gevallen worden nanodeeltjes toegevoegd aan het product.

Wat zijn de risico’s?

Er komen steeds meer consumentenproducten met nanomaterialen op de Europese markt. Er is relatief weinig bekend over de mogelijke gezondheidsrisico’s voor de consument bij het gebruik van deze producten. Vaak is het niet waarschijnlijk dat consumenten direct blootstaan aan de deeltjes, omdat deze zijn verwerkt in een product en er niet uit vrijkomen. Daardoor komen ze niet in het menselijk lichaam of het milieu terecht en worden risico’s vermeden. Bijvoorbeeld als ze in een spray worden gebruikt waardoor nanodeeltjes kunnen worden ingeademd.
Om tot een risicoschatting te komen is informatie nodig over welke producten nanomaterialen bevatten, wat de schadelijkheid is van het materiaal en of de consument daadwerkelijk blootgesteld wordt. In de afgelopen jaren zijn door het Wetenschappelijk Comité voor Consumenten veiligheid van de Europese Commissie (WCCV) een aantal cosmeticaproducten met nanomaterialen beoordeeld op hun veiligheid. Cosmetische producten met nanomaterialen die op de huid worden gesmeerd, zoals zonnebrandcrème met nanodeeltjes van titanium dioxide, zijn vooralsnog veilig bevonden voor gebruik. Dit in tegenstelling tot een aantal (zonnebrand)sprays met nanomaterialen. Omdat het inademen van nanodeeltjes effecten in de long kan veroorzaken, zoals een ontsteking en mogelijk ook kanker, adviseert de WCCV geen cosmetica in poeder of sprayvorm met nanodeeltjes te gebruiken.

Blootstelling van consumenten aan nanomaterialen

In 2009 is een RIVM-rapport verschenen over de mogelijke blootstelling van consumenten aan nanomaterialen in producten en in 2011 is een RIVM-rapport gepubliceerd waarin producten zijn doorgemeten op de aanwezigheid van nanomaterialen. Deze metingen in producten zijn belangrijk om vast te stellen of de nanoclaim die een product draagt terecht is. Ook is de hoeveelheid nanomateriaal in een product bepaald. Daarnaast is in 2011 door het RIVM in opdracht van de Europese Commissie (DGDirectorate General Environment) onderzocht of het haalbaar is een Europese database aan te leggen met (meet)gegevens over consumentenproducten in Europa. In deze studie is een methodologie ontwikkeld om te identificeren welke consumentenproducten nanomaterialen bevatten.
Om de blootstelling aan nanomaterialen na inademing beter te kunnen schatten, is door het RIVM de software ConsExpo nano ontwikkeld. Deze software kan gebruikt worden om in te schatten hoeveel nanodeeltjes uit sprayproducten in de long terecht komen. Het is gebaseerd op het computerprogramma ConsExpo waarmee de blootstelling aan chemische stoffen uit consumentenproducten mee kan worden geschat.

Registratie van consumentenproducten

In Europa is men het er niet over eens of fabrikanten verplicht hun producten moeten registreren als deze nanomaterialen bevatten of met nanotechnologie zijn vervaardigd. Een registratie van consumentenproducten met nanomaterialen kan bijdragen aan transparantie en traceerbaarheid.

Transparantie houdt in dat duidelijk is in welke producten de nanomaterialen zitten.Hierdoor kan de consument kiezen of hij een product met nanomaterialen wil kopen. Met traceerbaarheid wordt bedoeld dat duidelijk is waar de nanomaterialen geproduceerd worden en in welke producten ze terechtkomen. Bij een incident met een bepaald nanomateriaal kan dan snel en effectief worden gehandeld.

Een aantal lidstaten heeft, in afwachting van het besluit van de Europese Commissie, initiatieven genomen voor een nationale registratie van producten met nanomaterialen. Dit zijn onder andere Frankrijk, België, Denemarken en Zweden. De Europese Commissie heeft in 2017 echter besloten dat het niet haalbaar is om een Europees geharmoniseerd verplicht registratiesysteem in te voeren. Als alternatief is er een Europese observatie post (EUON) opgezet bij ECHAEuropean Chemicals Agency waar alle informatie over bestaande nanomaterialen die in de EUEuropean Union op de markt zijn, is samengebracht. De EUON is opgezet voor verschillende doelgroepen: beleidsmakers, consumenten, werknemers van nanobedrijven en ngoniet-gouvernementele organisatie’s. De website van de European Union Observatory for Nanomaterials (EUON) biedt meer informatie over de veiligheid, de innovatie, het onderzoek en de toepassingen van nanomaterialen.

KIRkennis- en informatiepunt risico’s van nanotechnologie-nano heeft in 2017 onderzocht of de EUON een goed alternatief is voor de primaire  doelstellingen van een Europees register (transparantie en traceerbaarheid). Hieruit blijkt dat de EU-ON vooral handig is om snel informatie te zoeken omdat het de beschikbare informatie over nanomaterialen op één plek samenbrengt. De doelstellingen van een register kunnen met de EU-ON zeer waarschijnlijk niet gehaald worden omdat de informatie niet gedetailleerd genoeg is. De resultaten van het onderzoek zijn in augustus 2017 gepubliceerd.