Het voedseladditief E 171 wordt gebruikt als witte kleurstof. Het heet ook wel titaandioxide of titaniumdioxide. E 171 zit in verschillende voedingsmiddelen, zoals kauwgom, drop of chocola met een gekleurd laagje, roomijs en decoraties. Titaandioxide lost niet op en bestaat voor een deel uit nanodeeltjes. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu kijkt samen met andere partijen naar de mogelijke gezondheidsrisico’s van E 171 in voedsel. De beoordeling van de veiligheid van voedseladditieven is op Europees niveau geregeld. Nieuwe wetenschappelijke informatie leidt nu tot veranderingen in de beoordeling van de veiligheid van het voedseladditief E 171.

Wat is voedseladditief E 171?

E 171 bestaat uit titaandioxide. Dit is een witte kleurstof. Het wordt gebruikt om voedingsmiddelen te kleuren of om een wit laagje op voedingsmiddelen aan te brengen. Dat ziet er mooier uit. Als E 171 is gebruikt in een voedingsmiddel dan staat dat op het etiket. Bij de ingrediëntenlijst staat dan voedseladditief E 171, titaandioxide of titaniumdioxide.

Nanodeeltjes in E 171

Titaandioxide is een poeder en bestaat dus uit deeltjes. De grootte van de deeltjes van titaandioxide is belangrijk voor de witte kleur van E 171. Als een groot deel van de deeltjes tussen de 200 en 300 nanometer groot is, heeft titaandioxide een witte kleur. De grootte van de deeltjes kunnen per product verschillen. Bij het maken van E 171 ontstaan ook deeltjes kleiner dan 100 nanometer. Dit noemen we nanodeeltjes. E 171 bevat tussen de 10 en 50% nanodeeltjes.

Verschillende eigenschappen van de titaandioxidedeeltjes

Titaandioxide wordt al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw in voedsel gebruikt. De laatste 10 jaar is bekend dat er nanodeeltjes in titaandioxide zitten. Daar is de laatste jaren veel onderzoek naar gedaan. Het blijkt dat titaandioxidedeeltjes in E 171 verschillende eigenschappen kunnen hebben. Naast een verschil in grootte zijn er nog verschillen in kristalvormen en in de eventuele aanwezigheid van een coating op de titaandioxidedeeltjes. De verschillen in grootte, kristalvorm en oppervlakte-eigenschappen zorgen ervoor dat de deeltjes in het lichaam andere effecten kunnen veroorzaken dan grotere deeltjes. Dit maakt de risicobeoordeling van titaandioxide lastig uit te voeren.

Nieuwe EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit opinie over het voedseladditief E 171 van 2021

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) kijkt of er nieuwe informatie over de veiligheid van toegelaten additieven is. EFSA heeft dit nu gedaan voor E 171 en komt met nieuwe inzichten over de veiligheid van het voedseladditief E 171. Dit komt omdat er nieuwe wetenschappelijke informatie is over titaandioxide. EFSA concludeert dat niet is uit te sluiten dat E 171 genotoxisch is. Daarom kan het voedseladditief E 171 niet meer als veilig worden beschouwd.

Wat betekent het dat het niet is uit te sluiten dat E 171 genotoxisch is?

Dit betekent dat er aanwijzingen zijn dat E 171 het DNAdeoxyribonucleic acid in levende cellen kan beschadigen. Het lichaam kan deze schade repareren. Soms lukt dat niet en kan DNA-schade in de loop van tijd leiden tot kanker. Hierbij zijn meerdere factoren van belang zoals de eigenschappen van een stof, hoeveel je er van binnen hebt gekregen, je levensstijl (bijvoorbeeld roken, alcohol drinken en bewegen) en je eigen aanleg. Voor titaandioxide weten we niet zeker of het schade aan DNA veroorzaakt. Het is daarom ook niet zeker of het kanker kan veroorzaken.

Wat betekent de nieuwe EFSA-opinie voor het gebruik van het voedseladditief E 171?

E 171 is al jarenlang toegelaten als voedseladditief. Het is nu aan de Europese Commissie en de lidstaten om te beslissen of titaandioxide in Europa nog in voedingsmiddelen gebruikt mag worden. VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport neemt voor Nederland deel aan de besluitvorming.

Nieuwe informatie

De laatste 10 jaar is er meer bekend geworden over de risico’s van kleine deeltjes. Nederland heeft dit op de voet gevolgd en veel onderzoek gedaan naar de veiligheid van titaandioxide. De resultaten uit dit onderzoek zijn bij EFSA onder de aandacht gebracht.
Vroeger dacht men dat titaandioxide niet door het lichaam werd opgenomen. Nu weten we dat een klein deel – minder dan 1% – van het ingeslikte titaandioxide toch door het lichaam wordt opgenomen. Bovendien weten we nu dat de effecten van heel kleine deeltjes anders kunnen zijn dan van grotere deeltjes. Dit is wereldwijd aanleiding geweest voor nieuw onderzoek naar mogelijke risico’s van materialen die bestaan uit kleine deeltjes. Daarom is er nu wel veel meer bekend over wat dit betekent voor eventuele effecten op de gezondheid dan een paar jaar geleden. 

Omdat meer informatie over titaandioxide beschikbaar kwam, heeft EFSA afgelopen jaren al meerdere keren naar veiligheidsaspecten gekeken. Ook is er aan de industrie gevraagd om nieuw onderzoek te doen. De resultaten van dit langdurige onderzoek zijn in het najaar van 2020 bij EFSA aangeleverd. Met informatie die er nu is komt EFSA tot de conclusie dat het voedseladditief E 171 niet meer als veilig kan worden beschouwd.
 

Rol van Nederland

Nederland zet zich al langere tijd in om beter inzicht te krijgen in de veiligheid van E 171. Nederland verricht onderzoek naar de veiligheid van E 171 en speelt een actieve rol in de internationale wetenschappelijke discussie over het voedseladditief:

  • Al vanaf 2012 wordt door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, in samenwerking met anderen, onderzoek gedaan naar de mogelijke risico’s van titaandioxide in voedsel. Het RIVM kijkt kritisch naar wetenschappelijke informatie en communiceert over eventuele risico’s van nanodeeltjes. Het onderzoek is gedaan in opdracht van NVWA-BuRO. RIVM heeft hiervoor samengewerkt met andere onderzoekers van bijvoorbeeld Wageningen Food Safety Research (WFSRWageningen Foodsafety Research ) en Utrecht-Universitair medisch centrum.
  • Het RIVM, VWS en NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit-BuROBureau Risicobeoordeling & Onderzoeksprogrammering hebben de resultaten van dit onderzoek altijd in een vroeg stadium met EFSA gedeeld. EFSA heeft in hun nieuwe beoordeling gebruik gemaakt van deze gegevens.
  • NVWA-BuRO heeft in 2018 een internationale workshop georganiseerd over de veiligheid van titaandioxide. Hierna heeft NVWA-BuRO in 2019 advies uitgebracht aan de minister van VWS. NVWA-BuRO adviseerde toen:
    •  te overleggen met voedselproducenten om te zorgen dat consumenten minder worden blootgesteld aan titaandioxide,
    • te onderzoeken of andere producten zoals medicijnen bijdragen aan de inname van titaandioxide bij de mens, en
    • verder onderzoek te doen naar de bijdrage van E 171 aan de mogelijke ontwikkeling van darmkanker bij de mens.
  • De Europese Commissie besluit of een voedseladditief gebruikt mag worden of niet. De verschillende landen worden betrokken bij het nemen van deze besluiten. Het ministerie van VWS doet dit voor Nederland.

Welk onderzoek heeft het RIVM naar E 171 gedaan?

Hieronder staan de belangrijkste resultaten van het onderzoek van RIVM naar E 171.

Risico’s niet duidelijk

In 2020 heeft het RIVM de verschillende effecten van titaandioxide op de darmwand en de lever systematisch geordend en beoordeeld. Daarbij is gebruik gemaakt van nieuwe informatie over hoe titaandioxide tot schadelijke effecten in de darm of lever zou kunnen leiden. Een flink aantal dierstudies laat effecten van titaandioxide op cellen in die organen zien. Die effecten kunnen mogelijk leiden tot darmtumoren of leverontsteking. Die eerste effecten gebeuren bij doseringen die ongeveer 10 keer hoger zijn dan de geschatte inname van titaandioxide door mensen. Het RIVM vindt deze marge (te) klein. Daarom sloot het RIVM negatieve gezondheidseffecten bij de mens door inslikken van titaandioxide niet uit. Dieren verschillen van mensen. Het blijft daarom onduidelijk of die effecten op de cellen in darm- en levercellen ook gebeuren bij de mens. En of deze reacties daadwerkelijk tot darmtumoren of leverontsteking zullen leiden.

Ophoping in het lichaam

Er is aangetoond dat titaandioxide deeltjes lang in het lichaam blijven zitten. Daardoor kunnen titaandioxide deeltjes in organen ophopen. Deze ophoping betekent niet automatisch dat er een gezondheidsrisico is. Het geeft wel aan dat hier goed naar gekeken moet worden. Daarom is onderzoek naar langdurige blootstelling belangrijk. Het RIVM heeft in 2016 met computermodellen een schatting gemaakt van de hoeveelheid titaandioxide deeltjes in verschillende organen van de mens. Deze schatting is gebaseerd op inslikken door voedsel, voedingssupplementen en tandpasta. Dat laatste is vooral belangrijk bij kleine kinderen. Vervolgens is deze geschatte hoeveelheid in de lever vergeleken met de hoeveelheid die bij proefdieren nadelige effecten in de lever veroorzaakt. Uit dit onderzoek blijkt dat effecten op de lever niet kunnen worden uitgesloten.

Deeltjes in organen van de mens

In 2018 hebben het RIVM en het onderzoeksinstituut WFSR voor het eerst titaandioxide aangetoond in de lever en milt van mensen. Minstens een kwart van de aangetroffen titaandioxidedeeltjes bleken nanodeeltjes te zijn. De gemeten hoeveelheden in de milt komen overeen met de schatting met de computermodellen . De gemeten hoeveelheid in de lever was wat hoger dan geschat met de computermodellen. De aangetroffen hoeveelheid van titaandioxidedeeltjes in de lever van de mens leidde in proefdieren niet tot gezondheidseffecten. Maar het is wel hoger dan wat het RIVM veilig vindt voor mensen. Dat komt omdat er bij het bepalen van een veilige hoeveelheid altijd uitgegaan wordt van verschillen in gevoeligheid tussen mens en dier en tussen mensen onderling.

In 2020 zijn deze analyses herhaald. Er zijn toen bovendien titaandeeltjes gemeten in darmen en nieren van mensen.

Geen E 171 in Frankrijk

De Franse regering schortte per 1 januari 2020 de toelating van het voedseladditief E 171 (titaandioxide) op. Het voedseladditief mag sindsdien niet meer worden gebruikt in Frankrijk. Frankrijk heeft gebruikgemaakt van de mogelijkheid in de Europese wetgeving voor afzonderlijke lidstaten om af te wijken van de geharmoniseerde toelating van voedseladditieven.

Frankrijk baseerde dit besluit op een onderzoek van de Franse organisatie voor voedsel, milieu, gezondheid en veiligheid op het werk (ANSESFrench agency for Food, Environmental and Occupational Health Safety). EFSA heeft deze ANSES-studie ook bekeken, maar oordeelde dat er nog te veel onzekerheden in de uitkomsten waren om een conclusie te trekken, en dat er meer informatie nodig was. Frankrijk zag ook die onzekerheden, maar heeft het gebruik van E 171 in 2020 voorlopig uit voorzorg opgeschort. De andere Europese landen, inclusief Nederland, volgden de conclusie van EFSA.

Zie ook

Publicaties