Nanocellulose lijkt een veelbelovend materiaal. Het heeft veel mogelijke gebruiken, bijvoorbeeld in voedsel. Onderzoek laat zien dat nanocellulose weinig schadelijke effecten heeft, maar de beschikbare informatie is beperkt. Er zijn ook aanwijzingen dat sommige typen wel schadelijk kunnen zijn. Dit geldt vooral voor nanocellulose waarvan het oppervlak is aangepast. De beoordeling van de veiligheid van nieuwe nanomaterialen in voedsel gaat steeds beter in de EU European Union (European Union). Het valt dan ook te verwachten dat er goed naar mogelijke schadelijke effecten gekeken zal worden.

Veel verschillende soorten nanocellulose

Nanocellulose kan op verschillende manieren gemaakt worden uit grotere cellulosemoleculen, zoals houtpulpvezels. Maar ook sommige bacteriën kunnen nanocellulose maken. Nanocellulose kan dan ook in veel verschillende groottes en vormen voorkomen. Daarnaast kan je de eigenschappen veranderden door het oppervlak aan te passen met chemische groepen.

Toepassingen in voedsel

Er bestaan veel mogelijke toepassingen van nanocellulose in ons voedsel. Bijvoorbeeld als vetvervanger in voedingsmiddelen om een lagere calorische waarde te krijgen. Je kan het ook gebruiken als stabilisator, verdikkingsmiddel of als vocht- of vetwerend laagje in voedselpakkingen. Eén type nanocellulose dat door bacteriën wordt gemaakt bestaat eigenlijk al heel lang. Het zit in het voedingsmiddel ‘nata de coco’. Dat is een traditioneel, gefermenteerd kokosnootdessert dat populair is in verschillende Aziatische landen.

Is nanocellulose wel veilig?

Het RIVM heeft de resultaten van studies naar de mogelijke schadelijke effecten van nanocellulose op de gezondheid op een rijtje gezet. Het blijkt dat er nog maar weinig dierstudies zijn naar de effecten van nanocellulose. De paar dierstudies die er zijn, laten zien dat nanocellulose weinig schadelijke effecten veroorzaakt.

Toch zijn er wel een paar aandachtspunten. Zo zijn er aanwijzingen dat (sommige vormen van) nanocellulose ontstekingsreacties zouden kunnen veroorzaken. Ook naar eventuele genotoxiciteit van nanocellulose blijkt weinig onderzoek gedaan. De mogelijkheid dat een stof het DNA deoxyribonucleic acid (deoxyribonucleic acid) kan beschadigen is een belangrijke standaardtest in risicobeoordeling.

Uitdagingen bij het onderzoek

Er zijn een aantal uitdagingen bij het onderzoek naar nanocellulose:

  • Verschillende onderzoeken gebruiken vaak verschillende soorten nanocellulose. Daardoor is het moeilijk om algemene conclusies te trekken. Bij het beoordelen van een mogelijk risico is het daarom belangrijk om ook onderscheid te maken tussen de verschillende typen van nanocellulose. Dit geldt zeker als het oppervlak is aangepast.
  • Er bestaan nog geen gestandaardiseerde soorten nanocellulose voor onderzoek. Voor sommige andere nanodeeltjes is dit wel het geval. Door studies met gestandaardiseerde soorten nanocellulose uit te voeren, zijn studies beter met elkaar te vergelijken.
  • Het meten van nanocellulose in biologische weefsels is moeilijk.
  • Door het productieproces kunnen in nanocellulose chemische en microbiologische vervuilingen zitten. Deze vervuilingen kunnen de resultaten beïnvloeden.

Het overzicht van het RIVM geeft adviezen voor vervolgonderzoek naar de veiligheid van nanocellulose. Een daarvan is het systematisch vergelijken van de verschillende typen nanocellulose.

EFSA Europese Voedselveiligheidsautoriteit (Europese Voedselveiligheidsautoriteit)-richtlijnen voor nanomaterialen

In de EU European Union (European Union) beoordeelt de Europese voedselautoriteit EFSA de veiligheid van stoffen, voordat deze in bijvoorbeeld nieuwe voedingsmiddelen, voedseladditieven of voedselcontactmaterialen mogen zitten. De beoordeling van de veiligheid van nanomaterialen in de EU gaat steeds beter. Zo heeft EFSA in 2021 twee richtlijnen gemaakt voor de beoordeling van nanomaterialen. Deze gelden ook voor materialen waarvan maar een deel uit nanodeeltjes bestaat.

De eerste richtlijn geeft aan wanneer de risicobeoordeling rekening moet houden met aspecten die specifiek voor nanodeeltjes gelden. En hoe dat bepaald wordt voor voedselgerelateerde producten, zoals voedingsmiddelen, toevoegingen en verpakkingen. In de tweede richtlijn staat welke extra informatie nodig is voor de beoordeling van nanodeeltjes.

Bijdrage vanuit Nederland

Nederlandse experts nemen deel in de EFSA-werkgroep nanomaterialen. Deze werkgroep geeft adviezen over de beoordeling van nanomaterialen in voedselgerelateerde producten. De werkgroep is ook verantwoordelijk voor het maken van de twee besproken EFSA-richtlijnen. In de toekomst zal EFSA mogelijk gebruik van nanocellulose in voedselgerelateerde producten beoordelen. EFSA zal dan mogelijk de werkgroep vragen om advies. De eerste aanvraag tot toelating van een product met bacterieel nanocellulose is al aan EFSA voorgelegd. Advies van de EFSA-werkgroep is meegenomen in de vragen aan de indiener van dit dossier.