Uit berekeningen van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu blijkt dat de totale hoeveelheid bisfenol A (BPABisphenol A) die mensen in Nederland via het voedsel binnenkrijgen zeer beperkt is. Zelfs onder de meest ongunstige omstandigheden ligt de blootstelling nog 30 keer onder de huidige tolereerbare dagelijkse inname. Deze zeer beperkte hoeveelheid BPA is niet aan één of enkele bronnen toe te schrijven, maar is gelijkmatig over de verschillende voedselbronnen verdeeld. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM.

BPABisphenol A is een chemische stof die als grondstof dient voor transparant plastic (polycarbonaat), dat onder andere wordt gebruikt in voedselverpakkingsmaterialen. Verder wordt BPA gebruikt in coatings om de kwaliteit van ingeblikt voedsel en dranken te beschermen (de witte laag aan de binnenkant van het blik). Onder andere via deze verpakkingen kan BPA in voedsel terecht komen. Producten als kassabonnen, bouwmaterialen (verf en coatings) en medische hulpmiddelen kunnen ook BPA bevatten. De focus in het onderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is op voedselbronnen gelegd, omdat voedsel voor de gemiddelde consument de belangrijkste bron is.

Dit onderzoek volgt op eerder onderzoek van het RIVM (2016) waarin aandacht gevraagd werd voor nieuwe informatie met betrekking tot de tolereerbare dagelijkse inname. European Food Safety Authority (Europese voedselveiligheidsautoriteit, EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit) is momenteel bezig met een nieuwe beoordeling van deze gezondheidsnorm. In afwachting van dit onderzoek vroeg het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ) het RIVM om te onderzoeken via welke bronnen mensen in Nederland het meest worden blootgesteld aan BPA en om welke hoeveelheden het daarbij gaat.