Veel jonge reizigers denken dat het risico op infectieziekten die ze van dieren kunnen krijgen vooral buiten Europa ligt. Op zo’n verre reis bereiden ze zich dan ook beter voor dan op een vakantie binnen Europa. Dat blijkt uit gesprekken van het RIVM met reizigers van 18 t/m 39 jaar. 

Een ‘zoönose’ klinkt misschien exotisch, maar het is geen souvenir dat je mee naar huis wilt nemen. De term wordt gebruikt voor infectieziekten die mensen via dieren kunnen krijgen. Denk aan hondsdolheid door een beet of krab van een zoogdier, of de ziekte van Weil na een duik in een plas. Het verschilt per land welke zoönosen er zijn en per zoönose hoe je je ertegen kunt beschermen. Daarom is het belangrijk om goed voorbereid op reis te gaan. 

Groepsgesprekken met reizigers

Het RIVM onderzoekt hoe jonge reizigers (18-39 jaar) beter voorgelicht kunnen worden over de risico’s van zoönosen op reis. Het eerste deel van dit onderzoek bestond uit zes groepsgesprekken met in totaal 27 deelnemers. Daaruit blijkt het volgende: 

  • Veel jongeren denken dat het risico op zoönosen vooral buiten Europa ligt. Ze zoeken vaker informatie op als ze naar verre bestemmingen reizen.
  • De bereidheid om informatie op te zoeken of vooraf maatregelen te nemen verschilt sterk per leeftijd, reiservaring en bestemming.
  • Hondsdolheid wordt het vaakst genoemd als risico op reis. Andere zoönosen zijn minder bekend.
  • Kosten, praktische bezwaren, iemands sociale omgeving, onduidelijkheid over de risico’s en beperkte bekendheid met de risico’s zijn de belangrijkste drempels voor het nemen van beschermende maatregelen.

Checklist per land

De deelnemers hebben behoefte aan duidelijke en actuele informatie, het liefst in eenvoudige taal en gebundeld op één plek, bijvoorbeeld via een app of als checklist per land. Ze verwachten dit soort informatie te krijgen op het moment dat ze een reis of vliegticket boeken, of via social media.

Verder onderzoek

Naast de groepsgesprekken met reizigers zijn ook professionals als reisorganisaties, huisartsen en dierenartsen geïnterviewd. Het onderzoek wordt nog afgesloten met co-creatiesessies, waarin reizigers en professionals samen nadenken over mogelijke oplossingen, zoals communicatiematerialen en trainingen.

Zo ga je zelf goed voorbereid op reis

In de week van de zoönosen (29 juni t/m 6 juli) 2026 vraagt het RIVM extra aandacht voor het risico op zoönosen op reis. Dit kun je zelf doen om goed voorbereid op vakantie te gaan: 

  • Kijk ruim voor vertrek op de website van LCR. Hier staan per land de gezondheidsrisico’s en hoe je je daartegen kunt beschermen. Ook geeft deze site een onafhankelijk overzicht van alle vaccinatiebureaus in Nederland. 
  • Neem een pincet of andere tekenverwijderaar mee als je op reis ook het groen in gaat. Controleer jezelf na een bezoek aan het groen en verwijder teken meteen. 
  • Drink geen rauwe melk, eet alleen heel goed verhit voedsel, drink geen water uit beekjes of riviertjes.
  • Raak geen dieren aan (dus ook geen honden en katten) in landen waar hondsdolheid voorkomt
  • Was regelmatig je handen met water en zeep. In ieder geval na contact met dieren en voor het eten.