In de herfst en winter neemt het aantal mensen dat hoest, niest en snottert vaak toe. Daarmee start  het seizoen van de luchtweginfecties. Verschillende ziekteverwekkers, zoals het griepvirus, het (Respiratoir Syncytieel-virus) en het coronavirus, kunnen luchtweginfecties veroorzaken. Het RIVM volgt de ontwikkeling en verspreiding van luchtweginfecties in Nederland op de voet. Komend seizoen gebeurt dat met een vernieuwde aanpak.

Sinds de coronapandemie hebben we met het coronavirus een extra verwekker van luchtweginfecties om in de gaten te houden. Ook hebben we sinds de pandemie meer bronnen met informatie over luchtweginfecties. Door alle bronnen systematisch in samenhang te bekijken, krijgen we een beter overkoepelend beeld van de verspreiding van luchtweginfecties in Nederland.

Sneller signaleren

Met de vernieuwde aanpak kunnen we stijgingen in het aantal luchtweginfecties sneller signaleren. Daardoor kunnen we zorgprofessionals eerder waarschuwen om zich voor te bereiden op drukte in de zorg. En kunnen we mensen op tijd informeren hoe zij verspreiding van luchtweginfecties zo veel mogelijk kunnen beperken en zo mensen die extra risico lopen bij een luchtweginfectie beter kunnen beschermen.

Niveaus van infectiedruk

We gebruiken voortaan vijf niveaus van infectiedruk: van heel laag tot heel hoog. De infectiedruk geeft aan hoeveel mensen ziek zijn door een virus of andere ziekteverwekker die voor luchtweginfecties zorgt. Zoals het griepvirus, (Respiratoir Syncytieel-virus) of coronavirus. Bij een lage infectiedruk zijn er maar weinig mensen ziek door zo’n virus. Bij een hoge infectiedruk zijn dat er veel.

Het niveau van infectiedruk wordt bepaald door:

  • hoeveel mensen luchtwegklachten hebben of ziek zijn;
  • welke ziekteverwekkers rondgaan, en hoe snel het aantal mensen met deze ziekteverwekkers toeneemt.

Het actuele niveau van infectiedruk en de stand van zaken rond luchtweginfecties publiceert het RIVM wekelijks op de website.

Wat kunnen mensen zelf doen?

Luchtweginfecties zijn niet altijd te voorkomen. Wel kunnen mensen de kans verkleinen dat zij zelf ziek worden of de ziekteverwekker doorgeven aan anderen. De volgende adviezen helpen altijd:

  • Was vaak en goed uw handen met water en zeep.
  • Hoest en nies in uw elleboog.
  • Gebruik papieren zakdoeken, gooi deze direct weg en was daarna uw handen.
  • Zorg voor goede ventilatie in binnenruimtes.
  • Vaccinatie voorkomt infectie of verkleint de kans dat u ernstig ziek wordt. Het advies is u te laten vaccineren als u hiervoor in aanmerking komt (zoals de griepprik, de coronaprik of de pneumokokkenprik).

Adviezen bij klachten

Heeft u klachten die passen bij een luchtweginfectie, zoals hoesten, keelpijn, koorts of verkoudheid? Volg dan ook deze adviezen:

  • Bent u ziek: blijf thuis.
  • Bent u niet ziek, maar heeft u wel klachten: werk thuis als dat kan.
  • Houd afstand tot anderen.
  • Vermijd contact met mensen die extra risico lopen om ernstig ziek te worden.
  • Is contact toch nodig (bijvoorbeeld bij mantelzorg): draag een mondneusmasker.

Meer informatie op: Zicht houden op luchtweginfecties | RIVM