Het RIVM volgt de ontwikkeling en verspreiding van luchtweginfecties op de voet. Op verschillende manieren verzamelen, analyseren en interpreteren we deze gegevens. Dit heet surveillance. Op deze pagina staat welke informatiebronnen we hierbij gebruiken.   

Luchtweginfecties komen vaker voor in het najaar en de winter. Ze kunnen door verschillende virussen of bacteriën veroorzaakt worden en zijn meestal van mens-op-mens over te dragen.    

Cijfers van mensen met luchtwegklachten 

Met Infectieradar volgt het RIVM of mensen klachten hebben die kunnen wijzen op een luchtweginfectie. Deelnemers geven iedere week aan of zij klachten hebben zoals koorts, loopneus, hoesten, niezen, en keelpijn. Dit soort klachten kunnen wijzen een luchtweginfectie door bijvoorbeeld het griep-, corona- of RS-virus Respiratoir Syncytieel-virus (Respiratoir Syncytieel-virus). Door de klachten in kaart te brengen, is een mogelijke opleving van luchtweginfecties snel te zien.

Sommige deelnemers nemen een neus- en keelmonster af als zij klachten hebben. Het RIVM onderzoekt deze monsters in het laboratorium op verschillende virussen en bacteriën, zoals het griep- of coronavirus en de bacterie die kinkhoest veroorzaakt.  

Cijfers van huisartsen 

Iedere week krijgt het RIVM gegevens van de Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Tot 1 maart 2026 geven ongeveer 40 huisartspraktijken, de Nivel peilstations, door hoeveel mensen hen die week heeft bezocht met griepachtige klachten. Bij een deel van de mensen met griepachtige klachten of klachten van een andere luchtweginfectie nemen artsen een keel- en neusmonster af. Dit gebeurt in ongeveer 140 peilstations. In het laboratorium onderzoekt het RIVM welk virussen er in het monster zitten. Het Nivel  publiceert wekelijks cijfers over het aantal patiënten dat de huisarts bezoekt vanwege acute luchtweginfecties, COVID-19 en longontsteking.

Cijfers van ziekenhuizen  

Soms verloopt een luchtweginfectie zo ernstig, dat iemand in het ziekenhuis moet worden opgenomen. Het RIVM ontvangt wekelijks informatie over het aantal mensen dat door een luchtweginfectie op de Intensive Care wordt opgenomen. Stichting Nationale Intensive Care Evaluatie (NICE) verzamelt deze gegevens. Om ook zicht te krijgen op het aantal mensen dat door een luchtweginfectie op de verpleegafdeling terecht komt, werkt het RIVM samen met Dutch Hospital Data (DHD). Deze gegevens zijn nu nog niet beschikbaar.    

Ook krijgt het RIVM elke twee weken cijfers over nieuwe opnames van kinderen jonger dan een jaar die met het RS-virus op de intensive care voor kinderen (PICU) komen. Het UMC Universitair Medisch Centrum (Universitair Medisch Centrum) Utrecht verzamelt deze gegevens, die door de Nederlandse intensive care voor kinderen worden aangeleverd. 

Cijfers van verpleeghuizen 

Een netwerk van verpleeghuizen in Nederland zorgt ervoor dat we kunnen volgen hoe infectieziekten zich ontwikkelen in verpleeghuizen. it noemen we het Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen (SNIV). De verpleeghuizen die meedoen, houden iedere week o.a. onder andere (onder andere) bij hoeveel mensen griepachtige klachten, lage luchtweginfecties of COVID-19 hebben.  

Virusdeeltjes in het rioolwater 

Virusdeeltjes kunnen via ontlasting en urine van mensen in het rioolwater terechtkomen. In Nederland zijn er ruim 300 rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) die het rioolwater uit een gebied zuiveren. Het RIVM ontvangt iedere week van alleen deel van de zuiveringen minstens één monster van het vuile rioolwater. Het RIVM onderzoekt dit rioolwater op aanwezigheid van het coronavirus SARS severe acute respiratory syndrome (severe acute respiratory syndrome)-CoV-2. 

Virologische weekstaten 

Iedere week melden ongeveer 18 laboratoria in Nederland hoe vaak zij een bepaalde virusinfectie bij patiënten vaststelden. Daarnaast melden 7 laboratoria uitsluitend hoe vaak zij het coronavirus SARS-CoV-2 vaststelden. Dit zijn devirologische weekstaten. Dit geeft ook informatie over de virussen die luchtweginfecties kunnen veroorzaken, zoals het griep-, RS respiratoir syncytieel (respiratoir syncytieel)-, en coronavirus. Alle laboratoria die meedoen, zijn aangesloten bij de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie van de NVMM Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie)

Nationaal Influenza Centrum   

Het Nationaal Influenza Centrum (NIC) is een samenwerking tussen het RIVM en het Erasmus Medisch Centrum (Erasmus MC medisch centrum (medisch centrum)). Meerdere ziekenhuislaboratoria in Nederland sturen monsters waarin het griepvirus is gevonden naar het RIVM of het Erasmus MC Erasmus University Medical Center (Erasmus University Medical Center). Daar wordt gekeken welk type griepvirus het gaat en welke eigenschappen het heeft. Dit is nodig om te bepalen of de vaccins aansluiten bij de virussen die rondgaan. Tijdens het griepseizoen brengt het NIC Nationaal Influenza Centrum (Nationaal Influenza Centrum) regelmatig een influenzanieuwsbrief uit. In de meest actuele nieuwsbrief staat welk type griepvirussen er ciruleren en hoe goed ze passen bij het vaccin.

Cijfers over sterfte

Iedere week houdt het RIVM in de gaten hoeveel mensen zijn overleden. Hiervoor gebruiken we gegevens van het CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek). Door sterftecijfers in kaart te brengen kunnen we de impact van de uitbraak van een infectieziekte bepalen. In het verleden zorgden uitbraken van infectieziekten, zoals griep en COVID-19 voor pieken in de totale sterfte.

Delen van informatie met ECDC en WHO

Het RIVM meldt iedere week aan het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) hoeveel griep-, RS en coronavirus er is in Nederland rondgaat. Aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) rapporteert het RIVM hoeveel griep, en welke type griepvirussen er in Nederland voorkomen. Op de websites van het ECDC en de WHO staat informatie over virussen in andere landen. 

Informatie over bacteriële luchtweginfecties

Sommige luchtweginfecties moeten bij de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)(Gemeentelijke Gezondheidsdienst) worden gemeld. Dit zijn  de meldingsplichtige luchtweginfecties kinkhoestQ-koortsVeteranenziekte (legionellose)tuberculosepapegaaienziekte (psittacose) en vogelgriep (Aviaire Influenza).  Het RIVM onderzoekt samen met de GGD hoe vaak deze infecties voorkomen en wat mogelijke oorzaken en risicofactoren zijn.  

Piramide van luchtweginfecties

Hoe vaak een infectie voorkomt, kun je zien als een piramide. Onderstaande afbeelding laat zien hoe dit er uit ziet. De onderste laag is het breedst. Hier verzamelen we informatie over de hele bevolking. Zo zijn in het rioolwater virussen of bacteriën te vinden die mensen bij zich dragen. Dit kunnen mensen met en zonder klachten zijn. Hoger in de piramide gaat het om mensen met klachten, mensen die naar de huisarts gaan, mensen in het verpleeghuis of mensen in het ziekenhuis. De top van de piramide is de kleinste groep: het aantal overleden mensen aan de gevolgen van een infectieziekte. Het RIVM verzamelt informatie uit alle lagen van de piramide.