Het RIVM volgt de ontwikkeling en verspreiding van luchtweginfecties op de voet. Op verschillende manieren verzamelen, analyseren en interpreteren we deze gegevens. Dit heet surveillance. Op deze pagina staat welke informatiebronnen we hierbij gebruiken.
RIVM werkt nauw samen met andere organisaties om zicht te houden op luchtweginfecties. Het hele jaar door delen we wekelijks hoe het staat met de verspreiding van luchtweginfecties in Nederland:
Actualiteiten over luchtweginfecties | RIVM.
Goede surveillance dient meerdere doelen. We kunnen daarmee bijvoorbeeld zien of een vaccinatie, zoals de griepprik of coronaprik, goed beschermt tegen de virusvarianten die dat seizoen rondgaan. Maar de surveillance helpt ook om mensen op tijd te waarschuwen voor een toename van het aantal mensen met luchtwegklachten en/of ziekteverwekkers die rondgaan. Zo kan de zorg zich nog beter voorbereiden op momenten waarop veel mensen tegelijk ziek worden. En weten mensen met luchtwegklachten wat ze kunnen doen om verdere verspreiding zoveel mogelijk te beperken. Zo kunnen we mensen die extra risico lopen bij een luchtweginfectie beter beschermen.
Eerder signaleren
Vanaf het luchtwegseizoen 2026-2027 vernieuwen we onze surveillance. Sinds de coronapandemie hebben we met het coronavirus (severe acute respiratory syndrome)-CoV-2 een extra ziekteverwekker om in de gaten te houden. Ook hebben we meer bronnen met informatie over luchtweginfecties. Door alle bronnen in samenhang en systematisch te beoordelen, ontstaat een beter overkoepelend beeld van de verspreiding van luchtweginfecties in Nederland. Zo kunnen we stijgingen in het aantal luchtweginfecties eerder signaleren. En zorgverleners en andere professionals eerder waarschuwen als het aantal luchtweginfecties oploopt.
We kijken naar het aantal mensen met klachten en ziekte, én naar de veroorzakers van die klachten: de ziekteverwekkers die rondgaan. Dat samen bepaalt het niveau van infectiedruk. Er zijn vijf niveaus van infectiedruk, van heel laag tot heel hoog.
Lees meer over de niveaus van infectiedruk
Hieronder leest u welke informatiebronnen het RIVM gebruikt voor de surveillance van luchtweginfecties.
Cijfers van mensen met luchtwegklachten
Met Infectieradar volgt het RIVM of mensen klachten hebben die kunnen wijzen op een luchtweginfectie. Deelnemers geven iedere week aan of zij klachten hebben zoals koorts, loopneus, hoesten, niezen, en keelpijn. Dit soort klachten kunnen wijzen een luchtweginfectie door bijvoorbeeld het griep-, corona- of (Respiratoir Syncytieel-virus). Door de klachten in kaart te brengen, is een mogelijke opleving van luchtweginfecties snel te zien.
Sommige deelnemers nemen een neus- en keelmonster af als zij klachten hebben. Het RIVM onderzoekt deze monsters in het laboratorium op verschillende virussen en bacteriën, zoals het griep- of coronavirus en de bacterie die kinkhoest veroorzaakt.
Cijfers van huisartsen
Iedere week krijgt het RIVM gegevens van de Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn over het aantal mensen met acute luchtweginfecties. Deze gegevens zijn afkomstig van circa 400 huisartsenpraktijken, waarmee een beeld wordt verkregen van ruim 9% van de Nederlandse bevolking. Bij een deel van de mensen met griepachtige klachten of klachten van een andere acute luchtweginfectie nemen huisartsen van de Nivel Peilstations een keel- en neusmonster af. Dit gebeurt in ongeveer 100 peilstations (2% van de Nederlandse bevolking). In het laboratorium onderzoekt het RIVM welk virussen er in het monster zitten. Het Nivel publiceert wekelijks cijfers over het aantal patiënten dat de huisarts bezoekt vanwege COVID-19, longontsteking en andere (infectie-)ziekten.
Cijfers van ziekenhuizen
Soms verloopt een luchtweginfectie zo ernstig, dat iemand in het ziekenhuis moet worden opgenomen. Het RIVM ontvangt wekelijks informatie over het aantal mensen dat door een luchtweginfectie op de Intensive Care wordt opgenomen. Stichting Nationale Intensive Care Evaluatie (NICE) verzamelt deze gegevens. Om ook zicht te krijgen op het aantal mensen dat door een luchtweginfectie op de verpleegafdeling terecht komt, werkt het RIVM samen met Dutch Hospital Data (DHD). Deze gegevens zijn nu nog niet beschikbaar.
Ook krijgt het RIVM elke twee weken cijfers over nieuwe opnames van kinderen jonger dan een jaar die met het RS-virus op de intensive care voor kinderen (PICU) komen. Het (Universitair Medisch Centrum) Utrecht verzamelt deze gegevens, die door de Nederlandse intensive care voor kinderen worden aangeleverd.
Cijfers van verpleeghuizen
Een netwerk van verpleeghuizen in Nederland zorgt ervoor dat we kunnen volgen hoe infectieziekten zich ontwikkelen in verpleeghuizen. it noemen we het Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen (SNIV). De verpleeghuizen die meedoen, houden iedere week (onder andere) bij hoeveel mensen griepachtige klachten, lage luchtweginfecties of COVID-19 hebben.
Virusdeeltjes in het rioolwater
Virusdeeltjes kunnen via ontlasting en urine van mensen in het rioolwater terechtkomen. In Nederland zijn er ruim 300 rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) die het rioolwater uit een gebied zuiveren. Het RIVM ontvangt iedere week van alleen deel van de zuiveringen minstens één monster van het vuile rioolwater. Het RIVM onderzoekt dit rioolwater op aanwezigheid van het coronavirus SARS-CoV-2.
Virologische weekstaten
Iedere week melden ongeveer 18 laboratoria in Nederland hoe vaak zij een bepaalde virusinfectie bij patiënten vaststelden. Daarnaast melden 7 laboratoria uitsluitend hoe vaak zij het coronavirus SARS-CoV-2 vaststelden. Dit zijn de virologische weekstaten. Dit geeft ook informatie over de virussen die luchtweginfecties kunnen veroorzaken, zoals het griep-, (respiratoir syncytieel)-, en coronavirus. Alle laboratoria die meedoen, zijn aangesloten bij de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie van de (Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie).
Nationaal Influenza Centrum
Het Nationaal Influenza Centrum (NIC) is een samenwerking tussen het RIVM en het Erasmus Medisch Centrum (Erasmus (medisch centrum)). Meerdere ziekenhuislaboratoria in Nederland sturen monsters waarin het griepvirus is gevonden naar het RIVM of het (Erasmus University Medical Center). Daar wordt gekeken welk type griepvirus het gaat en welke eigenschappen het heeft. Dit is nodig om te bepalen of de vaccins aansluiten bij de virussen die rondgaan. Tijdens het griepseizoen brengt het (Nationaal Influenza Centrum) regelmatig een influenzanieuwsbrief uit. In de meest actuele nieuwsbrief staat welk type griepvirussen er ciruleren en hoe goed ze passen bij het vaccin.
Cijfers over sterfte
Iedere week houdt het RIVM in de gaten hoeveel mensen zijn overleden. Hiervoor gebruiken we gegevens van het (Centraal Bureau voor de Statistiek). Door sterftecijfers in kaart te brengen kunnen we de impact van de uitbraak van een infectieziekte bepalen. In het verleden zorgden uitbraken van infectieziekten, zoals griep en COVID-19 voor pieken in de totale sterfte.
Delen van informatie met ECDC en WHO
Het RIVM meldt iedere week aan het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) hoeveel griep-, RS en coronavirus er is in Nederland rondgaat. Aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) rapporteert het RIVM hoeveel griep, en welke type griepvirussen er in Nederland voorkomen. Op de websites van het ECDC en de WHO staat informatie over virussen in andere landen.
Informatie over bacteriële luchtweginfecties
Sommige luchtweginfecties moeten bij de (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) worden gemeld. Dit zijn de meldingsplichtige luchtweginfecties kinkhoest, Q-koorts, Veteranenziekte (legionellose), tuberculose, papegaaienziekte (psittacose) en vogelgriep (Aviaire Influenza). Het RIVM onderzoekt samen met de GGD hoe vaak deze infecties voorkomen en wat mogelijke oorzaken en risicofactoren zijn.
Zicht houden op luchtweginfecties
De piramide van infectieziekten is een manier om te laten zien hoe vaak een infectie voorkomt. Om zicht te houden op luchtweginfecties, verzamelt het RIVM informatie uit alle lagen van de piramide. De onderste laag is het breedst omdat het informatie is over de hele bevolking. De bovenste laag is het kleinst.
Zicht houden op luchtweginfecties
- Mensen die overlijden.
Het RIVM brengt de (verwachte) sterfte in kaart. Zo worden
de gevolgen van bijvoorbeeld een golf van luchtweginfecties
op het aantal overleden mensen zichtbaar. - Mensen die in het ziekenhuis worden opgenomen.
Het RIVM ontvangt wekelijks cijfers
over mensen met luchtweginfecties
die opgenomen zijn op de intensive care. - Mensen die in een verpleeghuis wonen.
Verpleeghuizen geven wekelijks door
hoeveel mensen klachten hebben door
luchtweginfecties. - Mensen die naar de huisarts gaan.
Het RIVM krijgt wekelijks gegevens van het Nivel
over het aantal mensen dat bij de huisarts komt
met een acute luchtweginfectie. - Mensen die klachten hebben door luchtweginfecties. Deelnemers aan infectieradar melden bij het RIVM welke klachten zij
hebben die kunnen wijzen op een luchtweginfectie. - Mensen met en zonder klachten van luchtweginfecties. Het RIVM onderzoekt rioolwater op aanwezigheid van coronavirusdeeltjes.