Nederland heeft de afgelopen tien jaar belangrijke stappen gezet in de aanpak van hepatitis B en C. Toch is er meer nodig om het aantal nieuwe en onbehandelde hepatitis B- en C-infecties flink te verminderen. Dat staat in het nieuwe Nationaal Hepatitisplan 2026–2030 van het RIVM.
In het Nationaal Hepatitisplan staat hoe Nederland ervoor kan zorgen dat er in 2030 minder nieuwe en onbehandelde hepatitis B- en C-infecties zijn. Dit sluit aan bij de doelen van de Wereldgezondheidsorganisatie om hepatitis B en C de wereld uit te krijgen. Daarvoor zijn extra acties nodig van organisaties in de zorg. Bijvoorbeeld van (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)’en, huisartsen, ziekenhuizen, instellingen voor verslavingszorg, gevangenissen en zorginstanties voor asielzoekers en statushouders.
Betere behandelingen tegen hepatitis B en C
Het aantal nieuwe patiënten met hepatitis B is sinds de komst van het hepatitis B-vaccin in de jaren '80 sterk gedaald. In Nederland krijgen pasgeboren baby’s, risicogroepen en zorgpersoneel een vaccinatie tegen hepatitis B. Ook worden zwangeren onderzocht op hepatitis B.
Hepatitis B en C zijn tegenwoordig beter te behandelen. Mensen met hepatitis C kunnen meestal helemaal genezen. Voor hepatitis B is er een goede behandeling waarmee het virus onder controle blijft. Alleen weet een deel van de mensen met chronische hepatitis niet dat ze het virus hebben. Zij krijgen pas jaren later klachten. g. Vooral voor mensen met een migratieachtergrond, ongedocumenteerde mensen en andere kwetsbare groepen kan de zorg en toegang tot zorg beter.
Meer actie nodig om doelen te halen
Nederland heeft niet alle doelen uit het hepatitisplan van 2016 gehaald. In het nieuwe Nationaal Hepatitisplan staat welke extra stappen nodig zijn. Bijvoorbeeld:
- Betere en begrijpelijke voorlichting over de vaccinatieprogramma’s. Dit is belangrijk om de vaccinatiegraad in alle groepen hoog te houden of te verhogen.
- Betere testmogelijkheden voor mensen uit landen waar hepatitis veel voorkomt. Het liefst via de bestaande zorg (zoals huisartsen en GGD) of met een wijkgerichte aanpak.
- Een centraal systeem moet bijhouden hoeveel mensen na een diagnose behandeld worden en wat de behandelresultaten zijn. Met dit inzicht kunnen zwakke plekken in de zorg sneller worden opgespoord en aangepakt.
Hepatitis is een ontsteking van de lever
Hepatitis B en C kunnen chronisch worden. Het virus blijft dan in het lichaam en kan ernstige leverziekte en leverkanker veroorzaken. In Nederland overlijden elk jaar naar schatting 450 tot 500 mensen door hepatitis B of C. Ongeveer 59.000 mensen hebben een chronische hepatitis B-infectie. Het geschatte aantal mensen met een chronische hepatitis C-infectie ligt tussen de 6.000 en 25.000. Een groot deel van deze mensen krijgt pas jaren later klachten. Zij weten daardoor niet dat ze het virus hebben.
Sommige mensen hebben meer kans om hepatitis te krijgen. Ook is in sommige groepen de kans verhoogd dat zij het virus al hebben, zonder dit te weten. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen uit landen waar hepatitis veel voorkomt, voor mannen die seks hebben met mannen, voor mensen die drugs gebruiken en voor mensen in gevangenissen.
Wat doet het RIVM?
Het RIVM verzamelt en analyseert landelijke gegevens over hepatitis en maakt richtlijnen en praktische hulpmiddelen voor GGD’en en medewerkers in de zorg. Ook adviseert het RIVM de overheid en veldpartijen over de stappen die nodig zijn om hepatitis B en C verder terug te dringen. Het RIVM heeft het nieuwe Nationaal Hepatitisplan 2026–2030 samen met vele veldpartijen opgesteld in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.