Op deze pagina vindt u vragen en antwoorden over te veel blootstelling aan PFAS:

Drinkwater

Ja, je kunt water uit de kraan blijven drinken. Mensen krijgen PFAS op verschillende manieren binnen. De hoeveelheid PFAS die mensen binnen krijgen vanuit kraanwater is in het algemeen beperkt. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu vindt het daarom verantwoord om kraanwater te blijven drinken. Voldoende water drinken is belangrijk om gezond te blijven. 

Het Nederlandse kraanwater voldoet niet overal aan de door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu voorgestelde drinkwaterrichtwaarde. Dit volgt uit een recente notitie van het RIVM. 
Het RIVM berekende hoeveel PFAS mensen in Nederland gemiddeld via kraanwater binnenkrijgen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen kraanwater geproduceerd uit oppervlaktewater en kraanwater geproduceerd uit grondwater. Er is gerekend met gemiddelde PFAS concentraties gebaseerd op recente meetgegevens van alle Nederlandse drinkwaterbedrijven. Hierbij is dus geen onderscheid gemaakt tussen specifieke locaties. Kraanwater gemaakt uit grondwater voldoet over het algemeen wel aan de voorgestelde richtwaarde, maar kraanwater geproduceerd uit oppervlaktewater voldoet niet altijd. Het RIVM adviseert de overheid om, waar mogelijk, de hoeveelheid PFAS in kraanwater te verlagen. 

Nee, de gezondheidskundige grenswaarde wordt niet overschreden door de hoeveelheid PFAS die mensen binnen krijgen door het drinken van kraanwater. Deze waarde wordt wel overschreden door de hoeveelheid PFAS die mensen gemiddeld binnen krijgen uit kraanwater en voedsel samen. Als mensen over een lange periode kleine hoeveelheden PFAS binnen krijgen, kan dit een negatief effect hebben op het immuunsysteem. Of gezondheidseffecten daadwerkelijk optreden is afhankelijk van veel verschillende factoren. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu adviseert de overheid om maatregelen te nemen om het contact met deze stoffen zoveel als mogelijk terug te dringen.

De hoeveelheid PFAS die mensen binnen krijgen vanuit kraanwater is in het algemeen beperkt. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu vindt het daarom verantwoord om kraanwater te blijven drinken Daarbij heeft het RIVM geen onderzoek gedaan naar PFAS in flessenwater in Nederland. Op dit moment kan het RIVM dan ook geen advies geven over het gebruik van flessenwater als alternatief voor kraanwater om de blootstelling aan PFAS via het drinken van water effectief te verminderen. 

Nee, koken helpt niet om de hoeveelheid PFAS in water te verlagen.

De PFAS concentraties in oppervlaktewater zijn hoger dan in grondwater. Deze verschillen zie je terug in het drinkwater dat uit oppervlaktewater en grondwater wordt gemaakt. PFAS komen in het milieu terecht bijvoorbeeld door uitstoot uit fabrieken of door het gebruik van PFAS-houdende producten, zoals blusschuim. PFAS komen daarbij meestal als eerste in de lucht en het oppervlaktewater terecht. Van daaruit kunnen PFAS zich verder verspreiden naar de bodem en ook naar het grondwater. De waterstroom door de bodem is heel traag zodat het een tijd kan duren voordat stoffen in grondwater terecht komen. Daarom zijn er lage PFAS concentraties in grondwater.  

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft een drinkwaterrichtwaarde voorgesteld die het ministerie van IenWInfrastructuur en Waterstaat kan gebruiken de om de normen voor PFAS in Nederlands kraanwater aan te passen. Daarnaast adviseert het RIVM om de hoeveelheid PFAS in kraanwater waar mogelijk te verlagen. Hiervoor is het zinvol om na te gaan welke maatregelen effectief en proportioneel zijn om de totale inname aan PFAS te verlagen. Hierbij is het belangrijk dat de overheid kijkt naar de volle breedte van mogelijke maatregelen en niet alleen naar drinkwater.

Voedsel

Omdat PFAS zo wijdverbreid aanwezig is in de leefomgeving , verwachten we dat PFAS in alle voedselproducten voorkomt. Om te weten te komen wat de blootstelling aan PFAS is via voedsel in Nederland, is gebruik gemaakt van gegevens uit 2009. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit) heeft in haar rapportage PFAS in voedsel in Europa in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat de hoogste gehalten aan PFAS werden gevonden in bepaalde vissen en in wild.

Het is niet precies bekend hoeveel PFAS er nu in het voedsel zit in Nederland. 
In 2009 heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu metingen uitgevoerd om na te gaan hoeveel PFAS er in voedsel zit dat verkrijgbaar is in Nederland. Of deze gehaltes nog steeds actueel zijn is niet duidelijk. 

De informatie over PFAS in voedsel die op dit moment wel beschikbaar is, laat dit zien.

Ja. De vis die in de winkel ligt levert niet de grootste bijdrage aan de totale inname van PFAS. Daarbij levert het eten van vis waardevolle voedingsstoffen. Het is in een eerste verkenning wel opgevallen dat de gehalten van PFAS in zoetwatervis uit Nederlandse wateren hoog zijn. Deze vissen zijn niet geschikt om dagelijks te eten. Het Voedingscentrum raadt af om regelmatig zelf gevangen zoetwatervis uit Nederlandse wateren te eten.

Het Voedingscentrum raadt aan om 1 keer per week vis te eten.

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu adviseert om de metingen van PFAS in voedsel te actualiseren om een beter beeld te vormen van de huidige inname. Eerder heeft het RIVM al geadviseerd om het gebruik van PFAS in voedselcontactmaterialen te beperken. Om de blootstelling van PFAS terug te dringen is het zinvol om na te gaan welke maatregelen effectief en proportioneel zijn om de totale inname aan PFAS te verlagen. Hierbij is het belangrijk dat de overheid kijkt naar de volle breedte van mogelijke maatregelen. 

Moestuinonderzoek Dordrecht en Helmond

Regio Dordrecht
Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu adviseert om geen groenten en fruit meer te eten uit moestuinen binnen een straal van 1 kilometer van DuPont/Chemours. 

Voor moestuinen op grotere afstand van DuPont/Chemours geven de in 2018 verzamelde gegevens onvoldoende duidelijkheid. Het RIVM kan daardoor niet beoordelen of het veilig is om gewassen buiten een straal van 1 kilometer te eten. Het is wel bekend dat de PFAS gehalten in de bodem in een gebied van ongeveer 50 kmkilometer rond de fabriek van DuPont/Chemours verhoogd zijn. Er is meer onderzoek nodig om te kunnen zeggen of het eten van gewassen die geteeld zijn in dit gebied kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten. 

Helmond
Het RIVM adviseert ook om geen groenten en fruit meer te eten uit volkstuinencomplex Sluisdijk in Helmond. Naar andere moestuinencomplexen in Helmond heeft het RIVM nu geen onderzoek gedaan. Ook hier is meer onderzoek nodig om te kunnen zeggen of het eten van gewassen die geteeld zijn in dit gebied kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten. 

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu adviseert om groenten die al zijn geoogst en geteeld niet te eten uit tuinen binnen 1 kilometer van DuPont/Chemours en het moestuinencomplex Sluisdijk. Er is geen reden om aan te nemen dat de geoogste groenten lagere PFAS gehalten zullen bevatten.

Op basis van de kennis die nu beschikbaar is vanuit de moestuinen die zijn onderzocht in Dordrecht en Helmond, is het niet mogelijk om gericht advies te geven over specifieke groenten/fruit. Daarvoor is het aantal metingen en het aantal verschillende gewassen waarin is gemeten te beperkt. Ook bij beschikbaarheid van meer meetgegevens is het de vraag of er dan wel gericht advies gegeven kan worden over een duidelijk onderscheid tussen groenten. Het advies om geen groenten en fruit meer te eten uit moestuinen binnen van 1 kilometer van DuPont/Chemours en het moestuinencomplex Sluisdijk geldt dus voor alle soorten groenten en fruit. 

Alleen als de tuin binnen 1 kmkilometer van Chemours ligt, dan is ons advies hier niet uit te eten. 

PFAS kunnen effecten op de gezondheid geven als je deze stoffen langdurig binnenkrijgt. Mensen kunnen PFAS op verschillende manieren binnen krijgen, bijvoorbeeld via moestuingewassen als daar PFAS in zitten. Of gezondheidseffecten daadwerkelijk optreden is afhankelijk van veel verschillende factoren. 

Voor vragen over je gezondheid en PFAS kun je contact opnemen met de afdeling Milieu en Gezondheid van de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst in jouw regio. Zoek met postcode of plaats de GGD gegevens op via www.ggd.nl. Indien je gezondheidsklachten hebt, neem dan contact op met je huisarts.  

We weten dat de PFAS concentraties in de bodem in het gebied rond de fabrieken van DuPont/Chemours en Custom Powders verhoogd zijn. Dat gebied rond Dupont/Chemours is groter dan het gebied rond Custom Powders. 

Op dit moment weten we niet wat dit betekent voor de concentratie PFAS in gewassen die in dit grotere gebied zijn geteeld. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu kan daardoor op dit moment geen advies geven voor dit grotere gebied. Aanvullende metingen zijn nodig om een beter beeld te krijgen van PFAS concentraties in verschillende soorten gewassen in een groter gebied rond de genoemde fabrieken. 

Zwemwateronderzoek Recreatieplas Berkendonk in Helmond

Ja, uit de studie van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu blijkt dat mensen weinig PFAS binnenkrijgen door te zwemmen in deze plas. Ook niet als je er dagelijks zwemt.

Ook voor kinderen geldt dat de blootstelling aan PFAS via zwemmen of spelen in deze recreatieplas  zo laag is dat deze geen negatieve effecten heeft voor de gezondheid.

Het eten van zelfgevangen vis en de mogelijke risico’s voor de gezondheid door PFAS in die vis, is niet meegenomen in dit onderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Berkendonk is geen officiële, door de gemeente Helmond goedgekeurde, plek om te vissen. 

Het RIVM heeft in een ander onderzoek wel PFAS concentraties in zoetwatervis uit Nederlandse wateren vergeleken met de nieuwe gezondheidskundige grenswaarde van EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit. Hieruit blijkt dat PFAS inname door het eten van de zelfgevangen vis boven deze grenswaarde uit kan komen en daarom een risico op negatieve effecten op de gezondheid kan geven. Het Voedingscentrum raadt het regelmatig eten van zelfgevangen zoetwatervis uit Nederlandse wateren af.

PFAS en gezondheid

PFAS worden in verband gebracht met verschillende gezondheidseffecten. Ze kunnen een effect hebben op het immuunsysteem, op het cholesterol in het bloed, effecten op de lever geven en nier- en testiskanker veroorzaken. Of PFAS daadwerkelijk gezondheidseffecten geven, hangt onder andere af van hoeveel PFAS mensen binnen krijgen over de tijd. Mensen kunnen PFAS binnen krijgen door het eten van groenten die PFAS bevatten, maar bijvoorbeeld ook uit andere voedingsmiddelen, uit kraanwater of uit consumentenproducten.
Van de effecten die hier worden genoemd, worden effecten op het immuunsysteem als eerste verwacht. Deze effecten kunnen al optreden als mensen over een langere periode kleine hoeveelheden PFAS binnen krijgen. Negatieve effecten op het immuunsysteem kunnen ervoor zorgen dat het immuunsysteem minder goed werkt. Daardoor is er een grotere kans om ziek te worden Bij de huidige blootstelling vanuit voedsel en kraanwater kunnen deze effecten niet worden uitgesloten. Als u klachten heeft, neem dan contact op met uw (huis)arts. Ook kunt u terecht bij uw regionale GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst als u vragen heeft over uw gezondheid en PFAS.

De hoeveelheid PFAS die mensen in Nederland binnenkrijgen is door de studie van EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit niet veranderd. Wat wel is veranderd, is wat we weten over het effect van langdurige blootstelling aan deze stoffen. Een lagere gezondheidskundige grenswaarde betekent dat er al gezondheidseffecten kunnen optreden bij lagere concentraties PFAS dan we eerder dachten. Een gevolg hiervan is dat we nu weten dat meer mensen in Nederland kans hebben op gezondheidseffecten door blootstelling aan PFAS. Of je daadwerkelijk ziek wordt, hangt ook af van andere factoren, zoals leefstijl of andere ziekten.

PFAS zijn stoffen die in veel verschillende toepassingen worden gebruikt omdat ze handige eigenschappen hebben. Zo zijn ze water-, vet- en vuilafstotend. Helaas zijn er de afgelopen jaren PFAS in het milieu terechtgekomen, waardoor mensen en dieren het hebben binnen gekregen. Twee van de vier PFAS die EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit heeft bekeken zijn inmiddels wereldwijd verboden. Dit zijn PFOSperfluoroctaansulfonaten en PFOAperfluoro octanoic acid

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu werkt in opdracht van het ministerie van IenWInfrastructuur en Waterstaat mee aan een Europees traject om de productie en het gebruik van alle PFAS aan banden te  leggen en ze te verbieden in niet-essentiële toepassingen zodat ze minder in onze leefomgeving terecht komen. Maar ook met een sterke beperking van het gebruik van PFAS in de toekomst, zullen deze stoffen nog jarenlang in onze leefomgeving aanwezig zijn. Dat komt doordat de stoffen nauwelijks afbreken. Daarom is het belangrijk om te weten wat de mogelijke effecten van PFAS zijn en welke blootstelling aan PFAS risico’s oplevert voor mens of milieu. Dat helpt bijvoorbeeld bij het nemen van besluiten over milieumaatregelen, zoals saneringen.  

Maatregelen

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft berekend dat mensen in Nederland uit voedsel en drinkwater samen meer PFAS binnen krijgen dan de gezondheidskundige grenswaarde, en dat er dus een risico is dat er nadelige effecten op de gezondheid kunnen optreden. Dit is onwenselijk en aanleiding om de blootstelling van mensen aan PFAS te verminderen.  Hierbij geldt hoe eerder maatregelen genomen kunnen worden, hoe liever. Omdat mensen vanuit verschillende bronnen (zoals voedsel, kraanwater, lucht en consumentenproducten) worden blootgesteld aan PFAS is er niet één bron als belangrijkste ‘boosdoener’ aan te wijzen. De blootstelling van mensen kan worden verminderd als in de genoemde bronnen  minder PFAS aanwezig is. Het is aan de verantwoordelijke ministeries om te kiezen welke maatregelen genomen worden om de blootstelling van mensen aan PFAS te verminderen. 

Het RIVM adviseert in twee specifieke situaties om direct maatregelen te nemen: het niet eten van gewassen uit moestuinen binnen een straal van 1 kmkilometer rond de fabriek van Dupont/Chemours en gewassen uit volkstuinencomplex Sluisdijk in Helmond. 

PFAS zijn schadelijk voor mens en milieu. Ze hebben een aantal handige eigenschappen, bijvoorbeeld dat ze water-, vet- en vuilafstotend zijn. Maar ze hebben ook een aantal eigenschappen die niet goed zijn voor het milieu en de gezondheid. Van sommige PFAS is bekend dat ze: 

  • niet of nauwelijks afbreken in het milieu (ze zijn persistent)
  • schadelijke effecten kunnen geven in mensen en het milieu (ze zijn toxisch)
  • zich gemakkelijk en snel verspreiden in het milieu (ze zijn mobiel) en/of
  • ophopen in het menselijk lichaam, in dieren en planten (ze zijn bioaccumulerend)

Deze eigenschappen zorgen ervoor dat zonder maatregelen de problemen die PFAS kunnen veroorzaken alsmaar toenemen. 

Nederland wil samen met andere Europese lidstaten het gebruik van PFAS aan banden leggen om de risico’s van de stoffen voor mens en milieu te beperken, zogenoemd bronbeleid. Hierbij is het noodzakelijk om de zeer grote groep van PFAS als één groep aan te pakken en in Europa op dezelfde manier om te gaan met PFAS om te voorkomen dat de ene schadelijke PFAS wordt vervangen door de andere.

Je kunt contact met PFAS bijna niet voorkomen. Deze stoffen zijn op veel plekken om ons heen aanwezig. Wereldwijd wordt er gewerkt aan het terugdringen van de uitstoot en verspreiding van PFAS. Dit om er voor te zorgen dat er steeds minder PFAS in de leefomgeving terecht komt en dat mensen minder PFAS binnen krijgen. Zo is het gebruik van PFOSperfluoroctaansulfonaten en PFOAperfluoro octanoic acid wereldwijd al verboden. Aanvullend werkt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in opdracht van het ministerie van IenWInfrastructuur en Waterstaat en samen met een aantal andere Europese lidstaten aan een verbod op de productie en het gebruik van alle PFAS om blootstelling aan PFAS nog verder terug te dringen. Het is lastig om zelf je PFAS-blootstelling te verminderen. Wel kun je letten op de gebruiksartikelen die je koopt. Door producten te kopen die geen PFAS bevatten draag je bij aan minder verspreiding van PFAS. Voor meer informatie over PFAS in producten kun je kijken op Waarzitwatin.nl. Daarnaast is het belangrijk om gevarieerd te eten. Gevarieerd eten voorkomt dat je vaak voedsel eet met hoge gehalten PFAS.  

Gevolgen voor Nederland

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft de humane risicogrenzen voor PFAS in bodem, kraanwater en PFAS in biota (vis) opnieuw berekend. Later in 2021 zullen risicogrenzen voor PFAS in oppervlaktewater worden berekend. Ook wordt gekeken of het mogelijk is een drinkwaterrichtwaarde af te leiden voor een grotere groep PFAS. 

De opnieuw berekende risicogrenzen zijn lager dan de waarden die eerder waren berekend. De lage risicogrenzen geven aanleiding om bestaande normen voor PFAS te heroverwegen. Of normen worden aangepast is een beslissing van het ministerie. Dit is niet aan het RIVM. 

Deze situatie is niet uniek voor Nederland. Ook in andere landen krijgen mensen deze stoffen binnen. EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit concludeert in 2020 dat een deel van de Europese bevolking via voedsel en kraanwater teveel PFAS binnenkrijgt. 

PFAS schadelijker dan gedacht

Er is nieuwe wetenschappelijke kennis over mogelijke effecten van PFAS op mensen. Het is bekend geworden dat PFAS nadelige effecten heeft op het immuunsysteem. Deze effecten kunnen optreden op bij een zeer kleine blootstelling aan PFAS. EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit heeft deze nieuwe informatie gebruikt in het berekenen van de nieuwe gezondheidskundige grenswaarde (TWI). Gebruik van de EFSA-grenswaarde biedt daarmee bescherming tegen het nieuw vastgestelde effect (immuunsysteem). Dit in tegenstelling tot de gezondheidskundige grenswaarde die het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu eerder hanteerde.

EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit heeft een gezondheidskundige grenswaarde afgeleid van 4,4 nanogram/kilogram lichaamsgewicht per week voor PFOSperfluoroctaansulfonaten, PFOAperfluoro octanoic acid, PFNA en PFHxS samen. Deze waarde geeft aan hoeveel van deze PFAS iemand langdurig iedere week binnen mag krijgen zonder dat er schadelijke effecten op de gezondheid verwacht worden.

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gebruikt deze grenswaarde vanaf nu basis voor verder werk aan PFAS. Bijvoorbeeld om te beoordelen of er gezondheidsrisico’s zijn door de aanwezigheid van PFAS in voedsel en kraanwater of voor het berekenen van risicogrenzen van PFAS in bodem of water. De EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit-grenswaarde gaat over PFOSperfluoroctaansulfonaten, PFOAperfluoro octanoic acid, PFNA en PFHxS samen. In de praktijk komen deze vier PFAS niet altijd samen voor en er zijn ook nog andere PFAS die in Nederland voor komen. Ook in die situaties moeten de risico’s van individuele PFAS of van andere mengsels van PFAS ingeschat kunnen worden. 

RIVM heeft een rekenmethode uitgewerkt om  de EFSA-grenswaarde te gebruiken voor 23 verschillende PFAS. Het is nu mogelijk om een mengsel van PFAS te beoordelen.

Het is niet zeker dat de door EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit afgeleide waarde precies goed is. De werkelijke waarde kan ook hoger of lager zijn. Er zijn verschillende redenen waarom de TWI die is afgeleid door EFSA erg onzeker is. Allereerst blijkt uit de dosis-respons analyse dat niet goed is op te maken bij welke bloedconcentratie welk effect op treedt. Vanwege gebrek aan gegevens doet EFSA verschillende aannames in de berekening. Een voorbeeld hiervan is de aanname dat de vier PFAS waar EFSA naar heeft gekeken even schadelijk zijn. EFSA geeft zelf al aan dat er aanwijzingen zijn dat dit niet het geval is, maar dat er niet voldoende gegevens zijn om een betere aanname te doen. 

Er zijn geen mogelijkheden om op korte termijn een alternatieve, minder onzekere, grenswaarde af te leiden met de nu beschikbare informatie. Wetenschappelijk onderzoek naar het gedrag en schadelijkheid van PFAS is momenteel volop gaande. Bij het beschikbaar komen van nieuwe wetenschappelijke informatie kan de grenswaarde weer wijzigen.

PFAS in het bloed

Ja. Door blootstelling via het milieu (voedsel en kraanwater) en consumentenproducten is vrijwel iedereen onbewust blootgesteld aan PFAS. Er zijn Europese studies waarin bij de algemene bevolking de concentratie van PFOAperfluoro octanoic acid (dat is één van de PFAS stoffen) in het bloed bepaald is. Uit verschillende Europese onderzoeken blijkt volgens het Europees Chemicalien Agentschap (ECHAEuropean Chemicals Agency) dat mensen in de EUEuropean Union gemiddeld 3,5 nanogram PFOA per milliliter bloedserum hebben. In een RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-onderzoek in 2016 is in het bloed van een groep Nederlandse volwassenen een gemiddelde van 3,4 nanogram PFOA per milliliter bloedserum aangetroffen. EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit vermeldt in haar opinie Europa-breed een gemiddelde waarde van 2,1 nanogram PFOA per milliliter bloedserum.

Nee, ondanks de kennis over verbanden tussen PFAS blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten, is het niet mogelijk om per individu aan te geven/te voorspellen hoeveel PFAS in het bloed daadwerkelijk leidt tot gezondheidseffecten. Hierdoor is het niet mogelijk om naast algemene adviezen voor een gezonde leefstijl een aanvullend advies te geven. 

Voor vragen over je gezondheid en PFAS kun je contact opnemen met de afdeling Milieu en Gezondheid van de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Gemeentelijke Gezondheidsdienst in jouw regio. Zoek met postcode of plaats de GGD gegevens op via www.ggd.nl. Indien je gezondheidsklachten hebt, neem dan contact op met je huisarts.  

Er is geen behandeling mogelijk om PFAS uit het lichaam te verwijderen. Alleen door verdere blootstelling zoveel mogelijk te beperken, zal de hoeveelheid PFAS in het lichaam langzaam afnemen.

Voor vragen over uw gezondheid en PFAS kunt u contact opnemen met de afdeling Milieu en Gezondheid van de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst in uw regio. Zoek met postcode of plaats de GGD gegevens op www.ggd.nl. Indien u gezondheidsklachten heeft, neemt u dan contact op met uw huisarts.

Algemene vragen over gezondheidskundige grenswaarden en risicogrenzen

Een gezondheidskundige grenswaarde van een stof geeft aan wat de maximale hoeveelheid van een stof is die iemand binnen mag krijgen, zonder dat dit gevolgen heeft voor zijn gezondheid. Deze waarde wordt in een risicobeoordeling gebruikt en heeft geen wettelijke status. Een voorbeeld van een gezondheidskundige grenswaarde is de TWI: Tolereerbare Wekelijkse inname, deze geeft aan hoeveel je levenslang wekelijks mag binnen krijgen van een stof zonder dat dit gevolgen heeft voor de gezondheid.

Gezondheidskundige grenswaarden zijn daarnaast ook van belang voor het milieudomein. Voor het vaststellen van (humane) risicogrenzen voor een stof in bodem, water en lucht worden gezondheidskundige grenswaarden gebruikt.

(Humane) risicogrenzen geven de concentratie in het milieu aan waaronder de risico’s voor mens aanvaardbaar zijn. Hierbij wordt gekeken in hoeverre de mens via het milieu met de stof in aanraking kan komen. Risicogrenzen hebben ook geen wettelijke status, maar kunnen door beleidsmakers worden gebruikt om normen vast te stellen.

Door middel van een risicobeoordeling bepaalt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu of contact met een stof nadelige effecten op de gezondheid kan veroorzaken. Hierbij wordt eerst uitgezocht welke schadelijke eigenschappen een stof heeft. Vervolgens wordt gekeken op welke manieren en hoe lang mensen in contact komen met deze stof en of dat gevolgen voor de gezondheid heeft. Met deze informatie wordt de kans berekend dat er nadelige effecten op de gezondheid optreden. Deze onderzoeken en berekeningen worden gedaan op basis van (internationaal) wetenschappelijk onderbouwde methodes.

Er is nieuwe kennis over mogelijke effecten van PFAS op het immuunsysteem. Deze effecten op het immuunsysteem kunnen optreden bij lagere concentraties dan voorheen bekend was voor andere effecten van PFAS (op leverfunctie en cholesterolgehalte). EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit (Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid) heeft in 2020 deze nieuwe informatie gebruikt in het berekenen van de nieuwe gezondheidskundige grenswaarde (TWI). Gebruik van de EFSA-grenswaarde biedt daarmee ook bescherming tegen het nieuw vastgestelde effect (immuunsysteem). Dit in tegenstelling tot de grenswaarde die het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu eerder hanteerde.

Voedselveiligheid in Europa en PFAS

De EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit (European Food Safety Authority) is de Europese Voedselveiligheidsautoriteit en adviseert de Europese Commissie over voedselveiligheid. EFSA levert onafhankelijke wetenschappelijke beoordelingen, zogenoemde opinies, over voedsel gerelateerde risico’s van (onder andere) chemische stoffen in voedsel. De ECEuropean Commission gebruikt deze beoordelingen om de noodzaak voor maatregelen te bepalen. EFSA leidt in haar opinies een gezondheidskundige grenswaarde af. Deze waarde wordt in de risicobeoordeling gebruikt en heeft geen wettelijke status. De EC kan op basis van een EFSA-opinie Europese wetgeving opstellen, bijvoorbeeld wettelijke productnormen voor voedsel.

EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit heeft een nieuwe gezondheidskundige grenswaarde afgeleid voor vier PFAS. Op basis hiervan keek EFSA of de blootstelling aan deze stoffen via voedsel een nadelig effect heeft op de gezondheid van de Europese bevolking. Blootstelling betekent dat mensen in contact komen met de stoffen, of dat de stoffen in het lichaam komen. Vervolgens heeft EFSA gekeken welke voedingsmiddelen het meest bijdragen aan de blootstelling van mensen aan deze vier stoffen.

De huidige PFAS-opinie (uit 2020) van EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit gaat over PFOSperfluoroctaansulfonaten perfluoroctaansulfonaten  (perfluoroctaansulfonzuur), PFOAperfluoro octanoic acid perfluoro octanoic acid  (perfluoroctaanzuur), PFNA (perfluornonaanzuur) en PFHxS (perfluorhexaansulfonzuur). Dit zijn de vier PFAS stoffen die volgens EFSA gelijksoortige eigenschappen hebben en het meeste worden gevonden in bloed van mensen. EFSA heeft in dit onderzoek niet naar GenX-stoffen gekeken.

EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit heeft in haar opinie een gezondheidskundige grenswaarde afgeleid van 4,4 nanogram/kilogram lichaamsgewicht per week. Deze gezondheidskundige grenswaarde wordt door EFSA een TWI (Tolerable Weekly Intake) genoemd. Deze TWI geldt voor PFOSperfluoroctaansulfonaten, PFOAperfluoro octanoic acid, PFNA en PFHxS samen. EFSA concludeert dat PFAS nadelige effecten kunnen hebben op het immuunsysteem. Dit zou de kans op ziekten kunnen vergroten. EFSA heeft de TWI op deze effecten gebaseerd, omdat dit de meest gevoelige effecten lijken te zijn. EFSA geeft aan dat andere bekende nadelige gezondheidseffecten van PFAS niet worden verwacht bij een inname lager dan deze nieuwe TWI. Het gaat dan bijvoorbeeld om effecten op de leverfunctie en op cholesterolgehalte. Dit zijn effecten die bij hogere concentraties optreden dan het effect op het immuunsysteem. Na vergelijking van de TWI met de berekende inname van PFAS via voedsel en drinkwater, concludeert EFSA dat een deel van de Europese bevolking meer binnenkrijgt dan de TWI. Zij zien dit ook terug in de PFAS concentraties die gemeten zijn in bloed van mensen in Europa. EFSA heeft aangegeven dat dit een reden tot zorg is. Dit betreft vooral jonge kinderen, maar het geldt ook voor een deel van de volwassenen.  Bekijk de EFSA-opinie voor meer informatie.

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu had vragen over de wetenschappelijke onderbouwing van de gezondheidskundige grenswaarden die EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit had afgeleid voor PFOAperfluoro octanoic acid en PFOSperfluoroctaansulfonaten in 2018. Deze vragen gingen vooral over de interpretatie en analyse van gegevens uit studies bij mensen (epidemiologische studies). Het RIVM vond dat de studies die EFSA in 2018 gebruikte onvoldoende basis boden om met deze gezondheidskundige grenswaarde te gaan werken.