Staalslakken is een verzamelnaam voor restproducten die ontstaan bij de productie van staal en zijn te herkennen als steenachtig materiaal. Wat is belangrijk om te weten over staalslakken? Lees meer in dit onderwerp.
In Nederland kennen we verschillende soorten staalslakken afhankelijk van het proces waarbij ze zijn ontstaan, zoals LD-staalslakken (Linz-Donawitz) en ELO-staalslakken (elektro oven). De eveneens in Nederland gebruikte hoogovenslakken zijn geen staalslakken, maar worden soms wel zo aangeduid. Staalslakken en hoogovenslakken worden gebruikt als secundaire bouwstof. Secundaire bouwstoffen ontstaan onder meer bij de productie van staal, de verbranding van huishoudelijk afval en bedrijfsafval, of het slopen van oude gebouwen. Primaire bouwstoffen, zoals zand en grind, worden in de natuur gewonnen. Binnen de regelgeving voor (her)gebruik van bouwstoffen wordt geen onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire bouwstoffen. Beide moeten aan dezelfde regels voldoen.
Risico’s van staalslakken
Staalslakken kunnen risico’s opleveren voor zowel de gezondheid van mensen als voor het milieu. Zo hebben staalslakken een hoge pH –waarde (lage zuurgraad). Hierdoor kunnen huid, ogen en luchtwegen geïrriteerd raken bij contact. Ook bevatten staalslakken stoffen, zoals zware metalen, die bij langdurige blootstelling op termijn gezondheidsklachten kunnen geven.
Het risico op schadelijke gezondheidseffecten hangt niet alleen af van de eigenschappen van staalslakken en de stoffen daarin, maar ook van de mate waarin mensen in contact komen met staalslakken. Bijvoorbeeld hoeveel stof iemand inademt of inslikt, en hoe vaak of hoelang dit contact duurt. Hetzelfde geldt voor het milieu, waar de hoeveelheid van de stof in het milieu het risico bepaalt.
Mensen kunnen voornamelijk in contact komen met staalslakken als deze aan de oppervlakte worden toegepast, bijvoorbeeld in half-verhardingen van fiets- en wandelpaden, of door stofvorming tijdens werkzaamheden. De blootstelling kan dan plaatsvinden door opwaaiend stof of via hand-mondcontact. Klachten die daarbij ervaren kunnen worden zijn bloedneuzen, irritatie van de huid en ogen, en de luchtwegen. Deze klachten zijn meestal tijdelijk van aard en verdwijnen meestal als het contact met het materiaal stopt (reversibel). De klachten worden voornamelijk veroorzaakt door de irriterende werking van het hoge gehalte aan (on)gebluste kalk (calciumoxide en calciumhydroxide) in de in Nederland toegepaste staalslakken.
Het milieu wordt voornamelijk blootgesteld door het uitspoelen van water met een hoge pH en stoffen uit de staalslakken naar de onderliggende bodem, het grondwater of naastgelegen oppervlaktewater.
Waar worden staalslakken in Nederland voor gebruikt?
Nederland gebruikt staalslakken als bouwstof vooral in (infrastructurele) werken zoals een geluidswal, de fundering van een weg of gebouw, in half-verharding van wandel- en fietspaden, bij oeverversterking in grote oppervlaktewateren, of om stortplaatsen af te dekken of op te hogen. Ook worden staalslakken als toeslagstof in cement en beton gebruikt. De staalslakken versterken dan de uitharding van het cement en beton.
Tot juli 2025 mochten staalslakken als bouwstof nuttig worden toegepast in (infrastructurele) werken als ze voldeden aan de wettelijke milieunormen. Naar aanleiding van maatschappelijke zorgen en diverse onderzoeksrapporten van het ILT, het RIVM (zie in het linkermenu op deze pagina) en de Algemene Rekenkamer over de risico’s van het gebruik van staalslakken, is door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) een tijdelijk verbod en een vergunningplicht ingesteld op het toepassen van LD- en ELO-staalslakken.
De regeling omvat het volgende:
- Het is verboden om niet-vormgegeven bouwstoffen die uit meer dan 20% LD- of ELO-staalslak bestaan toe te passen op de landbodem, in:
- toepassingen met een laagdikte groter dan 0,5 meter;
- toepassingen op locaties waar inname, inhalatie of oog-, mond of huidcontact niet is uitgesloten.
- Er geldt een vergunningplicht om niet-vormgegeven bouwstoffen die uit meer dan 20% LD- of ELO-staalslak bestaan toe te passen op de landbodem, in alle andere toepassingen.
Het tijdelijke verbod loopt tot 23 juli 2026, maar is inmiddels met 6 maanden verlengd tot en met 27 januari 2027. Er wordt door het ministerie van (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) nog gewerkt aan de opvolging van de tijdelijke regeling.
Waarom worden staalslakken gebruikt?
Nederland streeft naar de vermindering van de hoeveelheid afval en een circulaire economie in 2050. Dit leidt tot een besparing in het gebruik van primaire grondstoffen, minder milieudruk bij afvalbeheer, afvallocaties die minder ruimte innemen, en lagere afvalbeheerkosten. Er is daarom veel aandacht voor nieuwe en duurzame vormen van (her)gebruik van bouwstoffen die in of op de bodem worden toegepast.
Daarnaast hebben sommige staalslakken ook gunstige eigenschappen voor infrastructurele werken. Zoals het eerdergenoemde uithardingsvermogen. Dat maakt cement, beton en funderingen van gebouwen en wegen sterker waardoor ze zwaardere lasten kunnen dragen. Daarnaast zorgt de vorm van sommige staalslakken ervoor dat ze minder makkelijk afschuiven/wegglijden (ook wel haakweerstand genoemd).
Zodra een werk waarin secundaire bouwstoffen zijn verwerkt, zijn functie verliest of wordt gesloopt, moet de bouwstof worden weggehaald zonder resten achter te laten. Ook mag er niet meer van de bouwstof worden toegepast dan redelijkerwijze nodig is om het werk te realiseren.
Wat doet het RIVM?
Bij het gebruik van staalslakken zijn gezondheids- en milieuproblemen geconstateerd. Daarom doet het RIVM onderzoek naar de effecten van staalslakken op gezondheid en milieu. Daarbij worden staalslakken, net als andere bouwstoffen, beoordeeld op de vraag hoe (her)gebruik op een veilige, gezonde en duurzame manier mogelijk is.