Op deze pagina staan de antwoorden op veelgestelde vragen over het stookalert. 

Algemene vragen over het stookalert 

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu kan een stookalert versturen in drie situaties: ongunstige weersomstandigheden, een slechte luchtkwaliteit (smog) door fijn stof of een combinatie van deze twee. Het RIVM geeft een stookalert af op basis van verwachtingen van het weer en de luchtkwaliteit. Bij de weersverwachting kijkt het KNMIKoninklijk Meteorologisch Instituut naar de windsnelheid en de dikte van de onderste luchtlaag. Bij weinig wind en een dunne onderste luchtlaag kan rook blijven hangen. Daarnaast kijkt het RIVM naar luchtverontreiniging door fijn stof. Het RIVM kan een stookalert versturen in drie situaties: ongunstige weersomstandigheden, een slechte luchtkwaliteit (smog) door fijn stof of een combinatie van deze twee.

De rook die vrijkomt bij het stoken van hout is ongezond. De rook bevat schadelijk stoffen zoals fijn stof, koolwaterstoffen (PAK’s), benzeen en koolmonoxide. De rook is voor iedereen ongezond. Maar vooral kwetsbare groepen kunnen last hebben van de rook: mensen met een long-, hart- of vaatziekte, ouderen en kleine kinderen. Bij ongunstige weersomstandigheden of een slechte luchtkwaliteit door fijn stof kan de rook zorgen voor extra luchtvervuiling die blijft hangen. Hoe meer luchtverontreiniging, hoe groter de kans dat mensen gezondheidsklachten krijgen.  Met het afgeven van een stookalert geven we het advies het vuur uit te laten. Daarmee wordt overlast voor de omgeving  voorkomen of verminderd.

Stookalert geldt voor particuliere houtstook die gericht is op sfeerverwarming: kachels, open haarden, vuurkorven, pelletkachels. Het stookalert is niet gericht op bedrijven. Het stookalert geldt ook niet voor mensen die een kachel als hoofdverwarming gebruiken.

Houtrook bestaat uit een mengsel van zeer veel verschillende stoffen. Het gaat naast koolstofdioxide en water om een complexe mix van gassen en deeltjes. Een greep uit de verscheidenheid aan stoffen die vrij kunnen komen bij (goede) houtverbranding:

  • fijn stof (waaronder ultrafijn stof);
  • anorganische gassen (zoals koolmonoxide, stikstofoxiden);
  • vluchtige organische stoffen (onder meer benzeen, styreen, 1,3-butadieen, n-hexaan);
  • polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, waaronder benzo(a)pyreen, dioxines);
  • aldehyden, fenolen, levoglucosan en quinonen (zoals respectievelijk formaldehyde, cresol enhydroquinone, guiacol en andere hydroxyfenolen);
  • organische zuren (onder meer azijnzuur).
  • methoxyfenolen (specifiek bij houtrook)

Dat kan, maar hoeft niet. Het stookalert wordt  per provincie afgegeven.

De combinatie van weinig wind en een dunne onderste luchtlaag zorgen dat luchtverontreiniging blijft hangen. De lucht wordt dan slecht ververst. En houtrook kan bestaande luchtvervuiling verergeren. Als er sprake is van smog door fijn stof geeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu dan ook altijd een stookalert af.

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu geeft een stookalert onder andere af op basis van de weersverwachtingen van het KNMIKoninklijk Meteorologisch Instituut. In die verwachting wordt aangegeven hoe goed of slecht rook zich zal verspreiden. Dat heet de ventilatiefactor. Die factor houdt rekening met de windsnelheid en de dikte van de onderste luchtlaag boven het aardoppervlak (de zogenoemde menglaag) waarin rook zich kan verspreiden. Als er bijvoorbeeld sprake is van een geringe windsnelheid en een dunne luchtlaag, dan zal de rook zich slecht kunnen verspreiden en is de ventilatiefactor laag.

Daarvoor maken de meteorologen van het KNMIKoninklijk Meteorologisch Instituut gebruik van een speciale computer. Deze computer maakt gebruik van alle weerwaarnemingen in Europa, zowel op land als in de lucht. De verwachte ventilatiefactor wordt door het model voor heel Nederland uitgerekend op een raster van 2,5 bij 2,5 kilometer. Het stookalert wordt per provincie uitgegeven als er een lage ventilatiefactor wordt verwacht in minimaal de helft van alle punten in het raster in een provincie. Die verwachte, lage ventilatiefactor moet bovendien minimaal zes aangesloten uren aanhouden bij afgifte van een stookalert.

Dat kan. Mist betekent vaak dat de lucht slecht ververst wordt. Eventuele luchtverontreiniging kan dan langer blijven hangen.

Vragen en antwoorden over houtstook

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu bepaalt niet of er een verbod komt op houtstook. Dat is een afweging voor beleidsmakers bij het Rijk, Provincie of Gemeente.

Probeer er samen met diegene die de overlast veroorzaakt uit te komen. Soms zijn een goed gesprek en een paar eenvoudige afspraken voldoende om overlast te voorkomen. Eventueel kan hierbij buurtbemiddeling ingeschakeld worden. Informeer bij uw gemeente naar de mogelijkheid van buurtbemiddeling. Ook voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal geeft tips om overlast van houtstook te bespreken.

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu meet niet in hoeverre mensen gezondheidsklachten hebben door houtrook. Wel heeft het RIVM een landelijk meetnet luchtkwaliteit. Naast het RIVM meten ook andere (lokale) instanties de luchtkwaliteit.
Op de website www.luchtmeetnet.nl presenteert het RIVM samen met die instanties alle luchtkwaliteitsdata. Daar zijn gegevens beschikbaar voor verschillende soorten stoffen, waaronder fijn stof (PM10fijnstof).
 

Het kan zijn dat houtstook van een bedrijf in uw omgeving overlast geeft. U kunt dat melden bij uw gemeente.

 

Probeer er altijd eerst samen uit te komen. Op de website van Infomil vindt u tips over wat te doen bij rookoverlast. Komt u er niet uit, dan kunt u bij uw gemeente een klacht indienen. Vanaf begin 2020 kan dit ook via stookwijzer.nu. Heeft u last van gezondheidsklachten door houtstook, dan kunt u dat melden bij de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst in uw regio.

 

Vragen en antwoorden over het stookalert en de stookwijzer

De stookwijzer is een webpagina die op postcodegebied een stookadvies geeft op basis van actuele waarnemingen. Het stookalert van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gaat per provincie en geeft advies op basis van verwachtingen van het weer en de luchtkwaliteit. Bovendien is het stookalert van het RIVM een oproep aan houtstokers om onder bepaalde omstandigheden niet te stoken.

 

De stookwijzer is een webpagina die op postcodegebied een stookadvies geeft op basis van actuele gegevens.
Het stookalert van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is gebaseerd op de weersverwachting van het KNMIKoninklijk Meteorologisch Instituut en de luchtkwaliteitsverwachting van het RIVM. Daarbij kijken het KNMI en RIVM naar elke provincie afzonderlijk. Het kan dus zijn dat de stookwijzer op lokaal niveau een waarschuwing geeft, terwijl de verwachte omstandigheden op provinciaal niveau niet leiden tot een stookalert.
Als u ook wil weten hoe de lokale situatie is, kunt u de stookwijzer raadplegen.

Praktische vragen over het stookalert

U kunt zich inschrijven via www.rivm.nl/stookalert. Op die pagina staat een veld ‘Aanmelden stookalert’. Daar kunt u uw e-mailadres invullen en op de knop aanmelden’ klikken. Na aanmelding ontvangt u een e-mail bevestiging met de titel ‘Aanmelding Nieuwsbrief’. Dit is de nieuwsbrief waarmee het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu het stookalert verstuurt. Het RIVM gebruikt uw emailadres alleen voor het versturen van de stookalert nieuwsbrief.

RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  en KNMIKoninklijk Meteorologisch Instituut Koninklijk Meteorologisch Instituut  proberen dit stookseizoen uit hoe het stookalert in deze vorm werkt. Dat betekent dat we onze berichtgeving via verschillende kanalen verspreiden. Daarbij kijken we ook naar de meer technische aspecten van het stookalert. Op basis van de opgedane ervaringen en tips die we krijgen, kijken we hoe we het stookalert kunnen verbeteren. Zo kijken we bijvoorbeeld naar de samenhang met andere tools zoals de stookwijzer en het stookalert van de stichting Nederlandse Haarden en Kachelbranche.  

Vragen over houtrook en biomassacentrales

We weten dat biomassacentrales ook fijn stof uitstoten. Voor dit soort centrales is een vergunning nodig. De provincie is verantwoordelijk voor het verlenen van zo’n vergunning. De uitstoot van kleinere centrales kan dicht op leefniveau plaatsvinden en dat kan lokaal overlast geven.

Het stookalert gaat  over particuliere houtstook en niet over bedrijven/centrales.

Wij hebben geen onderzoek gedaan naar biomassacentrales en hebben daarom de effecten (positief of negatief) niet in beeld. We hebben dus ook geen advies gegeven over normen.