Van 2021 tot 2023 heeft het RIVM metingen gedaan naar radon in Zuid-Limburgse groeven (in de volksmond ook wel mergelgrotten genoemd) en bij productiestations van drinkwaterbedrijven. Op deze pagina vindt u de eerste resultaten van het onderzoek bij de groeven. We verwachten het volledige onderzoeksrapport medio 2024 te publiceren op deze website.

Meer informatie over radon en het waarom van dit onderzoek

Hoe is er gemeten?

In het totaal hebben 7 Zuid-Limburgse groeven meegedaan aan het onderzoek naar radon. Op 102 locaties in deze groeven heeft een set van 2 radonmeters gehangen. Van elke set is 1 meter retour gestuurd na een halfjaar (winterperiode) en een 2e meter na een jaar. De radonmeters hebben gehangen op verschillende plekken in de groeven. Zoals bij ingangen of ventilatieschachten, langs veelgebruikte routes en in delen die juist zijn afgesloten.

Gemeten radonconcentratie

De hoeveelheid radon die gemeten is in de groeven verschilt van elkaar. In de ene groeve zijn hogere waarden gemeten dan in de andere groeve. Ook is de radonconcentratie afhankelijk van de locatie waar gemeten is in de groeve. De radonconcentratie is vaak lager in de buurt van ingangen of (ventilatie-)openingen.

De hoogste gemeten radonconcentratie is 1060 Bq/m3 becquerel per kubieke meter (becquerel per kubieke meter) en de laagst gemeten waarde is 28 Bq/m3. Van de jaarmetingen liggen 95 metingen boven het Nederlands referentieniveau van 100 Bq/m3 en 46 boven het maximale Europese referentieniveau van 300 Bq/m3. Voor de halfjaarmetingen zijn dit respectievelijk 86 metingen en 41 metingen.

Hieronder geven we extra toelichting op deze resultaten.

Vragen en antwoorden over radon in de Zuid-Limburgse groeven

Wat betekenen de meetresultaten voor de gezondheid van medewerkers in de groeve?

Het inademen van radon verhoogt de kans op het ontstaan van longkanker. Hoe groot deze kans is, hangt af van hoeveel radon de werknemer inademt. Dit wordt bepaald door: 

  • De plaats waar de medewerker werkt. De hoeveelheid radon kan binnen de groeve verschillend zijn. 
  • De tijd die de werknemer in de groeve doorbrengt.  
  • De zwaarte van de arbeid. Bij zwaarder ademen komt meer radon in het lichaam terecht.
  • Of iemand rookt of niet. Roken versterkt de kans op schadelijke gevolgen van radon aanzienlijk. 

De kans op het ontstaan van longkanker hangt ook af van de hoeveelheid zwevende stofdeeltjes in de groeve. Aan deze stofdeeltjes kunnen namelijk radondochters* hechten. Na inademen blijven ze achter in de longen en geven daar straling af. Die straling kan longkanker veroorzaken. 
Het verband tussen de hoeveelheid ingeademde radon en de kans op longkanker is niet precies bekend. We weten wel dat roken het schadelijke effect van radon versterkt.

* Radon is een radioactief gas dat spontaan vervalt tot andere radioactieve stoffen. Deze stoffen worden radondochters genoemd. Radon is een gas dat niet hecht aan andere stofdeeltjes. Radondochters zijn daarentegen vaste stoffen en hechten makkelijker aan stofdeeltjes in de lucht.
Bij het inademen van het gas radon adem je het meestal meteen weer uit. Het blijft dus nauwelijks achter in de longen. Radondochters zijn vaste stoffen en kunnen na inademen makkelijker achterblijven in de longen. Radondochters die gebonden zijn aan stofdeeltjes kunnen na inademen nog makkelijker achterblijven in de longen. Als de deeltjes achterblijven in de longen geven ze daar straling af. Die straling kan longkanker veroorzaken.

Uit onderzoek is bekend dat roken het schadelijke effect van radon versterkt. Bij inademing van dezelfde hoeveelheid radon, heeft iemand die rookt een grotere extra kans op longkanker door blootstelling aan radon dan iemand die niet rookt. 

In figuur 1 is weergegeven de kans dat een nooit-roker of een roker longkanker krijgt. De figuur toont het geschatte aantal mensen dat tijdens hun leven longkanker krijgt in een groep van 100.000 nooit-rokers en 100.000 (gemiddelde) rokers. In elke groep hebben mensen, ongeacht wat ze doen, een kans op longkanker. Deze basiskans is in de figuur weergegeven als ‘zonder blootstelling aan radon’. Hier komen de mensen met longkanker door inademing van radon bij. Deze zijn gegeven voor drie verschillende radonconcentraties op de werkplek.

Gecombineerde grafiek

Sla de grafiek Schatting van het aantal mensen dat longkanker krijgt bij blootstelling aan verschillende hoeveelheden radon over en ga naar de datatabel

Figuur 1 Geschat aantal mensen met longkanker in een groep van 100.000 nooit-rokers (boven) en 100.000 gemiddelde rokers (onder). De beschouwde personen wonen in Zuid-Limburg en werken fulltime (2000 uur per jaar op de werkplek en zijn in totaal 90% van de tijd binnen (thuis of op het werk). Voor een reguliere werkplek en woning in Zuid-Limburg nemen we aan dat ze een radonconcentratie van 40 Bq/m3 becquerel per kubieke meter (becquerel per kubieke meter) hebben (ref RIVM-rapport-2015-0087 en 2018-0027). Dit is wat hoger dan de gemiddelde radonconcentratie in Nederland (ongeveer 16 Bq/m3).
* zonder blootstelling aan radon komt in de praktijk niet voor. De blootstellig aan radon kan wel verminderd worden, maar dit zal nooit 0 worden.

Een bezoeker bezoekt een groeve vaak maar één keer per jaar een paar uurtjes. Daarom is het gezondheidsrisico voor de bezoeker heel klein. Want blootstelling aan radon verhoogt weliswaar de kans op het ontstaan van longkanker, maar hoe groot deze kans is, hangt af van hoe lang en aan hoeveel radon iemand blootstaat.

Extra ventileren kan de hoeveelheid radon verlagen. In een groeve is dit vaak niet mogelijk. Inademing van radon kan ook verminderd worden door contact met radon te beperken. Bijvoorbeeld door de ondergrondse werktijd te beperken. U kunt bijvoorbeeld proberen werkzaamheden die niet in de groeven plaats hoeven te vinden, ergens te doen waar minder radon aanwezig is. Bijvoorbeeld bovengronds.

Vanwege het bijzondere klimaat in groeven is de verwachting dat de meetwaarden in de winterperiode (halfjaarmeting) lager zijn dan de meetwaarden van de jaarmeting. Dit heeft te maken met het verschil in temperatuur binnen de groeven en buiten de groeven. Deze temperatuurverschillen kunnen luchtstromingen veroorzaken. Tijdens de zomerperiode is de temperatuur in de groeven lager dan buiten en in de winter is dit andersom. Het gevolg hiervan is dat de luchtstromingen, en daarmee de hoeveelheid natuurlijke ventilatie, in de zomer anders is dan in de winter.

Het referentieniveau voor radon is een activiteitsconcentratie waarvan in Nederland is afgesproken dat overschrijding zoveel mogelijk moet worden voorkomen. In Nederland is het referentieniveau vastgesteld op 100 Bq/m3 becquerel per kubieke meter (becquerel per kubieke meter). Bij specifieke omstandigheden kan dit nog verhoogd worden naar 300 Bq/m3. Dit is het maximale toegestane Europese referentieniveau.

Op werkplekken waar is vastgesteld dat de hoeveelheid radon boven het referentieniveau is, schrijft de regelgeving voor dat u als ondernemer maatregelen neemt om de hoeveelheid radon te verminderen. Lukt dit niet? Bijvoorbeeld omdat er geen mogelijkheid is om een ruimte beter te ventileren? Dan schrijft de regelgeving voor dat u het risico voor de werknemers verder in kaart brengt, de blootstelling van de medewerker monitort en indien nodig de blootstelling beperkt. Bijvoorbeeld door de verblijftijd op plekken met veel radon te verkorten.

Meer informatie over werken met radon vind u op het Arboportaal van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Voor dit onderzoek naar radon op specifieke werkplekken zijn metingen gedaan bij zowel groeven als productiestations van drinkwaterbedrijven. De metingen bij de drinkwaterbedrijven vonden later plaats dan bij de groeven. Op dit moment zijn we bezig met het verwerken en analyseren van de meetresultaten bij de drinkwaterbedrijven. We verwachten het volledige onderzoeksrapport halverwege 2024 te publiceren op deze website.

Naar de stand van zaken van het radononderzoek bij productiestations van drinkwaterbedrijven