Infectieziekten Bulletin, juni 2024

Auteurs

Nicoline van der Maas1, Marthe Knijff1, Renee Finkenflügel2, Henriette Giesbers3, Tina Dorn4, Hester de Melker1, Jeanne-Marie Hament1, Alies van Lier1

  1. Centrum Infectieziektenbestrijding, RIVM
  2. Expertisecentrum seksualiteit ‘Rutgers’, voorheen Centrum Infectieziektenbestrijding, RIVM
  3. Centrum Volksgezondheid en Zorg, RIVM
  4. GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) Amsterdam, voorheen Centrum Infectieziektenbestrijding, RIVM

Het Rijksvaccinatieprogramma ( RVP Rijksvaccinatie programma (Rijksvaccinatie programma)) is officieel gestart in 19571. Het heeft als hoofddoelstelling het voorkómen van ziekte en sterfte door middel van vaccinaties. Vanaf 2024 beschermt het RVP kinderen tegen 13 infectieziekten (Figuur 1)2.  

Figuur 1. Schema van het Rijksvaccinatieprogramma vanaf 2024

Het is belangrijk om de effecten van het RVP continu te monitoren. Eén van de pijlers hiervoor is de vaccinatiegraad, die jaarlijks wordt gerapporteerd3, 4. De vaccinatiegraad met leeftijdsgrens was in verslagjaar 2023 voor alle vaccinaties >80%, met uitzondering van HPV humaan papillomavirus (humaan papillomavirus) (59%)4. Sinds de COVID-19-pandemie (vanaf verslagjaar 2022) blijft de vaccinatiegraad iets achter, terwijl er daarvoor juist sprake was van een toename na een eerdere daling. De vaccinatiegraad wordt jaarlijks berekend volgens vaste afspraken en geeft per geboortecohort het percentage kinderen weer dat is gevaccineerd vóór een bepaalde leeftijdsgrens (zie Tabel 1). Dit artikel laat zien hoe hoog de vaccinatiegraad na verloop van tijd is. Immers, de vaccinatiegraad is altijd een momentopname: de populatie is niet statisch en vaccinaties kunnen worden ingehaald.

Hoewel alle kinderen in Nederland de kans krijgen zich te laten vaccineren volgens het RVP, worden niet alle kinderen volgens het standaardschema gevaccineerd. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn. Zo kan het gaan om kinderen die vanuit het buitenland in Nederland komen (bijvoorbeeld asielzoekerskinderen, die via de COA Centraal Orgaan opvang asielzoekers (Centraal Orgaan opvang asielzoekers)-opvang in een gemeente zijn gekomen of ‘vestigers’-kinderen die zich zonder tussenkomst van COA-opvang meteen in de gemeente vestigen), kinderen die om een bepaalde reden niet kunnen deelnemen aan het RVP (bijvoorbeeld vanwege medische aandoeningen), of kinderen van ouders die hun kind vanwege morele of religieuze bezwaren niet volgens het RVP willen laten vaccineren. Ook angst voor prikken of bijwerkingen kan een rol spelen.

Onvolledig gevaccineerde en ongevaccineerde kinderen krijgen tot hun achttiende verjaardag de mogelijkheid om RVP-vaccinaties volgens een persoonlijk, op maat gemaakt schema in te halen. Ook worden inhaalcampagnes georganiseerd voor jongeren die vaccinaties gemist hebben. Ouders en jongeren krijgen hiervoor regelmatig een uitnodiging of herinnering van het RIVM. Organisaties voor jeugdgezondheidszorg ( JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg)) steken veel tijd en energie in dergelijke inhaalvaccinatiemogelijkheden om zo de vaccinatiegraad verder te verbeteren.

Voor JGZ-organisaties is het belangrijk om te weten hoe vaak vaccinaties later worden ingehaald en wat het effect is van alle tijd en energie die zij erin steken om dit mogelijk te maken. Daarmee kunnen zij bij gemeenten de eventuele meerwaarde van het organiseren van inhaalmogelijkheden voor het voetlicht brengen. In dit artikel geven we inzicht in de mate waarin de vaccinatiegraad van de BMR bof, mazelen,rodehond (bof, mazelen,rodehond)-, D(K)TP- en HPV-vaccinaties voor een aantal geboortecohorten na verloop van tijd veranderd is. We kijken hierbij naar de jaren nadat deze kinderen de leeftijdsgrens voor het vaststellen van de vaccinatiegraad gepasseerd zijn, zowel op landelijk niveau als op gemeenteniveau. Zo tellen niet alleen de kinderen mee die hun vaccinaties volgens schema hebben gekregen, maar ook de kinderen die inhaalvaccinaties hebben gekregen.


Methode

Achtergrond

Het landelijke registratiesysteem Præventis, dat is aangesloten op de Basisregistratie Personen ( BRP Basisregistratie personen (Basisregistratie personen)), vormt sinds 2005 de basis voor het bepalen van de vaccinatiegraad van het RVP5. Binnen dit systeem wordt de geldigheid (juistheid en tijdigheid) van vaccinaties op individueel niveau beoordeeld. De geldigheid wordt bepaald op basis van de richtlijn uitvoering RVP6. Hierbij wordt op het niveau van het kind bepaald of de gewenste vaccinatietoestand volgens het schema is bereikt voor een bepaalde individuele leeftijd (zie Tabel 1). De leeftijdsgrenzen (1e, 2e, 5e, 10e, 14e en 15e verjaardag) zijn enigszins ruim genomen ten opzichte van het moment waarop de vaccinaties worden aangeboden. De vaccinatiegraad wordt elk jaar voor bepaalde geboortecohorten bepaald en dus niet voor de gehele bevolking. De vaccinatiegraad voor de BMR-vaccinatie in verslagjaar 2019 werd bijvoorbeeld bepaald voor alle kinderen die in 2016 zijn geboren (aandeel dat de eerste BMR-vaccinatie ontvangen heeft vóór de leeftijd van 2 jaar) en voor alle kinderen die in 2008 zijn geboren (aandeel dat de tweede BMR-vaccinatie ontvangen heeft vóór de leeftijd van 10 jaar)7.

Zuigelingen Kleuters School-kinderen Adolescenten
1 jaar 2 jaar 5 jaar 10 jaar 14 jaar ♀ 15 jaar
DKTP difterie kinkhoest tetanus polio (difterie kinkhoest tetanus polio)1 DKTP2 DKTP3,c DTP Dyfterie tetanus Polio (Dyfterie tetanus Polio)4    
Hib haemophilus influenzae type b (haemophilus influenzae type b)1 Hib4        
  Hep B4,a        
Pneu1 Pneu4        
  BMR2   BMR4    
  MenACWY2       MenACWY4
  volledigb     HPV4,d  

Tabel 1. Individuele leeftijd waarop de vaccinatiegraad per vaccinatie wordt vastgesteld

Vaccinatietoestanden:
1    primaire serie (voorbereiding op basisimmuniteit)
2    basisimmuun (basisimmuniteit bereikt)
3    gerevaccineerd  (revaccinatie ontvangen)
4    volledig afgesloten (vaccinatieschema beëindigd, voldoende beschermd)
Sterk vereenvoudigd schema, omdat kinderen afhankelijk van hun leeftijd en vaccinatieschema op verschillende manieren een bepaalde vaccinatietoestand kunnen bereiken.
a    Hep B-0 op derde levensdag (alleen voor kinderen van moeders die drager zijn van het hepatitis B-virus).
b    Basisimmuun voor DKTP/BMR/MenACWY én volledig afgesloten voor Hib/Hep B/Pneu.
c    Naast de vaccinatietoestand ‘gerevaccineerd’ wordt ook de toestand ‘voldoende beschermd’ vastgesteld. Dit is de som van het aantal gerevaccineerde kinderen en het aantal kinderen dat de basisimmuniteit pas bereikt op de leeftijd van 2 tot 5 jaar en daarom niet in aanmerking komt voor revaccinatie.

d    Twee vaccinaties.


In dit onderzoek hebben we voor zuigelingen (geboortecohort 2015 t/m 2019), schoolkinderen (geboortecohort 2007 t/m 2011) en adolescente meisjes (geboortecohort 2003 t/m 2007) het verschil berekend tussen de reguliere vaccinatiegraad met leeftijdsgrens (zoals destijds in de jaarlijkse vaccinatiegraadrapportage gepresenteerd) en de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens in maart 2022.

Landelijke cijfers worden gepresenteerd voor alle bovengenoemde geboortecohorten. Cijfers per gemeente zullen gepresenteerd worden over de oudste geboortecohorten; zij hebben tenminste 4 jaar de tijd gehad om vaccinaties in te halen:

  • basisimmuniteit voor DKTP en BMR van zuigelingen uit geboortejaar 2015;
  • de volledig afgesloten D(K)TP- en BMR-series van schoolkinderen uit geboortejaar 2007;
  • de volledig afgesloten HPV-serie van adolescente meisjes uit 2003.

Het is belangrijk om te realiseren dat de populatie in de tussenliggende tijd veranderd is en dat het niet om precies dezelfde kinderen gaat. Daardoor kan de vaccinatiegraad lager liggen dan destijds in de jaarlijkse rapportage. Ook hebben jongere geboortecohorten (bijvoorbeeld cohort 2019 voor zuigelingen) minder tijd gehad om een vaccinatie in te halen dan oudere geboortecohorten (bijvoorbeeld cohort 2015 voor zuigelingen). De data zijn op 3 maart 2022 uit het nationale vaccinatieregister Præventis verkregen. Kinderen van de geselecteerde geboortecohorten konden op die datum alle RVP-vaccinaties die passen bij hun leeftijd afgerond hebben.

D(K)TP

Vanaf de invoering van de maternale DKT difterie, kinkhoest en tetanus (difterie, kinkhoest en tetanus)-vaccinatie eind 2019 krijgen kinderen van gevaccineerde moeders volgens het Nederlandse vaccinatieschema basisimmuniteit voor DKTP (DKTP-basisimmuniteit) via de DKTP-Hib- HepB hepatitis B (hepatitis B)-vaccinaties op de leeftijd van 3, 5 en 11 maanden. Kinderen van ongevaccineerde moeders en kinderen met een risico op verminderde overdracht van antistoffen van de moeder krijgen in deze serie nog een extra DKTP-Hib-HepB-vaccinatie bij 2 maanden. Voor de geboortecohorten 2015 t/m 2017 uit dit onderzoek werd bij alle kinderen de basisimmuniteit voor DKTP echter nog bereikt via een 2, 3, 4, 11-maandenschema. Vanaf geboortecohort 2018 heeft een deel van de kinderen al het 3, 5 en 11-maandenschema gevolgd. Herhalingen van de D(K)TP-vaccinaties worden aangeboden op de leeftijd van 4 en 9 jaar. De vaccinatiegraad voor de DKTP-basisimmuniteit wordt bepaald op 2-jarige leeftijd  en voor de volledige D(K)TP-vaccinatieserie (dus inclusief de vaccinaties op 4 en 9 jaar) op 10-jarige leeftijd (zie Tabel 1).

BMR

Kinderen krijgen volgens het Nederlandse vaccinatieschema BMR-vaccinaties op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar. De vaccinatiegraad voor de eerste BMR-vaccinatie wordt bepaald op 2-jarige leeftijd. Kinderen zijn dan basisimmuun voor BMR. De vaccinatiegraad voor de volledige BMR-vaccinatieserie wordt bepaald op 10-jarige leeftijd (zie Tabel 1). 

HPV

De HPV-vaccinatie is sinds 2010 onderdeel van het reguliere RVP. Aanvankelijk werden alleen adolescente meisjes gevaccineerd en kreeg iedereen 3 doses. Vanaf 2014 kwamen meisjes tot en met 14 jaar in aanmerking voor een schema van 2 doses. Vanaf 2022 worden ook jongens uitgenodigd en is de leeftijd voor de HPV-vaccinatie verlaagd naar het jaar waarin een kind 10 jaar wordt (dit was 13 jaar). Ook werd voor jongeren ouder dan 14 het aantal doses van 3 naar 2 verlaagd. In maart 2022 waren alleen gegevens beschikbaar voor adolescente meisjes die werden uitgenodigd in het jaar dat ze 13 jaar werden. De vaccinatiegraad voor de volledige HPV-vaccinatieserie is bepaald op 14-jarige leeftijd (zie Tabel 1).

Gemeente-indeling

Voor deze analyse is de gemeente-indeling per 24 maart 2022 gebruikt. In navolging van de CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek)-richtlijnen voor onthullingsrisico door lage aantallen zijn een aantal gemeenten samengevoegd in de analyse. Dit betreft: (1) Schiermonnikoog, Terschelling en Vlieland en (2) Rheden en Rozendaal (gemeenten in Gelderland).


Resultaten

Basisimmuniteit voor DKTP en BMR (zuigelingen)

Voor de geboortecohorten 2015 tot en met 2019 lag de landelijke vaccinatiegraad voor de DKTP-basisimmuniteit op de leeftijd van 2 jaar tussen de 92,2% en 93,1% (Tabel 2). In maart 2022 was voor alle cohorten de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens hoger (spreiding: +0,5% tot +1,9%). De landelijke BMR1-vaccinatiegraad op de leeftijd van 2 jaar toonde voor deze cohorten een vergelijkbare spreiding als voor DKTP (92,3% tot 93,6%) (Tabel 2). Ook voor deze vaccinatie was in maart 2022 voor alle cohorten de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens hoger (spreiding: +0,5% tot +1,7%) dan op 2-jarige leeftijd. Voor zowel de DKTP- als voor de BMR-basisimmuniteit was de toename groter naarmate het cohort ouder was.

 
    DKTP-basisimmuniteit (zuigelingen)   BMR-basisimmuniteit (zuigelingen)
  Geboortecohort Vaccinatiegraad met leeftijdsgrens (2 jaar) Vaccinatiegraad in 2022 zonder leeftijdsgrens Verschil   Vaccinatiegraad met leeftijdsgrens (2 jaar) Vaccinatiegraad in 2022 zonder leeftijdsgrens  Verschil
 
Verslagjaar
2022 2019 92,2 92,7 0,5   92,3 92,7 0,4
2021 2018 93,1 93,7 0,6   93,6 94,1 0,5
2020 2017 92,6 94,2 1,6   93,6 94,4 0,8
2019 2016 92,4 94,2 1,8   92,9 94,3 1,4
2018 2015 92,6 94,5 1,9   92,9 94,6 1,7

Tabel 2: Percentage zuigelingen dat basisimmuun is voor DKTP en BMR per geboortecohort

Op gemeenteniveau varieerde het verschil tussen de vaccinatiegraad van de DKTP-basisimmuniteit in maart 2022 zonder leeftijdsgrens en de vaccinatiegraad op de leeftijd van 2 jaar voor cohort 2015 sterk (zie Bijlage 1). In 31 gemeenten (9,1%) was de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens lager dan oorspronkelijk (spreiding: -9,2% tot -0,1%). Eén gemeente (0,3%) had op beide meetmomenten dezelfde vaccinatiegraad en in 309 gemeenten (90,6%) was de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens hoger (spreiding: +0,1% tot +8,8%) (Figuur 2).

Voor BMR-basisimmuniteit was dit beeld vergelijkbaar. In 32 gemeenten (9,4%) was er een negatief verschil (spreiding: -9,2% tot -0,1%), in 6 gemeenten (1,8%) was er geen verschil en in 303 gemeenten (88,9%) was er een positief verschil (spreiding: +0,1% tot +12,9%) (Figuur 2).

In 15 gemeenten (4,4%) was de vaccinatiegraad voor de DKTP-basisimmuniteit in maart 2022 (zonder leeftijdsgrens) ≥5% hoger dan destijds gemeten met leeftijdsgrens. Voor de BMR-basisimmuniteit was dit bij 11 (3,2%) gemeenten het geval.

Figuur 2: Verschil in vaccinatiegraad voor DKTP- en BMR-basisimmuniteit zonder en met leeftijdsgrens (2 jaar) voor cohort 2015 per gemeente, verschil in vaccinatiegraad voor de volledige D(K)TP-en BMR-vaccinatieserie zonder en met leeftijdsgrens (10 jaar) voor cohort 2007 per gemeente en verschil in vaccinatiegraad voor de volledige HPV-vaccinatieserie voor meisjes zonder en met leeftijdsgrens (14 jaar) voor cohort 2003 per gemeente.

Volledig afgeronde vaccinatieserie voor D(K)TP en BMR (schoolkinderen)

Op de leeftijd van 10 jaar varieerde de landelijke vaccinatiegraad voor de volledige D(K)TP-vaccinatieserie voor cohort 2007 tot en met 2011 tussen 86,3% en 90,0% (Tabel 3). Vergeleken met peilmoment maart 2022 lieten ook al deze cohorten een toename van de vaccinatiegraad zien (spreiding: +2,6% tot +3,4%). Voor de volledige BMR-vaccinatieserie varieerde de vaccinatiegraad op de leeftijd van 10 jaar voor deze cohorten tussen 86,4% en 90,1% (Tabel 3). Vergeleken met peilmoment maart 2022 lieten ook al deze cohorten een toename van de vaccinatiegraad zien (spreiding: +2,5% tot +3,3%). Voor beide afgeronde series was de toename groter bij de jongere cohorten dan bij de oudere cohorten.

    Volledig afgeronde D(K)TP-vaccinatieserie (schoolkinderen)   Volledig afgeronde BMR-vaccinatieserie (schoolkinderen)
  Geboortecohort Vaccinatiegraad met leeftijdsgrens (10 jaar) Vaccinatiegraad in 2022 zonder leeftijdsgrens Verschil   Vaccinatiegraad met leeftijdsgrens (10 jaar) Vaccinatiegraad in 2022 zonder leeftijdsgrens Verschil
 
Verslagjaar
2022 2011 86,3 89,7 3,4   86,4 89,7 3,3
2021 2010 88,9 92,3 3,4   89 92,3 3,2
2020 2009 89,7 92,4 2,7   89,7 92,3 2,6
2019 2008 89,5 92,4 2,9   89,5 92,3 2,8
2018 2007 90 92,6 2,6   90,1 92,6 2,5

Tabel 3: Percentage schoolkinderen dat de volledige DK(T)P- en BMR-vaccinatieserie heeft gekregen per geboortecohort

Ook voor de vaccinatiegraad voor de volledige D(K)TP- en BMR-vaccinatieseries in maart 2022 zonder leeftijdsgrens en de vaccinatiegraad op de leeftijd van 10 jaar voor cohort 2007 waren de verschillen per gemeente groot (zie Bijlage 1). Voor de volledige D(K)TP vaccinatieserie was het verschil in vaccinatiegraad in 33 gemeenten (9,7%)  negatief (spreiding: -3,9% tot -0,1%), in 5 gemeenten (1,5%) was er geen verschil en in 303 gemeenten (88,9%) was de vaccinatiegraad in maart 2022 hoger dan destijds is gemeten met de leeftijdsgrens (spreiding: +0,1% tot +43,4%) (Figuur 2).

Een vergelijkbaar beeld was er voor de volledige BMR-vaccinatieserie. In 38 gemeenten (11,1%) was het verschil negatief (spreiding: -3,9% tot -0,1%), in 7 gemeenten (2,1%) was er geen verschil en in 296 gemeenten (86,8%) was het verschil positief (spreiding: +0,1% tot +43,0%) (Figuur 2).

In 35 gemeenten (10,3%) was de vaccinatiegraad voor de volledige D(K)TP-serie in maart 2022 (zonder leeftijdsgrens) ≥5% hoger dan destijds gemeten met leeftijdsgrens. Voor de volledige BMR-serie was dit bij 32 (9,4%) gemeenten het geval.

HPV (adolescente meisjes)

Voor cohorten 2003 tot en met 2007 lag de landelijke vaccinatiegraad voor de volledige HPV-vaccinatieserie tussen 45,5% en 63,1% (Zie tabel 4).  Voor alle cohorten lag de vaccinatiegraad in maart 2022 zonder leeftijdsgrens aanzienlijk hoger. De toename varieerde tussen +6,8% en +18,8%.

 

    Volledig afgeronde HPV-vaccinatieserie (adolescente meisjes)
  Geboortecohort Vaccinatiegraad met leeftijdsgrens (14 jaar) Vaccinatiegraad in 2022 zonder leeftijdsgrens Verschil
 
Verslagjaar
2022 2007 47,6 66,4 18,8
2021 2006 63,1 69,9 6,8
2020 2005 53 63,4 10,4
2019 2004 45,5 57,6 12,1
2018 2003 45,5 58,3 12,8

Tabel 4: Percentage meisjes dat de volledige HPV-vaccinatieserie heeft gekregen per geboortecohort

Op gemeenteniveau was er voor de vaccinatiegraad voor de volledige HPV-vaccinatieserie in 4 gemeenten (1,2%) een negatief verschil (spreiding: -1,6% tot -10,5%) (Figuur 2 en Bijlage 1). In 337 gemeenten (98,8%) was er een positief verschil, variërend van +2,1% tot +26,2%. In 330 gemeenten (96,8%) was de vaccinatiegraad in maart 2022 (zonder leeftijdsgrens) ≥5% hoger dan destijds gemeten met leeftijdsgrens.

Discussie

Dit artikel geeft weer hoe de D(K)TP-, BMR- en HPV-vaccinatiegraad van diverse geboortecohorten over de tijd is veranderd, als we de vaccinatiegraad met leeftijdsgrens van destijds vergelijken met de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens in maart 2022. Op landelijk niveau is de vaccinatiegraad voor alle onderzochte geboortecohorten en vaccinatieseries toegenomen, het meest voor de volledig afgeronde D(K)TP-, BMR- en HPV-vaccinatieseries. Ook in vrijwel alle gemeenten nam de vaccinatiegraad van de onderzochte cohorten toe. In een klein deel van de gemeenten was de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens lager.

Meer tijd om vaccinaties te halen, lijkt dus een positief effect te hebben. Dit heeft vooral veel invloed op de groepsvaccinaties voor de DTP- en BMR-vaccinaties op 9-jarige leeftijd en de HPV-vaccinaties. Deze vaccinatiesessies worden bij veel JGZ-organisaties maar 1 tot 2 keer per jaar aangeboden. Heeft een kind een ronde gemist, dan is er vaak pas een half jaar later een nieuwe kans. Dit kan een groot effect hebben op het verschil in de vaccinatiegraad zonder en met leeftijdsgrens. Bij HPV heeft mogelijk ook meegespeeld dat veel ouders hun 12- of 13-jarige dochter nog te jong vonden voor deze vaccinatie en de HPV-serie bewust uitstelden8.

Of het inhalen van gemiste vaccinaties gebeurt op eigen initiatief van ouders of naar aanleiding van acties van de JGZ is met behulp van deze data niet goed te beoordelen. Hiervoor ontbreekt een compleet overzicht van alle acties die de JGZ-organisaties hebben genomen. Mogelijk hebben de JGZ-organisaties hier zelf wel inzicht in. In een rapport gepubliceerd door het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nivel) worden inhaalcampagnes wel aangehaald als een maatregel die effectief kan zijn om een hogere vaccinatiegraad te bevorderen9. In Tirol in Oostenrijk werd de Europese vaccinatieweek in 2016 bijvoorbeeld aangegrepen voor informatie- en inhaalcampagnes voor de bevolking en voor zorgprofessionals, omdat de BMR-vaccinatiegraad in Tirol onder de 95% ligt. Dit heeft geleid tot een toename van het aantal BMR-vaccinaties in en na die week10.

In Nederland vindt voor HPV vanaf 2022 een uitgebreide inhaalcampagne plaats voor jongeren tot en met 18 jaar en vanaf 2023 ook voor jongeren van 19 tot en met 26 jaar. Uit de resultaten in dit artikel blijkt dat vooral de vaccinatiegraad voor de HPV-vaccinatieserie is toegenomen wanneer de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens wordt vergeleken met de vaccinatiegraad met leeftijdsgrens. Het aanbieden van herhaalmogelijkheden lijkt dus met name op de HPV-vaccinatiegraad een groot (positief) effect te hebben. Dit is vooral van belang omdat de opkomst bij de eerste aanbiedingsmogelijkheid van de HPV-vaccinaties (vaccinatiegraad mét leeftijdsgrens) relatief laag ligt ten opzichte van de andere RVP-vaccinaties (ongeveer 60%-70% versus ongeveer 90%)4.

Er zijn wel een aantal beperkingen te plaatsen bij de bepaling van de vaccinatiegraad. Als eerste is het belangrijk om te erkennen dat de samenstelling van een geboortecohort op landelijk en gemeenteniveau verandert over de tijd. Kinderen vertrekken uit Nederland of uit de gemeente, of komen te overlijden. Soms komen er kinderen bij vanuit andere landen. Als gevaccineerde kinderen vertrekken, zal de vaccinatiegraad dalen. Als ongevaccineerde kinderen vertrekken, zal er een stijging zijn. Als er gevaccineerde kinderen Nederland of een gemeente binnenkomen, heeft dit een positief effect op de landelijke vaccinatiegraad. Binnenkomst van ongevaccineerde kinderen zorgt voor een daling van de vaccinatiegraad. Dit betekent dat een stijging van de vaccinatiegraad niet altijd hoeft te betekenen dat er vaccinaties zijn ingehaald; ook bovengenoemde factoren spelen hierbij een rol.

Bij de binnenkomst van asielzoekerskinderen speelt ook mee dat de vaccinatiestatus bij binnenkomst vaak (nog) niet bekend of (nog) niet geregistreerd is in het landelijk vaccinatieregister Præventis. Deze kinderen tellen dan mee als niet-gevaccineerde kinderen totdat hun vaccinatiestatus in Preæventis is verwerkt, mits ze staan geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP). De aanwezigheid van een asielzoekerscentrum kan daarmee (tijdelijk) een negatief effect hebben op de vaccinatiegraad in een bepaalde gemeente.

Een derde aspect dat invloed kan hebben op de resultaten, is het effect van gemeenten met een klein aantal kinderen in een bepaald geboortecohort. Hierdoor kan het vertrek van 1 of 2 kinderen al een grote (negatieve of positieve) invloed hebben op de vaccinatiegraad. Dit aspect zal mogelijk een rol hebben gespeeld in een deel van de gemeenten die zonder leeftijdsgrens een duidelijk andere vaccinatiegraad hadden dan met leeftijdsgrens.

De COVID-19-pandemie heeft waarschijnlijk ook invloed gehad op de gepresenteerde cijfers11, 12. In 2020 is het RVP wel zoveel mogelijk uitgevoerd, maar vooral groepsvaccinaties werden in het voorjaar van 2020 tijdelijk uitgesteld of omgezet naar individuele consulten. Alle RVP-vaccinaties lieten een daling in vaccinatiegraad zien. Bij de vaccinaties voor kinderen van 0-4 jaar liet vooral de BMR-basisimmuniteit een lichte daling zien. Deze daling is tot nu toe nog niet volledig ingehaald.  Een extra herinnering aan ouders om de eerste BMR alsnog in te halen, heeft weinig effect gehad4.

Voor HPV was het effect van de COVID-19-pandemie op de vaccinatiegraad met leeftijdsgrens voor meisjes geboren in 2007 het grootst: door het uitstellen van de voorjaarsronde in 2020 was het bereiken van een volledige serie (2 vaccinaties terwijl de 9-jarigen maar 1 DTP- en BMR-vaccinatie krijgen) voor de leeftijd van 14 jaar minder goed haalbaar dan normaal gesproken. Ook voor de volledige serie van de BMR- en DTP-vaccinaties zou dit mogelijk kunnen verklaren waarom bij de jongere kinderen het verschil tussen de vaccinatiegraad met en zonder leeftijdsgrens groter was dan bij de oudere kinderen.

Ten slotte kan de invoering van informed consent voor gegevensuitwisseling tussen de JGZ en het RIVM van invloed zijn geweest. Hierdoor ontvangt het RIVM vanaf 1 januari 2022 een deel van de vaccinaties anoniem. Dat gebeurt als er door ouders en/of de gevaccineerde geen toestemming is gegeven (of in het digitaal dossier van de JGZ is vastgelegd) voor uitwisseling van vaccinatiegegevens mét persoonsgegevens tussen de JGZ en het RIVM. Na een moeizame start geeft momenteel ongeveer 5% van de mensen hiervoor geen toestemming. Toen we de data uit Præventis haalden, was dit nog zo’n 12%. Deze invoering heeft waarschijnlijk enige invloed op de uitkomsten in dit onderzoek. De vaccinaties die in de periode 1 januari tot 3 maart 2022 zijn toegediend, zijn namelijk alleen meegeteld indien hier toestemming voor is geregistreerd. Alleen dan is immers bekend in welk jaar de gevaccineerde geboren is, of het een jongen of meisje is, in welke gemeente hij/zij woont en om welke dosis het ging. Hierdoor wordt de vaccinatiegraad enigszins onderschat.

Conclusie

Dit artikel geeft een overzicht van de verschillen tussen de vaccinatiegraad met en zonder leeftijdsgrens op landelijk niveau en per gemeente. Op landelijk niveau is de vaccinatiegraad over de tijd toegenomen. Ook voor de meeste gemeenten geldt dat de vaccinatiegraad is gestegen. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de inspanningen die de JGZ doet om kinderen vaccinaties te laten inhalen, ook al kan de veranderende samenstelling van een geboortecohort over de tijd ook van invloed zijn op deze uitkomsten. De JGZ kan de resultaten van dit onderzoek meenemen in het overleg met gemeenten om de inzet van de jeugdgezondheidszorg op het gebeid van bevordering van de vaccinatiegraad te evalueren.

​​​​​​​BIJLAGE 1 Overzicht inhaalvaccinaties per gemeente 

  1. RIVM. Rijksvaccinatieprogramma's Bilthoven: RIVM; 2023 Available from: https://www.rivm.nl/rivm/kennis-en-kunde/expertisevelden/rijksvaccinatieprogrammas.
  2. RIVM. Over het Rijksvaccinatieprogramma: RIVM; 2023 Available from: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/over-het-programma.
  3. Pluijmaekers A, de Melker H. The National Immunisation Programme in the Netherlands. Surveillance and developments in 2021-2022. Het Rijksvaccinatieprogramma in Nederland Surveillance en ontwikkelingen in 2021-2022: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2022.
  4. van Lier A, Hament J-M, Knijff M, Westra M, Ernst A, Giesbers H, et al. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2022. Bilthoven: RIVM; 2023. Report No.: 2023-0031.
  5.  van Lier A, Oomen P, de Hoogh P, Drijfhout I, Elsinghorst B, Kemmeren J, et al. Praeventis, the immunisation register of the Netherlands: a tool to evaluate the National Immunisation Programme. Euro Surveill. 2012;17(17).
  6. Drijfhout I. RVP Rijksvaccinatie programma (Rijksvaccinatie programma)-richtlijn Uitvoering Bilthoven: RIVM; 2023 [10-11-2023]. Available from: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/professionals/richtlijnen/rvp-richtlijn-uitvoering.
  7. Van Lier A, Oomen P, Giesbers H, Van Vliet H, Drijfhout I, Zonnenberg-Hoff IF, De Melker H. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2018. Bilthoven: RIVM; 2019. Report No.: 2019-0015.
  8. van Keulen HM, Otten W, Ruiter RA, Fekkes M, van Steenbergen J, Dusseldorp E, Paulussen TW. Determinants of HPV humaan papillomavirus (humaan papillomavirus) vaccination intentions among Dutch girls and their mothers: a cross-sectional study. BMC Public Health. 2013;13:111.
  9. de Jong J, Kroneman M, Fermin A, Legemaate J, Widdershoven G, Hansen J, et al. Maatregelen om de vaccinatiegraad in Nederland te verhogen. Een verkenning. Utrecht: Nivel; 2019. Report No.: ISBN 978-94-6122-596-2.
  10. Kreidl P, de Kat C, Group EIWT-S. Utilization and impact of European immunization week to increase measles, mumps, rubella vaccine uptake in Austria in 2016. Vaccine. 2017;35(37):4836-9.
  11. van Lier A, Oomen P, Giesbers H, Hament J-M, van Vliet H, Drijfhout I, et al. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2021. Bilthoven: RIVM; 2022.
  12. Middeldorp M, van Lier A, van der Maas N, Veldhuijzen I, Freudenburg W, van Sorge NM, et al. Short term impact of the COVID-19 pandemic on incidence of vaccine preventable diseases and participation in routine infant vaccinations in the Netherlands in the period March-September 2020. Vaccine. 2021.