Als gevolg van deze verschillende maatregelen is er steeds meer interesse in alternatieven of vervangers voor bisfenol A. Deze alternatieven kunnen onbedoeld vergelijkbare met of andere gezondheidseffecten dan bisfenol A hebben.

RIVM deed hier onderzoek naar in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ( VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)) en de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit ( NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit)). Hiervoor bracht het RIVM in kaart welke alternatieven er zijn. Aanvullend is voor een aantal alternatieven onderzocht welke gegevens beschikbaar zijn over de schadelijkheid. Ook heeft het RIVM gekeken naar wat er bekend is over het vrijkomen van het alternatief uit het product. Van een alternatief dat veel uit het product vrijkomt, krijgen we meer binnen dan van een alternatief dat weinig of niet uit het product vrijkomt. Uit het onderzoek blijkt dat er voor de meeste vervangers te weinig gegevens beschikbaar zijn over schadelijkheid en het vrijkomen van de alternatieven uit het product. Het blijft dus onbekend of deze alternatieven voor bisfenol A veilig gebruikt kunnen worden.