Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu geeft antwoord op veelgestelde vragen over het onderzoek naar ultrafijn stof rond Schiphol.

Studie bij basisschoolkinderen

Studie bij basisschoolkinderen

In dit onderzoek deden kinderen regelmatig blaastesten om de gezondheid van hun luchtwegen te meten en hielden ze hun gezondheid bij in dagboekjes. In totaal deden er 191 kinderen mee. De groep bestond uit 161 kinderen van drie verschillende scholen en daarnaast 30 kinderen met astma uit verschillende woonplaatsen rond Schiphol. Elk kind deed twee tot drie maanden mee met het onderzoek in de periode tussen december 2017 en februari 2019. Gedurende de onderzoeksperiode werden de hoeveelheden ultrafijn stof en roet gemeten op de schoolpleinen van de scholen. Op die manier kon worden onderzocht of er een relatie was tussen de gezondheid van de kinderen en de blootstelling aan ultrafijnstof.

Op dagen met verhoogde concentraties ultrafijn stof (zowel van vliegverkeer als van wegverkeer) hadden kinderen meer last van luchtwegklachten, zoals kortademigheid en piepende ademhaling. Ook gebruikten kinderen dan meer medicijnen. Deze effecten traden vooral op bij kinderen die al klachten aan de luchtwegen hadden en hiervoor al medicijnen gebruikten. Ook zien we dat de longfunctie zoals die door de kinderen thuis is gemeten, in de ochtend licht verlaagd is, als de concentratie ultrafijn stof afkomstig van het wegverkeer van de de dagen ervoor hoger is. Op dagen met hogere concentraties ultrafijn stof van vliegtuigen werd geen vermindering van de longfunctie gevonden.

We weten nu dat kinderen meer last kunnen hebben van luchtwegklachten op dagen met hoge concentraties ultrafijn stof in de lucht. Door de onderzoeksopzet kon dit gevonden worden. Hoeveel meer last hangt af van de mate van blootstelling en individuele kenmerken zoals het al hebben van luchtwegklachten. Wat het op de langere termijn betekent, is onderwerp van studie in de laatste module van het onderzoeksprogramma naar de gezondheidseffecten van langdurige blootstelling aan ultrafijn stof door vliegverkeer.

De meeste kinderen die volgens de vragenlijst normaal geen luchtwegklachten hebben, hadden hier geen last van, maar een klein deel wel. Van de onderzochte kinderen, die klachten in het dagboek aangaven, had ongeveer 10% normaal geen luchtwegklachten. De aantallen in deze studie zijn te klein om te kunnen concluderen dat specifiek deze kinderen luchtwegklachten krijgen van ultrafijn stof.  Van de anderen was bekend dat ze astma of luchtwegklachten hadden.

We nemen aan, dat het effect of de luchtwegen van luchtverontreiniging even nodig heeft om zich te ontwikkelen. Het zou dus kunnen gaan om een effect van een blootstelling die al iets eerder heeft plaats gevonden. 

Studie bij volwassenen

Studie bij volwassenen

In de studie onder volwassenen werd gekeken naar de mogelijke gezondheidseffecten door het kortdurend (enkele uren) inademen van ultrafijn stof naast  het terrein van de luchthaven Schiphol. Vrijwilligers werden nabij Schiphol blootgesteld aan verschillende buitenluchtmengsels. Sommige buitenluchtmengsels bevatten veel ultrafijn stof. Vooraf en achteraf aan de blootstelling werden de vrijwilligers medisch onderzocht in het AMCAcademic Medical Center.  Doordat de hoeveel ultrafijn stof in de lucht op verschillende dagen anders was, konden de onderzoekers kijken wat het effect hiervan is op de longen, de bloeddruk en het hart.

We hebben gevonden dat blootstelling aan ultrafijn stof een klein effect heeft op de longfunctie. De longfunctie wordt gemeten door hoeveel (volume) en hoe hard je (kracht) kan blazen. Dit was de meting waarbij vrijwilligers door een mondstuk heel hard in moest ademen en uit moest blazen. Het lijkt erop dat door de kortdurende blootstelling gezonde mensen iets minder volume kunnen uitblazen. De longfunctie neemt ongeveer met 6 milliliter per 10.000 deeltjes per milliliter lucht af. Dit is een relatief kleine verandering, maar kan alsnog belangrijk zijn op de lange termijn en/of voor kwetsbare mensen, zoals mensen met een longaandoening. Daarnaast hebben we een klein effect op het hart gevonden. In deze studie bleek dat ontspannen van je hart wordt vertraagd door blootstelling aan ultrafijn stof, met ongeveer 1 msmicrosoft per 10.000 deeltjes/cm3, het zogenaamde QTc interval.  Wanneer het QTc interval te lang wordt (>450 ms), is er een hogere kans op ritmestoornissen. Vanwege de goede gezondheid van de vrijwillgers is de QTc nooit te lang geweest en hoogstwaarschijnlijk binnen enkele uren weer hersteld naar normaal.

Er is nogmaals gevonden dat er verhoogde niveaus aan ultrafijnstof zijn rondom Schiphol. Dit was al eerder onderzocht en wordt dus in deze studie bevestigd. Normaal is het ultrafijnstof gehalte rond de 10.000 – 40.000 deeltjes per cm3, afhankelijk van waar je woont. In deze studie zagen we een gemiddelde van zo’n 50.000 deeltjes/cm3 met zelfs een aantal dagen waarop het ultrafijnstof gehalte rond de 150.000 deeltjes per cm3 was.

Nee, er is een onderzoeksprotocol opgesteld en deze is goedgekeurd door de Medisch Etische Toetsings Commissie. Goedkeuring door de METCmedisch-ethische toetsingscommissie is noodzakelijk om met vrijwilligers te kunnen werken. In dit geval is het onderzoek uitgevoerd op een locatie waarnaast ook spotters zouden kunnen gaan staan.

Vlakbij een start- en landingsbaan van Schiphol, net buiten het hek van het terrein van Schiphol.

Algemeen

Algemeen

Ultrafijn stof is de verzameling van de deeltjes in de lucht die kleiner zijn dan 0,1 micrometer. Ieder deeltje is 10.000 keer kleiner dan een millimeter en niet met het oog te zien. Ultrafijn stof komt vooral vrij bij verbranding. Bronnen zijn bijvoorbeeld de uitstoot van transportmiddelen (auto’s, schepen, luchtvaart), huishoudens (koken, openhaarden) en de industrie. Ultrafijn stof is ook altijd in de lucht aanwezig door chemische reacties en natuurlijke bronnen, zoals vulkanen. De meeste ultrafijn stof in de lucht bevindt zich dicht bij een bron. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft een animatie over ultrafijn stof gemaakt.

Ja, ultrafijn stof komt vrij bij nagenoeg elk verbrandingsproces zoals bij diesel- en benzinemotoren en bij energiecentrales. In dit onderzoek is gekeken naar ultrafijn stof van wegverkeer, vliegverkeer en samen.

Wat we waarnemen is dat op dagen met relatief hoge ultrafijn stof gehaltes van vlieg- en wegverkeer (hoogste 5%) er door kinderen meer en vaker luchtwegklachten worden gerapporteerd (ca 20-70%) vergeleken met dagen waarop er relatief weinig te vinden is. Hierbij wordt de hoogste  % van  gevonden concentraties vergeleken met de laagste 5%. Ook gebruiken ze op die dagen meer medicijnen. Dit zijn klachten die weer verminderen of verdwijnen zodra de concentraties ultrafijn stof lager worden. Door de onderzoeksopzet kon dit gevonden worden. Daarnaast zijn in dit onderzoek bij gezonde vrijwilligers kortdurende veranderingen in long- en hartfunctie gevonden op dagen met hoge blootstelling aan ultrafijn stof afkomstig van vliegverkeer na eenmalige blootstelling (5 uur lang) op een terrein naast de luchthaven bij jonge, gezonde volwassenen. Deze effecten hangen samen met een kortdurende verhoging van blootstelling aan ultrafijn stof. Dit geldt zowel voor ultrafijn stof  van wegverkeer als voor ultrafijn stof afkomstig van het vliegverkeer. Er zijn geen aanwijzingen dat de effecten van ultrafijn stof van vliegverkeer wezenlijk anders zijn dan ultrafijn stof van wegverkeer. Wel is bekend dat vliegtuigen veel ultrafijn stof uitstoten.

Ook elders zoals dichtbij drukke verkeerswegen of bepaalde industriële processen vind je hogere concentraties ultrafijn stof. Rondom Schiphol is als gevolg van het vliegverkeer  sprake van een relatief hoge bijdrage aan de allerkleinste deeltjes binnen ultrafijn stof. Dat komt omdat het soort motoren wat o.a. in vliegtuigen wordt toegepast kleinere deeltjes produceren. Ook is de totale ultrafijn stof concentratie (het aantal deeltjes per milliliter) rondom Schiphol hoger.

Wat betreft de studie met basisschoolkinderen gaat het om een schoolpanel, bestaande uit 161 kinderen van basisscholen aan weerszijden van de luchthaven. Dit betreft basisscholen in Badhoevedorp en Aalsmeer. Daarna heeft  een astmapanel met dertig kinderen uit de wijdere omgeving van Schiphol meegedaan. De studie met jonge vrijwilligers is uitgevoerd in een mobiel laboratorium aan de rand van het luchthaventerrein.

Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Sommige klachten kunnen wellicht worden voorkomen of beperkt met aanpassen van de onderhoudsmedicatie van mensen met bestaande luchtwegklachten. Omdat ultrafijn stof ook makkelijk de binnenlucht bereikt is binnenblijven niet effectief. Aangezien in dit onderzoek blijkt, dat ook ultrafijn stof afkomstig van wegverkeer een toename van klachten kan geven, is alleen op grotere afstand van Schiphol verblijven niet altijd de oplossing. Bovendien hangt de dagelijkse concentratie ultrafijn stof door vliegverkeer ook samen met de windrichting en baangebruik en kun je dit niet waarnemen. Als je benauwdheid hebt of piepende ademhaling hebt en je je zorgen maakt kun je contact opnemen met de huisarts.

Er is op dit moment geen bewijs dat dit zinvol is. Uit onderzoek langs drukke wegen is bekend dat het aanzuigen van buitenlucht over fijnmazige filters de roetconcentratie binnen iets kan verlagen, al dringt een deel van het roet toch door in de binnenlucht. Of dat ook voor ultrafijn stof door vliegverkeer geldt, is nooit onderzocht. Er zijn talloze systemen op de markt die claimen dat ze de lucht in huis zuiveren. Over de effectiviteit van die systemen om de ultrafijn stof blootstelling te verlagen kunnen we geen uitspraak doen, die zou op basis van (meerdere) onafhankelijke in de wetenschappelijke literatuur gepubliceerde studies moeten worden aangetoond.

Elk type motor (turbine, diesel, benzine) heeft een ander verbrandingsproces. Dit heeft effect op de grootte van de deeltjes in de uitstoot. Hiermee kan de bron vrij goed herleid worden. De deeltjes die door vliegverkeer worden uitgestoten zijn nog kleiner dan die van het wegverkeer. In de metingen is het onderscheid naar deeltjesgrootte gemaakt.

Dat betekent dat wat er gemeten of berekend is voor een belangrijk deel toe te schrijven is aan uitstoot van vliegtuigen. Niet voor 100% omdat in de woonomgeving dichtbij Schiphol de uitstoot van vliegtuigen al gemengd is met andere lucht.

Dit hangt zeer sterk af van de afstand tot de bron die ultrafijn stof uitstoot en de weerscondities. Op dagen met harde wind zal het stof sneller verdunnen. In de studie onder schoolkinderen werden waarden tot 45.000 deeltjes per cm3  gemeten. In de studie met volwassen lag dat tussen de 10 en 170 duizend deeltjes per milliliter lucht Achtergrondconcentraties liggen in een stedelijke omgeving al snel tussen de 10 en 20 duizend deeltjes per milliliter lucht.

Longfunctie kan op verschillende manier worden bepaald. In dit onderzoek zien we dat bij hogere hoeveelheden ultrafijn stof een afname is te meten van de hoeveelheid lucht die iemand maximaal kan uitblazen. Dat kan duiden op een vernauwing van de luchtwegen.
In dit onderzoek zijn kleine verschillen gevonden in longfunctie. Dit is iets wat je niet snel zelf zult merken.

In het kader van dit onderzoek zijn dat: Piepende ademhaling, kortademigheid en hoesten.

Dit onderzoek laat zien dat gezondheidsklachten en een toename in medicijngebruik voorkomen tijdens perioden van verhoogde concentraties ultrafijn stof. We verwachten dat de klachten en het medicijngebruik afnemen als de concentraties weer dalen. Dergelijke gezondheidseffecten treden ook op bij fijnstof. Bij fijnstof heeft de jaargemiddelde blootstelling  uiteindelijke het belangrijkste effect op de gezondheid. Dit wordt nu voor ultrafijn stof onderzocht in de laatste module van het onderzoeksprogramma.

Wat heeft RIVM gedaan om de onafhankelijkheid van belanghebbenden van het onderzoek te borgen?

Het onderzoek is opgezet en uitgevoerd zonder invloed van de opdrachtgevers en volgens de wetenschappelijk principes en volgens de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit. Er hebben diverse partijen meegewerkt aan het onderzoek. Het werk is getoetst door een internationale adviescommissie die bestond uit wetenschappers die die niet bij het onderzoek waren betrokken of hier belangen bij hadden. Het werk is tijdens de voorbereidingen en in de rapportage fase gepresenteerd aan een maatschappelijke klankbordgroep. Daaruit zijn vragen en suggesties voor verduidelijking gekomen. Aan de hand daarvan zijn verduidelijkingen aangebracht  in het rapport  of de opmerkingen worden geadresseerd in de vraag & antwoord lijst.  Zie ook https://www.rivm.nl/over-het-rivm/missie-en-strategie/wetenschappelijke-integriteit

In dit onderzoek wilden we weten of kortdurende blootstelling aan verhoogde concentraties ultrafijnstof effect had op luchtwegklachten, op functioneren van de longen en het hart. Voor wat betreft de kinderen werd herhaald afnemen van bloed als te belastend gezien. Een internationale adviesgroep heeft bij het prioriteren van wat het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zou moeten meten, metingen in bloed laag geprioriteerd. Wel is urine afgenomen bij de volwassen vrijwilligers om op een later tijdstip alsnog kenmerken van vermindering van orgaanfunctie te bepalen. Op basis van vergelijkbaar onderzoek naar effecten van blootstelling aan dieselmotor uitstoot is de verwachting dat effecten in bloed niet direct na een 5 uur durende bloostelling zou zijn te meten. Daarom is dit nu niet terug gekomen in de studie.

Nee, het lopende onderzoek is gericht op het bepalen van effecten als gevolg van landurige blootstelling. Hiervoor worden gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBSCentraal Bureau voor de Statistiek) over de gezondheid van meer dan 2 miljoen omwonenden gebruikt. Veldonderzoek is geen onderdeel van de studie naar lange termijn effecten.