Lukt het mensen om de gedragsregels toe te passen?

Sinds half maart 2020 gelden in ons land diverse gedragsregels die erop gericht zijn om verspreiding van het coronavirus te bestrijden. De gedragsregels zijn gericht op het beperken van het aantal contacten (bijvoorbeeld thuiswerken) en het beperken van het risico op besmetting per contactmoment (bijvoorbeeld 1,5 meter afstand houden en de hygiënemaatregelen). Echter, de huidige situatie vraagt ook veel van mensen: de maatregelen beperken onze vrijheid en mogelijkheden. Dit kan impact hebben op onze mentale, fysieke, en sociale gezondheid. En op de verwachting hoe lang mensen de maatregelen steunen. Deze inzichten helpen de overheid om burgers beter te kunnen ondersteunen en informeren om de gedragsregels te blijven naleven.

Let op: de vragenlijst is afgenomen tussen 5 en 9 mei. Sommige vragen gaan over het gedrag van deelnemers in de week voor het invullen van de vragenlijst. Andere vragen gaan over een periode van 6 weken voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst. Voor elk onderwerp wordt aangegeven over welke periode de vragen zijn gesteld.

Meetrondes

Ronde 1: 17-24 april 2020 | Ronde 2: 7-12 mei | Ronde 3: 27 mei - 1 juni | Ronde 4: 17-21 juni | Ronde 5: 8-12 juli | Ronde 6: 19-23 augustus | Ronde 7: 30 september - 4 oktober | Ronde 8: 11-15 november | Ronde 9: 30 december 2020 - 3 januari 2021 | Ronde 10: 10-14 februari | Ronde 11: 24-28 maart | Ronde 12: 5-9 mei. 

Houden aan gedragsregels

Het gedragsonderzoek van meetronde 12 laat zien dat de meeste hygiënemaatregelen nog altijd goed worden nageleefd. Deelnemers geven aan dat zij in 99% van de gevallen in de week voorafgaand aan het onderzoek geen handen hebben geschud, 90% droeg een mondkapje in de publieke binnenruimte en 98% deed dat in het openbaar vervoer. Wanneer het nodig was om handen te wassen, deden de deelnemers dat in 75% van de situaties. Als deelnemers moesten hoesten of niezen, deden zij dat in 72% van de gevallen in de elleboog.

De deelnemers die thuis kunnen werken, werken gemiddeld 68% van hun werkuren thuis. Van de deelnemers die op het moment van invullen of in de 6 weken daarvoor klachten hadden (die waarschijnlijk niet door een onderliggende aandoening komen), heeft 65% zich laten testen op het coronavirus. 44% van de deelnemers met klachten die waarschijnlijk niet komen door een onderliggende aandoening bleef thuis.  Verderop op deze pagina staat meer informatie over quarantaine en testen in verschillende situaties.

Als we kijken naar maatregelen die het aantal contacten tussen mensen zouden moeten beperken, geeft 90% van de deelnemers aan in de afgelopen week geen bezoek of niet meer dan twee bezoekers tegelijk thuis te hebben ontvangen. 

Verandering in het houden aan de gedragsregels

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. De naleving van de hygiënemaatregelen, zoals handen wassen en hoesten of niezen in de elleboog, is ten opzichte van de vorige meetronde ongeveer gelijk gebleven. Dit geldt ook voor het percentage deelnemers dat een mondkapje droeg in publieke binnenruimtes en in het openbaar vervoer. Ook het percentage dat drukke plekken vermijdt (of omkeert bij een te drukke situatie) en het aantal keer dat het lukt om voldoende afstand te houden van anderen zijn gelijk gebleven.

Sinds de coronamaatregelen voor het eerst ingingen is het geadviseerde maximum aantal bezoekers thuis een aantal keer aangepast. In meetrondes 7 (september/oktober 2020) en 8 (november 2020) was het advies om maximaal twee bezoekers te ontvangen, en in ronde 9 (december 2020/januari 2021) was dit tijdelijk drie vanwege de kerstdagen. In deze rondes zagen we dat het advies door bijna iedereen werd opgevolgd (95-99%). Tijdens rondes 10 (februari 2021) en 11 (maart 2021) gold een maximum van één bezoeker. In deze rondes daalde het percentage dat zich aan het advies hield sterk: met 13 procentpunt in ronde 10 en nog eens 9 procentpunt in ronde 11. Tijdens de huidige meetronde gold weer een advies van maximaal twee bezoekers. Hiermee steeg het percentage deelnemers dat zich aan het advies hield met 17 procentpunt ten opzichte van de vorige meetronde.

Het percentage deelnemers met klachten dat thuisbleef is sinds de vorige meetronde ongeveer gelijk gebleven. Het percentage dat zich liet testen bij klachten nam licht toe met 4 procentpunt.

Meer inzicht in naleving

Klachten

Van de mensen die hebben deelgenomen aan meetronde 12, heeft 30% klachten of in de afgelopen 6 weken klachten gehad die kunnen wijzen op een besmetting met het coronavirus. Dit percentage is ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van de vorige meetronde, toen was dit 31%. Van de mensen met klachten geeft deze ronde 53% aan dat deze klachten (waarschijnlijk) komen door een onderliggende aandoening en 47% heeft klachten die (waarschijnlijk) niet door een onderliggende aandoening komen.

Testen

Het advies om te testen op het coronavirus geldt in verschillende situaties. Daarnaast zijn er verschillende manieren om te testen op het coronavirus. Van de deelnemers heeft 23% zich in de afgelopen 6 weken laten testen. Van hen deed 29% dat meer dan één keer. Daarnaast heeft 8% een zelftest gedaan, zie voor verdere toelichting onder “zelftesten”.

Als je klachten hebt die horen bij het coronavirus, is het advies om je te laten testen. Van de mensen die nu of in de afgelopen 6 weken klachten hadden die mogelijk corona gerelateerd zijn, heeft 49% zich laten testen. Van de mensen die aangeven dat hun klachten (waarschijnlijk) niet komen door een andere aandoening, heeft 65% zich laten testen. Van de mensen met klachten die (waarschijnlijk) wel komen door een onderliggende aandoening, heeft 34% zich laten testen. Van de mensen met klachten die zich hebben laten testen, heeft 67% dit binnen 2 dagen gedaan en 85% binnen 4 dagen na aanvang van de klachten. Bovenstaande percentages kunnen een overschatting zijn (van maximaal 5 procentpunt) van het aantal deelnemers dat zich liet testen vanwege klachten. Deelnemers die klachten hadden kunnen zich namelijk ook om een andere reden hebben laten testen in de afgelopen 6 weken, voor- of nadat ze klachten hadden.

Na nauw of niet-nauw contact met een besmet persoon geldt ook een testadvies. Met nauw contact wordt minimaal 15 minuten (in totaal of aaneengesloten), op minder dan 1,5 meter afstand bedoeld. Korter dan 15 minuten, of meer dan 1,5 meter afstand, betekent niet-nauw contact. Van de deelnemers die hebben aangegeven in nauw contact te zijn geweest met een besmet persoon, geeft 83% aan zich te hebben laten testen. Voor de deelnemers die in niet-nauw contact zijn geweest was dit 42%. Hierbij zitten verschillen tussen de bron van de melding: na een melding van (nauw) contact door de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) laten meer mensen zich testen dan na een melding via school of werkgever, zie voor een uitsplitsing onderstaande uitklaptabel.

 

% getest totaal

% getest na
nauw contact

% getest na 
niet-nauw contact

% binnen gebleven na
nauw contact

% geen bezoek na
nauw contact

Na melding van persoon zelf

56,6
(n= 2028)

81,1
(n= 1147)

40,6
(n= 881)

58,9
(n= 804)

89,8
(n= 1227)

Na melding CoronaMelder

70,3
(n= 554)

81,4
(n= 302)

60,4
(n= 252)

65,8
(n= 156)

94,1
(n= 223)

Na melding GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)/ aangemerkt 
als contact door de GGD

76,9
(n= 798)

88,9
(n= 552)

59,0
(n= 246)

62,4
(n= 382)

89,9
(n= 550)

Na melding via andere weg
(bv. School of werkgever)

47,5
(n= 759)

74,9
(n= 286)

38,9
(n= 473)

50,7
(n= 170)

85,1
(n= 285)

TOTAAL (alle meldingen)

56,3
(n= 3460)

80,5
(n= 1819)

42,2
(n= 1641)

58,5
(n= 1192)

89,1
(n= 1805)

Van de deelnemers die in het buitenland zijn geweest, heeft 17% zich laten testen. Tijdens deze meetronde gold voor alle buitenlandreizen een testadvies na aankomst in Nederland, op uitzonderingen na (wegens werk, school, of kort bezoek aan familie of geliefden). In dit cijfer zijn deelnemers die uitgesloten zijn van de quarantaineregel niet meegenomen.

De meeste deelnemers van het onderzoek (81%) hebben zich bij de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) laten testen op het coronavirus. Daarnaast heeft 7% gebruik gemaakt van de prioriteitsregeling voor zorgmedewerkers en leraren om zich te laten tesen bij de GGD teststraat. 12% van de deelnemers die zich hebben laten testen, heeft zich buiten de reguliere teststraten laten testen.

Verandering in percentage mensen dat zich laat testen

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Na een forse daling in meetronde 10, is het aantal deelnemers dat zich liet testen weer gestegen. Het percentage deelnemers met mogelijk coronagerelateerde klachten (gedurende de afgelopen 6 weken en nu) dat zich liet testen is 49% in meetronde 12 (een lichte stijging van 4 procentpunt ten opzichte van meetronde 11, en een stijging van 12 procentpunt ten opzichte van meetronde 10). Deze stijging geldt voor zowel deelnemers bij wie de klachten (waarschijnlijk) niet komen door een onderliggende aandoening, als (waarschijnlijk) wel (beiden 4 procentpunt).

Het aantal deelnemers dat zich heeft laten testen na contact met een besmet persoon is gelijk gebleven wanneer het om een nauw contact ging; na niet-nauw contact met een besmet persoon is het percentage dat zich heeft laten testen met 5 procentpunt afgenomen.

Het aantal deelnemers dat zich liet testen na terugkomst uit het buitenland is met 6 procentpunt toegenomen ten opzichte van de vorige meetronde.

Redenen om niet te testen

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom mensen zich niet laten testen. De meest genoemde reden waarom deelnemers met klachten in de afgelopen 6 weken en nu zich niet hebben laten testen is omdat zij dit soort klachten altijd ervaren in deze periode (40%). Andere redenen zijn dat zij heel milde klachten hadden (27%), omdat zij de kans besmet te zijn met het coronavirus klein vonden (23%), of hun klachten nog even wilden aankijken (17%). Deze ronde zijn drie nieuwe redenen uitgevraagd waarom mensen zich niet hebben laten testen bij klachten. 8% van de deelnemers gaf aan het niet nodig te vinden zich te laten testen omdat zij al een zelftest hadden gedaan. 9% van de deelnemers vond een test niet nodig omdat zij gevaccineerd zijn tegen corona. 5% vond een test niet nodig omdat gezinsleden al negatief waren getest. 

Testen bij kinderen

Voor kinderen geldt een testadvies als zij op school, op de kinderopvang, of ergens anders in contact zijn geweest met een besmet persoon. Ook moeten kinderen zich laten testen als zij zelf klachten hebben die passen bij het coronavirus. Voor kinderen jonger dan 4 jaar hoeft dat alleen als ze zware klachten hebben.

Van de deelnemers met thuiswonende kinderen gaf 35% aan dat een kind klachten had waardoor een testadvies gold. In meetronde 11 was dit 40%. Van de deelnemers met thuiswonende kinderen gaf 24% aan dat een kind in (nauw) contact was geweest met een besmet persoon, waardoor een testadvies gold. In meetronde 11 was dit 17%. 49% gaf aan dat hun kind niet in één van deze situaties is geweest. Wanneer ouders meerdere kinderen hadden met klachten en/of die contact hadden gehad met een besmet persoon, is hen gevraagd het oudste kind voor wie dit gold in gedachten te houden. Van deze kinderen met klachten is 71% getest (of de test moet nog plaatsvinden). Van de kinderen die contact hadden gehad met een besmet persoon is 80% getest (of de test moet nog plaatsvinden). Kinderen die een zelftest hebben gedaan zijn hierbij niet meegerekend.

Als belangrijkste redenen om hun kinderen niet te laten testen, gaven deelnemers aan dat zij niet willen dat hun kind getest wordt (27%), dat de kans klein is dat hun kind besmet is met het coronavirus (26%), en dat hun kind milde klachten had (23%). 14% van de deelnemers gaf als reden aan dat hun kind al een zelftest had gedaan.  

Zelftesten

Sinds april 2021 zijn zelftesten te koop. Deze zelftesten geven binnen een kwartier een uitslag. De zelftesten zijn minder betrouwbaar dan testen bij de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). Ze zijn daarom niet bedoeld om te testen bij klachten, na contact met een besmet persoon, of om te testen voor toegang tot een evenement. Ze zijn alleen bedoeld als extra zekerheid, bijvoorbeeld als je naar school of werk moet. Van de deelnemers gaf 8% aan wel eens een zelftest te hebben gedaan. Van hen had 31% dat vaker dan één keer gedaan. De meest genoemde redenen om een zelftest te doen waren ‘om meer zekerheid te hebben dat ik het coronavirus niet heb’ (20%) en ‘om meer zekerheid te hebben dat ik mensen om mij heen niet kan besmetten’ (19%). 16% van de deelnemers gaf aan een zelftest te hebben gedaan omdat ze coronagerelateerde klachten hadden of nadat ze in contact zijn geweest met een besmet persoon (9%). 11% van de deelnemers had een zelftest gedaan om naar school of werk te kunnen.

Van de deelnemers met een positieve testuitslag was dit bij 12% gebaseerd op een zelftest. Van die groep deelnemers zegt 87% na de positieve uitslag naar de GGD te zijn gegaan voor een hertest. 4% heeft dat niet gedaan, maar heeft wel de positieve uitslag bij de GGD gemeld. 10% heeft de positieve uitslag niet gemeld en is ook niet bij de GGD geweest voor een hertest. 95% van de deelnemers met een positieve uitslag op een zelftest heeft zelf zijn/haar contacten gewaarschuwd.

Naleven maatregelen na negatieve testuitslag

Wanneer je een negatieve testuitslag ontvangen hebt, is de kans groot dat je op het moment van testen niet besmet was met het coronavirus. Omdat je hierna alsnog besmet kunt raken, en omdat de test een negatieve uitslag gegeven kan hebben terwijl je wel besmet bent met het coronavirus, moeten de maatregelen nog steeds worden nageleefd. Deze meetronde is voor de eerste keer gevraagd in hoeverre deelnemers de maatregelen naleven in de dagen nadat zij een negatieve testuitslag hebben ontvangen. De vraag is gesteld aan zowel de deelnemers die zich bij de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) hebben laten testen, als aan de deelnemers die een zelftest hebben gedaan.

Het merendeel van de deelnemers (tussen 65 en 86%, afhankelijk van de maatregel) geeft aan in de dagen na hun testuitslag de maatregelen evenveel nageleefd te hebben als daarvoor. Daarnaast geeft een deel van de deelnemers aan de maatregelen (veel) meer na te leven in de dagen na hun negatieve testuitslag. Deze groep is gemiddeld groter voor deelnemers die zijn getest bij de GGD, dan voor deelnemers die een zelftest hebben gedaan. Van de deelnemers die een negatieve testuitslag hadden bij de GGD geeft 20% aan (veel) meer drukte te vermijden in de dagen na de uitslag, tegenover 12% van de deelnemers die een zelftest heeft gedaan. 28% van de deelnemers zegt minder kwetsbare ouderen te gaan bezoeken in de dagen na een negatieve GGD-test, voor de deelnemers die een zelftest hebben gedaan is dit 18%. Het percentage deelnemers dat aangaf in de dagen na hun negatieve testuitslag vaker met meer dan twee mensen samen te komen en minder afstand te houden tot vrienden, familie of collega’s was 12% na een zelftest, tegenover 8% na een GGD-test. Een kleine groep (tussen 1 en 12%, afhankelijk van de maatregel) geeft aan bepaalde maatregelen minder strikt te hebben nageleefd in de dagen nadat zij een negatieve testuitslag hadden.

Thuisquarantaine

In deze meetronde is voor zes situaties waarbij het advies is om in thuisquarantaine of -isolatie te gaan, gevraagd aan de deelnemers of ze dat ook hebben gedaan:

  • Bij klachten
  • Bij een positieve coronatest
  • Als een huisgenoot koorts heeft of benauwd is met verkoudheidsklachten en zich (nog) niet heeft laten testen
  • Als een huisgenoot positief getest is op het coronavirus
  • Na terugkomst uit het buitenland
  • Na een waarschuwing van de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) /CoronaMelder/een besmet persoon/school of werk na (nauw) contact met een besmet persoon

Bij thuisquarantaine of isolatie is de regel dat je thuis moet blijven (met als uitzondering je eigen buitenruimte zoals tuin of balkon) en geen bezoek mag ontvangen (medisch bezoek uitgezonderd). 

Bij een positieve coronatest wordt de zelfisolatie het beste nageleefd. Van de deelnemers die zelf positief zijn getest, rapporteert 76% thuis te zijn gebleven en 98% geen bezoek te hebben ontvangen. Als deelnemers zelf klachten hadden die waarschijnlijk niet komen door een onderliggende aandoening, bleef 44% thuis en ontving 75% geen bezoek. Van de deelnemers met een huisgenoot die positief was getest, rapporteert 63% thuis te zijn gebleven en 97% geen bezoek te hebben ontvangen. Van de deelnemers die teruggekomen zijn uit het buitenland, rapporteert 25% thuis te zijn gebleven en 52% geen bezoek te hebben ontvangen (uitgesloten hiervan zijn de deelnemers die niet in quarantaine hoefden wegens werk, school, of kort bezoek aan familie of geliefden over de grens). Van de deelnemers die een waarschuwing hebben gekregen van de GGD, CoronaMelder app, een besmet persoon zelf of van school of werk (wegens contact met een besmet persoon) geeft 59% aan thuis te zijn gebleven en 89% geen bezoek te hebben gehad. Het maakt hierbij wel uit wat de bron van de melding was: na een melding van de GGD of CoronaMelder is het percentage deelnemers dat thuisblijft hoger dan na melding via een andere weg, zoals via school of werk (zie Tabel). 

Voor alle situaties waarin een quarantaine- of isolatieadvies geldt, zijn deze percentages ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van meetronde 11.

Deelnemers die aangeven alleen voor een coronatest naar buiten te zijn gegaan, worden niet meegerekend in de cijfers over ‘naar buiten gaan in quarantainesituaties’.

De situatie ‘Als een huisgenoot koorts heeft of benauwd is met verkoudheidsklachten en zich (nog) niet heeft laten testen’ kwam bij deze meetronde te weinig voor om over te kunnen rapporteren.

Redenen om uit huis te gaan

Voor de mensen met klachten zijn boodschappen doen en een frisse neus halen de belangrijkste redenen om naar buiten te gaan. Van de mensen waarbij de klachten (waarschijnlijk) niet komen door een onderliggende aandoening ging 31% naar buiten om een frisse neus te halen en 26% ging naar buiten om boodschappen te doen. Van de deelnemers met klachten ging 12% naar buiten om te werken.

Van de deelnemers die positief zijn getest op het coronavirus ging 2% naar buiten om boodschappen te doen en niemand om te werken. 13% van de mensen ging naar buiten om even een frisse neus te halen en 9% om de hond uit te laten.

Van de deelnemers met een huisgenoot die positief getest was, ging 17% boodschappen doen, 19% haalde een frisse neus en 16% is naar buiten gegaan om de hond uit te laten. Van degenen die vanwege nauw contact gewaarschuwd zijn door de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst), de CoronaMelder, besmette persoon zelf, of door werk of school ging 21% naar buiten om een frisse neus te halen. 13% is gaan werken en 16% is boodschappen gaan doen (cijfers niet in figuur).

Handen wassen

Aan de deelnemers van het onderzoek is gevraagd om in te schatten hoe vaak ze hun handen wassen in situaties waarin dat zou moeten. 68% van de deelnemers geeft aan vaak tot altijd hun handen te wassen na thuiskomst. Verder blijkt dat mensen duidelijk de gewoonte hebben om hun handen te wassen na een toiletbezoek: 91% van de deelnemers geeft aan hun handen dan vaak tot altijd te wassen. De gewoonte is gemiddeld een stuk minder sterk in de andere situaties, zoals voordat mensen naar buiten gaan (32%), als mensen bij anderen op bezoek gaan (55%) of na het snuiten van de neus (62%) en voor het eten (64%). Deelnemers gaven aan in 43% van de gevallen hun handen nauwgezet en tenminste 20 seconden met water en zeep te hebben gewassen (cijfers niet in figuur). Het aantal deelnemers dat aangeeft vaker dan 10 keer per dag hun handen te hebben gewassen is 33% (cijfers niet in figuur).

Verandering in het handen wassen

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Bij alle situaties zijn de percentages ten opzichte van de vorige meetronde vergelijkbaar. Wel zijn er verschillen te zien vanaf de eerste meetronde. Tussen meetronde 1 en 12 is het percentage deelnemers dat aangeeft de handen te wassen als ze bij iemand op bezoek gaan met 20 procentpunt gedaald. Deze daling is ook te zien bij het handen wassen voordat deelnemers naar buiten gaan (7 procentpunt) en wanneer ze thuiskomen (14 procentpunt). De percentages voor handen wassen voor het eten, na toiletbezoek en na het snuiten van de neus zijn vanaf de eerste meetronde redelijk stabiel gebleven.

Afstand houden

Het blijft lastig om in een aantal situaties 1,5 meter afstand te realiseren. Met name bij het boodschappen doen en buitenshuis werken ervaren mensen dat anderen te dichtbij komen. Onderstaande figuur geeft situaties weer waarbij we het houden van voldoende afstand rapporteren als de “mate waarin mensen zelden tot nooit dichterbij komen dan 1,5 meter”. Bij het boodschappen doen rapporteert slechts 21% van de deelnemers dat anderen zelden of nooit te dichtbij komen. 33% van de respondenten geeft aan dat mensen zelden tot nooit te dichtbij komen wanneer zij buitenshuis werken. Bij een feestje (zoals een verjaardag of bruiloft) of bezoek thuis ontvangen gaat het om respectievelijk 40 en 44%. Logischerwijs zien we in situaties buiten (frisse neus halen, rondje fietsen of hardlopen), de hoogste percentages deelnemers die aangeven dat anderen zelden tot nooit te dichtbij kwamen. Ook bij een horecagelegenheid ervaart 71% van de respondenten dat anderen zelden of nooit te dichtbij komen.

Verandering in het dichtbij komen

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Ten opzichte van de vorige meetronde is bij de meeste situaties geen (grote) verandering te zien in het percentage deelnemers dat aangaf goed afstand te kunnen houden (dat wil zeggen, dat anderen zelden of nooit te dichtbij kwamen). Alleen bij ‘bezoek thuis ontvangen en familie of vrienden bezoeken’ is het percentage dat goed afstand kan houden licht gedaald, met 4 procentpunt. Het percentage deelnemers dat goed afstand kon houden op school is met 5 procentpunt licht gestegen.

Thuiswerken

Aan de deelnemers is gevraagd of zij thuis kunnen werken en in hoeverre zij dat ook doen. Van de deelnemers in meetronde 12 die werk hebben, geeft 73% aan (deels) thuis te kunnen werken. Gemiddeld werken mensen die thuis kunnen werken 68% van hun werkuren thuis. 46% werkt alle werkuren thuis en 13% werkt geen van de werkuren thuis. In de sector transport/logistiek worden, als er wordt thuisgewerkt, de minste werkuren van de werkweek thuisgewerkt (40%). In de sector ICT Informatie- en communicatietechnologie (Informatie- en communicatietechnologie) (informatie- en communicatietechnologie) worden, als er wordt thuisgewerkt, de meeste werkuren van de werkweek thuis gewerkt (88%).

De meest genoemde redenen om niet volledig thuis te werken zijn dat het werk locatie gebonden is (41%), het werk beter uitgevoerd kan worden bij fysiek contact met collega’s (29%) en dat het prettig is om even weg van huis te zijn (23%). Andere genoemde redenen zijn dat deelnemers thuis niet de juiste apparatuur hebben (13%), het gezelliger is om met collega’s fysiek samen te zijn (15%) en deelnemers thuis geen geschikte werkomgeving hebben (13%).

Verandering in het thuiswerken

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Voor de veranderingen over de tijd in het aantal thuisgewerkte uren is gekeken naar de meetrondes 7 t/m 12. Onder de deelnemers die wel eens thuiswerken, nam het percentage van het totaal aantal werkuren dat wordt thuisgewerkt tussen meetronde 7 en 10 toe met 10 procentpunt. Daarna daalde het met 4 procentpunt in ronde 11. Deze meetronde is het ongeveer gelijk gebleven.

Sociale activiteiten

Bezoek ontvangen

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Ten opzichte van de vorige meetronde is het percentage deelnemers dat minimaal 1 keer bezoek heeft ontvangen in de week voorafgaand aan het onderzoek licht gestegen. Van meetronde 1 tot 5 (april tot juli 2020) nam het percentage deelnemers dat in de afgelopen week bezoek heeft ontvangen toe. Vervolgens nam het percentage tussen meetronde 6 en 10 (augustus 2020 tot februari 2021) weer af, met een éénmalige piek in meetronde 9 in het percentage dat bezoek had ontvangen, waarschijnlijk door de feestdagen. Sinds meetronde 10 neemt het percentage dat bezoek heeft ontvangen weer toe, tot 66% in de huidige meetronde.

Van de deelnemers die bezoek hebben gehad, heeft de meerderheid (85%) één of twee bezoekers tegelijk ontvangen. De meeste andere deelnemers ontvingen drie bezoekers tegelijk (9%). Slechts 5% kreeg vier tot zes bezoekers tegelijk over de vloer en 1% ontving zeven of meer bezoekers (cijfers niet in figuur).

Naar buiten gaan

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. In de week voor het invullen van de vragenlijst gingen de deelnemers gemiddeld 15 keer naar buiten. Dit aantal is vergelijkbaar met de vorige meetronde.

In de huidige meetronde ging 69% van de deelnemers naar buiten om bij vrienden of familie op bezoek te gaan. Ten opzichte van de vorige meetronde is dit gestegen met 6 procentpunt. 40% van de deelnemers ging naar buiten om te werken. Dit percentage is met 4 procentpunt afgenomen sinds de vorige meetronde, mogelijk omdat het voor een deel van het land meivakantie was in de week voorafgaand aan het onderzoek. Van de deelnemers ging 23% naar buiten om naar een horecagelegenheid te gaan. De meeste van deze deelnemers (66%) hebben in de week voor het invullen één keer een horecagelegenheid bezocht. Het percentage deelnemers dat naar buiten ging om te sporten is ongeveer gelijk gebleven sinds de vorige meetronde. Wel ligt dit percentage sinds de vorige meetronde hoger dan in de rondes daarvoor. Dit is mogelijk te verklaren doordat tussen meetronde 10 en 11 de maatregel is versoepeld van twee naar vier personen die samen buiten mogen sporten. Net als in de afgelopen meetrondes gingen ook veel deelnemers naar buiten om een frisse neus te halen en om boodschappen te doen (91 en 92%).