Belangrijk bij interpretatie van de resultaten van dit onderzoek
  • De resultaten komen uit een cohortstudie. Dit betekent dat we mensen volgen over de tijd. Sommige mensen blijven meedoen, anderen stoppen, en weer anderen stromen later in. Dit type onderzoek is geschikt om patronen over de tijd te bestuderen (bijvoorbeeld ‘er is een toename in vertrouwen van 15 procentpunt’) en vergelijkingen te maken binnen personen (‘Draagvlak voor 1,5 meter afstand houden is 5 procentpunt lager dan voor regelmatig handen wassen’).
  • Het cohort is demografisch niet representatief voor de Nederlandse bevolking (zie toelichting). Cijfers op één tijdstip, zoals ‘de vaccinatiegraad’ in juli 2021, kunnen afwijken van onderzoeken die op dat moment een representatief sample werven en wegen. We beoordelen deze afwijkingen elke ronde t.o.v. de cijfers op het Coronadashboard en die blijken beperkt (0 - 10 procentpunt). Waar deze verschillen wel duidelijk aanwezig zijn, geven we dit aan op de website.

Lukt het mensen om de gedragsregels toe te passen?

Sinds half maart 2020 gelden in ons land diverse gedragsregels die erop gericht zijn om verspreiding van het coronavirus te bestrijden. De gedragsregels zijn gericht op het beperken van het aantal contacten (bijvoorbeeld thuiswerken) en het beperken van het risico op besmetting per contactmoment (bijvoorbeeld 1,5 meter afstand houden en de hygiënemaatregelen). Echter, de huidige situatie vraagt ook veel van mensen: de maatregelen beperken onze vrijheid en mogelijkheden. Dit kan impact hebben op onze mentale, fysieke, en sociale gezondheid. En op de verwachting hoe lang mensen de maatregelen steunen. Deze inzichten helpen de overheid om burgers beter te kunnen ondersteunen en informeren om de gedragsregels te blijven naleven.

De vragenlijst van meetronde 14 is afgenomen tussen 28 juli en 1 augustus, tijdens de zomervakantie. Sommige vragen gaan over het gedrag van deelnemers in de week voor het invullen van de vragenlijst. Andere vragen gaan over een periode van 6 weken voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst. Voor elk onderwerp wordt aangegeven over welke periode de vragen zijn gesteld. De periode tussen meetronde 13 en 14 begon met versoepelingen voor evenementen en het nachtleven, mondkapjes in publieke ruimtes waren niet meer verplicht, het thuiswerkadvies verviel gedeeltelijk en er was geen maximum meer voor het aantal bezoekers thuis. Kort daarna liep het aantal besmettingen sterk op, vooral onder twintigers. De versoepelingen zijn vanwege de oplopende besmettingscijfers na twee weken gedeeltelijk weer teruggedraaid. Onder andere de openingstijden in de horeca werden beperkt (tot middernacht), evenementen waren enkel onder verscherpte maatregelen mogelijk en het thuiswerkadvies werd weer ingevoerd. 

Meetrondes

Ronde 1: 17-24 april 2020 | Ronde 2: 7-12 mei | Ronde 3: 27 mei - 1 juni | Ronde 4: 17-21 juni | Ronde 5: 8-12 juli | Ronde 6: 19-23 augustus | Ronde 7: 30 september - 4 oktober | Ronde 8: 11-15 november | Ronde 9: 30 december 2020 - 3 januari 2021 | Ronde 10: 10-14 februari | Ronde 11: 24-28 maart | Ronde 12: 5-9 mei | Ronde 13: 16-20 juni | Ronde 14: 28 juli - 1 augustus. 

Houden aan gedragsregels

Het gedragsonderzoek van meetronde 14 laat zien dat de meeste hygiënemaatregelen nog altijd goed worden nageleefd. Deelnemers geven aan dat zij in 96% van de gevallen in de week voorafgaand aan het onderzoek geen handen hebben geschud en 97% droeg een mondkapje in het openbaar vervoer. Wanneer het nodig was om handen te wassen, deden de deelnemers dat in 74% van de situaties. Als deelnemers moesten hoesten of niezen, deden zij dat in 70% van de gevallen in de elleboog.

Sinds 19 juli geldt de nieuwe basismaatregel: zorg voor voldoende frisse lucht. In de huidige meetronde is de deelnemers voor het eerst gevraagd of zij thuis altijd een raam of ventilatierooster open hebben staan en of zij per dag twee keer of vaker de woning goed doorluchten. De nieuwe basismaatregel is door een groot aantal deelnemers nageleefd. 94% van de deelnemers had thuis altijd een raam of ventilatierooster open staan en 83% heeft per dag twee keer of vaker de woning goed doorgelucht. 80% van de deelnemers heeft beide adviezen nageleefd.

De deelnemers die thuis kunnen werken, werken gemiddeld 63% van hun werkuren thuis. Van de deelnemers die op het moment van invullen of in de 6 weken daarvoor klachten hadden (niet door een onderliggende aandoening), heeft 48% zich laten testen op het coronavirus. 47% van de deelnemers met klachten (niet door een onderliggende aandoening) bleef thuis. Verderop op deze pagina staat meer informatie over testen en quarantaine in verschillende situaties.

Veranderingen in het houden aan de gedragsregels

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. De naleving van de hygiënemaatregelen is ten opzichte van de vorige meetronde ongeveer gelijk gebleven. Het percentage deelnemers dat een mondkapje droeg in het openbaar vervoer is vergelijkbaar. Het percentage deelnemers dat drukke plekken vermijdt (of omkeert bij een te drukke situatie) is met 6 procentpunt gedaald. Voor het naleven van de maatregelen om te testen en thuis te blijven bij klachten is de daling vanaf ronde 12 doorgezet tot de huidige ronde.

Meer inzicht in naleving

Testen

Het advies om te testen op het coronavirus geldt in verschillende situaties. Daarnaast zijn er verschillende manieren om te testen op het coronavirus. Van alle deelnemers heeft 16% zich in de afgelopen 6 weken laten testen. Van hen deed 29% dat meer dan één keer. 11% heeft zich laten testen voor toegang tot evenementen en 30% heeft zich laten testen om naar het buitenland te gaan. Daarnaast heeft van alle deelnemers 20% een zelftest gedaan in de afgelopen 6 weken, zie voor verdere toelichting onder 'zelftesten'.

Van deelnemers die zich in de afgelopen 6 weken hebben laten testen, hebben de meesten (58%) dat gedaan bij de  GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). 22% heeft dit bij een bedrijf laten doen op eigen initiatief of op het initiatief van de werkgever. 11% heeft de test via testenvoortoegang.org geregeld en 5% heeft zich in het buitenland laten testen (cijfers niet in figuur). 

Als je klachten hebt die horen bij het coronavirus, is het advies om je te laten testen bij de GGD. Van de mensen die hebben deelgenomen aan meetronde 14, heeft 24% nu klachten of in de afgelopen 6 weken klachten gehad die kunnen wijzen op een besmetting met het coronavirus. Dit percentage is gelijk gebleven ten opzichte van de vorige meetronde. Voor 48% van deelnemers met klachten zijn de klachten (waarschijnlijk) niet gerelateerd aan een onderliggende aandoening, en van hen liet 48% zich testen. 67% heeft zich bovendien binnen 2 dagen na aanvang van de klachten laten testen. De meest genoemde reden waarom deelnemers met klachten die (waarschijnlijk) niet door een onderliggende aandoening komen zich niet hebben laten testen is dat zij al een zelftest hadden gedaan (30%), heel milde klachten hadden (28%), of al gevaccineerd zijn en het daarom niet nodig vonden zich te laten testen (26%).

Het percentage deelnemers dat zich laat testen bij klachten (die waarschijnlijk) niet door een onderliggende aandoening komen kan een overschatting zijn (van maximaal 7 procentpunt). Deelnemers die klachten hadden kunnen zich namelijk ook om een andere reden hebben laten testen in de afgelopen 6 weken, voor- of nadat ze klachten hadden.

Tijdens deze meetronde gold een testadvies voor personen die terugkwamen uit het buitenland. Daarnaast geldt bij terugkomst uit landen met een zeer hoog coronarisico een quarantaineplicht én kan na 5 dagen worden getest om (bij een negatieve uitslag) de quarantaine te beëindigen. Hierbij waren enkele uitzonderingen voor mensen die bijvoorbeeld wegens werk, school, of kort bezoek aan familie of geliefden het buitenland bezochten.

Van alle deelnemers geeft 15% aan de afgelopen zes weken in het buitenland te zijn geweest. Van hen was 13% in een oranje of rood gebied en 9% weet niet welke kleurcode het land had. Van de mensen die in een oranje of rood gebied zijn geweest, geeft 10% aan in een gebied met een zeer hoog coronarisico te zijn geweest. De groep die in een zeer hoog risicogebied is geweest is te klein om apart cijfers voor te presenteren.

Van de deelnemers die in het buitenland zijn geweest heeft 14% zich na terugkomst laten testen, hiervoor een afspraak gemaakt of een zelftest gedaan. Van de deelnemers die uit een oranje of rood risicogebied kwamen was dit 26%. Uit een geel gebied was dit 13% en uit een groen gebied 12%.

Van de deelnemers die hebben getest, heeft 57% dat binnen 24 uur na thuiskomst gedaan en 37% tussen de 2 en 4 dagen. 98% van de reizigers geeft aan geen klachten te hebben gehad na thuiskomst uit het buitenland.

 

Verandering in percentage mensen dat zich laat testen

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Nadat het percentage deelnemers dat zich liet testen een aantal rondes was toegenomen, is dit in meetronde 13 (juni 2020) gedaald en in meetronde 14 op hetzelfde niveau gebleven. Het percentage deelnemers met mogelijk corona-gerelateerde klachten (gedurende de afgelopen 6 weken en nu) dat zich liet testen blijft hiermee op het niveau van het percentage gemeten in meetronde 7. Dit geldt voor zowel deelnemers bij wie de klachten (waarschijnlijk) niet komen door een onderliggende aandoening, als (waarschijnlijk) wel.

Omdat de adviezen rondom testen na bezoek aan het buitenland sinds de vorige meetronde zijn aangepast, kunnen we geen verandering over tijd rapporteren.

Testen bij kinderen

Voor kinderen geldt een testadvies als zij op school, op de kinderopvang, of ergens anders in contact zijn geweest met een besmet persoon. Ook moeten kinderen zich laten testen als zij zelf klachten hebben die passen bij het coronavirus. Voor kinderen jonger dan 4 jaar hoeft dat alleen als ze zware klachten hebben. Kinderen op middelbare scholen en basisscholen kunnen bovendien gratis zelftesten krijgen om uit voorzorg thuis af te nemen. Dit is in aanvulling op het advies om bij de  GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) te laten testen bij klachten of na nauw contact.

De afnameperiode van meetronde 14 viel in de zomervakantie van alle regio’s. Van de deelnemers met thuiswonende kinderen gaf 34% aan dat een kind klachten had waardoor een testadvies gold. Van de deelnemers met thuiswonende kinderen gaf 14% aan dat een kind in (nauw) contact was geweest met een besmet persoon, waardoor een testadvies gold. 56% gaf aan dat hun kind(eren) niet in één van deze situaties is/zijn geweest. Wanneer ouders meerdere kinderen hadden die klachten hadden en/of die contact hadden gehad met een besmet persoon, is aan hen gevraagd om het oudste kind voor wie dit gold in gedachten te houden. Van deze kinderen met klachten is 52% getest (of de test moet nog plaatsvinden; kinderen die een zelftest hebben gedaan zijn hierbij niet meegerekend), dit is gelijk aan meetronde 13. Van de kinderen die contact hadden gehad met een besmet persoon is 75% getest (of de test moet nog plaatsvinden). In meetronde 13 was dit 77%.

Als belangrijkste reden om hun kind niet te laten testen, gaven deelnemers aan dat hun kind al een zelftest had gedaan (44%). Van de deelnemers gaf 33% aan dat de kans klein is dat hun kind besmet is met corona en 29% van de deelnemers gaf aan dat hun kind milde klachten had.

Zelftesten

Sinds april 2021 zijn zelftesten te koop. Deze zelftesten geven binnen een kwartier een uitslag. De zelftesten zijn minder betrouwbaar dan testen bij de  GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). Ze zijn daarom niet bedoeld om te testen bij klachten, na contact met een besmet persoon, of om quarantaine te beëindigen. Ze zijn alleen bedoeld als extra zekerheid, bijvoorbeeld als je naar school of werk moet. Van de deelnemers gaf 20% aan een zelftest te hebben gedaan in de afgelopen zes weken. In meetronde 13 was dit 15%. Van de deelnemers in de huidige meetronde had 49% vaker dan één keer een zelftest gedaan. De meest genoemde redenen om een zelftest te doen waren ‘om meer zekerheid te hebben dat ik het coronavirus niet had’ (33%), ‘ik had corona gerelateerde klachten’ (26%) en ‘om meer zekerheid te hebben dat ik anderen niet kon besmetten toen ik op bezoek ging’ (23%).  

Van de deelnemers die een zelftest hebben gedaan, had 1% een positieve testuitslag. Van die groep deelnemers zegt 91% na de positieve uitslag naar de GGD te zijn gegaan om zich opnieuw te laten testen. 3% heeft dat niet gedaan, maar heeft wel de positieve uitslag bij de GGD gemeld. 94% van de deelnemers met een positieve uitslag op een zelftest heeft zelf zijn/haar contacten gewaarschuwd.

Thuisquarantaine

In deze meetronde is voor drie situaties waarbij het advies is om in thuisquarantaine of -isolatie te gaan, gevraagd aan de deelnemers of ze dat ook hebben gedaan:

  • Bij klachten
  • Bij een positieve coronatest
  • Na terugkomst uit een zeer hoog risicogebied

Deelnemers die aangeven alleen voor een coronatest naar buiten te zijn gegaan, worden niet meegerekend in de cijfers over ‘naar buiten gaan in quarantainesituaties’.

Bij thuisquarantaine of isolatie is de regel dat je thuis moet blijven (met als uitzondering je eigen buitenruimte zoals tuin of balkon) en geen bezoek mag ontvangen (medisch bezoek uitgezonderd). Bij een positieve coronatest wordt de zelfisolatie het beste nageleefd. Van de deelnemers die zelf positief zijn getest, rapporteert 71% thuis te zijn gebleven en 97% geen bezoek te hebben ontvangen. Als deelnemers tijdens het invullen van de vragenlijst zelf klachten hadden, of in de afgelopen zes weken zelf klachten hadden gehad, die waarschijnlijk niet komen door een onderliggende aandoening, bleef 47% thuis en ontving 74% geen bezoek.

Na terugkomst uit het buitenland geldt sinds 1 juni een quarantaineplicht, voor terugkomst uit landen die zijn aangemerkt als zeer hoog corona risicogebied. Gebieden met een oranje of rode kleurcode kunnen een zeer hoog coronarisico hebben. De situatie ‘Na terugkomst uit een zeer hoog risicogebied’ kwam bij deze meetronde te weinig voor om over te kunnen presenteren (71 deelnemers).

Veranderingen in naar buiten gaan bij thuisquarantaine situaties

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. In de berekening zijn zowel deelnemers meegenomen die tijdens het invullen van de vragenlijst klachten hadden, als deelnemers die in de afgelopen zes weken klachten hebben gehad. Sinds de huidige meetronde geldt er na nauw contact met een besmet persoon geen quarantaineadvies meer voor volledig gevaccineerden, of mensen die minder dan zes maanden geleden besmet zijn geweest met corona. Ook als een huisgenoot besmet is hoeft iemand die voldoende gevaccineerd is of besmet is geweest niet meer in quarantaine. Bovendien is het quarantaineadvies na terugkomst uit een hoog risicogebied komen te vervallen en geldt alleen nog een quarantaineplicht voor terugkomst uit een zeer hoog risicogebied. Het aantal deelnemers binnen deze laatste groep was te klein om te presenteren. Het percentage deelnemers dat zich in de resterende situaties aan de quarantaineregels houdt is sinds meetronde 8 vrij stabiel gebleven. Voor thuisblijven bij klachten en na een positieve test zien we ten opzichte van de vorige ronde een kleine afname (respectievelijk 4 en 5 procentpunt).

Redenen om uit huis te gaan

Voor de mensen met klachten zijn een frisse neus halen en boodschappen doen de belangrijkste redenen om naar buiten te gaan. Van de mensen waarbij de klachten (waarschijnlijk) niet komen door een onderliggende aandoening ging 34% naar buiten om een frisse neus te halen en 31% ging naar buiten om boodschappen te doen. Van de deelnemers met klachten ging 16% naar buiten om te werken. In de huidige meetronde was het aantal positief geteste deelnemers die naar buiten zijn geweest te klein om over te kunnen rapporteren.

Handen wassen

Aan de deelnemers is gevraagd om in te schatten hoe vaak ze hun handen wassen in situaties waarin dat zou moeten. 63% van de deelnemers geeft aan vaak tot altijd hun handen te wassen na thuiskomst. Verder blijkt dat mensen duidelijk de gewoonte hebben om hun handen te wassen na een toiletbezoek: 91% van de deelnemers geeft aan hun handen dan vaak tot altijd te wassen. De gewoonte is gemiddeld een stuk minder sterk in de andere situaties, zoals voordat mensen naar buiten gaan (29%) of als mensen bij anderen op bezoek gaan (48%). Deelnemers gaven aan in 42% van de gevallen hun handen nauwgezet en tenminste 20 seconden met water en zeep te hebben gewassen (cijfers niet in figuur). Het aantal deelnemers dat aangeeft vaker dan 10 keer per dag hun handen te hebben gewassen is 32% (cijfers niet in figuur).

Veranderingen in het handen wassen

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Bij bijna alle situaties zijn de percentages ten opzichte van de vorige meetronde heel licht gedaald. Voor alle situaties omtrent handen wassen is in de huidige meetronde de naleving gedaald tot het laagste niveau tot nu toe gemeten.

Afstand houden

Onderstaande figuur geeft situaties weer waarbij we het houden van voldoende afstand rapporteren als de mate waarin mensen zelden tot nooit dichterbij komen dan 1,5 meter. In een aantal situaties blijft het lastig om 1,5 meter afstand te realiseren. Bij het boodschappen doen rapporteert slechts 19% van de deelnemers dat anderen zelden of nooit te dichtbij komen. Bij een feestje (zoals een verjaardag of bruiloft) gaat het om 26%. 29% van de deelnemers geeft aan dat mensen zelden tot nooit te dichtbij komen wanneer zij buitenshuis werken. Bij een horecagelegenheid ervaart 41% van de deelnemers dat anderen zelden of nooit te dichtbij komen. Bij een culturele instelling lukt het iets beter om afstand te houden, 54% van de deelnemers geeft aan dat anderen hier zelden tot nooit te dichtbij komen. Logischerwijs zien we in situaties buiten (frisse neus halen, rondje fietsen of hardlopen) de hoogste percentages deelnemers die aangeven dat anderen zelden tot nooit te dichtbij komen.

Veranderingen in het dichtbij komen

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Ten opzichte van de vorige meetronde is bij de meeste situaties een daling te zien in het percentage deelnemers dat aangaf goed afstand te kunnen houden (dat wil zeggen, dat anderen zelden of nooit te dichtbij kwamen). De sterkste daling is te zien bij bezoek aan een culturele instelling (18 procentpunt) en een horecagelegenheid (11 procentpunt). Enkel voor de situatie op school is ten opzichte van de vorige meetronde een toename te zien in het percentage deelnemers dat aangaf goed afstand te kunnen houden (9 procentpunt). Mogelijk houdt dit verband met de schoolvakantie waar de huidige meetronde in valt.

Thuiswerken

Sinds het begin van de coronapandemie gold het advies om zoveel mogelijk thuis te werken. Deze maatregel is na meetronde 13 versoepeld en na enkele weken weer terug gedraaid. Aan de deelnemers is gevraagd of zij thuis kunnen werken en in hoeverre zij dat ook doen. Van de deelnemers in meetronde 14 die werk hebben, geeft 73% aan (deels) thuis te kunnen werken. Gemiddeld werken mensen die thuis kunnen werken 63% van hun werkuren thuis (cijfers niet in figuur). 39% werkt alle werkuren thuis en 16% werkt geen van de werkuren thuis.

De meest genoemde redenen om niet volledig thuis te werken zijn dat het werk beter uitgevoerd kan worden bij fysiek contact met collega’s (37%), dat het werk locatie gebonden is (36%) en dat het prettig is om even weg van huis te zijn (25%, cijfers niet in figuur).

Veranderingen in het thuiswerken

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Onder de deelnemers die wel eens thuiswerken, nam het percentage van het totaal aantal werkuren dat wordt thuisgewerkt tussen meetronde 7 (september/oktober 2020) en meetronde 10 (februari 2021) toe met 10 procentpunt. Na een piek in meetronde 10 daalde het percentage tot de huidige meetronde met 9 procentpunt.

Sociale activiteiten

Bezoek ontvangen

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Ten opzichte van de vorige meetronde is het percentage deelnemers dat minimaal 1 keer bezoek heeft ontvangen in de week voorafgaand aan het onderzoek ongeveer gelijk gebleven. De veranderingen over tijd zijn te zien in de figuur. Bij ronde 9 was een duidelijke éénmalige piek te zien, waarschijnlijk door de feestdagen. Sinds meetronde 11 is het percentage weinig veranderd.

Hoewel er tijdens meetronde 14 geen maximaal aantal bezoekers gold dat men thuis mocht ontvangen, heeft de grote meerderheid van de deelnemers die bezoek heeft gehad niet meer dan vier bezoekers ontvangen (93%). Slechts 4% kreeg vijf of zes bezoekers over de vloer en 3% ontving zeven of meer bezoekers (cijfers niet in figuur). Het percentage deelnemers dat meer dan twee personen ontving lag in de huidige meetronde ongeveer even hoog (21%) als in de vorige meetronde (22%).

Onder de deelnemers die bezoek hebben ontvangen is in de huidige meetronde voor het eerst gevraagd of zij voor, tijdens en na het bezoek de woning hebben geventileerd. 66% van de deelnemers die bezoek ontvingen geeft aan voordat het bezoek kwam de woning minimaal een kwartier goed te hebben doorgelucht, 79% van de deelnemers ventileerde tijdens het bezoek door een raam of ventilatierooster open te houden en 68% van de deelnemers heeft na het bezoek de woning minimaal een kwartier goed laten doorluchten (cijfers niet in figuur).

Naar buiten gaan

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. In de week voor het invullen van de vragenlijst gingen de deelnemers net zoals in de vorige meetronde gemiddeld 18 keer naar buiten. Deelnemers zijn sinds ronde 6 niet meer zo vaak de deur uit geweest als in de vorige en huidige meetronde.

Ten opzichte van de vorige meetronde is de grootste stijging te zien voor een bezoek aan een culturele instelling of een horecabezoek (beide 5 procentpunt). De grootste daling ten opzichte van de vorige meetronde is te zien in het percentage deelnemers dat de deur uit gaat om te werken (10 procentpunt). Mogelijk houdt dit verband met de vakantieperiode.

Op vakantie

In meetronde 14 is de deelnemers gevraagd of zij in de afgelopen zes werken op vakantie zijn geweest. 62% geeft aan dat zij niet op vakantie zijn geweest. 24% is in Nederland op vakantie geweest, 14% van de deelnemers geeft aan dat zij binnen Europa op vakantie zijn geweest. Minder dan 1% is buiten Europa op vakantie geweest.

De deelnemers die in Nederland of in het buitenland op vakantie zijn geweest is een vijftal stellingen voorgelegd over maatregelen die kunnen worden genomen om veilig op reis te gaan. 36% van deelnemers die hun vakantie in Nederland doorbrachten hebben zich in de twee weken voor de vakantie extra goed aan de maatregelen gehouden. Dit percentage is hoger onder deelnemers die hun vakantie in het buitenland doorbrachten (58%). Vrijwel alle vakantiegangers hebben zich tijdens de vakantie aan de daar geldende maatregelen gehouden. Ongevaccineerde deelnemers die naar het buitenland reisden deden aanzienlijk vaker een coronatest voorafgaand aan hun vakantie (79%) dan deelnemers die in Nederland bleven (10%). Voor de andere drie stellingen zijn de cijfers voor alle vakantiegangers in onderstaande grafiek terug te vinden.