Als onderdeel van het werkprogramma Monitoring en Sturing Circulaire Economie 2019-2023 hebben RIVM, TNO, CE Conformité Européenne Delft en CML Centrum voor Milieukunde van de Universiteit Leiden gewerkt aan een manier om het effect van circulair inkopen te meten. 

Voor elke productgroep bestond het onderzoek uit twee delen: 

  1. Monitoren wat de inzet en het effect van circulair inkopen in 2017-2018 in Nederland was
  2. Verkennen wat de potentie is van enkele veelbelovende maatregelen voor circulair inkopen van de productgroepen.

De methode is toegepast op zeven productgroepen. Voor kantoormeubilair en wegen zijn de resultaten samen met de methode gepubliceerd in een rapport. Voor de productgroepen bedrijfskleding, kantoorgebouwen en dienstauto’s, zonnepanelen en ICT Information and communication technology-hardware zijn de resultaten te vinden in de achtergronddocumenten. 

Monitoring en sturing circulaire economie

De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER incrementele kosteneffectiviteitsratio) van 2020. Het is tot stand gekomen in het kader van het Werkprogramma Monitoring en Sturing Circulaire Economie 2019-2023. Dit werkprogramma is een samenwerkingsverband van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS Centraal Bureau voor de Statistiek), Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML Centrum voor Milieukunde van de Universiteit Leiden), het Centraal Planbureau (CPB Centraal Planbureau), het RIVM, RVO Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.nl, Rijkswaterstaat en TNO onder leiding van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL Planbureau voor de Leefomgeving). Het kabinet streeft naar een volledig circulaire economie in 2050. Het doel van het werkprogramma is om de door het kabinet uitgezette koers naar 2050 te kunnen monitoren en te evalueren en de overheid te voorzien van de kennis die nodig is voor de vormgeving of bijsturing van beleid. Meer informatie over het Werkprogramma Monitoring en Sturing Circulaire Economie is te vinden op de website van PBL.