Nieuw onderzoek laat zien dat nanomaterialen uit voedingsmiddelen opgenomen kunnen worden in de zenuwbanen van de darmen. En via het ruggenmerg naar de hersenen gaan. Deze nanodeeltjes kunnen effecten hebben op de ontwikkeling van hersenziekten als MS Multiple Sclerose (Multiple Sclerose), ALS Amyotrofische Laterale Sclerose (Amyotrofische Laterale Sclerose) of Parkinson. Maar dit mogelijke effect is nog geen onderdeel van de risicobeoordeling voor voedingsmiddelen. Om dit risico te kunnen inschatten is meer onderzoek nodig.

Nanodeeltjes worden toegevoegd aan voedingsmiddelen. Bijvoorbeeld om klonten te voorkomen, een kleur te geven, of groei van bacteriën tegen te gaan. Voordat deze ingrediënten op de markt komen, beoordeelt EFSA Europese Voedselveiligheidsautoriteit (Europese Voedselveiligheidsautoriteit) de veiligheid van deze nanodeeltjes. EFSA is de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid. Toegelaten voedseladditieven beoordeelt EFSA regelmatig opnieuw, om nieuwe wetenschappelijke kennis mee te nemen.

EFSA houdt hierbij nu ook rekening met informatie over nanomaterialen en andere kleine deeltjes. Zo is er onderzoek naar de effecten van nanodeeltjes op de lever of nieren. Maar of nanodeeltjes in voedingsmiddelen ook in de hersenen kunnen komen was nog niet duidelijk.

Nanodeeltjes komen uit darmen in het zenuwstelsel

Uit nieuw onderzoek blijkt nu dat dit mogelijk is. Nanodeeltjes kunnenuit de darm opgenomen worden in zenuwcellen. Zo bleek uit onderzoek in muizen en resusapen. Daarna komen ze via het ruggenmerg in de hersenen. Daarom is het belangrijk om te weten wat de effecten van nanodeeltjes op de hersenen kunnen zijn.

Verschillende vormen kunnen via zenuwstelsel opgenomen worden

Nanodeeltjes worden in veel verschillende vormen gemaakt. De onderzoekers gebruikten daarom draadvormige en ronde deeltjes. Beiden gemaakt van zilver. De resultaten laten zien dat beide vormen van de zilverdeeltjes uit voeding opgenomen worden in de zenuwbanen van de darm. De onderzoekers vonden deze deeltjes daarna terug op verschillende plekken in het ruggenmerg en de hersenen.

De onderzoekers gebruikten uitgebreide controle-experimenten. Hiermee konden ze laten zien dat het transport door zenuwcellen de belangrijkste route van nanomaterialen uit voeding naar de hersenen is. De auteurs lieten ook zien dat deze opnameroute niet uniek is voor zilver. Dat lieten ze zien voor goud nanomateriaal.

Wat vindt het RIVM?

Het transport van nanodeeltjes door zenuwcellen is al langer bekend. Maar tot nu toe namen wetenschappers aan dat dit vooral gold voor ingeademde deeltjes die zich uit de neusholte naar de hersenen verplaatsen. De auteurs van dit artikel laten zien dit op dezelfde manier via andere belangrijke zenuwbanen kan. Dit geldt voor opname en voor transport.

Dat betekent ook dat de deeltjes niet eerst in het bloed komen en gefilterd door bijvoorbeeld de lever. Nanodeeltjes uit voedingsmiddelen zouden dus via deze route een effect kunnen hebben op het ontstaan van hersenziekten.

Net als een aantal oudere vergelijkbare studies laat dit onderzoek zien dat het zenuwstelsel een ‘doelorgaan’ is van nanodeeltjes. Als het daar eenmaal zit, gaat het er (bijna) niet meer uit. De onderzoekers laten hetzelfde effect zien bij muizen en bij resusapen. Dan is de kans groot dat de opname van nanodeeltjes bij mensen op eenzelfde manier werkt.

De effecten van nanodeeltjes op de hersenen en het ruggenmerg is geen standaard onderdeel van de risicobeoordeling van chemische stoffen en nanomaterialen. Dit onderzoek laat zien dat dit wel belangrijk is. Veiligheidsonderzoek zou vaker effecten in hersenen, het ruggenmerg, en belangrijke schakelcentra daarin, mee moeten nemen.

De nanodeeltjes worden teruggevonden in bepaalde gebieden in de hersenen en het ruggenmerg. Deze gebieden zij belangrijk bij hersenziekten als multiple sclerosis (MS Multiple Sclerose (Multiple Sclerose)), amyotrofe laterale sclerose (ALS Amyotrofische Laterale Sclerose (Amyotrofische Laterale Sclerose)) en de ziekte van Parkinson. We weten nog nauwelijks wat het effect van nanodeeltjes op deze ziekten is. Daarom is meer onderzoek nodig om dit nog onbekende risico van deze materialen te kunnen inschatten.