Speelgoed dat fijne deeltjes titaniumdioxide (TiO2) bevat, is veilig voor kinderen. Voor speelgoed met nanodeeltjes is daarvoor onvoldoende bewijs. Dat is de conclusie van SCHEER. Dit is het Wetenschappelijk Comité voor Gezondheid, Milieu en Opkomende risico’s van de Europese Commissie. Titaniumdioxide wordt gebruikt in witte pigmenten.

Waarom keek SCHEER naar titaniumdioxide?

In 2019 is titaniumdioxide in de Europese wetgeving over gevaarsindeling, etikettering en verpakking (CLP) ingedeeld als kankerverwekkend categorie 2 via inademing. De speelgoedrichtlijn verbiedt het gebruik van kankerverwekkende stoffen in speelgoed. Een fabrikant kan hiervoor een uitzondering aanvragen. SCHEER moet dan tot de conclusie komen dat de stof veilig in speelgoed gebruikt kan worden. Wanneer dat niet zo is, moet de fabrikant het speelgoed van de markt halen.

Kortgeleden heeft SCHEER het beschikbare bewijs voor het gebruik van TiO2 in speelgoed onder de loep genomen. Daarvoor gebruikte het comité de wetenschappelijke literatuur en gegevens van de speelgoedindustrie.

Definitie en mogelijke blootstelling

Fijne deeltjes titaniumdioxide hebben volgens het wetenschappelijk comité een grootte tussen 0,1 en 10 micrometer (1000 micrometer is 1 millimeter). Kinderen kunnen deze deeltjes inademen als ze uit het speelgoed vrijkomen.

SCHEER koos het gebruik van vier producten waarbij inademing van deeltjes kan gebeuren. Dit waren gietsets voor gips, schoolkrijt en stoepkrijt, witte potloden en poederverf. SCHEER keek daarnaast ook naar directe opname van titaniumdioxide via de mond. Hier keek SCHEER naar gebruik van lipgloss en lippenstift, vingerverf (aflikken vingers) en witte kleurpotloden (bijten op potlood).

Conclusie: Veilig voor fijne deeltjes maar niet voor nanodeeltjes

SCHEER vindt het gebruik van titaniumdioxide in speelgoed veilig voor alle onderzochte situaties als het gaat om producten die deeltjes bevatten die kleiner zijn dan 10 micrometer. Volgens de CLP Classification, Labelling and Packaging (Classification, Labelling and Packaging)-verordening zijn deze kleine deeltjes mogelijk kankerverwekkend.

Maar er kunnen ook nanodeeltjes titaniumdioxide in speelgoed zitten. Deze deeltjes zijn kleiner dan 0,1 micrometer. Over de veiligheid van deze nanodeeltjes in speelgoed kon SCHEER geen conclusie trekken. De gegevens over (mogelijke) blootstelling waren hiervoor te onzeker.

Titaniumdioxide kan dus alleen veilig gebruikt worden in speelgoed als aantoonbaar is dat het pigment geen nanodeeltjes bevat.

Adviezen van SCHEER

SCHEER beveelt aan dat meer onderzoek nodig is naar de genotoxiciteit van fijn titaniumdioxide. Ook het vrijkomen van titaniumdioxide uit speelgoed moet verder onderzocht worden. Tot slot beveelt SCHEER aan om extra toxiciteitsstudies te doen met opname via de mond.

Wat vindt het RIVM?

Het RIVM vindt het een goede zaak dat er voor steeds meer specifiek gebruiken onderzoek is naar veilig gebruik van titaniumdioxide. Titaniumdioxide kent veel verschillende gebruiken. Zowel in voeding als in consumentenproducten. Ook wordt de stof in verschillende vormen gebruikt. Sinds een aantal jaren staat de veiligheid van het gebruik in deze gebruiken ter discussie. Hieronder geven we een kort overzicht van de wetenschappelijke discussie.

Deze discussies geven aan hoe lastig het is om veiligheid van TiO2 in een bepaald gebruik te beoordelen. Er zijn veel verschillende vormen en groottes bekend, met elk hun eigen gedrag en gevolgen. Niet voor elke vorm en deeltjesgrootte zijn er voldoende gegevens. Dat maakt het moeilijk om de veiligheid te beoordelen van alle vormen. Het is wel aannemelijk dat er nanodeeltjes zitten in alle vormen van TiO2 als wit pigment.

Voor speelgoed kan SCHEER niet met zekerheid vaststellen dat de nanovormen van TiO2 veilig zijn te gebruiken. Er zijn niet genoeg gegevens over blootstelling aan nanodeeltjes om een oordeel te geven over veilig gebruik. Zo lang industrie deze gegevens niet levert, mag er geen speelgoed op de markt worden gebracht met TiO2 dat nanodeeltjes bevat.

Kort overzicht van de wetenschappelijke discussie over titaniumdioxide:

  • In 2019 is de stof ingedeeld als verdacht kankerverwekkend voor de mens na inhalatie.
  • EFSA heeft in 2021 geconcludeerd dat het gebruik van TiO2 als voedingsadditief (E171) niet veilig is. EFSA Europese Voedselveiligheidsautoriteit (Europese Voedselveiligheidsautoriteit) kan genotoxiciteit na opname via de mond niet uitsluiten. De conclusie van EFSA is een voorzorgsmaatregel. Er zijn onvoldoende gegevens om genotoxiciteit uit te sluiten en TiO2 als veilig te beoordelen.
  • De Europese Commissie heeft haar eigen wetenschappelijke comités gevraagd om de veiligheid van titaniumdioxide in cosmetica en speelgoed te beoordelen. SCCS scientific committee on consumer safety (scientific committee on consumer safety) (Wetenschappelijk Comité voor Consumenten Veiligheid) keek naar cosmetica en SCHEER naar speelgoed.
  • Naast de hier besproken SCHEER-opinie voor speelgoed, kijkt de SCCS opnieuw naar het gebruik van TiO2 in cosmetica. SCCS keek al eerder naar het gebruik van specifieke vormen van TiO2 in haarspray en poeder. In 2021 vond SCCS dit gebruik van TiO2 veilig na inademing. Toch is er een nieuwe vraag gekomen of dit voor alle vormen van titaniumdioxide geldt. SCCS buigt zich op dit moment over de enorme hoeveelheid gegevens die deze vraag heeft opgeleverd. Binnenkort brengt SCCS een nieuwe opinie uit.
  • In tegenstelling tot EFSA beoordelen andere instituten en overheden zoals Health Canada food grade titanium als veilig. Hierbij gebruiken ze voor een groot deel dezelfde studies. De beschikbare gegevens kunnen dus op verschillende manieren uitgelegd worden.
  • Mede hierdoor is de geharmoniseerde EU Europese Unie (Europese Unie)-classificatie van titaniumdioxide onderwerp van verschillende juridische geschillen. Een EU-rechtbank heeft de indeling “verdacht kankerverwekkend voor de mens na inhalatie” nietig verklaard. Dit onderbouwt de rechtbank met bezwaren tegen de gebruikte studie en uitleg van het begrip “intrinsieke eigenschappen”.
  • De Europese Commissie en Frankrijk gingen in beroep tegen deze beslissing. Zolang deze gerechtelijke procedure loopt, blijft de indeling geldig. Het RIVM steunt het beroep, ook omdat deze uitspraak indeling van andere stoffen kan beïnvloeden.