De meetposten van het Nationaal Meetnet Radioactiviteit bepalen het stralingsniveau in de omgeving en de hoeveelheid radioactiviteit in luchtstof.

Wat wordt er gemeten?

 

Standaard meet het NMRNationaal Meetnet Radioactiviteit de volgende drie stralingsgrootheden:

  • het omgevingsdosisequivalenttempo, aangegeven als H*(10) met als eenheid nSv/hnanosievert per uur
  • de concentratie van radioactieve stoffen die door radioactief verval alfa-deeltjes kunnen uitzenden. Deze totaal-alfa concentratie in lucht(stof) wordt uitgedrukt in Bq/m3becquerel per kubieke meter
  • de concentratie van radioactieve stoffen die door radioactief verval bèta-deeltjes kunnen uitzenden. Deze totaal-bèta concentratie in lucht(stof) wordt uitgedrukt in Bq/m3

Als het nodig is om vast te stellen welke radionucliden precies aanwezig zijn worden lucht, stof of watermonsters in het stralingslaboratorium van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu verder geanalyseerd.

Hoe wordt er gemeten?

  • H*(10)
    Voor de bepaling van het omgevingsdosisequivalenttempo wordt gebruik gemaakt van gamma monitoren van het type Saphymo XL-2-3, die uitgerust zijn met 3 Geiger-Müller detectoren. Op meetlocaties van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit zijn de Saphymo's gemonteerd op het dak van een portakabin. Op de zelfstandige meetlocaties staan de detectoren in een buitenkast. De detectoren zijn aangesloten op een (Saphymo DACC) datalogger.
  • totaal-alfa en totaal-bèta
    De monitoren voor de bepaling van de totaal-alfa en totaal-bèta concentratie in lucht(stof) zijn van het type Berthold BAI 9128. Deze monitoren staan in een portakabin op dertien locaties die deel uitmaken van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. Via een aanzuigbuis wordt op 3,5 m hoogte lucht aangezogen. Het aanwezige luchtstof wordt opgevangen op een filterband en geanalyseerd op alfa- en bèta-straling. De gemeten bèta-activiteit wordt gecorrigeerd voor de van nature voorkomende bèta-activiteit. De overblijvende ‘kunstmatige’ bèta-activiteit is een gevoelige grootheid voor de signalering van kernongevallen.  

 

Saphymo XL-2-3

 

Berthold
Berthold BAI 9128

 

 Buitenkast met detectoren 

Data-acquisitie

De gegevens van de NMR-meetposten worden naar het RIVM gestuurd. Om data-acquisitie ook tijdens nucleaire calamiteiten veilig te stellen is het data-acquisitiesysteem dubbel uitgevoerd. De gegevens worden verzonden via een beveiligd communicatie netwerk met lijnen met een hoge gegarandeerde beschikbaarheid.

Beheer van het NMR

Het Nationaal Meetnet Radioactiviteit valt onder de verantwoordelijkheid van het Centrum Veiligheid van het RIVM. 

Radiologische informatie buiten het NMR

Tijdens een ongeval zet het RIVM meetwagens in om op locatie aanvullende extra metingen uit te voeren. Ook heeft het RIVM contracten met Waakvlaminstituten op acht locaties. In crisistijd voeren deze instituten volgens een afgesproken protocol nuclide-specifieke metingen uit en rapporteren de data aan het RIVM. Op basis van de metingen van het NMR, de Waakvlaminstituten, de brandweer en de meetwagens van defensie en RIVM krijgt het RIVM bij een calamiteit een compleet beeld van de stralingssituatie in Nederland.