Het sluiten van de huidige Nederlandse reactor die medische radionucliden produceert, zonder deze op te volgen, brengt de leveringszekerheid wereldwijd in gevaar. Dit blijkt uit aanvullend onderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Medische radionucliden zijn radioactieve stoffen die gebruikt kunnen worden om een diagnose te stellen. Ook kunnen ze verschillende soorten kanker behandelen of pijn bestrijden bij terminale patiënten, zogenoemde therapeutische radionucliden. De meeste medische radionucliden worden in Europa gemaakt in zes kernreactoren, waarvan er één in Nederland staat (de HFR).

Op één reactor na zijn deze installaties op gevorderde leeftijd en zullen ze vroeg of laat moeten sluiten. De markt is op dit moment fragiel: als één grote reactor of één van de gespecialiseerde laboratoria onverwacht uitvalt, kunnen op wereldschaal leveringsproblemen ontstaan. Bij een onverwachte uitval kunnen de overige reactoren de vraag lang niet altijd opvangen, wat de leveringszekerheid voor de wereld vrij onzeker maakt. Dat geldt zowel voor diagnostische als therapeutische radionucliden.
    
Er zijn verschillende redenen om een nieuwe reactor in Nederland te bouwen: naar verwachting groeit de vraag naar medische en therapeutische isotopen. Daarbij is het volgens een studie in opdracht van de Europese Commissie nodig om nog een nieuwe reactor te bouwen om als Europa zelfvoorzienend te blijven en tekorten op wereldschaal te voorkomen, ondanks nieuwe initiatieven. De studie ziet een nieuwe reactor in Nederland (Pallas) als de meest gerede kandidaat om de benodigde productiecapaciteit in de komende decennia te garanderen. Tot slot heeft Nederland nu een unieke positie in de leveringsketen. Sluiting van de reactor zonder die te vervangen door een nieuwe, heeft negatieve gevolgen voor de leveringszekerheid voor Nederland en de werkgelegenheid.