Evaluatie normeringskader (her)gebruik secundaire bouwstoffen (2024)
In 2024 voerde het RIVM een evaluatie uit naar het naar het normeringskader voor (her)gebruik van secundaire bouwstoffen. Hiervoor werd een reconstructie gemaakt van de totstandkoming van het normeringskader en welke inhoudelijke en beleidsmatige uitgangspunten hieraan ten grondslag lagen.
Hieruit bleek dat de normen nu niet genoeg rekening houden met de bijzondere eigenschappen die sommige soorten bouwstoffen kunnen hebben. Bouwstoffen worden nu te algemeen beoordeeld. Ook worden bouwstoffen in dikkere lagen en in grotere hoeveelheden gebruikt dan was bedacht. Hierdoor kunnen bouwstoffen bij de toetsing wel aan de normen voldoen, maar in de praktijk toch ongewenste milieueffecten veroorzaken. De voornaamste aanbeveling uit het onderzoek is: houd rekening met het effect van de hoge pH die sommige bouwstoffen hebben. Deze bouwstoffen hebben kort nadat ze zijn gemaakt een hoge pH, zoals staalslakken. Als deze bouwstoffen in contact komen met water kan dit water afspoelen naar de omgeving. De hoge pH kan dan milieuproblemen geven. Na een tijd kan de pH door natuurlijke processen afnemen, waardoor sommige metalen in grotere hoeveelheden uit deze bouwstoffen kunnen vrijkomen.
Ook werd een knelpuntenanalyse gemaakt van toepassingen in de praktijk. Als onderdeel van de knelpuntenanalyse beoordeelde het RIVM het beschikbare onderzoek naar de toepassing van staalslakken in oppervlaktewater. Daarnaast is gekeken of de huidige normen voldoende bescherming bieden voor toepassing van staalslakken in oppervlaktewater. Op basis van de beschikbare kennis is er geen negatief effect voorzien bij de toepassing van bouwstoffen in grote oppervlaktewateren, mits deze voldoen aan de gestelde normen.
In het kader van deze studie is niet gekeken naar het ruimtelijke effect van staalslakken op de omgeving. Denk bijvoorbeeld aan de verandering van de natuurlijke omgeving van waterorganismen, zoals de beschikbaarheid van schuil- of vestigingsplaatsen. Het RIVM adviseert in het algemeen, maar ook voor oppervlaktewater, om bij het gebruik van bouwstoffen meer rekening te houden met specifieke eigenschappen van de bouwstoffen in relatie tot het beoogde gebruik en de eigenschappen van een locatie. Hiermee wordt bedoeld dat voorafgaand aan een toepassing een zorgvuldige afweging wordt gemaakt of een bouwstof geschikt is voor de locatie. Naast de chemische kwaliteit moet hierbij ook rekening gehouden worden met fysische eigenschappen (zoals vorm van het product) en de beoogde gebruiksfunctie van de locatie. Voor toepassing in oppervlaktewater is een dergelijke beoordeling met name relevant bij de toepassing van bouwstoffen in of nabij natuur- en kweekgebieden.
Literatuurstudie milieuhygiënische kwaliteit LD staalslakken (2023)
In 2023 verscheen een literatuurstudie van het RIVM naar de milieuhygiënische kwaliteit van LD-staalslakken. Hieruit blijkt dat als staalslakken in contact komen met regen- of grondwater, er schadelijke stoffen uit het materiaal vrijkomen. Via dit ‘uitspoelwater’ komen er verschillende metalen in de bodem, grond- of het oppervlaktewater terecht. Bovendien heeft het uitspoelwater een heel lage zuurgraad (ofwel hoge pH). Deze zuurgraad verstoort chemische, biologische en ecologische processen in de bodem en de kleinere oppervlaktewateren. De lange termijn gevolgen voor het milieu zijn nog onbekend).