Infectieziekten Bulletin, september 2026
Auteurs
- Juno Legué, AIOS-infectieziektebestrijding, (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) Amsterdam
- Delina de Jong-Duin, verpleegkundige M+G infectieziektebestrijding, GGD Hollands Noorden
- Sabrina Kroonenburg, verpleegkundige M+G infectieziektebestrijding, GGD Hollands Noorden
- Celine Duijves, MA, (master of science), epidemioloog, GGD Hollands Noorden
- (doctor) Marleen Straat, internist-intensivist Amsterdam (Universitair Medisch Centrum)
- dr. Niels van der Hoeven, arts infectieziektebestrijding, AIOS M+G, GGD Hollands Noorden
Tetanus in Nederland
Tetanus komt in Nederland weinig voor, maar is niet verdwenen. Tussen 2015 en 2025 zijn er 19 meldingen (1) gedaan bij het RIVM. Aan de hand van twee recente casussen uit Noord-Holland belichten we enkele actuele aandachtspunten, waaronder het belang van een goede anamnese gericht op risicofactoren zoals tuinieren, en de mogelijke gevolgen van een dalende vaccinatiegraad. Beide casussen benadrukken het belang van een tijdige en zorgvuldige risicobeoordeling en adequate postexpositieprofylaxe (PEP).
Figuur 1. Aantal jaarlijks gerapporteerde tetanusgevallen in Nederland (2015–2025)
Bron: RIVM, Meldingsplicht infectieziekten: Overzicht meldingen (z.d.). Eigen bewerking
Casuïstiek
Casus 1
In mei 2024 nam een ziekenhuis contact op met (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) Amsterdam vanwege een klinische verdenking op tetanus, met daarbij de vraag mee te denken over de beschikbaarheid van tetanusimmunoglobuline (TIG) tijdens de nacht. Het betrof een patiënt ouder dan 60 jaar, die zich ongeveer één week voor presentatie binnenshuis had verwond aan een krukje. Vanwege een ontsteking van één van deze wondjes bezocht patiënt de huisarts waarna gestart werd met een antibioticum. Omdat de verwonding binnenshuis was opgelopen, werd er geen indicatie voor tetanusexpositieprofylaxe gezien. Achteraf blijkt patiënt een fervent tuinierder en heeft patiënt na de verwonding nog regelmatig in de tuin gewerkt. Patiënt meldde zich twee dagen na het huisartsbezoek op de spoedeisende hulp (SEH) met sinds één dag progressieve stijfheid van de kaak en trillingen van de ledematen. De tetanusvaccinatie van de patiënt was onbekend – ook bij patiënt zelf. Gezien de klinische verdenking op tetanus werd op de (Spoedeisende hulp) gestart met (tetanusimmuunglobuline). Patiënt leek na een langdurige opname op de Intensive Care initieel herstellende, maar overleed helaas alsnog aan een complicatie, die niet direct aan de tetanus toegeschreven kon worden.
Casus 2
In februari 2025 ontving GGD Hollands Noorden een melding van tetanus. De symptomen begonnen bij de patiënt met niet-specifieke klachten, waaronder keelpijn en spierstijfheid in de kaken met daarbij moeite met slikken en praten. Na enkele dagen traden spasmen, opisthotonus en trismus op. De patiënt was ouder dan 60 jaar en werkzaam in de agrarische sector. De patiënt wist niet meer of deze in het verleden de volledige basisserie tetanus had ontvangen. Bij de Dienst vaccinvoorziening en preventieprogramma's (DVP) waren geen gegevens over de patiënt geregistreerd. Wel kon de patiënt aangeven dat er nooit vervolgvaccinaties of boosters waren toegediend. De patiënt veegde regelmatig met bevuilde handen bloed van wonden, wat waarschijnlijk de porte d’ entrée was. De patiënt herstelde volledig na ziekenhuisopname.
Risicofactoren
Tetanus wordt veroorzaakt door Clostridium tetani, een sporenvormende anaerobe bacterie die wereldwijd voorkomt in onder meer aarde, straatvuil en dierlijke mest. Na binnendringen in het lichaam kunnen de bacteriën toxines produceren die tot een levensbedreigende infectie kunnen leiden.
Het risico op een tetanusinfectie is verhoogd bij verwondingen die ontstaan tijdens activiteiten zoals tuinieren (zoals in casus 1), veldsporten of intensief diercontact. Ook diepe, verontreinigde wonden, intraveneus drugsgebruik en bevallingen onder slechte hygiënische omstandigheden bij ongevaccineerde moeders vormen risicofactoren. Zowel zeer jonge als zeer oude personen hebben een verhoogd risico op een ernstig ziekteverloop. De mortaliteit is verhoogd bij personen ouder dan 60 jaar en/of bij ongevaccineerden. Beide patiënten in de beschreven casussen waren ouder dan 60 jaar.
Wie is beschermd?
Tetanusvaccinatie werd in 1953 ingevoerd en maakt sinds 1957 deel uit van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). De seroprevalentie is laag bij mensen geboren vóór 1950 (77%), bij eerstegeneratiemigranten uit niet-westerse landen geboren vóór 1984 (86%) en bij orthodox-protestanten (36%). De vaccinatiegraad bij kinderen neemt af naarmate ze ouder worden. Bij zuigelingen die de eerste serie (Difterie, kinkhoest, tetanus, polio) hebben gekregen ligt de dekking rond 90%. Bij schoolgaande kinderen voor wie het volledige vaccinatieschema bestaat uit een basisserie en boosters daalt de dekking tot ongeveer 78%.
Tot 2024 kregen kinderen op 9-jarige leeftijd een (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis)-booster via het (Rijksvaccinatie programma); vanaf 2025 gebeurt dit op 14-jarige leeftijd. Omdat tetanus niet van mens op mens overdraagbaar is, biedt groepsimmuniteit geen bescherming. Ongevaccineerde kinderen lopen daardoor direct risico.
| DKTP en DTP | Cohort | % |
|---|---|---|
| Zuigelingen (1 jaar): primaire serie DKTP | 2022 | 89,5 |
| Peuters (2 jaar): basisimmuun DKTP | 2022 | 87,9 |
| Kleuters (5 jaar): totaal DKTP (basisimmuun + booster) | 2019 | 80,2 |
| Schoolkinderen (10 jaar): volledig afgesloten DTP | 2014 | 78,2 |
Noot. Voor toelichting bij de cijfers zie het rapport: Vaccinatiegraad bij baby’s en kleuters iets afgenomen, HPV-vaccinatiegraad gestegen
Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2025).
Postexpositieprofylaxe
Indien een patiënt zich meldt na een verwonding wordt de indicatie voor PEP volgens de bijlage Postexpositieprofylaxe bij tetanus van de LCI-richtlijn tetanus (3) bepaald op basis van de leeftijd (kind of volwassene), vaccinatiestatus, wondtype en immuunstatus.
In beide casussen werd op basis van hun leeftijd vermoed dat de patiënten hun basisvaccinatieserie ontvangen hadden, maar dit kon niet worden bevestigd. Voor immuuncompetente personen uit deze categorie zonder gedocumenteerde vaccinatiestatus is een boostervaccinatie als PEP vaak voldoende, mits deze niet was toegediend in de afgelopen tien jaar. In beide beschreven gevallen werd deze niet toegediend. In de eerste casus was dat omdat er niet aan tetanus blootstelling werd gedacht. In de tweede casus werd er pas medische hulp gezocht toen er al sprake was van klinisch manifeste tetanus en was het dus te laat voor PEP. Beide casussen illustreren het belang van een goede en tijdige anamnese, gericht op risicofactoren voor tetanus. Tijdige PEP toediening had manifeste tetanus in beide gevallen kunnen voorkomen.
Bij een patiënt die niet of onvolledig gevaccineerd is of een patiënt met een immuungecompromitteerde status is naast vaccinatie meestal aanvullende bescherming nodig met TIG. Tijdige toediening van TIG kan het ontstaan van tetanus volledig voorkomen (4).
Rol van de GGD
De GGD kan advies geven over de te nemen PEP-maatregelen (vaccinatie en/of toediening van TIG) na een mogelijke tetanusexpositie. Dit kan bijvoorbeeld op verzoek van een huisarts of een arts op de spoedeisende hulp (SEH), maar ook proactief, zoals bij de risicobeoordeling voor PEP bij rabiës na een dierenbeet.
De wondzorg, de inschatting of antibiotica geïndiceerd is en de toediening van tetanusvaccinatie of TIG vallen onder de individuele zorg en zullen in de meeste gevallen plaatsvinden bij de huisarts of huisartsenpost of op de SEH.
De behandeling van manifeste tetanus zal doorgaans plaatsvinden in de tweede of derde lijn.
Conclusie
- Tetanus komt nog altijd voor in Nederland.
- Tijdige en adequate postexpositieprofylaxe kan het ontstaan van tetanus voorkomen.
- Door een dalende vaccinatiegraad kunnen er in de toekomst meer vragen en meldingen met betrekking tot tetanus en tetanus postexpositieprofylaxe bij de GGD terecht komen.
Aanbevelingen
- Bij elke verwonding is een zorgvuldige en tijdige anamnese gericht op risicofactoren voor tetanus, zoals contact met straatvuil of tuinieren, van groot belang. Dit maakt het mogelijk om tijdig postexpositieprofylaxe (PEP) toe te passen en zo het ontstaan van tetanus te voorkomen.
- De indicatie voor tetanus-PEP dient te worden vastgesteld conform de bijlage Postexpositieprofylaxe bij tetanus van de LCI-richtlijn tetanus.
- Hoewel wondzorg doorgaans plaatsvindt in de eerste- of tweedelijnszorg, kan zo nodig altijd overleg plaatsvinden met de GGD over het te geven tetanus PEP advies.
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Meldingsplicht infectieziekten: Overzicht meldingen [Internet]. Bilthoven: RIVM; [date unknown] [cited 2025 Aug 28].
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland: Verslagjaar 2025 (RIVM-rapport 2025-0019) [Internet]. Bilthoven: RIVM; 2025 [cited 2025 Aug 28].
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Tetanus: LCI-richtlijn [Internet]. Bilthoven: RIVM; 2019 Feb 21 [cited 2025 Oct 19].
- Gezondheidsraad. Immunisatie tegen tetanus bij verwonding [Internet]. Den Haag: Gezondheidsraad; 2003 [cited 2025 Oct 19]. Report No.: 2003/11.
Infectieziekten Bulletin - september 2026
- LCI-richtlijnen door de jaren heen
- Tetanus: vergeten maar niet verdwenen
- Rukt schurft op in kinderdagopvanglocaties en basisscholen? Een analyse van meldingen binnen GGD regio Utrecht (2019 – 2025).
- De (on)mogelijkheden van rioolwateronderzoek – gebaseerd op ervaringen uit de praktijk bij kinderdagverblijven