Afstand tussen woonhuis en infectieus melkgeitenbedrijf als risicofactor voor Q-koorts
Het RIVM onderzocht in samenwerking met GGD Brabant-Zuidoost en de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) in hoeverre het risico op Q-koorts afneemt met toenemende afstand tussen woonhuis en een melkgeitenbedrijf met een door Coxiella burnetii veroorzaakt abortusprobleem. Deze mogelijkheid werd geboden door een in tijd en plaats goed afgebakend cluster Q-koortspatiënten in en rond Helmond. In 2008 lag dit cluster nog buiten het hoogincidentie gebied in Noord Brabant. Van de relatief weinig geiten- en schapenbedrijven in dit gebied, had slechts 1 geitenbedrijf abortusproblematiek door Q-koorts, enkele weken voordat de eerste patiënten ziek werden. Voor 7 bedrijven met meer dan 40 schapen of geiten werden incidenties en relatieve risico’s berekend voor cirkels met toenemende afstand rond het bedrijf, waarbij de 5-10km-zone als referentie werd gebruikt. Mensen die binnen 2 km van het besmette melkgeitenbedrijf woonden hadden een veel hoger risico dan mensen die op meer dan 5 km afstand van het bedrijf woonden. De chronologie van abortusstorm, dagen met oost- tot noordoostenwind en incubatietijd van Q-koorts maken het verband tussen het melkgeitenbedrijf en het humane cluster waarschijnlijk.