In de polder achter de Westdijk in Bunschoten zitten verontreinigde stoffen in het water. Waarschijnlijk komen deze stoffen uit de Thermisch Gereinigde Grond (TGG) in de dijk. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en WEnRWageningen Environmental Research hebben bestaande informatie over het water en  de bodem beoordeeld in de omgeving van de dijk. Hieruit blijkt dat zouten beperkte risico’s veroorzaken voor vee op enkele plekken direct naast de dijk.

Thermisch gereinigde grond is grond die is gereinigd door verhitting. Bij de hoge temperatuur verbranden alle organische verontreinigingen, zoals olieresten. Ook alle organische stoffen, zoals de humus- en plantenresten, verbranden. Hierdoor verschilt thermisch gereinigde grond van de grond van een natuurlijke bodem. In thermisch gereinigde grond zijn de omstandigheden voor bodemleven en plantengroei heel slecht. Thermisch gereinigde grond wordt daarom vooral gebruikt als een alternatief voor bouwstoffen of vulstof, bijvoorbeeld in een dijk. Door de verbrandingsresten van de organische stof krijgt deze grond een zwarte kleur. Ook is de pH vaak veel hoger (= lagere zuurgraad) dan die in een natuurlijke bodem.   
 

RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en WEnRWageningen Environmental Research hebben antwoord gegeven op de volgende vragen:

  • Kan het belaste water nog steeds gebruikt worden als inlaatwater en drinkwater voor vee?
  • Kan de bagger uit de sloten zonder beperking op het land gebracht worden?
  • Is de huidige bodemkwaliteit in de omgeving van de dijk van invloed op de gezondheid van weidevogels?

In deze studie is de kwaliteit van water en bodem beoordeeld in het licht van deze drie vragen. Dit onderzoek was niet gericht op de beoordeling van effecten van beheersmaatregelen die in het verleden genomen zijn om de kwaliteit van water en of sediment te verbeteren. Ook is de verspreiding van de stoffen in polder en de kwaliteit van het gras niet onderzocht.

De beoordeling richt zich uitsluitend op de huidige kwaliteit, niet op de toekomst. Hierbij is gebruik gemaakt van onderzoeken die zijn uitgevoerd in opdracht van het waterschap Vallei en Veluwe.
 

Het waterschap Vallei en Veluwe heeft de kwaliteit onderzocht van:

  • het water en sediment in de sloten
  • het grondwater direct onder en naast de dijk
  • de bodemkwaliteit van de percelen waarop bagger op de kant is gezet.

Hierbij zijn de volgende stoffen in het onderzoek meegenomen zouten (zoals sulfaat, chloride en ammonium), metalen (zoals koper, nikkel, vanadium) en organische verontreinigingen (zoals perfluorverbindingen) in oppervlaktewater, grondwater, sediment en bodem.
 

Uit onderzoeken blijkt dat er sprake is van verhoogde gehalten aan zouten (zoals chloride, sulfaat, en ammonium) en metalen ( zoals vanadium, molybdeen, en strontium)  in het oppervlakte- en grondwater direct naast en onder de dijk.

De hoogste concentraties worden aangetroffen in de sloot direct naast de dijk (teensloot). De gemeten concentraties verschillen afhankelijk van de tijd van het jaar. Van oktober tot en met april zijn de concentraties in de sloot naast de dijk verhoogd. Van mei tot en met  september zijn de concentraties normaal. 

Naarmate de afstand tot de dijk groter wordt, nemen de concentraties in de poldersloten af. Er zijn geen verhoogde concentraties metalen of perfluorverbindingen gevonden in de poldersloten.

Na het baggeren van de sloten, is de bagger uit de sloot op het land is opgebracht. De bodemkwaliteit verschilt op deze plekken niet of nauwelijks van andere bodems in het gebied. Wel hebben de onderzoekers iets hogere gehalten aan zouten gevonden. Deze zouten zijn niet schadelijk voor het vee en het gras. Wel kunnen zij effecten hebben op het bodemleven,  zoals wormen.

Op enkele plaatsen overschrijden ook koper en nikkel in beperkte mate de grenswaarde, waarbij 20 procent van het bodemleven een effect ervaart. Voor beide stoffen is geen relatie gevonden met het opbrengen van de bagger. Omdat de concentraties niet verhoogd zijn ten opzichte van de rest van de polder, is hier sprake van een natuurlijke concentratie.

De kwaliteit van de poldersloten is in het algemeen voldoende om gebruikt te worden als drinkwater voor vee.

Van oktober tot en met april is de kwaliteit van de sloot direct naast de dijk onvoldoende om te gebruiken voor veedrenking. Uit voorzorg adviseren het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  en WEnRWageningen Environmental Research om het water uit deze sloot het hele jaar niet te gebruiken voor veedrenking of irrigatiewater.
 

De bodemkwaliteit in de polder verschilt niet of nauwelijks van andere bodems in het gebied of gegevens van vergelijkbare (veen)gronden in Nederland. Wel hebben de onderzoekers iets hogere gehalten aan zouten gevonden. Deze concentraties zijn niet schadelijk voor het vee en het gras. Daarom kan vee gewoon grazen in de polder en kan het maaisel ook gebruikt worden al veevoer. Een uitzondering hierop zijn de witte vlekken die naast de dijk zijn ontstaan.

Direct naast de dijk zijn in 2018 enkele witte vlekken (zoutvlekken) ontstaan. Dit komt doordat de percelen natter zijn gemaakt voor weidevogels. In 2019 zijn er nieuwe vlekken ontstaan als gevolg van het grondwater dat omhoog is gekomen. Vanwege de hoge zoutconcentraties wordt het gras op deze plekken beperkt in de groei en is het niet geschikt als veevoer.

De onderzoekers verwachten dat de witte vlekken geen risico opleveren voor weidevogels. De vogels zijn namelijk gewend aan een zoute omgeving. Ook kunnen ze naar minder zoute gebieden om daar te nestelen of eten.

De bagger uit de sloten in het achterland is geschikt voor verspreiding op de kant.

Voor een aantal van de gevonden stoffen (vooral de zouten sulfaat, chloride, bromide) bestaan geen normen voor de toepassing van baggerspecie. Daardoor is toetsing voor deze stoffen niet mogelijk. Voor deze stoffen adviseert het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu om bij de afzet van baggerspecie op de kant maatregelen te nemen (zorgplicht). Het waterschap kan de volgende maatregelen nemen:

  • afzet van baggerspecie binnen het gebied en met name baggerspecie uit de sloot direct naast de dijk afzetten op de oever van de Westdijk (stand still principe)
  • voorafgaand aan de baggerwerkzaamheden de watergangen doorspoelen (voor zover nog niet van toepassing)
  • de baggerspecie zo veel mogelijk (gelijkmatig) over het gehele perceel verspreiden
  • monitoring van eventueel optreden effecten om zo nodig tijdig maatregelen te kunnen treffen. 

Het waterschap heeft een deel van deze al maatregelen genomen.

Het onderzoek beperkt zich tot de bestaande omgevingskwaliteit van de polder bij de dijk. Er is geen onderzoek gedaan naar de toegepaste thermisch gereinigde grond en de herkomst van de aangetroffen stoffen.

Onder de huidige omstandigheden verwachten de onderzoekers op korte termijn geen veranderingen.

Als de Westdijk voor langere tijd (meer dan 5 jaar) in stand wordt gehouden, is het nodig om de risico’s voor vee en ecologie nader te beoordelen.  Ook moet dan het oppervlaktewater, de sediment  en bodem in het gebied worden gemonitord. Daarnaast moet grootschalige uitloging beperkt worden.
 

Het gras van de dijk is niet onderzocht. Ook is de klei die gebruikt is om de thermisch gereinigde grond af te dekken niet onderzocht. Er kan daarom geen uitspraak worden gedaan over mogelijke risico’s voor het gebruik van maaisel van de dijk als veevoer. Daarom raden de onderzoekers af om het maaisel als veevoer te gebruiken.

Het water is alleen beoordeeld op geschiktheid voor veedrenking en irrigatie. Er is niet gekeken of het schadelijk is voor mensen of huisdieren. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu verwacht in de polder geen directe risico’s bij contact met het oppervlaktewater.

Contact met het water uit de sloot naast de dijk wordt wel afgeraden. Ook raadt het RIVM af om honden uit de sloot te laten drinken of erin te laten zwemmen. 

Mensen, de natuur en het vee kunnen worden blootgesteld aan een mengsel van stoffen. Hiermee wordt rekening gehouden in de zogenaamde combinatietoxicologie. Stoffen waarvoor combinatietoxicologie een rol kan spelen zijn onder andere organische verontreinigingen zoals PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) en minerale olie. In de polder van de Westdijk zijn geen verhoogde concentraties metalen of organische verontreinigingen aangetroffen. Wel zijn er verhoogde concentraties zouten aangetroffen maar deze concentraties liggen onder de advieswaarde waarboven combinatietoxicologie voor vee kan optreden.