Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland.

IB februari 2017

Auteurs: P.Bijkerk

Infectieziekten Bulletin, jaargang 28, nummer 2, februari 2017

Binnenlandse signalen

Uitbraak van hepatitis A onder mannen die seks hebben met mannen

Sinds augustus 2016 is er in Nederland een toename van hepatitis A onder mannen die seks hebben met mannen (MSM mannen die seks hebben met mannen (mannen die seks hebben met mannen)). In totaal zijn 10 patiënten gerapporteerd waarvan 1 naar Spanje was geweest. In Duitsland zijn 21 patiënten in Berlijn met hepatitis A gerapporteerd, waarvan 20 mannen en 1 vrouw. De eerste ziektedagen waren tussen eind oktober en december 2016. De meeste van hen zijn MSM in de leeftijd van 24 tot 46 jaar. Typering toont 3 verschillende genotype IA-virussequenties. Ook andere Europese landen meldden hepatitis A-patiënten met deze sequenties: 24 patiënten in het Verenigd Koninkrijk en 1 tot 3 patiënten in Oostenrijk, Frankrijk, Denemarken en Zweden. Sommige patiënten gaven aan dat zij in Spanje waren geweest tijdens de incubatieperiode. De hepatitis A-virusstam die ten tijde van de Europride bij patiënten was gevonden blijkt identiek te zijn aan de uitbraakstam in Taiwan, die daar al 1100 gevallen sinds zomer 2015 heeft veroorzaakt. (Bronnen: EPIS Epidemic Intelligence Information System (Epidemic Intelligence Information System)-FWD, RIVM, ECDC European Centre for Disease Prevention and Control (European Centre for Disease Prevention and Control)-CDTR Communicable disease threats reports (Communicable disease threats reports): http://ecdc.europa.eu/en/publications/Publications/communicable-disease-threats-report-14-jan-2017.pdf)

Meer meldingen van invasieve meningokokkenziekten in 2016

In 2016 zijn 151 patiënten met invasieve meningokokkenziekte gemeld (Figuur 1), wat 1,5 keer meer is dan in de afgelopen 5 jaar (83-117 patiënten per jaar). Deze toename wordt met name veroorzaakt door de sterke toename in meningokokkenziekte serogroep W, waarover we al eerder berichtten. In 2016 veroorzaakte serogroep W 33% van alle gevallen van meningokokkenziekte. Meningokokkenziekte door serogroep Y was licht verhoogd in 2016 met 17 patiënten vergeleken met 7-15 patiënten per jaar in de afgelopen 5 jaar. Het aantal patiënten met meningokokkenziekte serogroep B was in 2016 (n=77) hoger dan in 2015 (n=65) en 2014 (n=61) en vergelijkbaar met het aantal patiënten in 2011-2013 (75-88 patiënten per jaar). Het aantal patiënten met meningokokkenziekte door serogroep C en overige serogroepen was in 2016 vergelijkbaar met het aantal in de afgelopen 5 jaar. (Bronnen: RIVM, NRLBM Nederlands Referentie Laboratorium voor Bacteri?le Meningitis (Nederlands Referentie Laboratorium voor Bacteri?le Meningitis))


 

Figuur 1 Aantal patiënten met invasieve meningokokkenziekte gemeld in 2011-2015.


Griepepidemie in Nederland

Er is een griepepidemie in Nederland. In de week van 16 tot en met 22 januari 2017 (week 3) werden 102 patiënten per 100.000 mensen met griepachtige klachten gerapporteerd door de huisartsenpeilstations participerend in NIVEL Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) Zorgregistraties eerste lijn. Dat is voor de achtste achtereenvolgende week boven de epidemische grens van 51 patiënten per 100.000 mensen. In bijna de helft van de monsters die door huisartsen werden afgenomen bij deze groep patiënten werd het influenzavirustype A(H3N2) aangetoond. Het is bekend dat dit type virus vooral bij 65-plussers complicaties kan veroorzaken, vaak in de vorm van longontsteking. De huisartsen zien inderdaad veel 65-plussers met longontsteking terwijl longontsteking bij kinderen van 0 tot 5 jaar de laatste weken sterk is gedaald. Bij kinderen speelde in het begin van het winterseizoen het RS respiratoir syncytieel (respiratoir syncytieel)-virus een belangrijke rol. In de media zijn berichten verschenen over grote aantallen oudere patiënten die wegens complicaties van griep in het ziekenhuis waren opgenomen, waardoor een aantal ziekenhuizen zelfs een opnamestop voor niet-ernstig zieke patiënten heeft ingesteld. Op basis van de totale sterfte (alle doodsoorzaken) kan met statistische modellen worden geschat of er sprake is van verhoogde sterfte. De afgelopen weken was in Nederland de sterfte in de leeftijdsgroep 75 en ouder sterk verhoogd (ten opzichte van de sterfte die deze tijd van het jaar wordt verwacht). Influenza is een van de mogelijke oorzaken, maar het kan ook het gevolg zijn van de recente koude periode. Tot nu toe lijkt het verloop van het griepseizoen erg op dat van 2014/2015 toen ook veel influenzavirus type A(H3N2) werd aangetoond. Het ECDC(European Centre for Disease Prevention and Control) publiceerde op 25 januari 2017 een risicoanalyse over de ontwikkelingen van de griepepidemie in Europa. In een aantal landen zorgt de griep voor veel ziekenhuisopnamen van ouderen en sterfte. De situatie in Nederland past in dit beeld.

(Bronnen: NIVEL, RIVM, sterfte-monitoring, ECDC: http://ecdc.europa.eu/en/publications/Publications/Risk-assessment-seasonal-influenza-2016-2017.pdf, CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek))

Toename legionellose in december

Het aantal meldingen van legionellose afgelopen december was hoger dan gebruikelijk. Tot nu toe werden 35 meldingen van patiënten ontvangen met een eerste ziektedag in december 2016. Vierentwintig van hen liepen de besmetting op in Nederland, 8 in het buitenland en bij 2 patiënten ontbreekt deze informatie nog. In de afgelopen 5 jaar werden gemiddeld 17 patiënten, variërend van 11 tot 30, gemeld in december. In december 2016 viel aanzienlijk minder regen dan gebruikelijk, dus hevige regenval is geen verklaring voor het hogere aantal meldingen. Wel was de gemiddelde temperatuur in december iets hoger dan gemiddeld, 4,7 graden ten opzichte van gemiddeld 3,7 graden in de voorgaande jaren. Ook in de maand november was het aantal legionellosemeldingen hoger dan gebruikelijk, namelijk 30, waarvan 20 infecties in Nederland waren opgelopen (Figuur 2). (Bron: RIVM)


 

Figuur 2 Aantal legionellosemeldingen in 2016 (voorlopige gegevens) en gemiddelde van 2011 – 2015.


Salmonella Bovismorbificans-verheffing

Sinds het laatste kwartaal van 2016 is er in de Salmonella-surveillance een stijging van het aantal patiënten met een Salmonella Bovismorbificans-infectie te zien. In 2016 werden 42 patiënten gerapporteerd, waarvan 37 in de periode oktober tot en met december. De patiënten komen uit heel Nederland, hebben een mediane leeftijd van 65 jaar (spreiding: 5-89 jaar) en 57% is vrouw. In de periode 2005-2015 waren er jaarlijks 3 tot 15 patiënten. Ook België rapporteert een toename. Er is een landelijk onderzoek gestart om de bron te achterhalen.(Bronnen: Salmonella-surveillance, RIVM)

Aviaire influenzavirus A(H5N8)-uitbraak

Sinds 26 november 2016 is er bij 8 pluimveebedrijven met kippen en eenden, en een vogelhandelaar met een grote variatie aan vogelsoorten, het voor vogels hoogpathogeen influenzavirus A(H5N8) vastgesteld. Ook is deze influenzavariant op 38 locaties verspreid over het land aangetoond bij dode, wilde (water)vogels. Het betreft hierbij vooral watervogels, roofvogels en aaseters. Daarnaast is bij wilde vogels op 2 locaties een influenzavirusvariant A(H5N5) gevonden. Eén van de gevonden A(H5N5)-influenzavirussen was een reassortant van het influenza-virus A(H5N8) met hetzelfde hemagglutinine (H5)-gen. Voor het laatst werd op 25 december een commer-ciële pluimveebedrijf besmet verklaard. Op 12 januari werd bij klinisch zieke kippen van een hobbyhouder influenzavirus A(H5N8) vastgesteld.

In totaal zijn 21 commerciële pluimveebedrijven bezocht en bemonsterd in de beschermings- en toezichtsgebieden waarvan 9 besmette bedrijven, 4 contactbedrijven, 6 bedrijven in de 1 km kilometer (kilometer)-zone en 11 bedrijven in de 3 km-zone. Buiten Nederland is het influenzavirus A(H5N8) in 18 Europese landen en een aantal landen in het Midden-Oosten en Afrika gevonden. Tot op heden zijn er geen meldingen van het virus in zoogdieren of mensen. Een recente studie gebaseerd op influenzavirus A(H5N8) in vogels die afgelopen november in Duitsland werden gevonden, geeft aan dat er sterke verwantschap is met virussen in vogels afkomstig uit het grensgebied Rusland-Mongolië: in de zomer van 2016 Ook zijn in het huidige circulerende virus in Europa genetische veranderingen in de genen voor het nucleoproteïne en polymerase ten opzichte van de virussen afkomstig uit Rusland-Mongolië. Gespeculeerd wordt dat deze aangepaste genen een rol kunnen spelen bij het hoogpathogene vermogen van het virus voor vogels en bij een efficiëntere virale overdracht van wilde vogels naar pluimvee. (Bronnen: NVWA, Wageningen Bioveterinary Research, Emerging Infectious Diseases)

Buitenlandse signalen

Patiënt met influenza A(H7N2)- infectie door contact met kat

De WHO World Health Organization (World Health Organization ) berichtte op 23 december 2016 over een volwassen man uit de Verenigde Staten met een influenza A(H7N2)-infectie nadat hij in contact was geweest met een zieke kat. De patiënt kreeg op 18 december milde gezondheidsklachten waaronder keelpijn, spierpijn en hoesten. De zieke kat had respiratoire klachten en was afkomstig uit een kattenasiel in New York. In het asiel werden in eerste instantie 13 katten positief getest voor influenza A (H7N2)-virus. Daarna zijn ook andere katten die uit dit asiel afkomstig waren en bij particulieren waren geplaatst of in andere asiels terecht kwamen, positief getest. Deze katten vertoonden milde symptomen. Uit de genetische analyse van het influenza A (H7N2)-virus van de katten bleek dat het virus gerelateerd is aan de laag pathogene aviaire influenza A (H7N2)-virus dat voor het laatst werd gevonden in vogelpopulaties in de Verenigde Staten in 2006. In alle betrokken dierenasiels zijn controlemaatregelen genomen en er is onderzoek gestart onder asieldieren en de mensen die regelmatig contact met ze hebben. Dit is de eerste humane influenza A (H7N2)-virusinfectie die werd vastgesteld in de Verenigde Staten sinds 2003 en de eerste die is veroorzaakt door zoönotische virusoverdacht van zieke katten naar een mens. Tot dusver was er geen bewijs dat katten een rol spelen bij een zoönotische infectie. Het was wel bekend dat katten geïnfecteerd kunnen worden door inademing en via voedsel (bijvoorbeeld door het eten van besmette vogels). Bronnen: US-CDC Centers for Disease Control and Prevention (Centers for Disease Control and Prevention), WHO.

Nieuwe toename van patiënten met aviaire influenza A(H7N9) in China

Sinds september 2016 wordt er opnieuw een toename van het aantal mensen met aviaire influenza A(H7N9)-infectie door China aan de WHO gemeld. Dit is de vijfde keer dat er een toename wordt gemeld. In de periode 2013 tot en met 24 januari 2017 zijn 1029 patiënten door de Chinese autoriteiten gemeld, waarvan 375 overleden. De meeste patiënten worden via pluimveecontact geïnfecteerd en sporadisch worden kleine humane clusters gemeld.

(Bronnen: ECDC-RT Real Time (Real Time), WHO: http://ojs.wpro.who.int/ojs/index.php/wpsar/article/view/521/733).

Toename van adenovirusinfecties in Engeland

Public Health England meldt een toename van het aantal adenovirus-infecties bij patiënten met een influenza-achtig ziektebeeld en/of acute respiratoire klachten. In de weken 48 tot en met 52 in 2016 werd bij 364 patiënten de diagnose met laboratoriumonderzoek bevestigd. Van adenovirustype 3, 4 en 7 is bekend dat het respiratoire klachten kan veroorzaken. In Nederland worden in de Virologische Weekstaten ‘adenovirustype 40/41’, ‘adenovirus geen typering (PCR polymerase chain reaction (polymerase chain reaction))’ en ‘adenovirus non-40/41’ gerapporteerd. Alleen ‘adeno-virus geen typering (PCR)’ wordt meer gerapporteerd in week 2 van dit jaar, maar daarvan is niet bekend of het in fecale of respiratoire monsters werd aangetoond. Bij de andere adenovirussen zijn geen bijzonderheden te zien. (Bronnen: Virologische Weekstaten,

ProMED: http://www.promedmail.org/post/4752396)

Gelekoortsuitbraak in Brazilië

Sinds januari 2017 is er een uitbraak van gele koorts in het zuidoosten van Brazilië (Figuur 3). De uitbraak heeft zich uitgebreid naar 3 staten: in Minas Gerias zijn 391 patiënten gerapporteerd, in Espirito Santo 19 patiënten en in Sao Paulo 3 patiënten (Figuur 3). Daarnaast worden in Bahia 6 verdachte patiënten onderzocht. In totaal zijn 87 patiënten overleden. Sinds 2009 waren er geen patiënten meer gemeld in deze staten. De patiënten in de staten Bahia en Espirito Santo komen uit gebieden die als niet-endemisch werden gezien. Gele koorts komt endemisch voor in Brazilië. Het ECDC heeft een risico-inventarisatie voor Europese reizigers uitgebracht.  (Bronnen: ECDC-risico-inventarisatie: http://ecdc.europa.eu/en/publications/_layouts/forms/Publication_DispForm.aspx?List=4f55ad51-4aed-4d32-b960-af70113dbb90&ID=1631), ProMED http://www.promedmail.org/post/4753504)


 

Figuur 3 Gelekoorts in Brazilië.


Auteur

P. Bijkerk, Centrum Infectieziektebestrijding, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Correspondentie

Paul.Bijkerk@rivm.nl