Infectieziekten Bulletin, februari 2024

Auteurs

Alma Tostmann1, Mart Stein2, Berend Beishuizen2, Aura Timen2,3, Chantal P. Rovers4

  1. Afdeling Medische Microbiologie, Radboud universitair medisch centrum, Nijmegen
  2. Centrum Infectieziektebestrijding, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven
  3. Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde, Radboudumc Radboud University Medical Centre (Radboud University Medical Centre), Nijmegen
  4. Afdeling Interne Geneeskunde, Radboudumc, Nijmegen

Introductie

Bovengenoemde collega’s van het RIVM en het Radboudumc Radboud University Medical Centre (Radboud University Medical Centre) hebben vanaf februari 2021 onderdeel uitgemaakt van het PANDEM-2 consortium1: een project gefinancierd door de EU European Union (European Union) (Horizon 2020) dat in juli 2023 is afgerond. Het doel van PANDEM-2 was om innovatieve technologische tools en trainingen te ontwikkelen om EU-lidstaten te ondersteunen in de voorbereiding en response op grote infectieziekte-uitbraken, en waarmee ze nog beter kunnen samenwerken en beter voorbereid zijn op toekomstige pandemieën en grensoverschrijdende infectieziekte-uitbraken.

Het consortium bestond uit 19 partnerinstituten en werd geleid door professor Máire Connolly (University of Galway, Ierland).2 Experts uit de publieke gezondheidszorg, de eerste-, tweede- en derdelijnszorg, defensie, microbiologie, communicatie, informatietechnologie en crisisbeheer werkten samen om wetenschappelijke inzichten te vertalen in concrete eindproducten. De Raad van Advies bestond onder andere uit de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO World Health Organization (World Health Organization)), het Europese Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC European Centre for Disease Prevention and Control (European Centre for Disease Prevention and Control)), de Ierse landmacht en het Amerikaanse Rode Kruis.

                                 De projectpartners in het PANDEM-2 consortium

In dit artikel beschrijven we een aantal PANDEM-2 eindproducten, die professionals uit de publieke gezondheidzorg en infectieziektebestrijding kunnen gebruiken voor pandemische paraatheid trainingen. Aanvullend gaan we in op mogelijke infectieuze dreigingen waar de gehele Nederlandse zorgketen op voorbereid moet zijn.

Wat heeft PANDEM-2 opgeleverd?

Pandemische planning

In een PANDEM-2 deelproject hebben we bepaald wat essentiële materialen en middelen (‘resources’) zijn voor pandemische planning en respons, door middel van een systematische literatuurreview en een Delphi-studie. De Delphi-methode is een gestructureerde manier om deskundigen te raadplegen over een onderwerp en om systematisch tot consensus te komen. Dit deelproject bouwde voort op “AsiaFluCap”3; een eerder groot EU-project waarin het RIVM deelnam. Uit de Delphi-studie bleek de meerwaarde om bij pandemic resource planning zowel experts uit de klinische setting als uit de publieke gezondheidszorg te bevragen. Dit leidt namelijk tot een beter geïntegreerde pandemische planning en verkleint het risico dat belangrijke materialen en middelen over het hoofd worden gezien. De beschikbaarheid van personele capaciteit en persoonlijke beschermingsmiddelen in de eerstelijnszorg (inclusief de thuiszorg) was één van de parameters die door de klinische deelnemers werd aangedragen als “essentieel” voor pandemische planning, terwijl deze ten tijde van de COVID-19 pandemie nog geen standaard plek hadden in ‘pandemic resource planning’.4

PANDEM-2 Media Handboek

Het communicatieteam van het PANDEM-2 consortium heeft een Media Handboek ontwikkeld.5 Tijdens grote infectieziekte-uitbraken of incidenten met grote maatschappelijke impact is het belangrijk om duidelijk te communiceren met de media en het publiek. Naast officiële communicatie via woordvoerders, is er een maatschappelijke rol voor professionals om duiding en inhoudelijke uitleg te geven over de situatie, bijvoorbeeld in de media. Het PANDEM-2 media handboek geeft praktische tips voor effectief communiceren in tijden van crisis en biedt professionals concrete handvatten om het doel van een media-interview vast te stellen, om effectief en efficiënt voor te bereiden en om iemands eigen media-optredens te evalueren.

Dashboard voor epidemiologisch inzicht, modelleren en monitoring sociale media

In PANDEM-2 is een open source ICT Informatie- en communicatietechnologie (Informatie- en communicatietechnologie)-tool ontwikkeld die gegevens uit internationale systemen kan integreren en visueel inzichtelijk weergeeft. Dit zijn gegevens zoals het aantal gerapporteerde infecties en ziekenhuisopnames, bevindingen uit contactonderzoek uit nationale of internationale databases (zoals The European Surveillance System van ECDC), informatie uit participatieve surveillance (Infectieradar, Influenzanet, Studybugs) en microbiologische laboratoriumdata zoals pathogeenvarianten en sequentiedata.

Om tijdens een pandemie gefundeerde beleidsadviezen te kunnen geven zijn prognoses nodig van de epidemiologische ontwikkelingen in de komende dagen of weken.

Met input vanuit de Delphi-studie en gesprekken met experts uit de klinische zorg en infectieziektebestrijding zijn er wiskundige modellen ontwikkeld die geïntegreerd zijn in het PANDEM-2 dashboard. Hiermee kan de gemodelleerde impact van verschillende combinaties van maatregelen op de epidemiologische data worden weergegeven en vergeleken. Variabelen zoals naleving en verwachtte effectiviteit van maatregelen, en infectieziekteparameters zoals transmissie-intensiteit kunnen flexibel worden ingesteld om verschillende scenario’s te kunnen vergelijken. In het PANDEM-2 dashboard zit ook een sociale media analysefunctie. Hiermee kan de ‘situational awareness’ worden weergeven en kan bekeken worden wat er leeft op sociale media om een beeld te krijgen wat – een deel van – het publiek belangrijk vindt.

Het PANDEM-2 dashboard is een open-source ICT-tool die voor iedereen toegankelijk is, en die is aan te passen aan de gebruikersbehoeften.6  Het PANDEM-2 dashboard kan worden gebruikt om teams van Emergency Operations Centers (EOC) te trainen, maar kan ook worden ingezet in de responsfase van een grote (internationale) uitbraak. Met name voor cross-border oefeningen of uitbraken biedt het PANDEM-2 dashboard een zeer nuttig instrument om realistische scenario's te draaien en belangrijke aspecten hierin mee te kunnen nemen.

Avian influenza simulatie oefening

In maart 2023 is een tweedaagse crisisoefening gehouden met de twee EOC-teams van het Duitse Robert Koch Instituut (RKI Robert Koch Instituut (Robert Koch Instituut)) en het RIVM. Het team van het RKI ontwikkelde samen met PANDEM-2 projectpartners een realistisch script over een uitbraak van een nieuwe vogelgriepvariant met humane verspreiding. De scenario-uitbraak begon klein, met beperkte mens-op-mens transmissie, net over de Nederlandse grens in Duitsland. Echter, de voorgeschotelde situaties werden aan het begin van de uitbraak al snel complex. Zo raakte een scholier op een internationale school besmet en bezocht een besmettelijk persoon een festival waar veel internationale bezoekers waren, waarbij de contactgegevens van veel bezoekers niet achterhaald konden worden. Daarna steeg het aantal infecties in het script sterk en werden de uitdagingen steeds groter. Beide EOC-teams testten succesvol vele functionaliteiten van het dashboard en op afstand keken de dashboard-ontwikkelaars mee om te zien wat er verder verbeterd kon worden. Daarnaast was er veel internationale belangstelling; zo keken de WHO, ECDC, het EU Directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid, de EU-autoriteit voor paraatheid en respons (Health Emergency Preparedness and Response; HERA human exposure and risk assessment (human exposure and risk assessment)), en professionals uit andere landen live mee om te leren van deze oefening en de mogelijkheden die dit dashboard biedt.

Internationale PANDEM-2 simulatieoefening van grote infectieziektenuitbraak, EOC op het RIVM (maart 2023)

Paraatheid in Nederland

Er is sinds de COVID-19-pandemie veel aandacht voor pandemische paraatheid, onder meer door de oprichting van de Landelijke Functionaliteit Infectieziektebestrijding7 en het Pandemische Paraatheid programma van ZonMw Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie).8 Desondanks is het belangrijk om de urgentie van pandemische paraatheid continu op de agenda’s van beleidsmakers en onderzoeksfinanciers te houden, en te zorgen dat de aandacht hiervoor niet gaat verslappen de komende jaren. De dreiging van een aviaire influenza-uitbraak onder mensen is reëel, maar ook uitbraken van multiresistente micro-organismen kunnen veel impact hebben op de Nederlandse zorg en maatschappij. Daarom is het belangrijk dat zorgprofessionals in de gehele zorgketen, inclusief de publieke gezondheidszorg, hierin gezamenlijk optrekken en zich samen voorbereiden.

Zo vormt de resistente schimmel Candida auris een reële dreiging vanwege het risico op importinfecties vanuit het buitenland en vervolgens mogelijke verspreiding in Nederlandse zorginstellingen. De oprichting van de Regionale Antimicrobiële Resistentie (AMR Antimicrobial Resistance (Antimicrobial Resistance)) en Infectiepreventie Zorgnetwerken in 2016 heeft de regionale samenwerking in het detecteren en tegengaan van verspreiding van AMR versterkt.9 Maar stel dat er een grote Candida auris uitbraak plaatsvindt in meerdere zorginstellingen in meerdere regio’s: zijn we daar klaar voor? Wie zou de regie hebben in een grootschalig bron- en contactonderzoek? Candida auris verdient een plek op de prioriteitenlijst van outbreak preparedness, in de gehele zorgketen.10

Vroegtijdige herkenning en een adequate respons bij patiënten met een (mogelijke) ‘high consequence infectious disease (HCID)’, bijvoorbeeld ebola of lassakoorts, zijn cruciaal voor de veiligheid van zorgpersoneel, de patiënt en de omgeving. Een “(verdenking) HCID” kan aan het licht komen in de eerste lijn, op een spoedeisende hulp of op een reguliere verpleegafdeling. Professionals werkzaam in de infectieziektebestrijding worden geïnformeerd over HCID-uitbraken in het buitenland via Signaleringsoverleg berichten. Het is belangrijk dat deze informatie vervolgens op een adequate manier gedeeld wordt met alle ‘first responders’ zodat er juist wordt gehandeld bij een patiënt met onverklaarde klachten die recent is teruggekeerd uit een risicogebied. Ook al zijn HCID relatief zeldzaam, goed voorbereid zijn blijft cruciaal omdat de consequenties zo groot kunnen zijn. Binnen PANDEM-2 is ook een scenario-training ontwikkeld over een uitbraak van een HCID; deze trainingen kunnen de interdisciplinaire samenwerking en de paraatheid voor HCID in de hele zorgketen, inclusief de publieke gezondheidszorg, versterken.  

Samenwerking: regionaal, nationaal én internationaal

Het ontstaan van infectieziekte-uitbraken is niet geheel te voorkómen. Echter, door tijdige detectie en adequate response kan een nieuwe uitbraak snel worden opgespoord en worden ingedamd of afgeremd, om de omvang en impact te beperken. Gelijkwaardige samenwerking in de hele zorgketen verhoogt de pandemische paraatheid en een betere voorbereiding op een onverwachte ernstige besmettelijke infectieziekte. Echter, het blijft een uitdaging dat het effect van succesvol snel ingrijpen vaak onzichtbaar is. Immers, als er succesvol is voorkómen dat een uitbraak groter wordt, dan kan men zich afvragen “of al die voorbereiding wel zo nodig was: want het viel uiteindelijk allemaal wel mee”. Educatie van publiek en beleidsmakers over deze ogenschijnlijke tegenstelling blijft heel belangrijk.

In 2024 zal het door EU-Horizon gehonoreerde consortium RAPIDE (Regular and unplanned care adaptive dashboard for cross–border emergencies) van start gaan onder leiding van Prof. Aura Timen van het Radboudumc.11 Dit internationale project bouwt voort op de expertise die is ontwikkeld in PANDEM-2. Het doel is om te onderzoeken hoe tijdens noodsituaties met impact op de gezondheidszorg (zoals een pandemie) de reguliere zorg in de hele zorgketen zoveel mogelijk door kan blijven gaan.

Innovaties in technologie, trainingen, communicatie en internationale samenwerking zullen ons slagvaardiger maken tijdens toekomstige pandemieën. De tools die ontwikkeld zijn in PANDEM-2 en ontwikkeld gaan worden in RAPIDE kunnen daarbij helpen. De kans op de import en verspreiding van ernstige infectieziekten in Nederland neemt toe, door onder andere een toename in internationale reisbewegingen, het steeds vaker voorkomen van HCID in landen waar de ziekteverwekkers endemisch zijn, en een verschuiving en uitbreiding van gebieden waar infectieziekten voorkomen door o.a. klimaatverandering.12 Hierdoor is pandemische paraatheid nog nooit zo relevant geweest als nu. Om goed voorbereid te kunnen zijn op toekomstige pandemieën, dienen de publieke gezondheidszorg, eerstelijns zorg en curatieve zorg hoe dan ook samen op te trekken.

Funding

PANDEM-2 wordt gefinancierd door het Horizon 2020-onderzoeks- en innovatieprogramma van de Europese Unie onder subsidieovereenkomst nr. 883285.