In juli 2021 heeft het RIVM een factsheet gepubliceerd met een overzicht van wat op dat moment bekend was over gezondheidseffecten van geluid van windturbines. Deze factsheet is mede gebaseerd op een literatuuroverzicht over gezondheidseffecten van windturbinegeluid van het RIVM (Van Kamp et al. 2020/2021).

Op deze pagina vindt u de Factsheet gezondheidseffecten van geluid van windturbines (versie juli 2026).

De factsheet gaf aanleiding tot een aantal vragen en is ook een aantal keer aangepast. Ook leidde de factsheet in 2023 tot een klacht. Op deze pagina vindt u meer informatie over de vragen en antwoorden, de aanpassingen in de factsheet, de klacht en de afhandeling van de klacht.

Vragen en antwoorden

Het RIVM heeft diverse vragen gekregen over de factsheet Gezondheidseffecten van windturbinegeluid. Hieronder worden deze vragen nader toegelicht. Het RIVM dankt de vragenstellers voor de feedback en hoopt dat hiermee eventuele onduidelijkheden zijn weggenomen.

Gezondheidseffecten

Uit diverse vragen die het RIVM heeft gekregen lijkt er onduidelijkheid te zijn over de vraag of het RIVM wel of niet stelt dat er sprake is van gezondheidseffecten van geluid door windturbines. Daarom ter verduidelijking het volgende. In literatuur reviews uit 2018 en 2021 heeft het RIVM alle internationaal beschikbare wetenschappelijke literatuur tussen 2009 en 2020 over de gezondheidseffecten van geluid van windturbines geanalyseerd.

Het RIVM heeft hieruit geconcludeerd dat er gezondheidseffecten zijn: er is een duidelijke relatie aangetoond tussen het geluidniveau van windturbines en hinder, waarbij we hinder - in lijn met de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) - beschouwen als een negatief gezondheidseffect. Mensen ervaren meer hinder naarmate het geluid harder is.

Hinder wordt door de Gezondheidsraad omschreven als een gevoel van afkeer, boosheid, onbehagen, onvoldaanheid of gekwetstheid dat optreedt wanneer een milieufactor (bijvoorbeeld geluid) iemands gedachten, gevoelens of activiteiten negatief beïnvloedt. Of iets als hinderlijk wordt ervaren, kan per persoon verschillen. We beschouwen hinder als een chronische stressor die op termijn kan leiden tot andere gezondheidseffecten zoals hoge bloeddruk of hart- en vaatziekten, of deze aandoeningen kan verergeren.

Hoogte windturbines

Het RIVM heeft ook vragen gekregen in hoeverre de hoogte van windturbines effect heeft op de ervaren hinder. Een hogere windturbine heeft meer effect op het landschap en daarmee op de visuele hinder. Voor geluidhinder ligt dat anders: grotere windturbines met meer vermogen maken niet noodzakelijkerwijs meer geluid. Er zijn kleinere windturbines met minder vermogen die juist meer geluid maken dan grotere windturbines met groter vermogen. De geluidproductie wordt vooral bepaald door het type windturbine. In 2026 is in de factsheet hieraan toegevoegd dat nader onderzoek zou kunnen helpen om hierover mee duidelijkheid te krijgen ten behoeve van de uitvoeringspraktijk. Zie verder onder 'Wijzigingen in de factsheet (versie 2026)'. 

Blootstelling-respons relatie (BR-relatie)/hindercurve

In de Factsheet Gezondheidseffecten van windturbinegeluid wordt in paragraaf 4 (Wetgeving, normen, advieswaarden windturbines) onder ‘Nederlands beleid’ een blootstelling-respons (BR) relatie toegelicht. Het RIVM heeft hier vragen over gekregen. Een blootstelling-respons relatie laat de mate van ernstige hinder zien bij een gegeven geluidblootstelling, van in dit geval windturbinegeluid binnenshuis en buitenshuis. Deze BR-relatie is in 2008 door TNO opgesteld en is gebaseerd op drie vragenlijstonderzoeken: twee in Zweden en één in Nederland (Janssen et al. 2008). De Nederlandse overheid heeft deze BR-relatie destijds als basis voor het beleid gekozen. Omdat sinds 2008 veel veranderd is met betrekking tot windturbines in Nederland heeft het RIVM de overheid geadviseerd deze BR-relatie opnieuw te bekijken. Het RIVM heeft inmiddels die opdracht gekregen en werkt aan de uitvoering daarvan (zie ook: ‘Blootstelling-respons relatie windturbinegeluid en hinder en slaapverstoring').

Nog veel onduidelijk

Uit het internationale literatuuronderzoek blijkt ook dat nog veel onduidelijk is. Voor effecten op de slaap of bepaalde gezondheidseffecten, zoals stofwisselingsstoornissen, mentale gezondheid en cognitieve effecten, is onvoldoende wetenschappelijk bewijs gevonden. Onvoldoende bewijs is echter nog geen bewijs voor afwezigheid van effecten. Het kan betekenen dat in sommige gevallen te weinig onderzoek beschikbaar is, dat er tegenstrijdige resultaten zijn, de kwaliteit van de gevonden onderzoeken onvoldoende was, of dat de resultaten van de onderzoeken niet duidelijk samenhangen met geluid. 

Ook omdat het aantal windturbines in Nederland toeneemt, heeft het RIVM de rijksoverheid geadviseerd nader onderzoek te laten doen. Daarop heeft het ministerie van Economische Zaken het RIVM gevraagd in kaart te brengen welke onderzoeksvragen er leven bij bewoners, de lokale en regionale overheden en bij de betrokken ministeries. De resultaten van deze inventarisatie staan in het RIVM-rapport  “Verkenning van opties voor gezondheidsonderzoek rond windturbines”.

Lopend onderzoek

Sinds 2008 is er veel veranderd; het aantal windturbines is toegenomen en er is een nieuwe generatie windturbines op de markt gekomen (meer productie van elektriciteit, hogere masten). Ook de zorgen in de samenleving zijn toegenomen.

Nieuw onderzoek naar blootstellings-respons relaties voor windturbinegeluid

Het RIVM heeft de overheid daarom geadviseerd opnieuw naar de BR-relaties voor windturbinegeluid te kijken. In 2024 heeft het RIVM opdracht gekregen van de ministeries van Economische Zaken (EZ) en Klimaat en Groene Groei (KGG) om nieuwe BR-relaties af te leiden. De beleving van bewoners en andere factoren zijn ook een onderdeel van dit project. In deze studie onderzoekt het RIVM de relatie tussen de blootstelling aan geluid door windturbines en de mate waarin mensen daar hinder of slaapverstoring door ervaren. Doel hiervan is om na te gaan of de huidige Nederlandse BR-relatie nog van toepassing is, gelet op het toenemend aantal windturbines op land. 

Het belevingsonderzoek geeft in eerste instantie antwoord op de vraag hoeveel hinder en slaapverstoring mensen die in de buurt van een windturbine wonen, ervaren door geluid van windturbines. Daarnaast is er ook aandacht voor andere factoren dan geluid, die mede de mate van hinder en slaapverstoring kunnen beïnvloeden, zoals de invloed van licht (knipper-, signaalverlichting), horizonvervuiling van windturbines, bezorgdheid en zelf-gerapporteerde gezondheid. Voor dit onderzoek heeft het RIVM in het najaar van 2025 een vragenlijst verstuurd naar een steekproef van mensen die in de buurt van een windturbine wonen.

Het RIVM doet dit onderzoek niet alleen. Er is een wetenschappelijke en maatschappelijke klankbordgroep. Op deze manier worden onder meer inhoudelijke specialisten, vertegenwoordigers van bewoners, brancheverenigingen, overheden en (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) betrokken bij het proces van het onderzoek. De resultaten hiervan worden in het eerste kwartaal van 2027 verwacht.

Kwartaaloverzicht literatuur

In opdracht van het ministerie van Economische Zaken (EZ) en Klimaat en Groene Groei (KGG) brengt het RIVM elk kwartaal een overzicht uit van nieuwe wetenschappelijke literatuur over windturbines en gezondheid in de wereld. 

Review internationale wetenschappelijke literatuur 

Ook wordt in opdracht van het ministerie van (Economische Zaken)/KGG gewerkt aan een update van een review van de internationale wetenschappelijke literatuur. Dit rapport zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2027 verschijnen. Zoals hierboven aangegeven worden dan ook de resultaten verwacht van het Nederlandse onderzoek naar de blootstellings-respons relatie windturbinegeluid en hinder en slaapverstoring. 

Op basis hiervan kunnen de nieuwste inzichten worden gepresenteerd op het gebied van windturbinegeluid en gezondheid in het algemeen en windturbinegeluid en hinder en slaapverstoring in Nederland. Afhankelijk van de vraag of de resultaten tot andere of nieuwe relevante inzichten leiden, zal het RIVM het ministerie van KGG adviseren over de vraag of de factsheet Gezondheidseffecten van windturbinegeluid aangepast moet worden.

Wijzigingen in de factsheet

In juli 2023 heeft een aantal mensen aangegeven dat zij het niet eens waren met een drietal punten in de Factsheet gezondheidseffecten van windturbinegeluid. Daarop is de factsheet in oktober 2023 op een drietal punten aangepast. Op p.7 is de referentie ‘mondelinge mededeling’ vervangen door 'schriftelijke referenties' (van den Berg), er is een toelichtende zin toegevoegd over de Nederlandse blootstelling-respons relatie toegevoegd (p.7) en op p.8 is bij de toelichting op de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voorafgaand aan het woord ‘aanbeveling’, het woord ‘voorwaardelijke’ toegevoegd.

Voor de indieners van de klacht waren de wijzigingen in de factsheet van de referentie met betrekking tot de hoogte van de windturbines en de toelichting op de blootstellings-respons relatie niet voldoende. Daarop hebben zij een klacht ingediend bij de Commissie van Toezicht van het RIVM (zie verder hieronder bij Beoordeling klachten met betrekking tot de factsheet).

In de factsheet zijn in januari 2025 nog enkele wijzigingen aangebracht. De samenvatting (p.2) is verduidelijkt, de uitleg over effecten van de hoogte van windturbines is verduidelijkt (p.7) en bij figuur 4 (p.9) is de tekst verduidelijkt met betrekking tot de blootstellings-respons relatie door TNO uit 2008 die de overheid heeft gekozen als basis voor beleid; toegevoegd is dat het RIVM opdracht heeft gekregen om te onderzoeken of deze blootstellings-response relatie (BR-relatie) aangepast moet worden. Ten slotte is onder het kopje ‘Verantwoording’ (p.9) toegelicht wat een factsheet is.

Beoordeling klacht over de factsheet

Zoals hierboven aangegeven waren de wijzigingen die in oktober 2023 in de factsheet werden aangebracht van de referentie met betrekking tot de hoogte van windturbines en de toelichting op de blootstellingsresponsrelatie onvoldoende voor de indieners. Daarop hebben zij een klacht ingediend bij de Commissie van Toezicht van het RIVM. De interne klachtencommissie wetenschappelijke integriteit heeft na beoordeling van de klacht geoordeeld dat er geen sprake was van schending van wetenschappelijke integriteit en heeft besloten de klacht niet in behandeling te nemen. De directeur-generaal van het RIVM heeft de partijen hierover geïnformeerd.

De indieners waren het hier niet mee eens en hebben dit voorgelegd aan het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). Het LOWI heeft zich alleen over de procedure uitgesproken (Advies 2024-10). Het LOWI oordeelde dat de kritiek op de procedurele gang van zaken op twee punten gegrond was (geen hoor en wederhoor toegepast, rolonduidelijkheid tussen vertrouwenspersoon RIVM en Klachtencommissie RIVM) en heeft daarom het RIVM geadviseerd haar klachtenprocedure aan te passen en de klacht opnieuw in behandeling te nemen. Het LOWI  heeft geen oordeel over de inhoud van de klacht gegeven. 

Het RIVM heeft de procedure eind 2024 aangepast en een nieuwe commissie samengesteld. 

Met het oog op een zorgvuldige behandeling van de klacht, heeft de secretaris van de nieuw ingerichte Commissie Wetenschappelijke Integriteit (hierna: CWI) van het RIVM  de verzoekers gevraagd hun klacht opnieuw, en indien gewenst met aanvullingen, toe te sturen. Dat hebben zij in maart 2025 gedaan en zij hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt nieuwe stukken erbij te betrekken.

Op 8 december 2025 is het CWI tot de volgende conclusie gekomen:
“Conclusie. De Commissie komt tot het oordeel dat er sprake is van twee (lichte) tekortkomingen in de zin van de Gedragscode. Deze kunnen niet leiden tot het oordeel dat sprake is van schending van de wetenschappelijke integriteit. Uit het onderzoek is niet gebleken van opzet, bewuste misleiding of grove nalatigheid door de betrokken onderzoekers.  

De tekortkomingen betreffen het onvoldoende verduidelijken van de aard van figuur 4 in de factsheet en het onvoldoende transparant en controleerbaar vermelden van bronnen zoals gebruikt in de factsheet.”

De drecteur-generaal van het RIVM heeft deze conclusie in haar aanvankelijk oordeel overgenomen. De indieners konden zich hier echter niet in vinden en hebben daarop het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) om advies gevraagd. 

Op 25 juni 2026 heeft het LOWI haar rapport van bevindingen opgesteld. Het rapport is op 28 juli 2026 gepubliceerd. De conclusie van het LOWI luidt: “Gelet op het voorgaande acht het LOWI het verzoek ongegrond. Het LOWI zal de (directeur-generaal) adviseren om het voorlopig oordeel ongewijzigd vast te stellen en definitief te oordelen dat sprake is van twee lichte tekortkomingen, maar niet van schending van de wetenschappelijke integriteit.”  
Inmiddels heeft de directeur-generaal van het RIVM definitief geoordeeld en besloten het advies op te volgen. Tegen dit oordeel staat geen hogere klacht- of beroepsprocedure open.

Wijzigingen in de factsheet in 2026

Mede in reactie op het advies van het CWI zijn in 2026 nog enkele zaken gewijzigd in de factsheet. In de Inleiding (p.3) is aangegeven dat het eerste deel van de factsheet gaat over wetenschappelijke inzichten en het tweede deel over beleid, in het bijschrift van figuur 4 (p.9) wordt verwezen naar de regelgeving door de Raad van State die buiten werking is gesteld en is het advies over onderzoek naar blootstelling-response relaties verduidelijkt. Met betrekking tot de hoogte van windturbines in relatie tot de hoeveelheid geluid is toegevoegd (p.7) dat nader onderzoek zou kunnen helpen om hierover meer duidelijkheid te krijgen ten behoeve van de uitvoeringspraktijk. Tenslotte is met betrekking tot de richtlijn van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor omgevingsgeluid uit 2018 toegelicht (p.7) wat de (World Health Organization) bedoelt met ‘voorwaardelijke’ bij de aanbeveling voor windturbinegeluid.