Er is veel maatschappelijke discussie over de plek van de windmolenparken. Soms zijn dat bestaande parken, maar er worden ook nieuwe plekken gezocht voor windparken. Sommige mensen maken zich zorgen over de gevolgen van deze turbines als deze in de buurt van hun woonomgeving komen te staan. Zij maken zich zorgen over de grootte, horizonvervuiling, slagschaduw en geluidhinder. Maar ook of ze als bewoners wel door de overheid betrokken worden bij het maken van plannen. Wordt mijn stem wel gehoord? Ook leven er vragen over gezondheidseffecten. Het RIVM onderzoekt de gezondheidseffecten van geluid van windturbines.

Internationaal wetenschappelijk onderzoek

Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van het geluid van windturbines. We hebben dat gedaan door alle wetenschappelijke literatuur tussen 2017 en 2020 over de gezondheidseffecten van het geluid van windturbines te analyseren en te evalueren. Deze review is een update van een vergelijkbaar overzicht uit 2017 over de voorgaande jaren.

Er is in Nederland nog niet zoveel onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van windturbinegeluid. Een systematisch literatuuronderzoek, dat alle relevante internationale onderzoeken omvat, is dan ook een goede methode om de vraag te beantwoorden of windturbinegeluid samenhangt met gezondheidseffecten. Er komen steeds meer studies bij van goede kwaliteit. De uitkomsten van het literatuuronderzoek zijn goed toepasbaar op grote groepen mensen, en bruikbaar om effecten in de algemene bevolking te schatten. Voor het nauwkeurig schatten van gezondheidseffecten op een specifieke locatie is meer en lokale informatie nodig op grond van een gezondheidseffectscreening.

Hoe zit het nu met windmolens en gezondheid?

Hinder en slaap zijn de meest onderzochte effecten van windturbinegeluid. Sinds een aantal jaren is er meer onderzoek beschikbaar over de effecten op het hartvaatstelsel en de stofwisseling.

Uit het overzicht van de wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat er een duidelijke relatie bestaat tussen het geluidniveau van windturbines en hinder.

Er is geen eenduidig bewijs gevonden voor een relatie met slaapverstoring: met andere woorden de ene studie vindt wel een effect en de andere niet.

Voor andere gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, stofwisselingsstoornissen, mentale gezondheid en cognitieve effecten is niet voldoende bewijs gevonden. Dit kan betekenen dat er geen relatie is, er nog onvoldoende onderzoek gedaan is, het onderzoek van lage kwaliteit is, of dat er tegenstrijdige resultaten zijn.

De rol van hinder

Lange termijn effecten van geluid op de gezondheid kunnen direct zijn, maar ook indirect door hinder en een verstoorde slaap. 

In lijn met de WHO World Health Organization (World Health Organization ) definitie van gezondheid beschouwen we hinder en slaapverstoring zelf ook als schadelijke  gezondheidseffecten. De mate waarin hinder of overlast van windturbines wordt ervaren kan van persoon tot persoon verschillen. Een belangrijke factor die naast geluid bepaalt of mensen hinder ervaren, is of mensen betrokken zijn bij de besluitvorming van de plannen en de gang van zaken rond plaatsing van de turbines. Verder blijken geluidgevoeligheid, de houding ten opzichte van windturbines, visuele aspecten en economisch voordeel een belangrijke rol te spelen.

Vervolgonderzoek

Het  RIVM voert momenteel een vragenlijstonderzoek uit naar de manier waarop mensen risico’s waarnemen van hun leefomgeving, hun leefstijl en van infectieziekten. Daarvoor is ook een steekproef getrokken van 3500 adressen in de buurt van windmolenparken. De uitkomsten van dat onderzoek komen naar verwachting in de loop van 2022 beschikbaar.

Omdat het aantal windmolenparken in Nederland de komende jaren zal toenemen, kan het daarnaast zinvol zijn om de gezondheidseffecten van geluid te monitoren op landelijk niveau. In opdracht van het ministerie van EZK Economische Zaken en Klimaat (Economische Zaken en Klimaat) brengt het RIVM op dit moment in kaart welke onderzoeksvragen er leven bij bewoners, de lokale en regionale overheden en bij de betrokken ministeries.