In 2020 heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu onderzoek gedaan naar wat bekend is over de gezondheidseffecten van windturbines. Uit dat onderzoek blijkt dat er een duidelijke relatie is tussen geluid van windturbines en hinder: hoe sterker het geluid (in dBdecibel) van windturbines, des te  groter de hinder ervan. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder.

Vragen over literatuuronderzoek RIVM

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft in opdracht van de Zwitserse overheid een literatuuronderzoek gedaan naar de effecten van geluid van windturbines op de  gezondheid. In dat onderzoek zijn de meest relevante wetenschappelijke artikelen (2017-2020) op geanalyseerd en beoordeeld.  

  • Er is een duidelijk verband tussen het geluid van windturbines en hinder. In lijn met de WHO definitie van gezondheid beschouwen we hinder ook als een schadelijk  gezondheidseffect.
  • Mensen ondervinden meer hinder naarmate het geluid harder is (in dBdecibel). Dit geldt voor het hele geluidspectrum. Het is niet zo dat ‘laagfrequent geluid’ (de lage tonen) van windturbines  voor extra hinder zorgt in vergelijking met ‘gewoon’ geluid.
  • Naast het geluid bepalen ook andere factoren of mensen hinder ondervinden. Zo hebben omwonenden minder hinder van het geluid van de windturbines als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan. Ook geluidgevoeligheid, de houding ten opzichte van windturbines, visuele aspecten en economisch voordeel zijn factoren die hinder mede kunnen beïnvloeden.
  • Voor andere gezondheidseffecten, zoals slaapverstoring, slapeloosheid en hart- en vaatziekten, en mentale effecten is er geen verband met geluid van windturbines aangetoond. Dat kan betekenen dat er te weinig studies zijn, dat de kwaliteit van de studies waarin de relatie tussen geluid van windturbines en gezondheidsproblemen is onderzocht onvoldoende is, of dat de resultaten van de studies niet duidelijk samenhangen met geluid.  Zie onderstaand tekstblok voor meer details.

Slaapverstoring, slapeloosheid en medicijngebruik voor slaapklachten: Op basis van de beschikbare studies kan geen eenduidige conclusie worden getrokken ten aanzien van slaapverstoring. Onderzoekers hebben echter wel een verband gevonden tussen windturbinegeluid en zelfgerapporteerde slaapverstoring.

Medicijngebruik voor hoge bloeddruk (hypertensie): Er is geen statistisch significant verband gevonden voor hypertensie. Wel een marginaal verband ('borderline statistically significant for outdoor windturbine noise') voor het gebruik van medicatie tegen hypertensie bij mensen boven de 65 jaar als indicator voor hypertensie (Poulsen, 2018a). De studie van Poulsen (2019b) leverde eveneens geen bewijs op voor een verband tussen het windturbinegeluid buitenshuis en ischemische hartziekte of een beroerte.

Depressie en welvinden: Er is onvoldoende bewijs voor effecten op welbevinden en (medicijngebruik voor) depressie zoals wordt bevestigd in een recent review van Clark et al, 2020. Daarin wordt geconcludeerd dat het bewijs voor effecten van het windturbinegeluidniveau op de zelfgerapporteerde kwaliteit van leven of gezondheid van zeer lage kwaliteit is. Dat geldt ook voor het bewijs voor een effect op mentale aandoeningen (angststoornis, depressie) (zie ook Poulsen, 2019ac).

Hartinfarct en beroerte: De studies van Poulsen (2019b) leverden geen afdoend bewijsmateriaal op voor een verband tussen het windturbinegeluid buitenshuis en ischemische hartziekte of een beroerte.  Deze bevinding werd bevestigd in de studie van Bräuner et al (2018) van het zogeheten Danish Nurse Cohort, dat weinig tot geen steun gaf aan een oorzakelijk verband tussen langdurige blootstelling aan windturbinegeluid buitenshuis en ischemische hartziekte.
 

Een hogere windturbine heeft meer effect op het landschap en daarmee op de visuele hinder. Voor geluidhinder ligt dat anders: het geluidniveau is niet per definitie groter bij hogere/modernere windturbines.

Op basis van de huidige kennis lijkt het niet zo te zijn dat, bij gelijke geluidniveaus, de hoogte van de turbine en afstand tot de turbine doorslaggevend zijn voor de ervaren hinder.

Er is geen onderzoek beschikbaar naar effecten van windturbine geluid op gezondheid van kinderen. Voor andere geluidbronnen is beperkt  onderzoek gedaan naar het effect van geluid op hinder/slaapverstoring/mentale gezondheid van kinderen. Voor vliegverkeer en wegverkeer is een relatie aangetoond van geluidniveau en leerprestatie (begrijpend lezen). 

Vragen over normen

  • Om het woon- en leefklimaat te beschermen van inwoners die nabij een windturbine wonen, zijn wettelijke normen vastgelegd voor de maximaal toelaatbare geluidbelasting (met extra weging voor de avond en nacht) en slagschaduw van windturbines op woningen.
  • De wettelijk geluidnorm is  47 LdenLevel day-evening-night en 41 Lnighthet over alle nachtperioden van een jaar gemiddelde geluidniveau1. Deze normen zijn is gebaseerd op onderzoek van TNO (2011) naar de ervaren hinderlijkheid van windturbinegeluid in vergelijking met andere geluidbronnen. De normen gaan uit van het geluidsniveau aan de gevel. We kennen in Nederland geen afstandsnormen, zoals in sommige andere landen wel het geval is. 
  • De norm voor slagschaduw:  De slagschaduw van een turbine mag niet meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag optreden.
  • Deze normen zijn vastgelegd in het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Bij de planning van de bouw van winturbines wordt getoetst of aan deze normen kan worden voldaan.
  • De handhaving van de geluidnormen en normen voor slagschaduw ligt bij gemeenten (omgevingsdiensten, in opdracht van gemeenten). In geval van twijfel kan in de praktijk worden gecontroleerd of een windturbine voldoet aan de norm.

 1 Lden: dag-avond-nacht  Geluidniveau: etmaalgemiddeld geluidniveau waarin avond en nacht zwaarder meetelle; Lnight; Nachtelijk  Geluidniveau;  Laeq: A-gewogen equivalent geluidniveau over een bepaalde periode.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2018 in haar Richtlijn Omgevingsgeluid  een gezondheidskundige advieswaarde voorgesteld voor windturbines van 45 dBdecibel LdenLevel day-evening-night. Ook hier worden de geluidniveaus aan de gevel en niet op basis van afstand gehanteerd. Het gaat hier om een advies waarde waarbij alleen naar gezondheid wordt gekeken.

Het hanteren van een jaargemiddelde als norm is bedoeld om geluidhinder over langere tijd te beperken. De jaargemiddelde geluidsbelasting, waarbij geluid s’ avonds en s’ nachts zwaarder weegt, wordt internationaal gebruikt als maat om de nadelige gezondheidseffecten van omgevingsgeluid om optimaal bescherming te bieden, zoals in het kader van de Europese richtlijn voor omgevingsgeluid en de WHO.  

Het gaat hier om een beleidsmatige norm, waarbij een afweging is gemaakt tussen de voordelen van windenergie en de hinder die omwonenden ondervinden. De hinder van geluid van windturbines werd geschat op basis van resultaten van onderzoek in Zweden en Nederland. Vervolgens is een vergelijking gemaakt met het percentage ernstige hinder door geluid van andere bronnen zoals industrie, weg-, vlieg- en railverkeer geluid. Op basis hiervan is de norm in Nederland op de gevel van woningen en andere gevoelige objecten vastgesteld op  47 dBdecibel LdenLevel day-evening-night.

Er wordt geschat dat in Nederland in 2015 0.02% van de bevolking blootgesteld was aan geluidniveaus van windturbines boven de norm van 47 dBdecibel (LdenLevel day-evening-night). Voor andere bronnen van omgevingsgeluid ligt dit percentage aanzienlijk hoger. Zo wordt bijvoorbeeld 29% van de Nederlandse bevolking blootgesteld aan geluidsniveaus van meer dan 53 dB (de voorkeurswaarde) van gemeentelijke wegen en bijna 2% van de Nederlandse bevolking wordt blootgesteld aan geluidniveaus van meer dan 50 dB (Lden) door vliegverkeer (Welkers et al, 2019).

Uit de Nederlandse normen volgt ook een minimale afstand. Die is alleen niet vast, maar wordt bepaald door de maximaal toelaatbare geluidbelasting, de slagschaduw of het plaatsgebonden risico bij een woning. Dit geeft een betrouwbaarder beeld van de effecten dan een vaste afstandsnorm, omdat rekening wordt gehouden met de daadwerkelijke situatie. 

Onderzoek RIVM algemeen

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu monitort gezondheidsklachten van belangrijke geluids- en trillingsbronnen. Dit doen we  rond transportbronnen zoals Schiphol, wegen, langs het spoor en in relatie tot windturbines. Naast herhaald vragenlijstonderzoek onder omwonenden,  is een systematische review van de internationale literatuur een hiervoor geschikte methode. Dat is voor windturbinegeluid gedaan in 2013, 2015, 2017, 2018, en 2020.

Het  RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu voert momenteel een vragenlijstonderzoek uit naar  de manier waarop mensen risico’s waarnemen van hun leefomgeving, hun leefstijl en van infectieziekten.  Daarvoor is ook een steekproef getrokken van 3500 adressen in de buurt van windparken. De uitkomsten van dat onderzoek komen naar verwachting in de loop van 2021 beschikbaar.

Monitoren van klachten

Omdat het aantal windmolenparken in Nederland de komende jaren zal toenemen  kan het daarnaast zinvol zijn om de gezondheidseffecten van geluid te monitoren op landelijk niveau. Op dit moment is het RIVM in gesprek met de betrokken  ministeries  om te kijken in hoeverre hieraan behoefte bestaat. Ook met lokale en regionale overheden bespreken we wat hun vragen en behoeften hiervoor zijn.

Welke aanpak het meest geschikt is voor een gezondheidskundig onderzoek rond windturbines, hangt sterk af van het doel van het onderzoek. Om de gezondheidseffecten op lange termijn van windturbinegeluid te bepalen is een meting bij een enkel windpark niet voldoende. Hiervoor zouden een substantieel aantal omwonenden rond diverse windparken in Nederland voor langere tijd gevolgd moeten worden.

Vragen over laagfrequent geluid

Windturbines produceren geluid over het hele spectrum van lage tot hoge tonen, net als andere geluidbronnen, en dus ook LFG en infrageluid (geluid onder de 20Hz). Het aandeel LFG en infrageluid van windturbinegeluid is gemiddeld vergelijkbaar met dat van andere alledaagse bronnen, zoals wegverkeer.

De Nederlandse normen voor windturbinegeluid beslaan het hele geluidsspectrum, dus ook laagfrequent geluid. Als aan de NL normen wordt voldaan ligt het laagfrequente deel binnenshuis rond de 20 dBA. Dat komt overeen met de Deense norm voor laagfrequent geluid. 

Toepasbaarheid onderzoek op verschillende lokale situaties

Gegevens van elders kunnen goed helpen om een inschatting te maken en gegevens van meerdere studies zijn hier beter toe in staat dan een enkele studie rond een specifiek  windpark.  Lokaal zal de situatie echter altijd net wat anders zijn. Dat geldt niet alleen voor geluid van windturbines maar ook bij onderzoek naar de effecten van andere geluidbronnen.

Bij een nog niet bestaande situatie is het nog lastiger en dan is het goed om gebruik te maken van zoveel mogelijk goede studies (internationaal/nationaal) om de omvang en ernst van effecten te schatten gegeven de specifieke kenmerken van de plek (hoe veel mensen wonen er, hebben mensen zicht op de turbine molen, zijn zij mede eigenaar, zijn zij betrokken geweest bij plaatsingsproces etc).

Het feit dat een gebied dun bevolkt is, is op zich geen beperkende factor om effecten te vinden, als de bevolkingsgroep maar groot genoeg is en/of de meetduur lang genoeg.

Dat kan door het doen van een Gezondheid Effect Screening. Daarbij wordt bekeken hoeveel hinder te verwachten is. Dat gebeurt op basis van een algemene relatie tussen geluidniveau en effecten (gemiddeld over veel onderzoeken), gecombineerd met hoeveel mensen er wonen. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met factoren anders dan geluid, waarvan we weten dat ze een rol spelen bij hinder. Op basis van deze inschatting kan het beleid afwegen wat acceptabel is.