RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Reiniging

1.1 Droog reinigen
1.2 Nat reinigen
1.3 Werkvolgorde reinigen

1.4 Onderhoud schoonmaakmateriaal

Onder reinigen wordt verstaan het verwijderen van zichtbaar vuil en onzichtbaar organisch materiaal om te voorkomen dat micro-organismen zich kunnen handhaven, vermeerderen en worden verspreid. De keuze voor nat of droog reinigen is afhankelijk van de aard van de vervuiling. Reiniging van de vloer gebeurt bij voorkeur met een droog systeem omdat de vloer dan na reiniging direct weer begaanbaar is. Bij aangehecht vuil is droge reiniging niet afdoende en moet een nat systeem gebruikt worden.

1.1. Droog reinigen

Definities
Stof afnemen
Met een stofbindende of vochtige (wegwerp)doek stof verwijderen van meubilair en voorwerpen. Gebruik van stofdoeken wordt afgeraden omdat daarmee stof en ziektekiemen in de lucht worden verspreid.
Stofzuigen
Met een stofzuiger het tapijt en andere poreuze vloeroppervlakken door middel van mechanisch opgewekte luchtstroom schoon zuigen, waarbij ook het onzichtbare (diepliggende) vuil verwijderd wordt. Het nadeel van stofzuigen is dat stofdeeltjes in de lucht gaan dwarrelen, zorg daarom dat de stofzuiger is voorzien van een stoffilter. Een gewoon stoffilter houdt echter zeer kleine stofdeeltjes niet tegen, daarvoor is een HEPA (High Efficiency Particulate Air) filter nodig.
Stofwissen
Met behulp van een stofwisapparaat en een stofbindende wegwerpdoek stof en losliggend vuil verwijderen. Dit heeft sterk de voorkeur op gladde vloeren, ook in verband met het verwijderen van deeltjes die allergische reacties kunnen veroorzaken.
Bij verontreiniging met zand, kruimels e.d. kan voor het stofwissen eerst geveegd worden.
Vegen. Met een bezem een gladde vloer schoonmaken. Het nadeel van vegen is dat het vuil grotendeels wordt verplaatst. Een gladde vloer daarom liever stofwissen.

naar boven

1.2. Nat reinigen

Nat reinigen doe je met een huishoudelijk schoonmaakmiddel. Er zijn verschillende huishoudelijke schoonmaakmiddelen, die voor verschillende doeleinden gebruikt worden, o.a.

Een allesreiniger, een middel dat eiwitten en vetten oplost en voor de meest voorkomende vervuiling te gebruiken is
Een kalkoplosser voor kalkaanslag in douches en toiletten en urinesteen in toiletten
Een glasreiniger, voor het streeploos verwijderen van vingerafdrukken e.d.

Meubilair en voorwerpen
Met behulp van een sopje (= allesreiniger met handwarm water) voorwerpen en materialen ontdoen van aangekoekt vuil.
Werkwijze 
Gebruik een schone doek of borstel
Draag bij het reinigen van mogelijk besmette materialen plastic handschoenen
Sop voorwerpen en materialen af of zet ze eventueel even in de week
Na het afsoppen de voorwerpen en materialen afspoelen met schoon water en laten drogen aan de lucht.

Vloeren
Schoonmaken met een twee-emmersysteem met mop (dweil aan een stok) en pers, zodat er een scheiding tussen ‘schoon’ en ‘vuil’ water is. Het schone water bevat allesreiniger.
Werkwijze
Voordat de vloer nat wordt schoongemaakt altijd eerst stofwissen, vegen of stofzuigen.
Na het soppen van de vloer de mop uitpersen in de vuile emmer
De vloer blijft na reiniging nat achter en is korte tijd onbegaanbaar

Sanitair
Sanitair is te onderscheiden in ‘schoon’ (wastafel, tegels) en ‘vuil’ sanitair (binnenkant toiletpot, lage tegels naast toilet). Voor schoon en vuil sanitair aparte emmers gebruiken (bijvoorbeeld met aparte kleuren).
Werkwijze
Gebruik bij dagelijkse reiniging van schoon en vuil sanitair een sanitairreiniger, een kalkoplosser of een allesreiniger
Gebruik wegwerpdoekjes of opnieuw te gebruiken sopdoeken, die wasbaar zijn bij 60°C.

naar boven


1.3. Werkvolgorde reinigen

Het is belangrijk dat medewerkers bij het schoonmaken de juiste volgorde hanteren, omdat anders een oppervlak juist vuil wordt gemaakt. Werk dus altijd van schoon naar vuil. Gebruik schoonmaakmaterialen na een vuil gedeelte niet weer voor een schoner gedeelte.

Begin met schoon schoonmaakmateriaal
Eerst droog reinigen. Werk van schoon naar vuil en van hoog naar laag. Eerst stof afnemen, vervolgens de vloer stofwissen of zuigen
Maak een emmer met sopwater klaar. De temperatuur van het sopwater moet handwarm zijn om te zorgen dat het schoonmaakmiddel goed oplost
Zorg voor een juiste dosering. Lees goed de gebruiksaanwijzing op de verpakking
Meng verschillende schoonmaakmiddelen nooit met elkaar, dit kan gevaarlijk zijn en de werking verminderen
Vervolgens nat reinigen: nat afsoppen of onderdompelen, naspoelen  met heet water en nadrogen met een schone doek
Maak daarna een emmer met sop klaar om de vloer te dweilen. Vul ook een emmer met alleen water waarin de mop kan worden uitgespoeld. Volgorde van schoonmaken: maak altijd eerst de minst vuile ruimte schoon en vervolgens de vuilere ruimten. Neem zowel voor de keuken als voor de douche- en de toiletruimte altijd schoon sop. Na het soppen van de vloer naspoelen met water en eventueel nadrogen. Bij voorkeur aan de lucht laten drogen
Als het sopwater zichtbaar vervuild is, moet het tussendoor ververst worden
Na afloop van het schoonmaken het sopwater direct weggooien in een uitstortgootsteen. Als die er niet is, gebruik dan het toilet (en vergeet niet daarna het toilet schoon te maken).

naar boven

1.4. Onderhoud schoonmaakmateriaal

Het is belangrijk de schoonmaakmaterialen dagelijks en/of na de werkzaamheden op de juiste wijze te reinigen, te drogen en op te ruimen en indien nodig te vervangen. Zo kan men voorkomen dat oppervlakken en voorwerpen besmet raken door het gebruik van vuil schoonmaakmateriaal.

Stofdoeken: een stofbindende doek is voor éénmalig gebruik
Vochtige doeken na gebruik wassen op minimaal 60ºC
Stofzuiger: papierzak tijdig verwisselen. Stoffilter regelmatig verwisselen. Stofzuigermond na elk gebruik ontdoen van aangekleefd vuil
Stofwisser: na gebruik reinigen. Wisdoekje na gebruik wegwerpen. Stofwisser na gebruik ophangen
Dweilen/moppen: na gebruik weggooien en anders minimaal dagelijks op 60ºC wassen en droog opbergen
Emmers: na gebruik goed schoonspoelen met heet water en daarna goed drogen. Indien een emmer goed wordt gedroogd, hebben gramnegatieve bacteriën geen kans om te groeien waardoor er geen verspreiding kan plaatsvinden
Kunststofborstels: na gebruik grondig met heet water uitspoelen, uitslaan en ophangen
Bezems, trekkers e.d.: van aanhangend vuil ontdoen. Hang het materiaal op om te zorgen dat eventueel vocht er uit kan druppelen en de bezemharen niet uit elkaar gaan staan.
Emmers, kunststof borstels, bezems, trekkers etc. die gebruikt zijn bij de reiniging van iets dat mogelijk besmet was met bloed, andere lichaamsvochten en zeer hardnekkige micro-organismen moet na reiniging minstens vijf minuten gedesinfecteerd worden zoals beschreven wordt bij 2.2.2
Materiaalwagen: wekelijks huishoudelijk reinigen
Sopdoeken: na gebruik wegwerpen of wassen op 60ºC. Laat nooit natte sopdoeken in emmers staan. Dit  om uitgroei van bacteriën in de natte doekjes te voorkomen
Sponzen: niet gebruiken omdat een spons niet goed te drogen is en dus gemakkelijk een voedingsbodem kan worden voor de uitgroei van micro-organismen
Toiletborstel: na gebruik goed naspoelen en regelmatig vernieuwen.
Berg de schoonmaakmaterialen en -middelen op in een aparte werkkast met uitstortgootsteen.  De werkkast minimaal eenmaal per maand huishoudelijk reinigen.

Literatuur

WIP-richtlijn 6b, Reiniging en desinfectie van ruimten, meubilair en voorwerpen, 2000.
WIP-richtlijn 3b, Reiniging, desinfectie en sterilisatie, 2002.
WIP-richtlijn 29, Infectiepreventie in de dermato-venereologie, 2002.

 

 


Download

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu