De hygiënerichtlijn voor evenementen is voor het laatst volledig herzien in 2023. Tussentijdse wijzigingen sinds de laatste herziening worden aangegeven in de Verantwoording.

Bij deze richtlijn vindt u instructies (bijvoorbeeld voor handen wassen), voorbeelden van schoonmaakschema’s en een normenlijst. Voor het maken van een checklist of rapport kunt u gebruik maken van de normenlijst. De instructies, schoonmaakschema’s en normenlijst kunt u hier downloaden.

 

1 Inleiding

In deze inleiding staat voor wie de hygiënerichtlijn voor evenementen is en wat het doel van de hygiënenormen is. Ook wordt er uitgelegd waarom hygiëne belangrijk is. Daarnaast vindt u een leeswijzer als ondersteuning bij het vinden van specifieke informatie.

Voor wie is deze hygiënerichtlijn?

Deze hygiënerichtlijn is bedoeld voor organisatoren van evenementen om goede hygiëne op het evenement te waarborgen.

Daarnaast kan deze richtlijn ook gebruikt worden voor advies en inspecties door de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)’en en de GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio), en door de vergunningverleners van de gemeente.

De term ‘evenement’ wordt in deze richtlijn breed toegepast, voor zowel grote als kleine(re) evenementen waar (grote) groepen mensen tijdelijk bij elkaar komen. Een evenement kan binnen of buiten worden georganiseerd, eventueel met een overnachting. Hiervoor worden vaak ook tijdelijke voorzieningen geplaatst.

Wat is het doel van deze richtlijn?

De richtlijn bevat hygiënenormen en tips om de verspreiding van ziekteverwekkers op een evenement te beperken. Hygiënemaatregelen zijn onderdeel van infectie(ziekte)preventie. Het is de verantwoordelijkheid van de organisator van een evenementen om het infectierisico op het evenement zo klein mogelijk te maken. Hiervoor is een goed hygiënebeleid nodig.

Sommige normen in deze richtlijn, bijvoorbeeld de regels omtrent dierenverblijven, zijn niet op elk evenement van toepassing. Lees de richtlijn dus goed door zodat u weet welke normen gelden voor het evenement.

Of er op een evenement een groter infectierisico is dan gemiddeld, is afhankelijk van:

  • het verwachte aantal bezoekers of deelnemers;
  • de doelgroep van het evenement;
  • de locatie van het evenement;
  • het aantal en de kenmerken van de tijdelijke voorzieningen;
  • de handelingen of activiteiten die tijdens het evenement worden verricht.

De checklist evenementenveiligheid van de GGD GHOR Nederland kan worden gebruikt voor het inschatten van risico’s op het evenement.

In deze hygiënerichtlijn staan alleen normen over hygiëne of andere infectiepreventiemaatregelen en geen normen of adviezen over veiligheid, comfort of voorkomen van andere gezondheidsklachten. In het Nederlands Handboek Evenementen Veiligheid (NHEV) staan normen en adviezen over veiligheid op evenementen. Het kan zijn dat op een evenement activiteiten of handelingen plaatsvinden die wel een infectierisico kunnen veroorzaken, maar niet zijn genoemd in deze hygiënerichtlijn of het NHEV. Raadpleeg in dat geval andere hygiënerichtlijnen, bijvoorbeeld voor tatoeëren en piercen, of vraag de GGD in de regio om advies.

Verantwoordelijkheden en regelgeving

De vergunning voor een evenement wordt door de evenementenorganisator aangevraagd bij de gemeente. Zie de Handreiking Evenementenveiligheid van GGD GHOR Nederland. De gemeente of de GHOR kan de GGD om hygiëneadvies vragen voordat de vergunning wordt verleend. Het kan ook zijn dat de GGD namens de gemeente inspecties uitvoert voorafgaand of tijdens het evenement. Ook kan de GGD, gevraagd en ongevraagd, hygiëneadvies geven aan de gemeente, GHOR of de organisator. Soms heeft ook de eigenaar van het pand of van de evenementlocatie verantwoordelijkheden. De eindverantwoordelijke van het evenement moet nagaan of deze eigenaar zijn of haar verantwoordelijkheid neemt. Dit geldt ook voor een evenement onder een parapluvergunning. Hierbij kan een locatie een vergunning hebben, waardoor er voor aparte evenementen geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Het is wel van belang dat elk evenement de relevante normen in deze richtlijn volgt.

Degene aan wie de vergunning wordt verleend, de evenementenorganisator, is primair verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen om de gezondheid van bezoekers, deelnemers en omstanders te waarborgen (zie Handreiking Evenementenveiligheid). De organisator moet zich houden aan de eisen in de vergunning en is verantwoordelijk voor het hygiënisch werken op het evenement. Dit houdt in dat de organisator van een evenement zich er van vergewist dat andere partijen die diensten verlenen tijdens het evenement (bijvoorbeeld horeca) ook werken volgens deze hygiënerichtlijn.

Voor sommige activiteiten die op evenementen plaatsvinden of voor installaties die gebruikt worden, bestaat wetgeving (bijvoorbeeld voor piercen en tatoeëren, dieren, gebruik van tijdelijke waterleidinginstallaties). De normen en eisen hiervoor staan in deze richtlijn bij de desbetreffende paragrafen.

De hygiënenormen en -adviezen in deze richtlijn zijn aanvullend ten opzichte van de Arbocatalogus of regelgeving zoals het Arbobesluit, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Eisen uit regelgeving of vergunningen gaan altijd vóór hygiënenormen en -adviezen. De normen uit deze hygiënerichtlijn kunnen zijn opgenomen als voorwaarden in de door de gemeente afgegeven evenementenvergunning.

Hygiëne en ziekteverwekkers

Micro-organismen zoals bacteriën, virussen en schimmels zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, in lichaamsvloeistoffen zoals bloed en ontlasting, op en in voedsel, op voorwerpen, meubels en handcontactpunten, in de lucht en in water. De meeste micro-organismen veroorzaken geen ziekte bij mensen en zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens. Echter, sommige micro-organismen zijn ziekteverwekkers, zoals de virussen SARS severe acute respiratory syndrome (severe acute respiratory syndrome)-CoV coronavirus (coronavirus)-2, influenzavirus en norovirus en bacteriën zoals Salmonella, Campylobacter en Legionella. Als er blootstelling plaatsvindt aan deze ziekteverwekkers en het leidt tot ziekte, dan wordt er gesproken over een infectieziekte. Een goede hygiëne beperkt de verspreiding van en blootstelling aan ziekteverwekkers.

Hoe verspreiden ziekteverwekkers zich?

Ziekteverwekkers kunnen onder meer in bloed, ontlasting en braaksel zitten en kunnen worden verspreid via:

  • de handen;
  • voedsel en water;
  • voorwerpen en oppervlakken (onder andere via handcontactpunten en sanitair);
  • fysiek contact (seks, omhelzen);
  • de lucht (via druppeltjes door hoesten, huidschilfers, stof of zeer kleine waterdruppels);
  • dieren (huisdieren, insecten, ratten, muizen, etc.).

Melden van infectieziekten op evenementen (infectieziektebestrijding)

Soms kan een ziekteverwekker zorgen voor meerdere zieke mensen in een korte tijd, ook wel een ‘uitbraak’ genoemd, bijvoorbeeld een norovirus-uitbraak. Bij evenementen is het mogelijk dat infectieziekten uitbreken. De kans hierop is groter bij meerdaagse evenementen. Het kan ook zijn dat voorzieningen, zoals horeca, sanitair etc., de bron zijn van de uitbraak en blijven staan voor verschillende (eendaagse) evenementen of direct naar een ander evenement gaan. Als deze voorzieningen niet goed worden schoongemaakt, kan er een infectieziekte-uitbraak plaatsvinden op meerdere evenementen.

Als twee of meer mensen tijdens het evenement in korte tijd ziek worden (bijvoorbeeld overgeven en diarree met koorts), raadpleeg dan altijd de GGD bij u in de regio (afdeling Infectieziektenbestrijding). Neem ook bij twijfel contact op met de GGD.

De Evenementenzorgorganisatie kan tijdens het evenement een belangrijke rol spelen in het signaleren van zieken met deze klachten.

Neem ook contact op met de regionale GGD als meerdere bezoekers en/of medewerkers melden (bijvoorbeeld via social media) ziek te zijn geworden vlak na het evenement, met dezelfde klachten zoals:

  • acuut braken of diarree; of
  • huiduitslag.

De GGD heeft zoveel mogelijk informatie nodig om te achterhalen wat de oorzaak van de klachten is om verdere verspreiding te voorkomen:

  • Hoeveel bezoekers of medewerkers hebben dezelfde klachten?
  • Wat zijn de klachten?
  • Wanneer en hoe (indien bekend) werden de personen ziek?

Houd deze gegevens bij. Bepaal samen met de GGD welke maatregelen u moet nemen. Als er inderdaad een infectieziekte is uitgebroken zal er een GGD-protocol in werking treden.

Leeswijzer normen en tips

Wat zijn hygiënenormen en tips?

Hygiënenormen

  • Hygiënenormen staan in een geel kader.
  • Door het uitvoeren van de normen voert u een goed hygiënebeleid en beperkt u de overdracht en verspreiding van ziekteverwekkers.
  • De hygiënenormen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en/of consensus van een werkgroep waarin vertegenwoordigers van de doelgroep en hygiënedeskundigen zitting hebben.

Tips

  • Tips staan in een grijs kader.
  • De tips zijn een vrijblijvend advies.
  • Het toepassen van dit advies leidt tot hygiënischer werken.

2 Persoonlijke hygiëne

Medewerkers, bezoekers of deelnemers hebben veel contact met elkaar. Hierbij kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijk verspreiden via de handen, kleding en gedeelde materialen. Onder persoonlijke hygiëne vallen zaken zoals handhygiëne en schone werkkleding. Een goede persoonlijke hygiëne verkleint het infectierisico. Voor een optimale hygiëne is het niet alleen belangrijk dat medewerkers, vrijwilligers en ZZP Zelfstandige zonder personeel (Zelfstandige zonder personeel)’ers weten hoe ze moeten werken, maar ook waarom ze hygiënisch moeten werken. De organisator is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van de juiste voorzieningen en voorlichting aan bezoekers/deelnemers. De organisator stemt dit af met (andere) werkgevers die diensten verlenen tijdens het evenement (bijvoorbeeld horeca). De werkgever zorgt ervoor dat medewerkers de juiste voorzieningen hebben en op de hoogte zijn van de hygiënenormen. Neem de hygiënenormen door met alle medewerkers (inclusief ZZP’ers) voor en tijdens het evenement, ook wanneer er sprake is van wisseling van personeel.

Hygiënenormen

  • Zorg dat de medewerkers en/of vrijwilligers op het evenement goed op de hoogte zijn van de hygiënenormen die gelden voor het evenement en de bijbehorende werkwijze. Zorg voor voldoende materialen voor de uitvoering hiervan.

Tips

  • Informeer bezoekers en deelnemers dat ze niet naar het evenement komen als ze ziek zijn.
  • Informeer bezoekers en deelnemers dat ze als ze direct na het evenement braken en/of diarree hebben of huiduitslag krijgen dit melden bij de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst).

2.1 Handen wassen

Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers zich verspreiden, is via de handen. Door de handen te wassen met stromend water en vloeibare zeep en af te drogen met papieren wegwerpdoekjes worden de ziekteverwekkers zo veel mogelijk verwijderd. Het is noodzakelijk dat er voldoende handwasgelegenheden zijn op een evenement (zie paragraaf 5.3 Toiletten-en-handenwasgelegenheden).

Het gebruik van handdesinfectiemiddel, ook vaak handalcohol genoemd, wordt niet geadviseerd op evenementen. De Gezondheidsraad heeft in 2016 een advies uitgebracht over het terughoudend zijn met desinfectantia: “In professionele sectoren zou het gebruik van desinfectantia alleen moeten worden bevorderd waar ze een duidelijke meerwaarde hebben bij de preventie of bestrijding van infecties of schade. Toepassingen waarvan de effectiviteit of doelmatigheid in de praktijk niet is aangetoond, moeten zo veel mogelijk worden vermeden.” Dit advies is overgenomen door het ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). De meerwaarde ten opzichte van handen wassen is niet aangetoond voor evenementen. Op evenementen kunnen medewerkers, vrijwilligers en bezoekers ook vervuilde handen hebben (bijvoorbeeld met modder) waarbij handen wassen beter werkt dan handdesinfectie. Ten slotte is het belangrijk dat handdesinfectie op de juiste manier en met de juiste middelen wordt toegepast. Bij een evenement is er een risico op verkeerd gebruik door de variatie aan deelnemers, werknemers en vrijwilligers en gebrek aan kennis over handdesinfectiemiddelen.

Hieronder staan hygiënenormen voor mensen die werken tijdens het evenement (medewerkers, vrijwilligers, ZZP Zelfstandige zonder personeel (Zelfstandige zonder personeel)’ers etc.).

Hygiënenormen

  • Was de handen altijd met stromend water en vloeibare zeep:
    • als ze zichtbaar vuil zijn;
    • wanneer ze plakkerig aanvoelen;
    • na een toiletbezoek;
    • als er lichaamsvloeistoffen op zijn gekomen, bijvoorbeeld na hoesten, niezen of het snuiten van de neus;
    • voor en na het (bereiden van) eten;
    • na schoonmaakwerkzaamheden;
    • na het uittrekken van handschoenen;
    • na handcontact met dieren.
  • Was de handen volgens het schema ‘Instructies handen wassen’ in deze paragraaf.

Tips

  • Het schema ‘Instructies handen wassen’ is ook als download bij deze richtlijn gevoegd. Print de instructie uit en plaats deze bij de handenwasgelegenheid;
  • Plaats de instructies ook bij handenwasgelegenheden voor bezoekers/deelnemers en informeer over de momenten waarop handen wassen van belang is (zie voor de momenten de hygiënenorm voor medewerkers);
  • Nies en hoest in de elleboog en niet in de handen.

Instructies handen wassen

2.2 Handschoenen

Het dragen van handschoenen is vereist in situaties met een verhoogde kans op contact met ziekteverwekkers. Dit is tijdens:

  • het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar bloed, braaksel, sperma of ontlasting op zit;
  • het behandelen van een bloedende wond.

Gebruik handschoenen die geschikt zijn voor bescherming tegen micro-organismen en volg het gebruiksvoorschrift op de verpakking. Hierbij gaat het niet om schoonmaakhandschoenen. Raak tijdens het dragen van handschoenen geen andere voorwerpen of oppervlakken aan, zoals een mobiele telefoon of tablet.

Hygiënenormen

  • Draag handschoenen wanneer de handen in aanraking kunnen komen met bloed, braaksel, sperma of ontlasting.
  • Trek handschoenen direct na gebruik uit en gooi ze weg. Was de handen direct na het uittrekken van de handschoenen (zie paragraaf 2.1 Handen wassen).
  • Gebruik alleen handschoenen die voldoen aan de norm ‘(NEN Nederlandse norm (Nederlandse norm)-)EN 374’. Op de verpakking moet zowel deze norm als de afbeelding ‘beschermt tegen micro-organismen’ staan.
    logo EN-374
    EN 374
  • Op de handschoenenverpakking moet ook de CE Conformité Européenne (Conformité Européenne)-markering staan.
    logo CE-markering

Tips

  • Verwijder hand- of polssieraden voor het gebruik van handschoenen.
  • Online staan verschillende filmpjes hoe u het beste handschoenen kunt aan- en uittrekken.

2.3 (Werk)Kleding

Ziekteverwekkers kunnen zich verspreiden via kleding. Bijvoorbeeld bij het schoonmaken van een ruimte die vervuild is met ontlasting of braaksel, of bij het bereiden van voedsel.

Hygiënenormen

  • Trek schone kleding aan als de kleding zichtbaar vervuild is met bijvoorbeeld ontlasting of braaksel.
  • Was de kleding volgens de voorschriften in paragraaf 3.3 Wasgoed.

Tips

  • Draag extra beschermende kleding (bijvoorbeeld een (wegwerp)schort) bij ‘vuile’ werkzaamheden als deze afgewisseld worden met ‘schone’ werkzaamheden. Bijvoorbeeld bij het wegbrengen van vuilnis en het daarna bereiden van voedsel.

3 Hygiënisch werken

3.1 Eten en drinken

Op veel evenementen zijn tijdelijke eetgelegenheden aanwezig. Als er eten en drinken aan bezoekers, vrijwilligers of medewerkers wordt verstrekt, al dan niet tegen betaling, dan is het wettelijk verplicht om maatregelen te nemen die de kans op ziek worden door het eten en drinken verkleinen. Voedselveiligheidsmaatregelen zijn gebaseerd op drie basisprincipes:

  • beheersing van de temperatuur;
  • netheid;
  • controle van de houdbaarheid.

De NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) is de toezichthouder en handhaver voor de voedselveiligheid op evenementen. Gebruik de hygiënecode voor de horeca of (indien van toepassing) voor een andere relevante sector. Ook als er meerdere (ingehuurde) cateraars op het evenement zijn, bijvoorbeeld bij foodtrucks, is het de verantwoordelijkheid van de organisator van het evenement om zich ervan te vergewissen dat deze cateraars werken volgens de hygiënecode (bijvoorbeeld door dit op te nemen in de overeenkomst). Volg de vijf stappen van het Voedingscentrum als u niet onder de wettelijke verplichtingen valt, bijvoorbeeld als het eten voor eigen gebruik is of wanneer er voor grote groepen vrijwilligers wordt gekookt.

De NVWA heeft meer informatie over voedsel en evenementen. Zie Regels voor (particuliere) verkopers van levensmiddelen op markten en evenementen en de Checklist Veilig omgaan met eten op markten en evenementen.

Hygiënenormen

Tips

  • Stel namens de evenementenorganisatie één of meerdere contactpersonen aan ten behoeve van de cateraars/medewerkers of vrijwilligers die voedsel bereiden. Zij kunnen controleren of de eisen worden gevolgd en adviseren waar nodig.

3.2 Afvalverwerking

Afval kan een bron van ziekteverwekkers zijn. Bovendien trekt afval ongewenste dieren aan. Voorbeelden van afval zijn: etensresten, oud papier en verpakkingsmaterialen van voedingsmiddelen.

Hygiënenormen

  • Leeg afvalbakken als ze bijna vol zijn en minstens één keer per dag en zorg voor een schone afvalbak. Spreek voor het legen van professionele damesverbandcontainers met de leverancier een geschikte termijn af.
  • Sluit zakken goed en gooi ze direct in afsluitbare afvalcontainers. Plaats geen afval naast afvalcontainers. Zorg ervoor dat bezoekers niet bij de afvalcontainers kunnen komen.
  • Verzamel etensresten direct na het gebruik van maaltijden in afsluitbare afvalbakken.
  • Verzamel glas en ander gevaarlijk afval, zoals scherpe mesjes, apart.

Tips

  • Druk geen lucht uit de volle afvalzak (bijvoorbeeld om de zak makkelijker te sluiten); ziekteverwekkers kunnen zich ook via de lucht verspreiden.
  • Gebruik vuilniszakken in afvalbakken (met uitzondering van zelfdovende afvalbakken).

3.3 Wasgoed

Vuile was kan besmet zijn met ziekteverwekkers. U kunt het wasgoed zelf wassen of laten wassen door een wasserij. Scheid bij het wassen gewone was (kleren ed.) van schoonmaakmaterialen.

Met wasgoed wordt in deze paragraaf niet schoonmaakmateriaal bedoeld zoals moppen, vaatdoekjes e.d. Zie voor deze wasinstructies paragraaf 4.2 Omgaan met schoonmaakmaterialen en -middelen. 

Hygiënenormen

  • Verzamel en verplaats vuile was in een wasmand of zak.
  • Was met een volledig wasprogramma.
  • Houd schone was gescheiden van vuile was.

Tips

  • Druk geen lucht uit een (plastic) zak gevuld met wasgoed (bijvoorbeeld om de zak makkelijker te sluiten); ziekteverwekkers kunnen zich ook via de lucht verspreiden.
  • Gebruik bij het sorteren van de vuile was of geschikte handschoenen (zie paragraaf 2.2 Handschoenen) of was de handen direct na het sorteren van de was (zie paragraaf 2.1 Handen wassen).
  • Adviseer medewerkers om bovenstaande normen uit te voeren als ze zelf hun kleding wassen die gedragen is tijdens het evenement.

3.4 Dierplagen

 Dierplaagbeheersing

Ratten, muizen, insecten, duiven en kakkerlakken zijn voorbeelden van dieren die niet alleen overlast en schade geven, maar ook infectieziekten kunnen overdragen. De te nemen maatregelen zijn onder te verdelen in:

  • technisch-bouwkundige maatregelen voor bestaande bouw zoals een toiletgebouw,
    bijvoorbeeld horren plaatsen, kieren en gaten dichten, verwijderen van wild struikgewas (waar dieren in kunnen schuilen) rondom het gebouw;
  • hygiënische maatregelen,
    bijvoorbeeld goed schoonmaken, eten bewaren in afsluitbare bakken of potten;
  • bedrijfsmatige maatregelen,
    bijvoorbeeld het controleren van binnenkomende producten op (sporen van) plaagdieren.

Hygiënenormen

  • Voorkom of beperk plekken waar plaagdieren kunnen binnenkomen, schuilen of nestelen door het nemen van technisch-bouwkundige, hygiënische en bedrijfsmatige maatregelen.
  • Voorkom of beperk de aanwezigheid van water en voedsel(resten) door het nemen van technisch-bouwkundige, hygiënische en bedrijfsmatige maatregelen.
  • Schakel bij overlast een deskundige dierplaagbeheerser in. Gebruik zelf geen bestrijdingsmiddelen.

Teken

Teken komen in het hele land voor, in bos, park, hei, weiland, duinen of in de tuin. Ze leven in hoog gras en tussen bladeren. Een tekenbeet kan de ziekte van Lyme overbrengen en in zeldzame gevallen tekenencefalitis (TBE tick-borne encephalitis (tick-borne encephalitis)). Op de RIVM-webpagina Tekenbeten staat meer advies over het voorkomen van tekenbeten en wat te doen bij een tekenbeet.

Tips

  • Geef voorlichting over het risico van teken aan medewerkers, vrijwilligers en bezoekers, indien dit relevant is voor het type evenement. Bijvoorbeeld een evenement dat plaatsvindt in bos, park, hei, weiland of duinen.

Vleermuizen

Vleermuizen kunnen ziekten overbrengen, maar zolang er geen direct contact is met de vleermuis, is er niets aan de hand. Vang of pak daarom nooit een vleermuis met de blote handen. Een ziekte die bij enkele vleermuissoorten in Nederland voorkomt, is hondsdolheid (rabiës), een ziekte die, als deze niet op tijd behandeld wordt, altijd dodelijk verloopt.

Wanneer vleermuizen hun verblijfplaats hebben in een spouwmuur of onder een dak, dan levert dat geen gevaar op. Alleen als er een zieke, gewonde, verzwakte of dode vleermuis wordt gevonden, moet ervoor worden gezorgd dat niemand een risico loopt. Meer informatie is te vinden op de RIVM-webpagina Hondsdolheid (Rabiës).

Hygiënenormen

  • Gebeten door een vleermuis? Neem zo snel mogelijk contact op met een huisarts of met de GGD. Ook als dit in Nederland is gebeurd.
  • Reinig de beetwond of aanraakplek met stromend lauw water en zeep gedurende 15 minuten. Desinfecteer daarna met 70% alcohol waar een RVG Register Verpakte Geneesmiddelen (Register Verpakte Geneesmiddelen) (register verpakte geneesmiddelen)-nummer op staat.

3.5 Medische zorg

Bij de medische zorg op een evenement is hygiëne en infectiepreventie van belang. In de Handreiking Evenementenveiligheid van GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) Nederland staan eisen en regels aan de evenementenzorgorganisatie (EHBO eerste hulp bij ongelukken (eerste hulp bij ongelukken)- of medische post). In de Veldnorm voor evenementenzorg zijn hygiënenormen opgenomen. Daarnaast worden in het Nederlands Handboek Evenementen Veiligheid (NHEV) (hoofdstuk 18) de organisatie, inrichting en de vereiste aspecten van medische voorzieningen, zoals een EHBO- of medische post, besproken.

Als organisator is het van belang met de evenementenzorgorganisatie af te stemmen dat er gewerkt wordt volgens de geldende hygiëne-eisen en -normen.  

Hygiënenormen

  • De evenementenzorgorganisatie voldoet aan de geldende eisen en normen voor hygiëne en infectiepreventie.

3.6 Evenementen en arbeidsomstandigheden

Volgens de wet is de werkgever verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkomgeving voor zijn werknemers, waaronder ook vrijwilligers. In het algemeen zijn tijdens een evenement de infectierisico’s voor medewerkers/vrijwilligers vergelijkbaar met die voor bezoekers. De hygiënemaatregelen genoemd in deze richtlijn gelden daarom ook ter bescherming van medewerkers en vrijwilligers. Voor medewerkers of vrijwilligers met specifieke taken, zoals in de medische zorg en schoonmaak, kan er een hoger infectierisico zijn. Het is belangrijk dat medewerkers goed op de hoogte zijn van het belang van algemene hygiëne en (schoonmaak)normen. Daarnaast moeten zij voldoende, passende en geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen tot hun beschikking hebben, zoals handschoenen. Voorlichting over wanneer en hoe deze gebruikt moeten worden, is wettelijk verplicht.

4 Schoonmaken en desinfecteren

Het goed schoonhouden van handcontactpunten, keukens en sanitaire voorzieningen is belangrijk om verspreiding van ziekteverwekkers op een evenement te voorkomen. Schoonmaken is het verwijderen van stof en vuil, bijvoorbeeld door te vegen of te dweilen. Zo worden er ook ziekteverwekkers verwijderd en vermindert de kans op ziekte. Desinfecteren is het inactiveren van ziekteverwekkers en wordt op indicatie toegepast nadat er eerst is schoongemaakt.

4.1 Schoonmaakregels en -technieken

Als er verkeerd of onvoldoende schoongemaakt wordt, kunnen ziekteverwekkers achterblijven en verspreid worden. Was na het schoonmaken altijd de handen. Als u zelf (eind)verantwoordelijk bent voor de schoonmaak, houd u zich dan aan de volgende normen: 

Hygiënenormen

  • Geef iedereen die schoonmaakt instructies over:
    • de manier van schoonmaken;
    • de middelen die ze hiervoor moeten gebruiken;
    • het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Maak eerst ‘droog’ schoon (afstoffen, stofzuigen of vegen) en daarna ‘nat’ (vochtig doekje, stomen, dweilen).
  • Maak schoon van ‘schoon’ naar ‘vuil’ en van ‘hoog’ naar ‘laag’.
  • Vergeet tijdens het schoonmaken niet plekken en voorwerpen mee te nemen die mensen veel aanraken (handcontactpunten). Denk aan kranen, lichtschakelaars, deurklinken, doorspoelknoppen, etc.
  • Werk volgens een schoonmaakschema.
  • Maak alleen schoon met middelen die ook daadwerkelijk als schoonmaakmiddel worden verkocht, zoals een allesreiniger. Gebruik de middelen volgens de instructies. Deze instructies staan op de verpakking of zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
  • Meng een schoonmaakmiddel nooit met andere (schoonmaak)middelen. Mengen vermindert de werkzaamheid en geeft een slechter resultaat. Bij mengen met chloorhoudende middelen kunnen giftige gassen ontstaan.
  • Draag geschikte handschoenen (zie paragraaf 2.2 Handschoenen) bij het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar lichaamsvloeistoffen op (kunnen) zitten. Gooi de handschoenen direct na het schoonmaken weg en was de handen op de juiste wijze (zie paragraaf 2.1 Handen wassen).

Tips

  • Laat een professioneel schoonmaakbedrijf schoonmaken of laat een deskundige, zoals een erkend schoonmaakbedrijf, instructies geven aan iedereen die schoonmaakt.
  • Volg bij het schoonmaken van het sanitair de schoonmaakinstructies bij deze richtlijn.

4.2 Omgaan met schoonmaakmaterialen en -middelen

De schoonmaakmaterialen moeten goed worden schoongemaakt, gedroogd en opgeruimd. Zo wordt voorkomen dat ziekteverwekkers vermeerderen en worden verspreid. 

Hygiënenormen

  • Gebruik bij elke schoonmaakbeurt schone materialen.
  • Was schoonmaakmaterialen zoals moppen en (microvezel)doeken na gebruik op minimaal 60 °C. Laat de gewassen materialen daarna drogen aan de lucht of in een wasdroger;
    of
    gebruik wegwerpmaterialen en gooi deze direct na gebruik weg.
  • Maak schoonmaakmaterialen die niet in de wasmachine kunnen en niet direct na gebruik weggegooid worden, zoals emmers en trekkers, na gebruik schoon. Spoel ze af met water. Daarna afdrogen of laten drogen door de materialen omgedraaid op een schone ondergrond te leggen (emmers) of op te hangen (trekkers).
  • Gebruik bij elke schoonmaakbeurt nieuw sopwater. Vervang het sop bij zichtbaar vuil. Gooi het sopwater direct weg na het schoonmaken.
  • Laat natte schoonmaakmaterialen na gebruik nooit in emmers achter.
  • Gebruik alleen stofzuigers met stoffilters en vervang deze filters zo vaak als de fabrikant voorschrijft.
  • Berg schoonmaakmaterialen en -middelen op in een aparte opslagruimte waar het niet in contact kan komen met levensmiddelen.
  • Gebruik en was microvezeldoekjes volgens de instructie op de verpakking of zoals vermeld op de website van de fabrikant.

Tips

  • Gebruik bij het dweilen verschillende emmers (bijvoorbeeld met aparte kleuren) voor schoon en vuil sopwater. Maak de dweil of mop nat in de emmer met schoon sop, en spoel hem uit in de andere. Zo blijft sopwater langer schoon.

4.3 Desinfecteren

In de meeste situaties is schoonmaken voldoende en is desinfecteren niet nodig. Door te desinfecteren met een desinfectiemiddel worden zoveel mogelijk ziekteverwekkers die zijn achtergebleven na het schoonmaken geïnactiveerd. Desinfectie is alleen nodig bij een oppervlak of voorwerp dat vaak wordt aangeraakt en waarop bloed of een lichaamsvloeistof met bloedbijmenging zat. Bijvoorbeeld een deurklink of een keukenaanrecht. Het is dus niet nodig de muren, vloer of het plafond te desinfecteren. Voor specifieke evenementen, bijvoorbeeld met erotische handelingen, kunnen aanvullende normen gelden rondom desinfectie. Zie ook hoofdstuk 6 Aanvullende normen voor specifieke evenementen.

Voor het desinfecteren moet u een desinfectiemiddel met virusclaim gebruiken dat hiervoor in Nederland is toegelaten. Op de website van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides (Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides)) staat in de toelatingendatabank met welke desinfectiemiddelen gedesinfecteerd kan worden. Ook kunt u zoeken in de databank van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA European Chemicals Agency (European Chemicals Agency)) naar een toegelaten middel. Een toegelaten middel is te herkennen doordat op het etiket een vijfcijferig nummer staat met daarachter de letter ‘N’ (bijvoorbeeld 12345N) of door de letters EU European Union (European Union) of NL met daarachter 11 cijfers (bijvoorbeeld EU-1234567-0001).

Voor oppervlakken waarop eten wordt bereid of genuttigd, moet een desinfectiemiddel worden gebruikt met producttype 4 (PT04). Voor andere oppervlakken kan gebruik worden gemaakt van PT02-desinfectiemiddelen. Het product moet zijn toegelaten voor professioneel gebruik. Komt u er niet uit? Neem dan contact op met een deskundige op het gebied van desinfectiemiddelen (bijvoorbeeld van een schoonmaakbedrijf) of de regionale GGD.

Hygiënenormen

  • Desinfecteer alleen de plek waar het bloed of de lichaamsvloeistof met bloedbijmenging op zat. Desinfecteer ook als bloed er al lang op zat.
    Ook in oud bloed kunnen ziekteverwekkers overleven.
  • Desinfecteer alleen als er éérst is schoongemaakt.
    Desinfecterende middelen werken onvoldoende als het oppervlak of voorwerp nog vuil of stoffig is.
  • Draag bij het desinfecteren altijd wegwerphandschoenen (zie paragraaf 2.2 Handschoenen) en was de handen direct na het uittrekken van de handschoenen met water en zeep.
  • Draag, als de kleding vervuild kan raken met lichaamsvloeistof zoals bloed, een wegwerpschort dat geen vocht kan doorlaten.
  • Gebruik alleen een desinfecterend middel dat door het Ctgb of het ECHA is toegelaten voor gebruik in Nederland. Controleer in het actueel gebruiksvoorschrift of het middel:
    • geschikt is voor het ‘materiaal’ (bijvoorbeeld harde oppervlakken) dat u wilt desinfecteren; én
    • effectief is tegen bacteriën en virussen.
  • Gebruik een desinfecterend middel altijd volgens het gebruiksvoorschrift.

Tips

  • Heeft u nog geen desinfectiemiddel?
    • Vraag een deskundige op het gebied van desinfectiemiddelen van uw Nederlandse leverancier/groothandel (eventueel de leverancier van uw reinigingsmiddelen) naar een geschikt middel. Zij mogen alleen desinfectiemiddelen verkopen die zijn toegelaten op de Nederlandse markt.
  • Heeft u al een desinfectiemiddel?
    • Controleer op het etiket of er een toelatingsnummer op staat. Dit kunnen 5 cijfers met N erachter zijn of de letters ‘EU’ of ‘NL’ met daarachter 11 cijfers.
    • Twijfelt u? Neem dan contact op met uw leverancier/groothandel of met een deskundige van de GGD.

5 Bouw en/of inrichting van het evenement

De inrichting van een gebouw, festivaltent, tijdelijke voorziening of terrein heeft effect op het gemak waarmee kan worden schoongemaakt. Zo zijn gladde wanden in toiletten sneller en beter schoon te krijgen dan ruwe. In dit hoofdstuk staan voor verschillende type ruimtes normen en adviezen voor een goede hygiëne van de bouw en/of inrichting op een evenement.

In het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn eisen voor de bouw en inrichting van gebouwen opgenomen. Gemeenten kunnen ook aanvullende bouw- en inrichtingseisen stellen. Deze eisen zijn leidend; onderstaande normen en adviezen kunnen daardoor (deels) voor sommige gebouwen of terreinen niet van toepassing zijn.

5.1 Algemene normen inrichting

Alle ruimtes waar medewerkers, vrijwilligers en bezoekers komen, zoals een bar, eetruimtes, toiletten en (buiten)speel-, ontvangst- en gebruiksruimtes, moeten goed schoon te maken zijn. 

Hygiënenormen

  • Richt ruimtes zo in dat schoonmakers overal bij kunnen.
  • Er is voldoende verlichting mogelijk om schoon te maken en het resultaat te kunnen zien.
  • Het meubilair, de vloeren en alle materialen zijn goed te reinigen.
  • Plaats op strategische plekken een afvalbak met vuilniszak.

Tips

  • Zorg voor een afgesloten afvalemmer met voetbediening in elke ruimte waar mensen komen (ook toiletten).

5.2 Infectiepreventie binnenlucht

In de Algemene hygiënerichtlijn zijn normen en tips opgenomen voor het voorkomen van infecties via de lucht in een ruimte. Deze normen en tips gelden voor gebouwen (bouwwerken) en zijn aanvullend op het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Arbobesluit en eventuele ventilatierichtlijnen die een sector heeft opgesteld.

De eisen ten aanzien van ventilatie (luchtverversing) en luchten (spuien) zoals opgenomen in het Bbl gelden niet voor tijdelijke bouwsels die minder dan 6 maanden blijven staan, zoals festivaltenten en tijdelijke paviljoens. In deze faciliteiten kunnen echter veel mensen bijeenkomen. Daarom is voldoende ventilatie in deze faciliteiten van belang, onder meer om overdracht van infecties te beperken. Daarom gelden de normen en tips in de Algemene hygiënerichtlijn ook voor deze tijdelijke bouwsels.

Tijdelijke bouwsels die 6 maanden of langer blijven staan of bouwwerken die verplaatsbaar zijn en langdurig worden gebruikt (bijvoorbeeld containers voor hospitality) vallen wel onder het Bbl. In deze faciliteiten dienen dus ventilatie- en spuivoorzieningen te zijn, zoals verwoord in het Bbl.

Hygiënenormen

5.3 Toiletten en handenwasgelegenheden

Op elk evenement moeten voldoende toiletten en handenwasgelegenheden aanwezig zijn. Iedereen die van het toilet of van een plasgelegenheid (bijvoorbeeld urinoir, plaskruis, plasgoot) gebruikmaakt, moet de handen kunnen wassen. De handenwasgelegenheden moeten direct naast de toiletten geplaatst zijn. In het geval van losse plasgelegenheden zoals plaskruizen moet een handenwasgelegenheid in de nabijheid aanwezig zijn. Daarnaast moet de toiletruimte goed schoon te maken zijn. Als er bezoekers zijn met een camper of caravan met een eigen chemisch toilet, dan moeten er voorzieningen zijn voor het legen van deze toiletten.

In samenwerking met het RIVM heeft de Vereniging van Evenementenmakers (VVEM) een rekenmodus sanitair evenementen ontwikkeld. Dit is een hulpmiddel waarmee kan worden berekend hoeveel toiletten en handenwasgelegenheden er nodig zijn voor het aantal bezoekers. Bekijk per situatie of de uitkomsten passen bij het specifieke evenement. Vanuit hygiënisch oogpunt moeten er in ieder geval genoeg toiletten zijn om tussendoor te kunnen schoonmaken. Bij voorkeur zijn er aparte toiletten en handenwasgelegenheden voor de medewerkers en vrijwilligers.

Hygiënenormen

  • Zorg dat de vloer en wanden geen vocht kunnen opnemen en gemakkelijk zijn schoon te maken tot een hoogte waar urine tegenaan kan spatten.
  • De handenwasgelegenheden hebben stromend water, een zeepdispenser, een afvalemmer en er zijn papieren wegwerphanddoekjes om de handen te drogen.
  • Zorg voor voldoende toiletten met toiletpapier en handenwasgelegenheden zodat deze faciliteiten bij zichtbaar vuil en tussendoor schoongemaakt kunnen worden.
  • Zorg voor één of meerdere mindervalide toiletten inclusief faciliteiten.
  • Zorg ervoor dat het afvalwater van toiletten, douches, wasbakken en andere huishoudelijke activiteiten wordt afgevoerd volgens de gemeentelijke regels.
  • Indien van toepassing: zorg voor minstens één stortplaats met afgesloten afvoersysteem waar chemische toiletten in geleegd kunnen worden.

Tips

  • Indien van toepassing: plaats direct boven (of in de buurt van) de stortplaats een kraan die alleen voor het schoonmaken van chemische toiletten wordt gebruikt.
  • Attendeer bezoekers om na gebruik van de stortplaats voor chemische toiletten, de handen te wassen.

5.4 Wasgelegenheden

Als deelnemers ook overnachten op een evenement of als bezoekers op een evenement in aanraking komen met modder en/of oppervlaktewater (zie paragraaf 6.1 Mud-, obstacle- en survivalruns) is de mogelijkheid om zich te kunnen wassen noodzakelijk. Wasgelegenheden zijn bijvoorbeeld douches en wastafels. Factoren die van belang zijn voor het benodigde aantal wasgelegenheden zijn:

  • het aantal overnachtende personen;
  • de samenstelling van het publiek;
  • de aard van het evenement (bijvoorbeeld festival, sportwedstrijd);
  • de douchetijden (bijvoorbeeld 24 uur per dag open of korte openingstijden (bijvoorbeeld 09.00-12.00 uur of direct na een sportwedstrijd)).

Hygiënenormen

  • Alle materialen in de wasgelegenheden zijn bestand tegen water en waterdamp, en zijn vrij van schimmel.
  • Alle materialen zijn gemakkelijk schoon te maken.
  • De ruimtes worden goed geventileerd (zie ook paragraaf 5.2 Infectiepreventie binnenlucht).
  • Zorg voor haken of schone planken om schone handdoeken en wasgoed op te hangen of te leggen.
  • Zorg voor voorzieningen om schone handdoeken te scheiden van vuile (natte) handdoeken en wasgoed.
  • Zorg voor wasgelegenheden als deelnemers overnachten of in aanraking komen met modder en/of oppervlaktewater.

 Zie paragraaf 5.9.3 Legionellapreventie voor normen en tips over legionellapreventie.

5.5 Keuken

Als er een keuken aanwezig is, volg dan de normen en adviezen zoals opgenomen in de hygiënecode (zie ook paragraaf 3.1 Eten en drinken). 

Hygiënenormen

  • Volg de normen en adviezen zoals opgenomen in de hygiënecode voor de horeca of andere sector die geldt voor het evenement.
  • Volg onderstaande normen als er voor de situatie geen passende hygiënecode is:
    • De vloer is goed schoon te maken, splintervrij en stroef.
    • Het aanrechtblad en de wand boven het aanrechtblad is glad tot een hoogte waar water en etenswaren tegenaan spatten. Zo zijn het blad en de wand gemakkelijk schoon te maken.
    • De keuken of het keukenblok is gescheiden van sanitaire voorzieningen.
    • Er is een wastafel met stromend water, een zeepdispenser, afvalemmer en papieren wegwerphanddoekjes.

5.6 Gebouwen en terreinen

Tijdelijke (kampeer)terreinen

Als er voor een evenement gebruik wordt gemaakt van een veld waar normaal gesproken vee graast, bijvoorbeeld bij een concert of een kampeerterrein, kunnen er risico’s zijn op besmetting via uitwerpselen. Daarnaast kan het zijn dat er (huis)dieren worden toegestaan op het (kampeer)terrein. Zorg dat de eigenaars van huisdieren duidelijke informatie krijgen. 

Hygiënenormen

  • Wordt er gebruik gemaakt van een grasveld waar gewoonlijk vee graast? Breng het vee dan minstens twee weken voordat het evenement plaatsvindt ergens anders onder om de kans op besmetting via dierlijke uitwerpselen te verkleinen. Rijd ook geen mest uit in deze periode.
  • Controleer het veld waar gewoonlijk vee graast voorafgaand aan het evenement en verwijder nog eventueel aanwezige uitwerpselen en ander vuil.
  • Zijn huisdieren op het kampeerterrein toegestaan? Zorg dan dat er geen dierlijke uitwerpselen op het terrein terecht komen. Vermeld dat deze dieren:
    • altijd aan de lijn moeten;
    • niet op het kampeerterrein uitgelaten mogen worden;
    • en dat eventuele uitwerpselen direct dienen te worden opgeruimd.

Tips

  • Indien huisdieren (bijvoorbeeld honden) zijn toegelaten: tref voorzieningen om de uitwerpselen te kunnen opruimen. Bijvoorbeeld afvalbakken en poepzakjes.

Ter beschikking gestelde gebouwen

In gebouwen wordt gebruik gemaakt van bestaande voorzieningen, zoals het geval is in scholen, buurthuizen of sporthallen. Het kan dan voorkomen dat toiletten, baden en kranen een tijdje niet gebruikt zijn. Zorg daarom dat er van tevoren goed wordt nagegaan bij de eigenaar of de beheerder of alle watervoorzieningen goed werken, tappunten (kort) zijn doorgespoeld (om het water te verversen in de leidingen), en baden goed gereinigd zijn. Laat eventuele mankementen repareren voordat het evenement begint. Zie voor het gebruik van watervoorzieningen ook paragraaf 5.9 Aanleggen en gebruik van watervoorzieningen.

 

Hygiënenormen

  • Zorg ervoor dat voor gebruik: watervoorzieningen goed werken, tappunten zijn doorgespoeld en baden zijn gereinigd.
  • Zorg ervoor dat de ventilatie in alle verblijfruimtes voldoet aan de normen in paragraaf 5.2 Infectiepreventie binnenlucht.
  • Laat huisdieren niet toe in tijdelijke huisvesting in verband met teken en vlooien.

5.7 Opslagruimte voor schoonmaakmaterialen

Zorg voor een aparte opslagruimte waar het schoonmaakmateriaal opgeborgen kan worden. Zo zijn vuile schoonmaakmaterialen en gevaarlijke stoffen niet bereikbaar voor bezoekers en gescheiden van voedingsmiddelen.

Normen en adviezen over het schoonmaken van schoonmaakmaterialen staan in paragraaf 4.2 Omgaan met schoonmaakmaterialen en -middelen. Zorg voor een uitstortgootsteen, putje of wasbak die alleen voor het wegspoelen van vuil water wordt gebruikt en niet voor andere activiteiten.  

Hygiënenormen

  • Berg schoonmaakmiddelen en -materialen op in een daarvoor bestemde, aparte opslagruimte.
  • Hang bezems, vloer- en raamtrekkers en vergelijkbare schoonmaakmaterialen zodanig op dat ze de grond niet raken. Op deze manier drogen ze beter.
  • Een uitstortgootsteen, putje of wasbak is aanwezig waar vuil water in wordt weggegooid en materialen gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt.
  • Bewaar gevaarlijke stoffen (zoals schoonmaakmiddelen) gescheiden van voedingsmiddelen.
  • Sla gevaarlijke schoonmaakmiddelen, zoals ammoniak, op volgens de instructies op de verpakking of volgens de instructies van de leverancier. Zorg dat onbevoegden er niet bij kunnen.

Tips

  • Plaats een zeepdispenser, afvalemmer en papieren handdoekjes bij de uitstortgootsteen.

5.8 Attracties en speelvoorzieningen

In deze paragraaf staan hygiënenormen voor attracties en speelvoorzieningen. Deze normen zijn aanvullend op de eisen in het Warenwetbesluit voor attractie- en speeltoestellen.

Op attracties en speeltoestellen en -materialen kan bloed, urine, ontlasting of braaksel komen. Schoonmaken en het uitvoeren van onderhoud verkleint de kans op infecties.

Voor onder meer binnenspeeltuinen, speeltoestellen, ballenbakken en speelgoed gelden de volgende normen: 

Hygiënenormen

  • Volg de onderhoudsinstructie van de leverancier of fabrikant.
  • Maak het toestel of materiaal schoon bij zichtbaar vuil en desinfecteer bij bloed(bijmenging). Volg hiervoor de instructies in hoofdstuk 4 Schoonmaken en desinfecteren.

5.9 Aanleggen en gebruik van watervoorzieningen

 Als watervoorzieningen zoals tijdelijke leidingwaterinstallaties en bubbelbaden verkeerd worden aangelegd, onderhouden of gebruikt dan is een besmetting met ziekteverwekkers zoals E. coli Escherichia coli (Escherichia coli) en legionellabacteriën mogelijk. In deze paragraaf zijn voor verschillende watervoorzieningen normen en tips opgenomen voor de correcte aanleg en gebruik van de waterinstallatie om groei van en/of blootstelling aan ziekteverwekkers te beperken. In paragraaf 5.9.3 Legionellapreventie zijn specifiek voor legionella nog enkele aanvullende normen opgenomen. Normen over het goed schoon (kunnen) houden van sanitaire voorzieningen staan in de paragraaf 4.1 Schoonmaakregels en -technieken, paragraaf 5.3 Toiletten en handenwasgelegenheden en paragraaf 5.4 Wasgelegenheden.

Tips

  • Gebruik een deskundig verhuurbedrijf en/of wateradviesbedrijf voor het aanleggen en beheren van alle watervoorzieningen. Vraag om een schriftelijke bevestiging dat de geleverde diensten voldoen aan de regelgeving en aan de normen genoemd in deze paragraaf.

5.9.1 Tijdelijke leidingwaterinstallaties

Sommige terreinen hebben bestaande leidingwaterinstallaties, maar het kan ook voorkomen dat er tijdelijke leidingwaterinstallaties moeten worden geplaatst die na het evenement weer verwijderd worden. Met tijdelijke leidingwaterinstallaties worden leidingen en toebehoren bedoeld die worden aangesloten op een bestaande leidingwaterinstallatie zoals een buitenkraan of aansluitpunt van het drinkwaterbedrijf. In paragraaf 5.9.2 Andere watervoorzieningen en -installaties worden andere tijdelijke geplaatste waterinstallaties besproken.

Zowel bestaande als tijdelijke leidingwaterinstallaties moeten voldoen aan de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN Nederlandse norm (Nederlandse norm) 1006). In de Waterwerkbladen is deze norm uitgewerkt. Voor tijdelijke leidingwaterinstallaties is het Waterwerkblad 1.4H van toepassing. Hierin staat beschreven hoe de installatie moet worden aangelegd, welke materialen moeten worden gebruikt en hoe de installatie moet worden beheerd. Mogelijk kunnen ook andere waterwerkbladen van toepassing zijn, zoals WWB 4.1 ‘Drinkwaterreservoirs’ en WWB 4.4 ‘Warmtapwaterinstallaties’.

Hygiënenormen

  • Zorg dat de aanleg en het gebruik van de tijdelijke leidingwaterinstallatie voldoet aan het Waterwerkblad 1.4H en aan de aansluitvoorwaarden van het drinkwaterbedrijf.
  • Ga na of de leidingwaterinstallatie ook aan andere Waterwerkbladen moet voldoen.
  • Afwijkingen zijn alleen toegestaan op basis van een risicoanalyse en in overleg met het drinkwaterbedrijf.

Tips

  • Gebruik een deskundig verhuurbedrijf dat de tijdelijke leidingwaterinstallatie volgens de Waterwerkbladen aanlegt en advies geeft over correct beheer en gebruik. Vraag om een schriftelijke bevestiging dat de geleverde diensten voldoen aan de waterwerkbladen.
  • Kijk voor meer informatie over het plaatsen en gebruiken van tijdelijke drinkwatervoorzieningen in het Nederlands Handboek Evenementen Veiligheid (hoofdstuk 19.8).
  • Neem contact op met het drinkwaterbedrijf indien er vragen zijn of twijfels zijn of de leidingwaterinstallatie aangelegd is volgens Waterwerkblad 1.4H.
  • Voor evenementen(terreinen) waar een tijdelijke leidingwaterinstallatie wordt aangelegd, is het aan te bevelen een installatiebedrijf te kiezen met een KIWA BRL-K14036-certificaat.

5.9.2 Andere watervoorzieningen en -installaties

Deze paragraaf gaat over watervoorzieningen die niet zijn aangesloten op (tijdelijke) leidingwaterinstallaties, bijvoorbeeld: baden, fonteinen en drinkwatertankwagens.

Badwaterbassins

Vanaf 1 januari 2024 zijn regels voor badwaterbassins opgenomen in hoofdstuk 15 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal Besluit activiteiten leefomgeving (Besluit activiteiten leefomgeving)), vallend onder de Omgevingswet. In het Bal zijn ook eisen opgenomen voor badwaterbassins die langer dan 24 uur zijn geplaatst. Dit kan elke vorm van een ‘waterkerende constructie’ zijn (badwaterbassin; waterkerende constructie voor het vasthouden van water bedoeld voor het zwemmen of baden) en van elke afmeting zolang het bad maar bestemd is om in te baden; bijvoorbeeld hottubs, zwemvijvers en bubbelbaden. Het plaatsen van de baden moet minimaal vier weken voor gebruik worden gemeld bij het bevoegd gezag (provincie). Aanvullende hygiënenormen zijn opgenomen in de LCHV-hygiënerichtlijn voor sauna’s en badinrichtingen. Zie ‘Waterhoudende of -sproeiende installaties of apparaten’ (onder de normen) en paragraaf 5.9.3 Legionellapreventie voor vernevelende baden die niet vallen onder het Bal, bijvoorbeeld bubbelbaden die 24 uur of korter worden geplaatst op een evenemententerrein.

Hygiënenormen

Waterhoudende of -sproeiende installaties of apparaten

Voorbeelden van waterhoudende of -sproeiende installaties of apparaten zijn (zwem)badjes (niet vallend onder hoofdstuk 15 van het Bal), sproeiers, fonteinen, fonteinvloeren (bedriegertjes), vernevelaars, luchtbevochtigers en waterspeel(tuin)toestellen. In waterinstallaties die in de buitenlucht staan zoals baden, fonteinen en bedriegertjes kan er sprake zijn van verontreiniging met ontlasting en urine van dieren (vogels, ratten etc.) en mensen. Ook kan bij onvoldoende onderhoud en verversing een slijmlaagje van micro-organismen op wanden van de waterinstallatie ontstaan, ook wel biofilm genoemd, waarin ziekteverwekkers zoals legionella kunnen zitten. Wordt een voorziening voor wateropslag gebruikt (tankwagen/reservoir) en wordt dit water gebruikt voor tijdelijke drinkwaterinstallaties, waterhoudende of -sproeiende installaties zoals handenwasgelegenheden of baden? Gebruik dan alleen wateropslagvoorzieningen die daarvoor bedoeld zijn en schoon zijn. Vraag altijd aan de leverancier van de wateropslagvoorziening om een bewijs dat het geschikt is voor de opslag van drinkwater.

Hygiënenormen

  • Het water in tanks, reservoirs en andere vormen van tijdelijke wateropslag dat voor drinkwaterinstallaties, waterhoudende of sproeiende installaties wordt gebruikt, zoals handenwasgelegenheden en bubbelbaden, dient van drinkwaterkwaliteit te zijn.
  • Gebruik voor het vullen van waterinstallaties geschikte waterslangen die voor drinkwater worden gebruikt, niet beschadigd zijn en droog en schoon zijn; bij voorkeur worden nieuwe slangen gebruikt.
  • Vul een waterinstallatie zo kort mogelijk voordat het gebruikt wordt.
  • Gebruik voor wateropslag dat voor drinkwaterinstallaties, waterhoudende of -sproeiende installaties of apparaten wordt gebruikt alleen voorzieningen die hiervoor bedoeld zijn.
  • Volg de onderhoudsinstructies van de fabrikant of leverancier voor waterhoudende of -sproeiende installaties, baden of apparaten.
  • Ververs het water van een bad dagelijks. Ververs het water direct bij vervuiling met ontlasting, urine of bloed van mens of dier. Reinig vervuilde baden voor gebruik en volgens de onderhoudsinstructie.
  • De wanden en bodem van (zwem)baden zijn van glad, waterdicht materiaal.
  • Voorkom dat (huis)dieren in (zwem)baden komen.
  • Gebruik voor het vullen van baden water van drinkwaterkwaliteit.
  • Badmaterialen (zoals trapjes en speelgoed) zijn gemaakt van materiaal dat goed schoon te maken is.
  • Is er water gekomen in bad(speel)materialen (waterpistolen, badeenden, etc.)? Laat ze dan na gebruik leeg lopen en leg ze te drogen op een droge plek.

Tips

  • Maak gebruik van bedrijven die gespecialiseerd zijn in de verhuur en het aanleggen van tijdelijke watervoorzieningen.

5.9.3 Legionellapreventie

Legionellabacteriën kunnen een longontsteking veroorzaken die ernstig kan verlopen en waar 5-10% van de ongeveer 500 gemelde patiënten in Nederland aan overlijdt. De longsteking wordt ‘veteranenziekte’ genoemd.

Legionella kan bij een gunstige temperatuur groeien in waterinstallaties. Als het water uit deze installatie wordt versproeid (bijvoorbeeld door te douchen of via fonteinen) of door lucht in het water te brengen (bubbelbaden) kan de legionellabacterie via hele kleine druppeltjes (aerosolen) in de lucht komen en worden ingeademd.

Legionellapreventie is verplicht voor leidingwaterinstallaties van ‘prioritaire’ locaties, zoals campings, bungalowparken, zwembaden en hotels. Een risicoanalyse en beheersplan voor legionellapreventie op deze locaties moet zijn opgesteld door een BRL6010-gecertifcieerd bedrijf: zie de website van de Rijksoverheid voor meer informatie. Er zijn nog andere waterinstallaties waarvoor legionellapreventie verplicht is, zoals voor badwaterbassins die langer dan 24 uur zijn geplaatst (zie ook paragraaf 5.9.2). Meer informatie hierover is te vinden op de website van de Rijksoverheid.

Voor andere leidingwaterinstallaties is legionellapreventie niet verplicht en ook niet noodzakelijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor sporthallen, buurthuizen, congreszalen, theaters en podia.

Voor sommige waterinstallaties vindt het RIVM legionellapreventie vanuit het volksgezondheidsrisico noodzakelijk, maar ontbreken hiervoor landelijke eisen voor het uitvoeren van legionellapreventie. Deze waterinstallaties worden wel gevuld met leidingwater maar vallen niet onder de regelgeving voor leidingwater en ‘prioritaire locaties’.

Voor evenementen betreft dit:

  • sproeiende waterinstallaties in een (half)overdekte ruimte, bijvoorbeeld een fontein in een festivaltent of tijdelijk geplaatste douches;
  • mistsystemen in een (half)overdekte ruimte, bijvoorbeeld een watervernevelkanon of mistsysteem voor terrasverkoeling onder een luifel;
  • bubbelbaden die korter dan 24 uur zijn geplaatst, bijvoorbeeld op een muziekfestival.

In de vorige paragrafen (5.9.1 Tijdelijke leidingwaterinstallaties en 5.9.2 Andere watervoorzieningen en -installaties) zijn hiervoor normen opgenomen.

Bij voorkeur wordt in de evenementvergunning opgenomen dat voor alle vernevelende waterinstallaties een risicoanalyse wordt gemaakt, een beheersplan wordt uitgevoerd en een logboek wordt bijgehouden om het uitvoeren van legionellapreventie bij vernevelende (tijdelijke) waterinstallaties goed te borgen.

De evenementenorganisator is ook eindverantwoordelijk voor het uitvoeren van legionellapreventie bij de vernevelende waterinstallaties: het maken van een risicoanalyse en het uitvoeren van een beheersplan. Tenzij er een overeenkomst is waarin de verantwoordelijkheid op een andere wijze is vastgelegd. Er kan bijvoorbeeld met de verhuurder van de waterinstallatie/-voorziening een overeenkomst zijn waarbij het onderhoud, inclusief legionellapreventie, de verantwoordelijkheid is van de verhuurder. De verhuurder kan in dat geval aan de organisator en GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) laten zien welke (beheers)maatregelen worden genomen. Als de legionellapreventie wordt uitbesteed aan de verhuurder of een wateradviesbedrijf, dan dient de organisator voor en tijdens het evenement zich ervan te vergewissen dat de legionellapreventie wordt uitgevoerd.

Als hiervoor geen overeenkomst is, dan is de organisator van het evenement verantwoordelijk voor het (laten) opstellen van een risicoanalyse en het (laten) uitvoeren van een beheersplan. In de risicoanalyse moeten alle risico’s voor legionellagroei en -verspreiding in kaart zijn gebracht. In het beheersplan moet zijn beschreven hoe de legionellagroei en/of -verspreiding wordt beheerst. Voor vragen over legionellapreventie kan met de plaatselijke GGD contact worden opgenomen.

Hygiënenormen

  • Bepaal of op de locatie(s) waterinstallaties in gebruik zijn waar legionellapreventie verplicht is of vanuit volksgezondheidsrisico noodzakelijk is.
  • Voer legionellapreventie uit volgens de geldende eisen bij waterinstallaties waar legionellapreventie verplicht is.
  • Stel een risicoanalyse en beheersplan op voor waterinstallaties waar legionellapreventie vanuit volksgezondheidsrisico noodzakelijk is en voer het beheersplan uit.

Tips

5.10 Natuurwater/oppervlaktewater

In oppervlaktewater (natuurwater) kunnen ziekteverwekkers leven en zich vermeerderen. Tijdens evenementen kunnen er activiteiten op en in oppervlaktewater plaatsvinden. U kunt hierbij denken aan een nieuwjaarsduik, zwemtochten in kanalen of survivalevenementen. Daarom is het belangrijk om bij evenementen waar gebruik wordt gemaakt van natuurwater het risico op besmetting zo klein mogelijk te maken.

Voor het natuurwater zijn er officiële zwemwaterlocaties vastgesteld. Deze locaties worden door de provincie of omgevingsdienst (OD omgevingsdienst (omgevingsdienst)) regelmatig (van 1 mei tot 1 oktober) gecontroleerd. Wordt er gebruikgemaakt van zo'n locatie, dan kunt u van 1 mei tot 1 oktober een zwemadvies en een profiel van de desbetreffende locatie inzien via de website Zwemwater.nl.

Het is mogelijk dat er een vergunning is verleend voor activiteiten in natuurwater buiten het vastgestelde zwemseizoen of op een niet-aangewezen zwemwaterlocatie. Deze activiteiten kunnen een gezondheidsrisico vormen. Raadpleeg hiervoor de provincie of de Omgevingsdienst (OD) uit de regio. Ook is het aan te raden een risicoanalyse te maken en hiervoor gebruik te maken van de informatie van de Handreiking voor evenementen in, op, met, boven en rondom water (RIONED en STOWA Foundation for Applied Water Research (Foundation for Applied Water Research)). In paragraaf 6.1 Mud-, obstacle- en survivalruns staan nog aanvullende normen en adviezen voor sportevenementen door de modder en slootjes zoals mud runs en survival runs. Wasgelegenheden zijn nodig als er sprake is van zwemmen in oppervlaktewater (zie paragraaf 5.4 Wasgelegenheden).

Neem de volgende maatregelen wanneer er tijdens een evenement wordt gezwommen in natuurwater:

Hygiënenormen

  • Bepaal via een risicoanalyse aan welke voorwaarden moet worden voldaan en wat de beste locatie is voor het evenement (vermijd plekken waar er rioollozingen zijn, weilanden met vee, grote kolonies met watervogels, etc.).
  • Wijs deelnemers die gaan baden/zwemmen in ongecontroleerd water op de infectierisico’s.

Waterpleinen en wadi’s (weides)

Waterpleinen en wadi’s worden gebruikt om afstromend regenwater tijdelijk te bergen. In dit water kunnen ziekteverwekkers aanwezig zijn. Op deze plekken kunnen ook bankjes en speeltoestellen staan. Hoewel het is af te raden kunnen bezoekers besluiten in deze wadi’s te verblijven of kinderen kunnen spelen op een ondergelopen waterplein of in een wadi. Voor meer informatie over risico’s en maatregelen is waterkwaliteitscheck.nl te gebruiken.

Hygiënenormen

  • Beperk zo veel mogelijk verontreiniging van waterpleinen en wadi’s door dierlijke uitwerpselen en vuil(nis).

Tips

  • Wijs bezoekers op de risico’s van het baden of spelen in waterpleinen en wadi’s.
  • Of zorg ervoor dat mensen niet kunnen baden of spelen in waterpleinen en wadi’s.
  • Plaats geen bankjes of speeltoestellen in waterpleinen en wadi’s.

6 Aanvullende normen voor specifieke evenementen

Sommige activiteiten op evenementen vergroten de kans op overdracht of verspreiding van ziekteverwekkers. Het betreft evenementen waar de bezoekers en medewerkers contact hebben met dieren of activiteiten waar een verhoogd risico is op contact met lichaamsvloeistoffen zoals bloedcontact bij tatoeëren of piercen.

Als er activiteiten worden georganiseerd die niet in deze richtlijn zijn beschreven, maar waar toch infectierisico’s kunnen zijn, dan is het de verantwoordelijkheid van de organisator om bij de voorbereiding van het evenement bijpassende richtlijnen te zoeken of advies in te winnen bij de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst).

6.1 Mud-, obstacle- en survivalruns

Mud-, obstacle- en survivalruns vinden vaak plaats in een combinatie van water, modder en zand. Ziekteverwekkers in natuurwater of modder kunnen verschillende infectieziekten veroorzaken. Bijvoorbeeld de ziekte van Weil, zwemmersjeuk of oog-, oor- en maagdarminfecties. Het is daarom belangrijk dat er voorzieningen zijn voor mensen om zich na de run af te spoelen. Ook is een inspectie van het terrein voor de run belangrijk, onder meer om uitwerpselen en zwerfvuil te verwijderen.

Evenementorganisatoren, vergunningverleners en GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)’en kunnen gebruikmaken van de STOWA-Handreiking voor evenementen in, op, met, boven en rondom water. Deze handreiking kan worden gebruikt om een risicoanalyse te maken. Meer informatie over de voorbereiding en informatie voor deelnemers is te vinden in de Checklist voor organisator, gemeente en GGD.

Voor informatie voor deelnemers, zie de campagne van GGD Hart voor Brabant, ‘Run dirty, stay healthy’.

Naast de hygiënenormen in de voorgaande hoofdstukken (zoals handen wassen voor het eten) gelden de volgende hygiënenormen voor mud-, obstacle- en survivalruns: 

Hygiënenormen

  • Maak een risicoanalyse: wat zijn de infectierisico’s en zijn die te verwijderen of te beheersen?
  • Zorg ervoor dat er minimaal 2 weken voorafgaand aan het evenement geen vee op het parcours is.
  • Verwijder voor het evenement uitwerpselen en vuil.
  • Zorg voor voldoende voorzieningen om met water van drinkwaterkwaliteit af te kunnen spoelen na de run.
  • Gebruik voor het creëren van modderbakken water van drinkwaterkwaliteit en schoon zand/schone grond.
  • Informeer deelnemers over de gezondheidsrisico’s en over de te nemen voorzorgsmaatregelen.

6.2 Evenementen met seksuele en/of erotische handelingen

Tijdens seksuele en erotische handelingen kunnen via onder andere sperma, bloed en vaginaal vocht seksueel overdraagbare aandoeningen (soa seksueel overdraagbare aandoening (seksueel overdraagbare aandoening)’s) worden overgedragen. Chlamydia, syfilis, hepatitis B en hiv humaan immunodeficientievirus (humaan immunodeficientievirus) zijn hiervan voorbeelden.

Heeft u een evenement waarbij seksuele en/of erotische handelingen onderdeel van het programma zijn en waaraan bezoekers kunnen deelnemen? Dan moet u maatregelen nemen om deze infectierisico’s te verkleinen. U vindt deze maatregelen in de Hygiënerichtlijn voor seksbedrijven en sekswerkers. Omdat seksuele en erotische handelingen extra risico’s met zich mee kunnen brengen voor bezoekers die hieraan deelnemen, is het belangrijk dat u bezoekers informeert over deze risico’s. 

Hygiënenormen

  • Voldoe aan de Hygiënerichtlijn voor seksbedrijven en sekswerkers wanneer bezoekers als onderdeel van het evenement deel kunnen nemen aan seksuele en/of erotische handelingen.
  • Informeer bezoekers en medewerkers over de risico’s van soa’s voorafgaand aan/tijdens het evenement.

6.3 Evenementen waarbij getatoeëerd en/of gepiercet wordt

Tatoeëren, aanbrengen van permanente make-up (PMU permanente make up (permanente make up)), of piercen is vergunningsplichtig. Voor tatoeëren, aanbrengen van PMU of piercen op een evenement (bijvoorbeeld beurs, conventie, markt) is een vrijstelling van deze vergunningplicht vereist. Hiervoor moet minimaal twee maanden vooraf een aanvraag worden ingediend via https://www.veiligtatoeerenenpiercen.nl/aanvraagvrijstelling.

De plaatselijke GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) zal controleren of het evenement aan de voorwaarden voldoet en indien nodig specifieke afspraken maken. Zie voor de voorwaarden voor tatoeëren en PMU de NEN-EN 17169 en de Toelichting op de norm en voor piercen de hygiënerichtlijn voor piercen. 

Hygiënenormen

  • Zorg voor een vrijstelling van de vergunningplicht.

Andere huiddoorboringen

Ook bij andere huiddoorboringen, bijvoorbeeld body suspension en needle play, zijn er verhoogde infectierisico’s doordat bloed op voorwerpen en oppervlakken kan komen. Desinfecteren na schoonmaken is in dat geval noodzakelijk (zie hygiënenormen van paragraaf 4.3 Desinfecteren). Informeer de GGD als er activiteiten gaan plaatsvinden met huiddoorboringen. 

Hygiënenormen

  • Informeer de GGD en vraag om advies als huiddoorboringen anders dan tatoeëren en piercen gaan plaatsvinden tijdens het evenement.

6.4 Evenementen met dieren

Dieren kunnen ziekteverwekkers overdragen op mensen. Deze ziekten worden zoönosen genoemd. Voor meer informatie over zoönosen, zie de RIVM-webpagina Ziek door dier. Kunnen bezoekers, vrijwilligers en/of medewerkers in contact komen met dieren? Neem dan hygiënemaatregelen volgens de onderstaande normen om de kans op besmetting met zoönosen te beperken.

Indien u een vergunning heeft ontvangen van de gemeente voor een evenement waarbij dieren betrokken zijn, dan moet u het evenement aanmelden bij de NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). Informatie hierover en het formulier dat u moet invullen vindt u op de website van de NVWA.

Gezonde dieren

Om medewerkers en bezoekers van het evenement zo goed mogelijk tegen infectieziekten te beschermen, is het belangrijk dat dieren gezond zijn. Worden er toch dieren ziek op het evenement, dan moet het risico op besmetting naar andere dieren en mensen zo klein mogelijk worden gemaakt. Om dit te doen, gelden de volgende maatregelen: 

Hygiënenormen

  • Houd een logboek bij waarin het volgende staat:
    • de aantallen en soorten dieren met (indien van toepassing) identificatiekenmerken en informatie over de gekregen vaccinaties;
    • aan- en afvoer van de dieren en bijbehorende data;
    • bijzonderheden m.b.t. eventuele ziekten van de dieren;
    • controle door de dierenarts, bevindingen en eventueel ingestelde therapie.
  • Voorkom dat bezoekers in contact kunnen komen met dode of zieke dieren.
  • Hanteer een juist hygiënebeleid m.b.t. uitbraak van ziektes:
    • Zet verdachte dieren in quarantaine.
    • Schakel een dierenarts in bij verdenking van een uitbraak van ziektes.
    • Reinig en desinfecteer/steriliseer besmette materialen.
    • Maak de uitbraak duidelijk kenbaar en informeer de bezoekers.
    • Stel medewerkers op de hoogte van de maatregelen.

Huis- en boerderijdieren

Huisdieren zijn alle dieren die thuis worden gehouden zoals honden, katten, vissen, vogels en reptielen. Meer informatie over ziekten die huisdieren kunnen overgedragen vindt u op de RIVM-webpagina Huisdieren. Onder boerderijdieren vallen dieren zoals varkens, koeien en geiten.

Hygiënenormen

  • Was de handen na contact met dieren of mest.
  • Laat een dier niet in het gezicht likken.
  • In geval van een krab of een beet: spoel de wond goed schoon met stromend lauw water. Neem contact op met de medische zorg van het evenement als een bezoeker of medewerker is gebeten.
  • Indien van toepassing: laat het (huis)dier vaccineren, ontworm regelmatig, en bestrijd vlooien, luizen en teken. Overleg eventueel met de dierenarts.

Tips

 Vogels

De papegaaienziekte (psittacose) is een van de bekendste ziekten die overdraagbaar is van vogels op mensen. Deze ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Chlamydia psittaci. Mensen die ziek worden, kunnen verschillende klachten hebben, zoals een griepachtig ziektebeeld met koorts, of een ernstige longontsteking. Behandeling gebeurt met antibiotica. Voor meer informatie over psittacose kunt u kijken op de pagina over vogels op de RIVM-webpagina Ziek door dier en de site van de NVWA.

In Nederland krijgen mensen regelmatig psittacose. Omdat vogels door stress meer bacteriën kunnen uitscheiden, moet u bij evenementen met vogels maatregelen nemen om het risico op verspreiding van NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) te verkleinen. Zo beschermt u mensen én gezonde vogels.

Een andere ziekte die bij vogels kan voorkomen is vogelgriep (aviaire influenza). Dit kan gevolgen hebben voor een evenement met vogels. Controleer bij de NVWA of er beperkingen zijn.

Hygiënenormen

  • Laat alleen gezonde, schone vogels toe op het evenement. Zonder een zieke vogel meteen af van het publiek.
  • Spreek met de eigenaren van de vogels af dat zij het u melden als bij een vogel tot 6 weken na het evenement de psittacose wordt geconstateerd.
  • Worden er tijdens of kort na het evenement vogels ziek, en passen de verschijnselen bij psittacose? Meld dit dan aan de NVWA. Adviseer de eigenaren contact op te nemen met een dierenarts.

Tips

  • Laat u bij de voorbereiding van het evenement adviseren door een deskundige vogeldierenarts, bijvoorbeeld over het nemen en inzenden van monsters.
  • Laat op het evenement alleen kromsnavels toe die het afgelopen half jaar negatief zijn getest op C. psittaci.

Bouw en inrichting van dierverblijven

Dierverblijven zijn aan specifieke bouw- en inrichtingseisen verbonden. Dit is niet alleen belangrijk voor de dieren, maar ook voor bezoekers. Zij kunnen ziek worden door direct contact met dieren en hun mest.

Hygiënenormen

  • Zorg dat de bodem van dierverblijven glad en afwasbaar is.
  • Zorg ervoor dat (vogel)verblijven goed schoon te houden zijn, zorg voor voldoende ventilatie en vermijd de verspreiding van stof.
  • Plaats nabij de in- en uitgang van de dierverblijven een wastafel met stromend water, een zeepdispenser, wegwerphanddoekjes en een afvalbak, waar bezoekers, eigenaren en medewerkers hun handen kunnen wassen na contact met dieren.
  • Zorg dat bezoekers niet in aanraking kunnen komen met het drinkwater en eten van de dieren. Plaats drinkbakken buiten bereik van bezoekers.
  • Laat bezoekers niet in de buurt van mest of dierlijk afval komen.
  • Plaats geen eettafels dicht bij de dierverblijven en zorg dat eetgelegenheden zo ver mogelijk uit de buurt staan van de dierverblijven. Laat bezoekers en medewerkers niet eten en drinken in en rond de dierverblijven.
  • Zorg voor speciale uitlaatplekken voor dieren zonder vast verblijf (zoals honden en katten).
  • Zorg voor een plek buiten het dierverblijf waar spullen zoals kinderwagens, tassen en jassen kunnen worden neergezet, zodat zij niet in aanraking komen met het dierverblijf.

Schoonmaak van dierverblijven

Op evenementen waar ook dieren zijn, kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijk via mest en voerbakken verspreiden. Het is daarom belangrijk dat dierverblijven goed worden schoongehouden.

Hygiënenormen

  • Zorg voor voldoende dierenverzorgers die verantwoordelijk zijn voor de schoonmaak en hygiëne van dierverblijven. Zorg ervoor dat deze medewerkers op de hoogte zijn van eventuele infectierisico’s, bijvoorbeeld voor zwangere dierenverzorgers.
  • Stel een schoonmaakbeleid op voor de dierverblijven. Hier moeten in ieder geval de volgende punten in staan:
    • Was de handen na het schoonmaken van de dierverblijven en na contact met de dieren.
    • Draag beschermende werkkleding met laarzen en werkhandschoenen.
    • Verwijder strooisel, mest en voerresten minimaal dagelijks.
    • Voorkom dat er mest ligt op de paden en plaatsen waar bezoekers rondlopen.
    • Voorkom dat er na het schoonmaken grote plassen water achterblijven.

Tips

  • Zorg dat dieren zelf schoon zijn. Als de vacht, veren of haren van dieren bevuild zijn met mest kunnen bezoekers hier ziek van worden.

Informatie voor bezoekers

Omdat dieren mogelijke ziekteverwekkers met zich mee kunnen dragen, is het belangrijk dat u bezoekers op de hoogte stelt van de regels omtrent de aanwezige dieren. Voor meer informatie, zie de RIVM-webpagina Ziek door dier.

Hygiënenormen

  • Geef bezoekers in ieder geval de volgende informatie:
    • Wanneer de handen te wassen, bijvoorbeeld na het voeren van dieren.
    • Hoe de handen te wassen.
    • Raak zo min mogelijk je gezicht aan als de handen nog niet zijn gewassen.
    • Eet en drink niet in en rond de dierverblijven.
    • Vermijd als zwangere contact met schapen, geiten en lammetjes en met mest.
  • Zijn er vogels op het evenement of organiseert u een specifiek vogelevenement? Informeer de bezoekers over de papegaaienziekte, door uit te leggen:
    • hoe mensen de ziekte oplopen en welke ziekteverschijnselen er zijn (zoals griepachtige klachten met koorts of ernstige longontsteking);
    • dat bezoekers met deze ziekteverschijnselen binnen 4 weken na het evenement naar de huisarts moeten. Benadruk dat ze de huisarts melden dat ze bij een vogelevenement zijn geweest.

6.5 Overige activiteiten

Bij evenementen kunnen soms activiteiten voorkomen waarvoor (nog) geen richtlijn is opgesteld, maar waar toch hygiënerisico’s kunnen zijn, bijvoorbeeld omdat het iets nieuws is. Voor deze activiteiten geldt dat het de verantwoordelijkheid van de evenementenorganisator is om bij de voorbereiding van het evenement bijpassende maatregelen te zoeken of advies in te winnen bij de GGD. 

Hygiënenormen

  • Zorg voor goede hygiënemaatregelen indien er activiteiten plaatsvinden die niet in de Hygiënerichtlijn voor Evenementen beschreven staan, maar wel een infectierisico kunnen veroorzaken.
  • Neem bij vragen of twijfel over de infectierisico’s van een activiteit contact op met de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst).

Begrippenlijst

Badwaterbassins Waterkerende constructie voor het vasthouden van water bedoeld voor het zwemmen en baden.
Binnenmilieu De omstandigheden waarin mensen zich in een gebouw bevinden, zoals lucht, temperatuur, geluid, geur en hygiëne.
Bedriegertje Fontein die onverwachts water spuit, vaak vanuit de grond (vloerfontein).
Binnenlucht De lucht in een verblijfsruimte zoals in een festivaltent, concerthal of slaapzaal.
Body suspension Het hangen van een persoon aan delen die tijdelijk door de huid zijn geboord.
Ctgb Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides (Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides) Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Beoordeelt op basis van Europese wet- en regelgeving of desinfecterende middelen toegelaten worden op de Nederlandse markt. 
Desinfecteren Het zoveel mogelijk inactiveren van ziekteverwekkers met een speciaal daarvoor bestemd desinfecterend middel.
Drinkwater Water bestemd of mede bestemd om te drinken, te koken of voedsel te bereiden, dan wel voor andere huishoudelijke doeleinden, met uitzondering van warmtapwater en huishoudwater. Drinkwater is geschikt voor menselijke consumptie en voldoet aan de relevante voorschriften op basis van EG Europese Gemeenschap (Europese Gemeenschap)-richtlijnen.
Drinkwaterinstallatie Leidingwaterinstallatie voor de afname van drinkwater.
ECHA European Chemicals Agency (European Chemicals Agency) Europees Agentschap voor chemische stoffen.
Evenementenorganisator Organisator of vergunninghouder voor een evenement; is de eindverantwoordelijke voor de hygiëne op het evenement.
Handcontactpunten Oppervlakken of voorwerpen die vaak met de handen worden aangeraakt. Voorbeelden zijn lichtknopjes en deurklinken.
Hygiënecode Een gids voor bedrijven die met voedsel omgaan, opgesteld door de sector. In deze gids vindt u de regels om de voedselveiligheid en de hygiëne te bewaken. Meer informatie: NVWA.
Leidingwaterinstallatie Installatie bestaande uit leidingen, fittingen, waterbehandelingstoestellen en andersoortige toestellen waarmee leidingwater wordt afgenomen dan wel ter beschikking wordt gesteld. Met een leidingwaterinstallatie wordt een collectieve watervoorziening, collectief leidingnet en/of een woninginstallatie bedoeld.
Leidingwaterinstallatie; tijdelijk Leidingwaterinstallatie die is bedoeld om, na maximaal vijf jaar, te worden verwijderd.
Lichaamsvloeistoffen Vloeistoffen afkomstig uit het menselijk of dierlijk lichaam zoals bloed, speeksel, sperma, braaksel, urine en ontlasting. In lichaamsvloeistoffen kunnen ziekteverwekkers zitten.
Micro-organismen Bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën zijn micro-organismen. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige micro-organismen kunnen ziekten veroorzaken.
Microvezeldoekjes Doekjes die bestaan uit een weefsel van microscopisch kleine vezels. Samen vormen de vezels een veel groter oppervlak dan de vezels in bijvoorbeeld een katoenen doek. Hierdoor kunnen microvezeldoekjes meer vuil absorberen. De vezels bestaan uit materiaal dat vetten goed vasthoudt.
Natte koeltoren Installaties die onderdeel zijn van de klimaatregulering van een gebouw of worden gebruikt bij het afkoelen van een productieproces. In de koeltoren wordt water verneveld. Hierbij kunnen de waterdruppeltjes verspreid worden in de omgeving van de inrichting.
Needle play Het tijdelijk piercen van het lichaam als ervaring.
Schoonmaken Stof en vuil verwijderen, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen.
Ventileren Bij ventileren komt voortdurend verse buitenlucht binnen, bijvoorbeeld door een rooster of een open raam.
Volledig wasprogramma Het geheel doorlopen van de wascyclus voor de soort stof die wordt gewassen. Bijvoorbeeld het volledige wasprogramma voor katoen; zonder voor een kortere stand of tijd te kiezen.
Wadi's Verdiept grasveld waar water naar toe kan stromen.
Waterinstallatie Waterhoudende constructie, toestel of systeem, bijvoorbeeld: koeltoren, bubbelbad, waterreservoir, fontein.
Zelfdovende afvalbakken Afvalbakken waarmee door de constructie (smalle opening) brand door bijvoorbeeld slecht gedoofde sigaretten wordt voorkomen.

Verantwoording

Literatuur

  • Best EL, Parnell P, Wilcox MH (2014). Microbiological comparison of hand-drying methods: the potential for contamination of the environment, user, and bystander. J Hosp Infect. 88:199-206.
  • Bloomfield SF, Carling PC, Exner M (2017). A unified framework for developing effective hygiene procedures for hands, environmental surfaces and laundry in healthcare, domestic, food handling and other settings. GMS Hyg Infect Control. 19;12:Doc8.
  • Bouma K, Dannen F, Bruijn-Mulder AM, Nab-Vonk JM Joint meeting (Joint meeting), Wijma E (2002). Zandbakken; zware metalen en microbiologische besmetting. Rapport nummer: NDTOY004/01.
  • RIVM (2016). Draaiboek melding van legionellabacteriën in water. Link
  • Duisterwinkel A (2010). Hygiënisch en duurzaam handen drogen. VSR rapport.
  • van Driezum IH, van der Aa NGFM, van den Berg HHJL (2020). Regenwater als alternatieve bron voor drinkwater- aandachtspunten voor kwaliteitscontrole. RIVM briefrapport 2020-0185
  • Erdozain, G, KuKanich K, Chapman B, Powell D (2015). Best practices for planning events encouraging human–animal interactions. Zoonoses and public health, 62(2), 90-99.
  • Gerba C, Kennedy D (2007). Enteric virus survival during household laundering and impact of disinfection with sodim hypochlorite. Appl Environ Microbiol. 73:4425-4428.
  • Gezondheidsraad (2016). Zorgvuldig omgaan met desinfectia. Rapport Nr. 2016/18.
  • GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) Nederland Handreiking Evenementenveiligheid (2021). Link.
  • Heinzel M, Kyas A, Weide M, Breves R, Bockmühl D (2010). Evaluation of the virucidal performance of domestic laundry procedures. Int J Hyg Environ Health 213:334-337.National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine (2019). Management of Legionella in Water Systems. Washington (DC): National Academies Press (US). Link.
  • Nederlands Handboek Evenementen Veiligheid (2019). Link.
  • NHG Nederlands Huisartsen Genootschap (Nederlands Huisartsen Genootschap) (2013). Richtlijn wondzorg.
  • Oorsprong DM dystrophia myotonica (dystrophia myotonica), den Boogert EM, Buiting MP, Hondema LS, Ewalts H, van Dam ASG additional regulation for sexual health (additional regulation for sexual health) (2018). Obstacle runs en infectieziekten: tips voor de GGD-praktijk. Infect Bul. Link.
  • Schets F, De Man H, Van Leuken JPG, De Roda Husman AM (2017). De ‘waterkwaliteitscheck’ voor nieuwe en bestaande stedelijk waterconcepten. Het belang van aandacht voor de microbiologische kwaliteit van water in de stad. RIVM Rapport 2017-0012.
  • Smith DL, Gillanders S, Holah JT, Gush C (2011). Assessing the efficacy of different microfibre cloths at removing surface micro-organisms associated with healthcare-associated infections. J Hosp Infect. 78:182-6.
  • Tuladhar E, Hazeleger WC, Koopmans M, Zwietering MH, Duizer E, Beumer RR relatieve risico's (relatieve risico's) (2015). Reducing viral contamination from finger pads: handwashing is more effective than alcohol-based hand disinfectants. J Hosp Infect. 90:226-34.
  • WHO World Health Organization (World Health Organization) (2015). Public health for mass gatherings: key considerations. Link.

Werkgroep

De hygiënerichtlijn voor Evenementen is in april 2023 vastgesteld. De richtlijn is 17 mei 2023 online gepubliceerd. Aan het opstellen van de richtlijn hebben de volgende GGD’en en organisaties bijgedragen:

  • GGD Amsterdam
  • GGD Brabant-Zuidoost
  • GGD Groningen
  • GGD Haaglanden
  • GGD Hart voor Brabant
  • GGD Hollands Noorden
  • GGD Zuid-Holland Zuid
  • KIWA Nederland B.V.
  • Scouting Nederland
  • Stichting Jazzfestival Enkhuizen ‘06
  • Vereniging Van EvenementenMakers
  • Wageningen University & Research

Wijzigingen sinds laatste herziening

  • Februari 2024: Paragrafen waar het Bouwbesluit en het Besluit hygiëne en veiligheid van badinrichtingen en zwemgelegenheden (Bhvbz Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden)) worden genoemd zijn aangepast. Dit is aangepast vanwege de invoering van de Omgevingswet. Het Bouwbesluit is nu het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bhvbz is vervangen door hoofdstuk 15 Badwaterbassins van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal Besluit activiteiten leefomgeving (Besluit activiteiten leefomgeving)). Er is ook een nadere toelichting opgenomen over badwaterbassins.

De hygiënerichtlijn is een uitgave van:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid
Postbus 1 | 7200 BA Bilthoven
E-mail: lchv@rivm.nl 
Web: www.lchv.nl